Daltononderwijs

VERANTWOORDELIJKHEID – SAMENWERKING – EFFECTIVITEIT – ZELFSTANDIGHEID – REFLECTIE

De kenmerken van Daltononderwijs zijn:

  • het leren hanteren van vrijheid (beroep doen op eigen verantwoordelijkheid),
  • het leren zelfstandig te werken,
  • het leren samenwerken.

In 2012 zijn door de Nederlandse Daltonvereniging de volgende kernwaarden toegevoegd:

  • het leren om het werk effectief te maken,
  • het leren van reflexiviteit, nadenken over je eigen gedrag en je eigen werk.

Het doel van Daltononderwijs is het kind te vormen tot een waardevol burger, volgens het westers democratisch model. Leerlingen dienen opgeleid te worden tot volwassenen die een grote mate van verantwoordelijkheid voelen voor een democratische maatschappij. In principe is dit (deels) het doel van elke vorm van onderwijs, maar de manier waarop dit doel wordt verwezenlijkt of geïnterpreteerd verschilt. Deze in algemene termen gevatte doelstelling dient zichtbaar te zijn in de dagelijkse gang van zaken.

Bij het leren hanteren van vrijheid ligt het accent vooral op de sociale aspecten van die vrijheid. De kinderen krijgen de vrijheid om hun persoonlijkheid te ontplooien. In hun vrijheid ontdekken zij normen en regels en grenzen. Zij leren die vrijheid te delen met anderen er samen gebruik van te maken. Het kind is verantwoordelijk voor hetgeen het met zijn/haar vrijheid doet. De leerkracht heeft hierbij een begeleidende rol. De koppeling van het leren zelfstandig te werken aan het vrijheidsprincipe houdt zelfwerkzaamheid in. Dit bevordert het leren en het denken. De kinderen zoeken oplossingen voor de gestelde problemen en ontwikkelen eigen denkgewoonten bij zowel de weergave als de toepassing van het geleerde. Het beginsel van de zelfwerkzaamheid sluit aan bij het feit, dat gezonde kinderen actief en zelf ontdekkend bezig willen zijn.

Bij het leren samenwerken ligt het accent op het samenwerken in plaats van op samen werken. De leerlingen vullen elkaar aan en helpen elkaar op basis van sterke en zwakke punten in de leervorderingen. Het leren samenwerken met anderen is zowel op school als in het latere dagelijkse leven voortdurend nodig.

Bovengenoemde kenmerken moeten een waarborg zijn voor de sociale opvoeding van kinderen en een hiermee samenhangende, sterk op de persoon gerichte aanpak van het onderwijs. Helen Parkhurst omschreef bovenstaande als volgt: “Leerlingen zelfstandig laten werken aan leerstof die hen interesseert op het moment dat het hen interesseert. Dit zelfstandig werken moet gebeuren in een sfeer, die gekenmerkt wordt door respect voor andere leerlingen, verantwoordelijkheid voor eigen werk en met ruimte voor individuele ontplooiing van ieder kind.” De school ontwikkelt een doorgaande opbouwende lijn in de diverse aanbiedingsvormen van het samenwerkend leren.

Daltononderwijs heeft in zich om effectiever te werken. Door leerlingen taken te geven, waar zij verantwoordelijkheid voor dragen en die ze in vrijheid zelf plannen en uitvoeren, is het onderwijs veel effectiever is dan het stilzit- en luisteronderwijs. Kinderen zijn als het ware kleine ondernemers, die verantwoordelijkheid leren dragen voor het schoolwerk, hun eigen werk. Reflectie, het nadenken over je eigen gedrag en je eigen werk, is op daltonscholen belangrijk. Op veel daltonscholen maken leerlingen vooraf een inschatting van de moeilijkheidsgraad en de tijd van de opdrachten. Achteraf wordt hierover ook een feitelijke beoordeling gegeven en worden in gesprekjes regelmatig de inschattingen vooraf en de feitelijke beoordelingen achteraf met elkaar vergeleken. In zulke gesprekken kan er dan bijvoorbeeld aandacht geschonken worden aan het feit waarom een kind steeds de rekenopgaven in de weektaak vooraf moeilijker inschat dan ze (achteraf) blijken te zijn. Op andere aspecten van het werken in de klas wordt op een soortgelijke wijze gereflecteerd. Zo wordt geleidelijk de vaardigheid in het zelfstandig werken en het samenwerken opgebouwd. Het kritisch benaderen van onderwijskundige ontwikkelingen en inzichten is op een daltonschool vanzelfsprekend. Iedere docent die werkt op een daltonschool reflecteert op zijn/haar onderwijspraktijk en professioneel handelen. Ook op schoolniveau vindt reflectie over de kwaliteit van het daltononderwijs voortdurend plaats.

Het werken met taken

De Daltongedachte staat centraal in de dagelijkse werkwijze op De Klinker. De drie uitgangspunten worden o.a. verwezenlijkt in het takensysteem. Kinderen krijgen leer- en doetaken, die binnen een bepaalde tijd, een dag tot een week, moeten worden afgerond. De omvang van de taak is afhankelijk van de leeftijd en de hoeveelheid stof die een kind kan overzien. Het takensysteem bevordert zelfwerkzaamheid. De kinderen werken aan taken, die uitdagen tot het dragen van eigen verantwoordelijkheid.

Samenwerking komt bij de taken vaak aan de orde. Onderlinge hulp of elkaar overhoren is mogelijk bij het gezamenlijk uitvoeren van opdrachten. Op De Klinker werken kinderen van jongs af aan met taken. In de groepen 1 en 2 en de eerste helft van groep 3 worden de taken door middel van een takenbord aangegeven. Op dat bord is direct duidelijk te zien welke kinderen met welke taken bezig zijn en welke taken al zijn volbracht. Vanaf de 2e helft van groep 3 t/m groep 7 werken de kinderen met een taakformulier, waarop hun taken staan vermeld. De leerlingen van de groepen 8 schrijven/plannen de taken in hun agenda. Vanaf groep 1/2 leren we de leerlingen om de taken juist te plannen. Als de kinderen een bepaald onderdeel af hebben, tekenen zij dat af. Zo is in één oogopslag te zien welke onderdelen al zijn gemaakt en welke onderdelen nog gedaan moeten worden. Op elk gewenst moment kan hierover contact zijn tussen leerling en leerkracht. Op de taak wordt ook zelfreflectie van de leerling gevraagd.

Het takenpakket wordt zo samengesteld, dat het elk kind een uitdaging biedt op zijn/haar niveau van ontwikkeling. Voor snelle werkers en meer begaafde leerlingen is er altijd de mogelijkheid van extra werk aansluitend op de behoefte van het kind.Onderdeel van de reguliere taak is keuzewerk. Elk kind maakt een keuze uit het aanbod aan keuzewerk dat leerstof op een “andere” manier wil aanbieden. Voorbeelden zijn werken met de computer, schaken, dammen, creatieve onderdelen, reken- en taalspelletjes, het maken van werkstukken, techniek.