Farid heeft een moord gepleegd
zijn witte hemd met roestig bloed hangt in de zon
boven in de hoogste boom
hij wil dat wij het weten
Hij praat tegen de spreeuwen
hij hurkt in de bossen
zijn haar houdt hij stevig bijeen
met een touw dat soms danst op zijn schouder
De maan wrijft hij rond met zijn palmen
de vrouwen beweren
dat onder in zijn stem
de hoest van hun kind is te horen
Hij ademt als water
zijn rug schuurt de bast van de dennen
We houden een kruis op de kop
we blijven in groep
en denken terug
in de tijd.