Op de bijeenkomst van november j.l. is uitgelegd waarom deze nieuwe amateurband zo buitengewoon geschikt is voor luisteramateurs en zelfbouwfanaten. En zoals beloofd, worden nu een aantal schema's getoond. Het betreffen een convertor en enige antenne-versterkers om de ethersignalen op uw kortegolfontvanger te kunnen ontvangen. Omdat de plaatsing van de componenten niet kritisch is op deze frequenties, wordt geen printontwerp gegeven. De zwakke radiosignalen in deze band kunnen ernstig gestoord worden door de zeer sterke omroepzenders. Daarom moet zorg worden besteed aan het filteren van deze stoorzenders. Zonder antenne moet de schakeling echt 'dicht' zijn voor deze storingen. Als experiment is voor elke schakeling in overleg met onze adverteerder, ELEKTROKONTAKT, een bouwpakketje samengesteld, dat voor een speciale prijs aangeboden wordt.
Veel kortegolfontvangers kunnen geen signalen ontvangen die lager in frequentie gaan dan 200 kHz. Er is ook apparatuur die wel geschikt is tot 50 kHz, maar niet gevoelig genoeg is voor ons doel. (Dit wil zeggen dat zwakke signalen van 0.5 microvolt nog net te horen moeten zijn boven de eigen ruis van de ontvanger). Op hogere frequenties wordt deze eis meestal wel gehaald. Daarom volgt hier een schema voor een convertor naar de 10-meter band. Lagere frequenties dan de 15 meter band zijn af te raden vanwege de toegenomen storingen op die banden.
Het schema is recentelijk gepubliceerd in het septembernummer van ELECTRON.
Een 9 volt batterij dient als voeding voor deze schakeling. Het verdient aanbeveling om deze convertor samen met batterij en het hierna besproken middengolf-filter in één behuizing te monteren
De antenne versterker wordt met de convertor verbonden door een coax-kabel. De lengte is maximaal 7 meter. Leg de kabel niet langs lichtnetleidingen, want hij is niet 'dicht' voor deze frequenties.
De voeding voor de antenneversterker wordt via de coax van de convertor betrokken. Gebruikt u geen convertor, dan moet u een doosje maken, waarin het omroepfilter en een voeding worden gemonteerd.
Om een optimale storingsonderdrukking te verkrijgen wordt een aktieve elektrische antenne aangeraden, omdat we de meeste last zullen hebben van magnetisch ingekoppelde storingen. De argumenten hiervoor zijn uitvoerig besproken tijdens de lezing van afgelopen november.
De antenne moet buitenshuis worden opgesteld, omdat de muren de radiosignalen te veel verzwakken en tevens om de elektrische storingen binnenshuis houden. Monteer dus alles in een waterdichte behuizing.
Toch zullen er liefhebbers zijn, die het met een magnetische antenne willen proberen. Omdat dit type op deze frequenties erg gevoelig is voor storingen uit de wijde omgeving (100 tot 200 meter), is het belangrijk om voor een storingvrije opstelling te kiezen, ver verwijderd van elke elektrische bedrading. De magnetische velden zijn voor deze antenne in dit geval helaas niet af te schermen.
U kunt kiezen uit de volgende opties: een ferrietantenne of een grote raamantenne.
De ferrietantenne is afkomstig uit een oude langegolf radio. De zelfinductie vergroot u met extra windingen. Dit is even experimenteren.
Met de in het schema aangegeven waarden kunt u afstemmen van 70 tot 200 kHz. Let op: de 500 pF condensator stelt een variabele afstemcondensator voor. Dan is er nog een eenvoudige versterker nodig om de zwakke signalen geschikt te maken om over een kabel te sturen. Het schema is afkomstig van PA3ACJ en is weer terug te vinden in het septembernummer van ELECTRON. De voeding wordt via de coax-kabel betrokken van de convertor.
Bouwaanwijzingen voor een grote raamantenne en een schema hiervoor vindt u in het reeds eerder genoemde tijdschrift.
Hieronder het schema.
Naar deze antenne gaat de voorkeur uit. Om de vele magnetisch overgedragen storingen uit de buurt te onderdrukken, monteert u alles in een blikken doosje. De lengte van de antenne is ongeveer 20 cm.
Het schema is op te delen in twee stukken. Het eerste deel is de aanpassingstrap. De antenne is hierin uitgebeeld door de condensator van 2 pF. Let op, dus geen extra condensator van 2 pF meer monteren. In deze trap wordt het hoge impedantie niveau omlaag gebracht door de tegenkoppelcondensator van 22 pF. Dit is noodzakelijk, anders onstaan er te veel valse frequenties door het niet lineaire gedrag van de beveiligingsdiodes (1N4148). Deze trap verzwakt ongeveer 30 x.
De tweede trap met de BC546 heft deze verzwakking weer op. Door de capacitieve koppeling met de eerste trap worden de extra lage frequenties niet doorgelaten. De +9 V voeding wordt weer aangeleverd via de coax-kabel.
Ziet u tegen de bouw van deze antenneversterker op, dan is een kant en klare oplossing te kopen bij de autoaccessoirewinkel. Koop er wel een van een gerenomeerd merk, want ik heb geen goede ervaringen met de vorige generatie actieve autoradioantennes.
Een autoradioantenne wordt tegen de autoruit geplakt. Hoe dat moet staat in de bijgeleverde beschrijving. U zult uw eigen creativiteit moeten aanspreken om er een voor ons doel geschikte antenne van te maken.
Een filter tegen omroepzenders blijft nodig. Dat moet u zelf maken en kan dan tevens als inkoppelpunt van de voeding dienen.
De middengolfzenders liggen in frequentie veraf van de radiosignalen in de LF-band. Ze zijn echter zo sterk dat ze de kortegolfontvanger ongevoelig kunnen maken voor de gewenste signalen.
Ook kunnen er allerlei mengproducten ontstaan en daardoor oversturing op diverse plekken in de ontvanger veroorzaken. Een filter tegen omroep-zenders is dus essentieel.
Hierbij een voorbeeld van een effectief filter (volgens PA2ACJ). Dit filter moet worden gemonteerd aan de ingang van de convertor. De eerste condensator van 680 pF moet worden gecorrigeerd voor de capaciteit van de verbindingskabel tussen antenneversterker en convertor. Voor de uitgangscondensator geldt een soortgelijke redenering. Een standaard 50 ohm coax heeft een capaciteit van ongeveer 90 pF per meter. Daarmee is de benodigde correctie dan te berekenen.