Toekomstkunde

Toekomstkunde

Toekomstkunde voor nu en later.

Ben je op zoek naar een lesvorm waarmee jouw leerlingen nadenken over onze toekomst? Neem dan eens een kijkje bij het lesmateriaal ‘Toekomstkunde’ van het Wereld Natuurfonds. Met dit lesprogramma ontdekken kinderen uit groep 3 tot en met 8 wat zij zélf kunnen doen voor een betere toekomst.

Wat is Toekomstkunde?

Toekomstkunde is een lesprogramma van het WNF. Het programma is gericht op de bijdrage die kinderen kunnen leveren aan een betere toekomst. Ook is er een sterke koppeling met de actualiteit. De plasticsoep, (duurzame) kledingproductie, het uitsterven van de bij en de stroperij van neushoorns, het komt allemaal aan bod.

Toekomstkunde is een aanvulling op bestaande vakgebieden zoals natuur en techniek, aardrijkskunde of wereldoriëntatie. Met het gratis lesmateriaal kun je de actualiteit over belangrijke thema’s een plek geven in jouw lesprogramma. Gemiddeld duurt een les dertig minuten.

Welke vaardigheden leren je leerlingen?

Met Toekomstkunde komen vaardigheden zoals samenwerken, meningsvorming, creatief denken, kritisch denken en filosoferen aan bod.

In mei 2021kreeg een email van ‘Onderwijs van Morgen’, over een onderwijsprogramma ‘Toekomstkunde’, zie www.onderwijsvanmorgen.nl.

Dat bracht mij weer tot mijn denkbeelden van een aantal jaren geleden en ben ik maar weer eens in de pen geklommen. Er is nog niets veranderd! Wij zullen wel bepalen wat we leerlingen en studenten in de trechter gooien.


De vraag of dat aansluit bij verlangens en eigenschappen van leerlingen en studenten komt niet bij de makers op. Al helemaal niet de zoektocht die jonge mensen maken naar verlangens en eigenschappen van hen als mens. Die zoektocht, dat onderzoek in jezelf, zou de aandacht moeten krijgen.

Als verlangens en eigenschappen bij jezelf duidelijker worden kun je op zoek gaan naar onderwerpen waarin je je wilt gaan verdiepen en bekwamen. Die zoektocht levert motivatie tot… Zonder motivatie kun je geen kennis opdoen en je bekwamen. Ga samen met de leerlingen en studenten op weg naar wat ze bezighoudt en zou kunnen boeien of boeit.


‘Wat voor werk ik ga doen maakt niet uit, als het maar leuk, uitdagend en spannend is!’, las ik in een maanblad waarvan ik de naam voor mezelf houd. Dat je je bron nooit bekend moet maken wordt onderstreept in een film uit 1988: ‘Working Girl’ met Melanie Griffith en Harrison Ford.

In een flits schoot door mij heen: ‘Zo moeten wij onderwijs maken!’

Maar hoe doe je dat? Hoe maak je onderwijs dat aansluit aan verlangens en eigenschappen van leerlingen en studenten? Hoe kom je achter verlangens en eigenschappen van leerlingen en studenten? Verlangens en eigenschappen zijn individueel, persoonsafhankelijk.

Onderwijs stel die vraag eens!