Onder vellen wordt mede verstaan rooien, met inbegrip van verplanten, kandelaberen en knotten, tenzij dit als regulier onderhoud geschiedt, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
De Wet Natuurbescherming specificeert onder andere hoe houtopstanden mogen worden onderhouden, echter stelt dat deze regelgeving niet van toepassing is op houtopstanden in tuinen en erven. Dit impliceert dat alle percelen met bestemming "woondoeleinden" al onder de Gemeentelijke regelgeving vallen. Echter voor de eigenaren van een perceel met bestemming "bosgebied", groter dan 10 are, geldt deze wet wel (bijvoorbeeld het gebied tussen de woonpercelen aan de Zomeroord en de Loenenseweg).
Vellen van bomen valt normaal onder uitdunning (geen melding aan provincie nodig). Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, .., of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand (Art 4.3). In dit laatste geval is vooraf een melding aan Provincie verplicht.
De APV is dus op alle woonpercelen van toepassing. Echter de toepassing van de APV binnen onze buurt is moeilijk, want het essentiële punt is of we een perceel hebben met alleen solitaire bomen of dat er sprake is van een houtopslag, waarin uitdunnen zinvol is (de APV definieert dunning als: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ten gunste van de groei van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd).
Voor het vellen van solitaire bomen is geen vergunning nodig, indien:
een alleenstaande boom, waarvan de stam op een hoogte van 1.30 meter boven het maaiveld een omtrek heeft van 65 centimeter of minder, tenzij zodanige boom is geplant ingevolge een herplantplicht als bedoeld in artikel 4:11A, tweede lid, of artikel 4:11D;
een alleenstaande wilg, - populier, - ceder, - douglas, - berk en - fijnspar, waarvan de stam op een hoogte van 1.30 meter boven het maaiveld een omtrek heeft van 95 centimeter of minder, tenzij zodanige boom is geplant ingevolge een herplantplicht als bedoeld in artikel 4:11A, tweede lid, of artikel 4:11D van deze verordening;
Echter onze buurt was een 60 jaar geleden geen bosgebied en er kan niet verwacht worden dat op een woonperceel de bomen blijven groeien. Echter de Gemeente wil kaalslag voorkomen. In de bebouwde kom heeft de Gemeente bij de introductie van de Groenstructuurkaart een kwaliteitstoets ingesteld, waarbij wordt bepaald, hoeveel ruimte een boom nodig heeft om mooi te kunnen groeien. Voor het dunnen, ter wille van kwaliteitsverbetering, heb ik de Gemeente voorgesteld de definitie aan te passen, zeker omdat kwaliteit niet is beperkt tot de percelen, maar ook met de omliggende bomen van buren en Gemeente. Er is toegezegd hier in de toekomst naar te kijken. Tot die tijd is mijn persoonlijke advies, dat indien bomen dicht bij elkaar staan, het vellen van een boom tussen twee andere bomen valt onder dunnen en derhalve geen vergunning nodig is.