1. Diep in de provincie
woont de bodemtotembakkes.
Hij heeft een bril van polypropeen
en een roodfluwelen gehemelte.
Als de bodemtotembakkes de mesthoop beklimt
weet de parochie
dat de oogst van het veld moet
binnen de twee uur en een kwart.
2. In de historische film wordt de figuur van de kunstenaar
steevast gedragen door een trui met horizontale strepen.
De film komt van Amerika.
De echte kunstenaar kan zich niet meer verdedigen
tegen de trui.
3. Het land van melk en honing staat bekend
om zijn jaarlijkse worstelwedstrijd.
De eerste prijs is een stokbrood.
Men slaat elkaar met grote regelmaat morsdood.
4. Haal snel de klaver binnen,
er staat een duiker op de voorhof
die jambische verzen declameert.
Wij denken aan de bodemtotembakkes met een
listige vermomming op zijn wenkbrauwen.
Wat nu volgt is belangrijk tegen de misverstanden.
Wij vinden dat niet normaal,
we hebben het een plaats gegeven.