Deelnemers: Roel Van de Vaerd, Joke Van Gastel, Caroline Tack, Naomi Geens, Pieter Van Bulck, Véronique Van Damme, Pieter-Jan Kröhle, Stefanie Plancke, Eline Van Coillie, Ilse De Bolster, Chris Cobbaut, Johan Vanpée.
Op 3 juli was het eindelijk zover, hier hadden we uren, dagen, weken en maanden naar uitgekeken. Bijna werd ons vertrek in Parijs nog verhinderd toen bleek dat we 140kg overgewicht hadden. Maar na veel onderhandelen en een heleboel zielige blikken richting het grondpersoneel van Air France, moesten we enkel 2 dozen spanvijzen achterlaten. Dit materiaal was bedoeld voor de opbouw van de beroepsschool waarvoor DBZ heel wat geld verzameld heeft de voorbije jaren. Bij onze aankomst werden we overdonderd door de drukkende warmte en we hadden toch wel 2 dagen nodig om op onze positieven te komen. Maar daarna konden we met opgeladen batterijen beginnen, vol ongeduld en supergemotiveerd.
Missie: speelpleinwerking geven te Bangui in de Centraal Afrikaanse Republiek.
Elke ochtend om 8.30, à l’heure belge, (als het aan hen lag was het een half uurtje later, of gewoon wanneer het hen best paste…) werd er in Galabadja een cursus aan een 45-tal monitoren in spé gegeven. De eerste dagen verliepen nogal chaotisch, maar noch wij noch zij bleven bij de pakken zitten! Met als resultaat dat het elke dag vlotter ging (evenals ons Frans). Voor de sessies zelf splitsten we ons op in 3 groepen. Zo konden we beter de spelletjes overbrengen en uitproberen.
We wisselden spelletjes, liedjes en dansjes aan elkaar uit. ‘Teleromeo’ van K3 werd een echte hit: de kinderen, moni’s en wijzelf gingen er echt helemaal van uit de bol. De plaatselijke radiozender liet het zelfs draaien de laatste namiddag van ons verblijf. Wanneer we met de pick-up door de straten reden, kwamen er altijd van achter struiken en muren kinderen gesprongen. De eerste dagen riepen ze ‘mundju suvuko balamo’ (blanke, de zwarte groet u), een week later waren het onze namen, en de laatste week zongen ze allen K3!
In de voormiddag was er de sessie en in de namiddag, na de deugddoende siësta, was het tijd om de voormiddag in praktijk om te zetten. De monitoren moesten zich verdelen over twee speelpleinen en daar met de kinderen spelen als een soort stage. Zelf speelden we dan ook zoveel mogelijk mee, ookal was de voertaal in de namiddag het Sango. Achteraf waren we meestal afgepeigerd, want de kinderen vonden niets leuker dan het tegen ons opnemen met als resultaat dat bij zakdoekje leggen we ongeveer de helft van de tijd moesten lopen.
De laatste dag kregen de monitoren dan ook bijna allemaal een diploma animateur. Als afsluiter voor de kinderen was er de laatste 2 dagen was een grand finale, een groot spel. We staken een toneeltje in elkaar en de kinderen waren razendenthousiast (dit mag je letterlijk nemen: ze achtervolgden ons en we moesten echt weglopen). Er werden groepen gevormd en iedere groep kreeg als herkenningsteken een veeg schmink. Het spel was gebaseerd op 1 tegen allen en na afloop had ik echt het gevoel dat we gedurende onze 3 weken iets bereikt hadden, dat we ons nuttig gemaakt hadden. Wat een zalig gevoel!
En wat deden we dan behalve het werken op het speelplein? ’s Avonds bereidden we voor wat we de volgende dag gingen doen en gingen dan nog wat volleyballen met de animatoren of deden we gezellig iets samen. We leerden elkaar iedere dag wat beter kennen, en indrukken werden uitgewisseld. En iedere dag werden we weer wat wijzer, en bouwden we een sterkere band op met de kinderen, de animatoren en elkaar tot we echt aan elkaar gehecht raakten. De Centraal Afrikaanse Republiek ( CAR ) is niet echt een toeristisch plekje werd ons verteld, en gelijk hadden ze. De enige 2 uitstappen waren 1 naar de watervallen in Boali, wat redelijk toeristisch was, al waren wij de enige toeristen aanwezig, en waarschijnlijk de eerste toeristen die er in 7 jaar waren geweest. De 2e uitstap was er 1 naar de pygmeeën, wat niet echt toeristisch was. Deze mensen waren niet zo erg gesteld op wezens van groter dan 1m50 en al zeker geen blanke. Toch, dankzij enkele missiezusters die daar leefden en die Don Bosco wel in het hart droegen, kregen we toegang tot een gezinnetje van de stam. Zo waren ook onze 2 zaterdagen gevuld.
Zondag werd kerkdag en rustdag. De eerste zondag maakten we een mis mee in het Frans in een kleinere parochie, waar Johan samen met Bert voorging. De 2e zondag droeg Bert een vroegmis op in de grote kerk te Galabadja in het Sango. Een gezellige bedoening, die missen daar. De muzikale middelen zijn eerder primitief, maar ze worden optimaal gebruikt. Ook waren er steeds enkele danseressen aanwezig om het geheel op te fleuren. En zo werd ook de laatste dag van de week gevuld. Tot we met pijn in het hart, en met het vloeien van veel tranen terug naar de luchthaven stapten. Daar had een deel van de monitoren zich nog verzameld voor een laatste afscheid. De tegenstrijdige gevoelens waren bij iedereen aanwezig. Blij omdat we zoiets prachtigs hadden mogen meemaken, en veilig op het vliegtuig waren geraakt. Maar verdrietig dat we alles en iedereen daar moesten achterlaten. En ons moesten terugschakelen op herinneringen, foto’s, video en communicatie via brieven.
Het blije gevoel om terug veilig aan het vliegtuig te zijn was niet geheel onterecht kan ik wel zeggen. Zo was iemand er in geslaagd om over de 3,5 meter hoge muur te klimmen waarin bovenaan kapotgeslagen flessen waren verwerkt, om voorbij de nachtwaker met geweer te sluipen, over een 2e dergelijke muur te klimmen naar de binnenkoer van het complex waar wij zaten voor te bereiden, om daar welgeteld 7 sandalen te stelen (hij/zij vergat er 1) en terug ongezien te vertrekken. Ik heb het Don Bosco-terrein op geen enkel ogenblik in mijn eentje verlaten zonder minstens een Belg en een min of meer te vertrouwen Afrikaan mee te hebben. Rustig en ongestoord rondwandelen als vreemdeling in dit land is uitgesloten. Je moet continu op je hoede en een beetje wantrouwig zijn en ik heb de hele vakantie met een soort van schrik rondgelopen.
Ik ben heel dankbaar dat ik de vakantie van mijn leven zonder kleerscheuren heb mogen meemaken, en dat is ook grotendeels te danken aan de prachtige begeleiding die we mee hadden en die constant over ons waakten: Johan, Ilse en Chris. En niet te vergeten, Bert Van Buel. De bij mijn weten sterkste persoonlijkheid die ik ooit gekend heb. Mijn hart ligt nog steeds in Bangui. Nzapa abata mo mingi mingi mingi.
Véronique en Roel