In sommige vakken zal je aan je onderzoekscompetenties werken a.d.h.v. een specifieke onderzoeksopdracht of eindwerk. Deze teksten moeten beantwoorden aan een aantal vastgelegde criteria. Op deze pagina vind je een aantal handige tips m.b.t. de volgende onderdelen:
Omslag
Woord vooraf
Inhoudsopgave
Inleiding
De eigenlijke tekst
Besluit
Bijlagen
Paginanummering en blanco pagina's
De omslag van je onderzoeksopdracht bevat een aantal praktische gegevens. Het gaat hierbij o.a. om het logo van de school, een (onder)titel, je persoonlijke gegevens en het schooljaar. Een voorbeeld hiervan kan je hier raadplegen.
In een woord vooraf omschrijf je binnen welke context je het rapport geschreven hebt. Je geeft informatie over het ontstaan van het werk, de aanleiding van het werk of een dankwoord tot wie (on)rechtstreeks heeft bijgedragen aan het eindresultaat. Dit is het enige deel van het werk dat subjectief mag zijn, met andere woorden waar je ‘ik’ of ‘wij’ mag gebruiken.
In het kader van onze afstudeerproef in de richting [...] kregen we als leerlingen van de Provinciale Secundaire School te Diepenbeek de opdracht [...] We wilden te weten komen [...]
We willen onze leerkracht mevrouw X bedanken voor [...] Ook onze dank aan [...].
De inhoudsopgave is belangrijk omdat deze een duidelijke structuur biedt voor de lezer. Praktische richtlijnen hieromtrent vind je op de pagina ‘documenten’.
De algemene richtlijnen m.b.t. de inleiding kan je nalezen op de pagina ‘structuur’. Bij een onderzoeksopdracht zijn er eveneens bijkomende vereisten.
In je inleiding ga je je probleemstelling uitleggen aan de lezer. Hierbij hoort een onderzoeksvraag alsook eventuele deelvragen.
Het is belangrijk dat je de begrenzing van je onderzoek vermeldt. Je gaat immers slechts een bepaald deel van een onderzoeksveld bestuderen.
Je geeft wat meer uitleg over de onderzoeksmethode die je hebt gebruikt. De lezer moet weten hoe je te werk bent gegaan.
Je schetst de algemene structuur / de grote lijnen van je eindwerk zodat de lezer weet wat hij kan verwachten.
Deze extra stappen komen na het wekken van de interesse van de lezer. Let op dat deze inleiding geen pure opsomming wordt, maar een vlotte tekst waar al de bovengenoemde elementen in verwerkt zitten.
[wekken van interesse] Wereldwijd beïnvloeden schoonheidsidealen onze blik op de wereld. In de westerse wereld beheerst vooral het slankheidsideaal de perceptie van mannen en vrouwen. […] [probleemstelling] In dit onderzoek komt de volgende probleemstelling naar voren: “In welke mate worden jonge meisjes beïnvloed door de slankheidsidealen waarmee ze elke dag geconfronteerd worden? […] [uitwerking deelvragen] […] [begrenzing onderzoek] Dit onderzoek zal focussen op het zelfbeeld van meisjes tussen 14 en 18 jaar die regelmatig gebruikmaken van de sociale kanalen Facebook en Instagram […]. [methode] De methode die in dit onderzoek gebruikt werd is [...]. [uitleg structuur] Deze paper begint met […] Hierna […] Ten slotte […]
In de eigenlijke tekst ga je een heldere opbouw hanteren waarbij er een logische indeling is in alinea’s en waarbij de structuur van de tekst duidelijk wordt gemaakt door o.a. signaalwoorden. (zie pagina: ‘structuur’). Zorg eveneens voor een goede lay-out.
In dit deel ga je een antwoord uitwerken m.b.t. je onderzoeksvraag en deelvragen. Zorg ervoor dat de lezer je redenering moeiteloos kan volgen door gedetailleerd en gestructureerd te werken. Het opbouwen van een tekst is een proces: lees je tekst meerdere keren na en herwerk de verschillende delen tot het geheel klopt. Afbeeldingen, tabellen en voetnoten kunnen je bevindingen overzichtelijk maken. Vermeld ook al je bronnen. Opgepast: plagiaat zal steeds bestraft worden.
In het besluit geef je een gestructureerd en beknopt antwoord op je probleemstelling/onderzoeksvraag. Dit antwoord is gebaseerd op informatie vanuit je eigenlijke tekst. Er mag dus nooit nieuwe informatie in het besluit staan.
Het kan ook relevant zijn om je persoonlijke bevindingen (positieve en negatieve ervaringen) in het besluit mee te delen. Zo reflecteer je op een kritische manier op datgene wat je geleerd hebt. Een goed besluit heeft ten slotte ook steeds een link met de inleiding. Zorg er dus voor dat deze twee onderdelen mooi op elkaar aansluiten.
Na een grondige analyse blijkt dat het zelfbeeld van meisjes tussen 14 en 18 jaar significant beïnvloed wordt door het slankheidsideaal […] De sociale kanalen Facebook en Instagram spelen hierbij een duidelijke rol […] [verdere uitwerking] […]
Soms is het handig om bepaalde informatie in bijlage te zetten i.p.v. dat je deze toevoegt in de eigenlijke tekst. Denk maar aan figuren, tabellen en grafieken. Hierbij hoor je wel een duidelijk onderscheid te maken:
Alle informatie die je nodig hebt om de tekst te begrijpen, plaats je in de tekst zelf.
Indien dit enkel als achtergrondinformatie dient, plaats je dit in bijlage.
Let echter wel op dat er naar alle bijlagen een verwijzing moet zijn vanuit de tekst. Je neemt dus geen volledig geprinte websites op in je bijlagen, maar bijvoorbeeld wel een pagina waarop een grafiek staat, een speech, een interessant stukje tekst, de volledige versie van een zelf afgenomen interview of andere nuttige documenten.
Elke bijlage begint op een nieuwe pagina en de titel krijgt geen nummer. De bijlage zelf wordt daarentegen wel genummerd: bijlage 1, bijlage 2, enz. Vanaf de bijlagen begin je de pagina’s opnieuw te nummeren en deze nummering loopt door over alle bijlagen heen. In de inhoudsopgave zet je enkel de titel ‘bijlagen’. Achteraan je werk geef je een lijst van bijlagen, met de juiste titel en nummer.
De NBN-normen schrijven specifieke regels voor op het vlak van paginanummering en blanco pagina’s. Hieronder vind je een overzicht terug.
omslag: achterkant blanco + telt niet mee in de nummering
titelblad: achterkant blanco + tellen beide mee in de nummering, maar staat er niet op
woord vooraf: achterkant blanco + tellen beide mee in de nummering, maar staat er niet op
inhoudsopgave: dit mag recto verso, maar indien het enkel recto is, dan achterkant blanco + telt allemaal mee in de nummering maar staat er niet op
inleiding (moet dus rechts beginnen): achterkant blanco + tellen beide mee in de nummering maar staat er niet op
eigenlijke tekst: vanaf nu mag het recto verso en staat de nummering er effectief op. Indien dit eindigt op rechterblad, dan achterkant blanco
besluit (moet dus rechts): mag recto verso, maar indien dit enkel recto is, dan achterkant blanco. De nummering staat er op
literatuurlijst: mag recto verso, de nummering staat er op
bijlagen: mag recto verso, de nummering staat er op
Het komt er dus op neer dat je omslag geen nummering mag bevatten. Je titelblad, woord vooraf, inhoudsopgave en inleiding moeten wel meetellen in de nummering, maar het mag er niet op staan. Pas vanaf de eigenlijke tekst mag je nummering er effectief op staan.
Hoe realiseer je dit nu concreet in Google Documenten? Hierbij volgt de gemakkelijkste methode:
Creëer twee verschillende Google Documenten.
Google Document 1: omslag – titelblad – woord vooraf – inhoudsopgave – inleiding (zonder paginanummering)
Google Document 2: vanaf eigenlijke tekst (met paginanummering)
‘Opmaak’ > ‘paginanummers’ > nummering beginnen bij …
Nadien maak je van beide documenten een pdf en voeg je beide pdf’s samen door een online programma zoals Ilovepdf.