Pedorechercheur
Een pedofiel en een zedenrechercheur. Samen zaten zij in een verhoorkamertje in het politiebureau. De pedofiel vertelde tot in ieder detail wat hij zo'n beetje uitgevreten had met kinderen, ontkennen had geen zin meer, in menig kleuter was zijn DNA gevonden. De pedofiel vertelde en vertelde. Hoe het gekomen was, hoe hij kindertjes lokte met snoepjes, maar vooral; hoe zich aan de kleine kindjes vergreep. Soms begeleidde hij een zomerkamp, dan mocht een kleuter bij hem in de slaapzak slapen. Het stond het kindje vrij om te friemelen, de pedofiel deed dat ook. En zo ging het verhoor dagenlang door.
Maanden later was de rechtszitting. In de tussentijd was er nog wel een observatie van de pedofiel geweest, maar gezien zijn verhaal was dat slechts formaliteit. TBS stond al vast voor de rechtszitting begon. Tijdens de zitting begon de pedofiel nog wel een verhaal dat pedofilie nog moet emanciperen, het moet pedoseksualiteit worden, maar in feite onderstreepte hij enkel zijn ziekte. Het was dus voor niemand een verassing dat hij later een vonnis kreeg met een TBS veroordeling.
In de tussentijd ging de kinderverkrachter beseffen dat hij fout was geweest. Het duurde nog lang, de medegedetineerden moesten hem bij de douches en op de luchtplaats geregeld klappen geven voordat het muntje bij hem viel.
Later in tbs hadden de therapeuten niet zoveel werk aan hem. Loopbaanverandering had prioriteit. Hij mocht beslist niet meer met kinderen werken. Dus geen werkzaamheden op een school, in een zwembad, bij de scouting, of waar maar jonge kinderen zijn.
De zedenrechercheur is er altijd aan blijven denken. De verhalen, met de mimiek die hij er bij had, spraken hem wel aan. Op het politiebureau ging hij in de computer op zoek naar de verklaringen, en als hij er één gevonden had printte hij het uit en stopte het in zijn jaszak zodat hij het thuis nog eens door kon lezen. Vooral de passages met de actie, dus niet hoe hij het kindje lokte, maar waar het kindje zijn handje moest houden, en wat er nog meer gebeurde. In feite waren de verhalen voor de zedenrechercheur zo een beetje zijn porno geworden. Het was voor hem uit het leven gegrepen, waar gebeurt, anders als een fantasieverhaal op internet.
De loopbaanverandering van de pedofiel ging voorspoedig. Bij de politie was vraag naar ervaringsdeskundigen. Het belangrijkste van 'de opleiding' had hij achter de rug. Hij kon zo aan de slag bij jeugd en zedenzaken. En na een korte inwerkperiode werd een hele goede bekende binnen gebracht.
Een pedofiel en een zedenrechercheur. Samen zaten zij in een verhoorkamertje in het politiebureau. De zedenrechercheur vertelde tot in ieder detail wat hij zo'n beetje uitgevreten had met kinderen, ontkennen had geen zin meer, in menig kleuter was zijn DNA gevonden. De zedenrechercheur vertelde en vertelde. Hoe het gekomen was, hoe hij kindertjes lokte met snoepjes, maar vooral; hoe zich aan de kleine kindjes vergreep. Soms begeleidde hij een zomerkamp, dan mocht een kleuter bij hem in de slaapzak slapen. Het stond het kindje vrij om te friemelen, de zedenrechercheur deed dat ook. En zo draaide het hele verhaal om...
Bob