Academiae Franekerensis

De academie van Franeker of universiteit van Friesland (Latijn: Academia Franekerensis) was van 1584 tot 1811 de universiteit van Friesland in de Friese stad Franeker. De tweede academie van ons land werd op 14 april 1584 opgericht door de Staten van Friesland, vlak voor de aanslag op Willem van Oranje. Om het katholieke Spaanse juk af te werpen had Willem van Oranje in hoog tempo protestantse theologen nodig die geschoold zouden worden tot de 'strengsten en zuiversten gereformeerden'. Vrijheid van Godsdienst was een belangrijk streven. De Friese stadhouder Willem Lodewijk, in Friesland bekend onder de bijnaam Us Heit, was een groot voorstander van de oprichting, en ook de burgemeester van Leeuwarden, Rombertus van Uylenburgh, de schoonvader van Rembrandt van Rijn, zou meegewerkt hebben. De stichtingsakte van de academie in Leiden staat echter nog op naam van Filips II. De bevolking van Friesland drong aan op een academie in het noorden. In het kleinere Frjentsjer zouden de ouders beter op het gedrag van hun kinderen kunnen letten. Saillant detail is het gedwongen aftreden kort voor de oprichting van drie leden in de Staten van Friesland. Zij vertegenwoordigden de steden en waren faliekant tegen Franeker. Men wenste dus '...één Seminarium en Collegie binnen dese Lande waarheen Eenige Geleerde Mannen tot Professoren uitgeroepen sullen worden...'. Het rooms-katholieke Kruisherenklooster in Franeker bood onderdak aan een ruige academie en integer opleidingsinstituut. De eerste hoogleraren doceerden: Grieks, Hebreeuws, philosophie, theologie (3 leerstoelen) en rechten.

                         
          Oprichtingsakte 14 april 1584 *                                                    De Academia van Vrieslant in de Chronique van Winsemius ca. 1620

Dertig jaar lang was de Academie, naast de Leidse, de enige universiteit in de Nederlanden. Na een veelbelovend begin met groeiende studentenaantallen -vooral de theologische faculteit groeide sterk als gevolg van de protestantse reformatie- stond rond 1625 de hogeschool al bekend als 'de suypacademie'. Dit omdat de studenten met hun hoogleraren in debat gingen in het café. Als men het niet eens kon worden, liep dit dikwijls zo uit de hand, dat heel laat in de nacht de ramen van de hoogleraar kapot gegooid werden. De hele bevolking en de glazenmakers spraken er dan dagen schande van. De eigen rechtbank van de academie moest vervolgens oordelen wat een passende straf zou zijn. Vrijwel alle studenten worden in het archief van deze rechtbank vermeld en de straffen zijn altijd hoog. De meeste zaken gaan over het lastig vallen van dienstmeisjes, het eisen van drank of het bedreigen van studenten. Ook de wachtmeester Jacob Pybes en huisdrukker Fredericus Heinsius komen geregeld aan bod. Daarbij wordt eigenlijk altijd wel gevochten, een degen getrokken of met een vuurwapen geschoten. Een enkele keer handelt de zaak dan om het faliekante overlijden van een student. Op 28 maart 1620 wordt een complot tegen de universiteit gesmeed. De studenten Kolde, Joclides, Lautenbach, De Campis, Uptenoird en Knijff dienen een verzoek in om de Academie van Franeker naar Leeuwarden te verplaatsen. Dit verzoek wordt niet gehonoreerd.
  
            Academia Franekerensis in de Atlas Schoemaker ca. 1720

Vanaf 1660 beginnen de studentenaantallen sterk te slinken, de republiek verkeerde in steeds zwaarder weer, met een kleine opleving rond 1700. Verlichtingsidealen en de roep om meer democratie van patriotten betekent het begin van het einde. In 1787 werd het de hoogleraren verboden om deel te nemen aan de exercitiegenootschappen waarin de felste patriotten zich bewapenen. Leden van het hooglerarenkorps raken gefrustreerd en vertrekken vooral naar Groningen. Een deel van de studenten gaat naar Parijs om aan de Franse revolutie mee te werken. Het aantal studenten daalt onrustbarend tot er in 1795 nog maar acht studenten zijn overgebleven. In 1811, onder het tijdelijke bewind van de Franse koning Lodewijk Napoleon Bonaparte (bijgenaamd het Konijn van Hollandde Lamme Koning en Lodewijk de Goede) wordt de universiteit bij decreet opgeheven, tegelijk met de universiteit van Harderwijk in Gelderland. De universiteit van Utrecht wordt ook stopgezet. Anders dan Utrecht krijgen Franeker en Harderwijk nadien hun universiteit niet meer terug. Als compensatie wordt in Franeker wel een Atheneum opgericht (1815-1843). Die instelling vond men niet goed, want in vrijwel iedere stad staat inmiddels een atheneum. De Friezen trekken naar Groningen, mede door het succes van de letteren faculteit. 

      De hoofdgebouwen (zie vorige afb. rechts) in de Atlas Schoemaker

Af en toe vinden er in Franeker nog academische promoties plaats. Promovendi van de rijksuniversiteit in Groningen promoveren dan op een onderwerp dat een relatie met Friesland heeft zoals bijvoorbeeld de Friese taal. Zij mogen hun proefschrift - indien gewenst - dan in de Martinikerk verdedigen. In Leeuwarden wordt op de Fryske Akademy nog altijd veel onderzoek gedaan naar de Friese taal, -cultuur en -geschiedenis. Zo leeft de universiteit van Franeker nog altijd voort bij de bevolking van Friesland, Groningen en Noord-Duitsland. Tot slot nog een getuigeverslag van de bezoeker Von Uffenbach in 1710. 's Morgens zagen wij de Akademische boekerij. Deze staat in eene groote zaal, boven de auditoria, en in het collegiehuis. Zij is veel fraaijer en beter, dan die te Groningen, ook wat de boeken betreft, behalve dat in Groningen meer en betere codices manuscripti voorhanden zijn. De catalogus van deze boekerij wordt thans gedrukt en is nog niet voor handen, althans niet bij de behulpzame bibliothecaris, de heer Colerus.

                                    De bibliotheek van Franeker
De Stichting Frjentsjerter Universiteit, of FRU in de wandelgangen, wil de traditie van de Franeker Universiteit levend houden. De universiteit van Franeker bezit een omvangrijke collectie schilderijen, te weten de Professorenportretten van de Franeker universiteit. Alle portretten worden bewaard in Museum Martena. Een deel van de portretten wordt permanent geëxposeerd. De collectie is hier digitaal te bezichtigen.

* Ondertekenaars van de oprichtingsakte zijn: Sixtus van Mockama, Frije van Hemstra, Kempo Lijf Wiarda, Wijbren Hiddz, Elardus Augustini Reynalda, Hepcko Fockens, Hessel Lijwez Aisma, Ecsungad Aeskendru, Jacob Symensz, Ipe Jacobz, Sijuwt Sijappezu, Jeltze Thomas, Wybrant Jellesz, S.B.J. Jostz en Hydde Jarichsz, voor zover het handschrift te lezen is.


Copyright © 2016 F.N.Heinsius. All rights reserved.