De astroloog steekt zijn zwarte fallus diep in het universum
en schreit met diepe fronsen
om al wat hij verloor als kleine knaap.
Hij hoeft ons daarbij niet te storen
en wij hebben geen bezwaar.
Aan de andere zijde van deze binnenplaats:
de evenwichtskunstenares. Zij zingt vanaf haar zeel,
gespannen tussen toppen van begeestering
hoe diep zij dreigt te vallen.
Nu al lacht ze als een verpletterde.
Wij hopen op het beste.
Proberen te slapen.
Letten niet op het geluid van hun
ambitieus flapperende neusvleugels.