📢 Juf Nathalie zegt: "amai, de eerste olijf hangt aan onze boom". Met olijf bedoelde ze eigenlijk een vijg.
📢 Aan het einde van het zwembadbezoek vroeg de juf aan de kleuters:
“Weten jullie hoe ik mij nu voel?” Joëlle riep meteen: “Honger!”
De juf moest lachen. “Ja, dat klopt, ik heb ook honger,” zei ze, “maar ik voel me vooral ontzettend blij! Jullie waren zo flink in het zwembad en hebben jullie nadien zo goed aangekleed.”
📢 Een eend plonst in het water. Julo reageert: "de eend doet een bommetje."
📢 Léonore: ik ga weeral op vakantie. De juf vraagt: "naar waar ga je op vakantie?" Léonore antwoordt: "met het vliegtuig naar Bellewaerde."
📢 Arthur: bij Julo was er ook iets gebeurd. Er was iets in zijn nek gesprongen (geschoten).
📢 Madjouline roept: “Kijk, juf, we zijn werkmannen!”
De juf zegt: “Nee hoor, jullie zijn geen werkmannen maar…” Ze wil eigenlijk zeggen werkvrouwen, maar nog voor ze dat kan doen, roept Joëlle enthousiast: “Prinsessen!”
📢 Celle: een choconoot (hazelnoot).
📢 Finn: Amerikanise vlag us.