Wil je foto's bekijken van onze gezamenlijke schoolactiviteiten?
Klik dan hier!
In maart staat ‘de doorzetkracht’ centraal in de klas. Dit is doelgericht doorzettingsvermogen..
Doorzetkracht helpt je een doel te kiezen en dat te bereiken zonder dat je het opgeeft als het niet meteen lukt, als het tegenzit of als er leuke dingen voorbijkomen.
Deze kracht gebruik je bijvoorbeeld:
als een opdracht lastig is, je gaat dan toch door.
als je fouten maakt, je gaat dan gewoon door.
na een onderbreking, je werkt dan weer verder.
als je bij een moeilijke taak ‘het gaat me lukken’ tegen jezelf zegt (positieve taal).
als je een doel stelt en jezelf kunt motiveren om dit te halen.
als je niet gemotiveerd bent om een taak af te werken en het toch doet.
als je je angst onder ogen durft zien en toch doorzet.
Doe-tips:
Doorzetkracht heb je nodig bij dingen die je eigenlijk niet durft of waar je bang voor bent. Ontdek waarom je kind angstig is. Ga samen op avontuur, stimuleer je kind om door te zetten en de angst onder ogen te zien.
Wees als ouder niet te voorzichtig. Zeg niet bij alles ‘pas op’ en ‘doe voorzichtig’. Straal vertrouwen uit.
Laat als ouder zien dat je ook doorzet. Na een drukke dag toch een lekkere maaltijd op tafel toveren ook al ben je moe.
Extra tips:
Spelletjes die bruikbaar zijn: smartgames, Mastermind, Speed Cups, Solitaire, Halli Galli, … .
In februari staat ‘de gevoelskracht’ centraal in de klas. Dit is emotieregulator.
Gevoelskracht helpt je bij het omgaan met gevoelens. Als je je gevoelens kunt beheersen, kun je je gedrag beter sturen. Dan wordt het makkelijker om je doelen te halen.
Deze kracht gebruik je bijvoorbeeld:
om jezelf op te vrolijken als je je niet goed voelt.
als je je teleurgesteld voelt, kan je hiervan in korte tijd herstellen.
als je tegen een probleem aanloopt en je wilt niet overdreven reageren.
als je emoties van anderen kunt aanvoelen.
als je je eigen gevoelens wilt reguleren.
Doe-tips:
Veel spelletjes doen een beroep op
gevoelskracht omdat je meestal te
maken krijgt met gevoelens na winst
of verlies.
Er zijn ook spellen waarbij je praat over
emoties; vb.: praatprikkels en openhartig kids.
Soms is het lastig om je emoties in bedwang te houden. Ademhalingsoefeningen zijn een heel goede manier om emoties te leren reguleren en weer snel tot jezelf te komen.
In januari staat ‘de tijdkracht’ centraal in de klas. Dit is timemanagement.
Tijdkracht helpt om in te schatten hoeveel tijd je hebt, om je tijd goed in te delen en om te zorgen dat je taken op tijd af zijn.
Deze kracht gebruik je bijvoorbeeld:
om je huiswerk op tijd af te krijgen.
als je moet inschatten hoelang iets duurt en of je genoeg tijd hebt voor wat je wilt doen.
bij het aankleden, ontbijten en (op tijd) naar school vertrekken.
als je met iets bezig bent en je moet de tijd in de gaten houden.
als je je bewust bent van de tijd.
Doe-tips:
Maak een spelletje van tijd. Wie kan bijvoorbeeld het snelst douchen of het langzaamst voorlezen. Maak er een spel van om binnen 30 seconden of duur van een liedje, alle dingen die nodig zijn voor school in een tas te doen, sportgerief te pakken,... .
Geef je kind een opdracht op tijd of zet een kookwekkertje (of timer op gsm) als er iets moet af zijn binnen een bepaalde tijd.
Bereid je kind voor op hoeveel tijd hij/zij heeft om een bepaalde taak uit te voeren. Maak dit bij jonge kinderen visueel met een timer.
Extra tip:
Speel spelletjes zoals: Time’s up, 5 seconden, PimPamPet, … .
In december staat ‘de spiegelkracht’ centraal in de klas. Dit is de metacognitie.
Spiegelkracht helpt je om naar je eigen gedrag te kijken. Je ziet wat er goed gaat en wat je nog kunt leren.
Deze kracht gebruik je bijvoorbeeld:
als je iets wilt zeggen over hoe je gewerkt hebt.
bij het nakijken van je werk voordat je het inlevert.
om na te gaan hoe je jezelf voelt.
als je bij problemen naar je eigen aandeel kunt kijken.
als je nadenkt over de reacties van anderen over jouw gedrag.
Doe-tips:
Laat je kind klusjes doen. Denk bijvoorbeeld aan de auto wassen, helpen in de tuin, de tafel dekken, … .
Laat je kind vooraf bedenken wanneer de opdracht volgens hem/haar goed is uitgevoerd.
Vervolgens laat je je kind het klusje doen.
Daarna stel je de vraag: ‘heb je het gedaan zoals je van tevoren had bedacht dat het goed was?’.
Spiegelkrachtvragen die je aan jouw kind kan stellen zijn bijvoorbeeld:
Waar ben je tevreden over?
Wat ging er anders dan je had gedacht?
Wat doe je de volgende keer anders?
Hoe los je een ruzie op een goede manier op?
Hoe voorkom je dat je gaat schreeuwen als iets niet lukt?
In november staat ‘de aandachtkracht’ centraal in de klas. Dit is de volgehouden aandacht.
Aandachtkracht helpt je om je aandacht bij een taak te houden en de aandacht vast te houden. Ook als je moe bent, als je je verveelt of als er andere dingen om je heen gebeuren.
Deze kracht gebruik je bijvoorbeeld:
als je een opdracht moet doen die je saai vindt;
als je moet doorwerken terwijl het druk is om je heen;
als er iets leukers voorbij komt en jij je aandacht bij je opdracht wilt houden;
om je focus te houden en je taak af te maken.
Doe-tips:
Ik zie, ik zie wat jij niet ziet is een spel dat nooit verveelt. Je kind moet met aandacht de hele omgeving afspeuren.
Laat je kind voldoende water drinken, dit is breinkracht stimulerend. Als je te weinig water drinkt, word je suf en verslapt.
Let erop dat er geen afleiders (bv. schermen, rommelige tafel, speelgoed…) in de buurt zijn wanneer je kind ergens mee bezig is of een taak moet maken.
Extra tip:
Iets zoeken is een leuke manier om de focus weer te krijgen bij je kind bv? met zoekboeken zoals Waar is Wally?
In oktober staat ‘de stopkracht’ centraal in de klas. Dit is impulscontrole.
Stopkracht helpt je om even te stoppen met wat je doet of wat je denkt, om even te wachten en je impulsen te onderdrukken. Daardoor kun je eerst nadenken voordat je iets doet.
Deze kracht gebruik je bijvoorbeeld:
als je niet voor je beurt wilt praten;
als je een lastige vraag beantwoordt. Je denkt eerst goed na voordat je iets zegt;
als je rustig moet blijven in een spannende situatie;
als je moet wachten tot iemand is uitgesproken voordat je in actie komt;
om je niet te laten afleiden door speelgoed of andere dingen bij het uitvoeren van een opdracht;
om te stoppen met je activiteiten als er iets anders van je verwacht wordt.
Doe-tips:
Praat je kind vaak door je gesprekken heen? Hanteer dan het principe ‘Stel nu je vraag, dan krijg je het antwoord als we uitgepraat zijn.’ Even uitstellen van de directe behoeftebevrediging is een haalbare tussenstap.
Je mag je kind gerust wijzen op zijn stopkracht, zo maak je het belang van deze kracht duidelijk.
Speel spelletjes als: 1, 2, 3, piano,Tikker standbeeld, stopdans (sta stil als een standbeeld als de muziek stopt), Jantje zegt, … .
Extra tip:
Speel spelletjes als: Halli Galli, Vlotte Geesten, Rush Hour, … . Spelletjes waarbij je verliest als je te snel of ondoordacht handelt.
In september staat ‘de startkracht’ centraal in de klas. Dit is taakinitiatie.
Startkracht helpt je zonder treuzelen en op tijd aan een taak te beginnen op het moment dat jij gepland hebt.
Deze kracht gebruik je bijvoorbeeld:
als je meteen zelf aan de slag gaat;
als je jezelf op het afgesproken moment aan het werk kunt zetten;
als je in een groep het initiatief neemt in plaats van te wachten op een ander;
als je aan een volgende taak begint zodra de vorige af is;
als je zonder hulp van buitenaf begint met een bekende routine.
Doe-tips:
Bespreek met jouw kind wanneer starten moeilijk is en wanneer het juist gemakkelijk gaat. Bedenk samen een aanpak als het starten moeilijk gaat.
Doe of zeg eens niets als je kind na school thuiskomt, begint je kind spontaan aan de gekende routine?
Extra tip:
Speel spelletjes waarbij iedereen samen start en tegelijk speelt. Bijvoorbeeld: Jungle Speed, Hallo Galli, Dobble/Match it, … .