I
Het water loopt hier bergop.
De zee duwt het tussen de kaaien
en daarom drijven de meeuwen het land in
waar mensen niet vragen
om zout in hun tuin
en aasvogels en plastic voorwerpen
bestemd voor de bodem
van een medeplichtige
schuldige
stille
oceaan.
II
Toch helpt de zon
te geloven
dat alles goed is.
Ook de reddingsboeien zijn
van overheidswege
van de partij.
We moeten niet klagen
het is al eerder gebleken
dat alles goed is.
Het geloof, ja,
dat durft haperen.
De zon helpt
god zij dank.
III
Weer drukken tranen tegen mijn ogen.
Geluid zoekt zijn weg door mijn oren
van binnenuit
Geluid naar buiten
Water naar boven
En ook tranen
die kunnen geweldig
geweldig hard duwen.
Het is hier toch een soort
thuis zijn.
IV
De stad duwt bijna in mijn rug
zo dichtbij!
Ze is weer gegroeid
mijn stad
ze zal snel een lief vinden
vrees ik
en weggaan zoals het hoort.
Ik zeg het:
de zon helpt.
Ik mag dat niet vergeten.
V
Hoeveel generaties proleten
hebben in alle ernst op deze kasseien gespuwd?
Allemaal dachten ze volop te leven
maar ze waren natuurlijk geschiedenis
we spreken hier in de verleden tijd!
Weer wat troost gevonden
hier bij het water:
dit alles
het is voorbij
laat het maar zinken.
VI
Erop liggen
op dat vlak
met mijn moe gezicht
naar beneden
voor alle keren dat het niet ging
voor alle keren dat het niet zal gaan
Draai weer terug, rivier,
draag mij naar een grote
medeplichtige
stille
stille
stille.