a. De eerst geschreven vorm: Beeldschrift
15 000 jaar geleden konden de oermensen nog niet lezen of schrijven. Ze tekenden toen een boom voor het woord 'boom'. Ook voor werkwoorden werden tekeningen gemaakt. Een oog betekende 'zien'.
Ze maakten veel grotschilderingen over de jacht. Ze dachten dat de goden dan zouden zorgen voor een betere vangst.
Een van de bekendste voorbeelden van het beeldschrift (zo wordt dat geschrift genoemd) zijn grottekeningen uit Lascaux in Frankrijk.
b. Het spijkerschrift van de Sumeriërs
De Sumeriërs hadden dan weer een ander soort geschrift. Ze drukten met een rieten griffel woordtekens in een kleitablet. Dit wordt spijkerschrift genoemd omdat deze tekens de vorm hadden van spijkertjes. Ze schreven onder andere op hoe graan, wol en andere opbrengsten verdeeld werden onder de mensen. Zo ontstond een primitieve boekhouding.
c. Het Egyptisch schrift: Hiërogliefen
In het oude Egypte werden hiërogliefen getekend. Deze tekens werden op muren en beelden geschilderd, maar ook op papyrus. Het schrijven ervan ging traag en schrijvers moesten duizenden tekens kennen.
De meeste hiërogliefen zijn bekend uit de dodengraven en papyrusrollen over het leven na de dood. Deze laatste worden Egyptische dodenboeken genoemd.
Belangrijke doden werden begraven in pyramides. De bekendste is de pyramide van Cheops.
d. Het klankschrift of letterschrift
De Feniciërs, een volk van zeevaarders en handelaars, ontwierpen een klank~ of letterschrift dat veel eenvoudiger was dan spijkerschrift of hiërogliefen. Verschillende klanken werden nu voorgesteld door een aantal tekens. Zij vonden het eerste alfabet uit.
De eerste letter is de 'alef', de tweede letter de 'beth'. Met een beetje inbeelding herken je een os in de aleph en een huis in beth. Het woord alfabet is hiervan afgeleid.
e. Middeleeuwse handschriften
In de middeleeuwen konden enkel monniken of geleerden lezen en schrijven. Monniken schreven boeken met de hand over (maar dat wist je al uit het thema 'de school').
Bij het overschrijven van boeken spendeerden de monniken extra veel aandacht aan de eerste letter. Ze schreven met zeer mooie verzorgde letters en de bladzijden werden opgefleurd met kleurrijke letterversieringen, tekeningen en schilderijtjes: dit noemen we miniaturen. Daardoor waren boeken zéér duur.
f. De boekdrukkunst
Johan Gutenberg bouwde een houten pers met een schroefmechanisme om tot een machine waarmee papieren konden bedrukt worden. Die losse bladen
werden nadien gebonden tot een boek. Men sprak over een heuse boekdrukkunst.
Door deze uitvinding konden boeken snel op honderden exemplaren gedrukt worden. Men gebruikte nu ook geen perkament meer, maar papier. Boeken werden hierdoor veel goedkoper.