Lot had geofferd.
De god van de ruchtbaarheid
besloot het geval te aanvaarden en sprak
met de kosmische tongval van
duizend illusies geleden:
‘In zestig en zeven knopen
zult gij u draaien, gij worm
Voor mij is het goed
want ge lijkt mij vernederd.’
Schuin strompelde Lot uit de tempel
maar eens om de hoek stond hij tabak te kauwen
hij kneep in de billen van rijpere vrouwen
en wist
dat het offer veel groeimarge had.