Luister, ik wil spreken tegen de vrouw tussen je heupen.
Een kind schreit door de muur van de buren, het licht buiten liegt dat het dag is, er zit lijm op de vensters en mijn hoofd heeft geen plaats voor mijn gedachten. Bezweer dit gevaar, de pijn wil niet slapen, de wind weet niet waar hij doorheen waait.
Tegen de wanhoop, toon mij een buik.