Het weze de man geoorloofd te huilen.
Ik heb het gedaan.
Gehuild tegen het geslijp van de leugen
en de angst van het moment heb ik
mijn voeten schoven onder mij uit.
Ik heb gehuild tegen de herhaling
en de wreedheid van het inzicht
de nacht die de dag niet wegsliep
en de binnenkant van pijn
De dag heeft me doen huilen
toen ik jou heb kunnen zeggen
dat ik blij was.
En ik was blij.
De man komt het toe te huilen
die zichzelf niet troosten wil
met flessenwater in de zure wijn van een geweten.