Op de drempel van de Gouden Eeuw
"Amsterdam sal komen te
prosporeeren ende verbeteren
boven alle steden."
Prins van Oranje, 1578
De Republiek der Verenigde Nederlanden lag tussen Frankrijk en Engeland. Die landen waren door interne zaken of oorlog nog niet in staat om hun buitenlandse handel uit te breiden.
Antwerpen was een centrum waar buitenlandse kooplieden met hun schepen zaken kwamen doen. De stad kon niet over een eigen koopvaardijvloot beschikken. De val van Antwerpen in 1585 en het afsluiten van de Schelde door de Zeeuwen bracht een uittocht van vluchtelingen, waaronder een groot aantal kooplieden in de overzeehandel. Zij mochten hun bezittingen en geld meenemen. Het werd een gang naar de havensteden aan de Noordzee, zoals Londen, Hamburg en Amsterdam. In Amsterdam waren ze niet van plan om niets te doen en de oorlog af te wachten. Ze zetten hun zaken gewoon voort.
De Hollanders en Zeeuwen hadden een enorme handelsvloot met vakkundige, goed betaalde bemanning. Daarmee konden zij goedkoper varen dan de buitenlanders. De immigranten waren meer thuis in het doen van zaken op de beurs, waar alle belangehebbenden in één gebouw bijeen kwamen. Dat gedoe van de Hollanders op straat en in café's vonden ze maar niks. Verder waren ze op de hoogte van het internationale geldverkeer, via goed geïnformeerde banken. Dat deden de Hollanders nog op hun eigen manier. De Amsterdamse zakenlieden hielpen mee in het werk, zo nodig met hun handen en ze streefden nog niet naar luxe. Zij bezochten hun leveranciers in het buitenland, om zo goed op de hoogte te zijn van wat zij kochten. Beide groepen hadden hun eigen relaties, ook wel in verschillende streken. Al met al, een samenwerking van de belanghebbenden in de internationale zeehandel lag in zicht. Een combinatie die de kracht zou krijgen om al eerder gevestigde buitenlandse koopcentra weg te dringen, door betere handelsvoorwaarden voor beide partijen, dan wel met het geweer. Het werd een periode die de geschiedenis in zou gaan als "de Gouden Eeuw van de Republiek, Amsterdam".
Vanzelfsprekend waren het niet altijd jaren van glorie en succes. Statistieken wijzen uit dat het in die tijd sterk op en neer kon gaan, door binnenlandse onenigheden, oorlogen, weersinvloeden, misoogsten en oplopende buitenlandse concurrentie. Amsterdam wist zich steeds weer snel omhoog te werken.