De dag heeft getoverd. Elk uur was op tijd en de lucht hing van boven. Op een erf stond een boer die de weg wees. De weg wees de weg naar de kroeg. Mensen biljartten en praatten en dronken, en de deur draaide open naar buiten. En buiten was licht en de weg ging terug en de dag ging voorbij en de dag is voorbij, en de dag die was vol toverij.