Over dansjes in de keuken, héél veel keukenkruiden en Chambres d’Amis.
Je had misschien de gele gevel ernaast verwacht, maar nee, het is die met de rode baksteen en gele details.
Nummer 28.
Een verfijnd gevelmetselwerk, een dubbele deur met bovenlicht en een gecentreerde erker aan de eerste verdieping.
Zo’n huis dat op je netvlies verschijnt wanneer je aan ‘herenhuis’ denkt.
Statig!
En zo ook de inkom.
“Mijn huis is jouw huis” kleeft in 4 talen op de trap. Alsof het huis voorbestemd was om een deelwoning te worden.
“Jouw huis is mijn huis - Als je op de vloer kakt kan je erin trappen” schreef Lawrence Weinier verder.
Een onopvallend en tegelijk opmerkelijk souveniertje van Jan Hoets Chamres d’Amis in ’86.
Ze hadden eens moeten weten.
Samen met die sticker kreeg het huis een label. Van ‘baanbrekend’ en ‘gastvrij’. En dat hangt er vandaag nog steeds, letterlijk en figuurlijk.
“
Je komt hier niet alleen thuis.
”
“
Ik zag de vloer in de
hal en de boom in de tuin en ik wist dat ik hier wou wonen.
”
Heleen hinkt met ons mee naar de leefruimte.
Nog steeds aan het revalideren van dat fietsongeval drie maanden geleden.
“Een geluk dat ik huisgenoten heb waarop ik kan rekenen. Ik kan af en toe mee-eten met de anderen en ze helpen me met mijn boodschappen. Zonder hen was dat een pak moeilijker geweest om te regelen.”
Die huisgenoten zijn Anna, Robin, Ruben, Patrick, Jasper, Sofia, en Mobi.
Allen tussen de 33 en de 55 jaar , met uitzondering van Robin, 8 jaar, en Mobi de huiskat, 3 jaar.
“Ze is er omdat we muizen hadden toen we hier pas woonden, niet omdat we haar leuk vinden.”
Naast de kat, de inkom, de gelabelde trap, lief, leed, een occasionele maaltijd en hulp waar nodig deelt men hier de keuken - inclusief olijfolie en héél veel keukenkruiden -, de leefruimte, twee badkamers, de tuin, de kelder en de bergruimte.
Dat kan tellen.
En klikt dat dan allemaal wel goed? En leidt dat af en toe nit tot discussies?
“Uiteraard zijn er soms discussies of irritaties, daarom hebben we een maandelijkse huisraad waarin we alles bespreken.”
In de leefruimte treffen we Patrick, Sofia, een paar harige passages van Mobi, enkele voorzichtige zonnestralen en de geur van vers geroosterde noten.
Centraal de eethoek, met daarrond een allegaartje van stoelen en spullen. En dààrrond de keuken, de zithoek en speelzone gestapeld in een splitlevel, een aantal bochten, en hier en daar, ééns een letterlijk, dan een figuurlijk hoekje af.
“
Het huis heeft heel veel gekke vormen en hoekjes, dat maakt het zo’n leuk huis.
”
De halve maan’, ‘de banaan’ of ‘het kwartje’ zoals je de keuken zou kunnen noemen, maakt het anders ook apart.
Klein maar fijn, licht én een zicht.
“Koken doen we afzonderlijk, maar wel vaak op het zelfde moment. We moeten wel een soort dansje doen als we hier tegelijkertijd willen koken. Jammer dat nu bijna niemand thuis is, normaal is het veel gezelliger.”
We hadden onze dansbenen nochtans graag los gegooid.
“
Kijk eens hoeveel keukenkruiden wij hebben: echt héél veel.
”
En de fijnste plek?
Daarvoor knikt en tikt Heleen zonder twijfel op tafel.
Terwijl Heleen al heel wat samenhuis-ervaring heeft, deelt Patrick hier voor het eerst een woning.
“Ik heb lang alleen gewoond, en nu ik hier woon heb ik spijt dat ik het niet eerder heb gedaan. Voor mij is dit echt een thuis.”
Ook voor Heleen werd het er alleen maar beter op.
“Nadat ik op kot zat, heb ik altijd samen gehuisd. Maar dit is leuker dan op kot zitten, en properder.
Voor Anna, de mama van Robin was samenhuizen ook een bewuste keuze. “Een kind voedt je niet alleen op. Het is een verarming voor het kind als enkel de ouders het kind opvoeden.”
Logische keuzes, en toch komen er wel eens minder positieve reacties. Hier en daar lijkt men nog steeds te denken dat samenhuizen betekent dat je in een commune leeft.
“Is het dan beter om allemaal afzonderlijk in een appartement te wonen?"
“Mocht ik alleen huren of kopen zou ik nooit in zo’n mooi huis kunnen wonen. Samen heb je meer hé”
En de toekomst?
“Ik droom wel nog van een eigen woning, samen met iemand. Misschien voel ik toch nog steeds de verwachting van de maatschappij om een eigen woning te bezitten."
“
Mocht ik alleen huren of kopen zou ik nooit in zo’n mooi huis kunnen wonen. Samen heb je meer hé.
”
KELDERGELUIDEN
In de kelder is het anders ook gezellig.
Regelmatig vult het huis zich van hieruit met geluiden van getimmer of gesleutel.
Soms borrelt er zelfs een een stuk ambachtelijk schrijnwerk naar boven.
De kapstok en het bankje aan de inkom zijn daar het resultaat van.
Daar zit Jasper voor iets tussen.
Naast een kleine schrijnwerkerij, richtte hij hier een fietsateliertje in.
“Als er iets aan onze fiets hapert, kunnen we dat daar herstellen, of helpt hij ons. Het is zalig om te horen hoe hij daar zit te sleutelen.”
“
Iedereen heeft zijn lievelingskopje in huis.
”
DE GROENE GELE KORNOELJE
En wié is nu die gele kornoelje?
Daarvoor moeten we naar de tuin.
We zien hem al staan. Centraal, pronkstuk, niet al te groot, mooi recht en op dit moment nog groener dan verwacht.
Zijn armen weid gespreid, zo van het beschuttende type.
Soms staat of valt de keuze van een woning bij een boom. En hier staat hij.
40 jaar na Chambres d’Amis is het hier niet op achteruit gegaan.
Wanneer je in 86 de trap naar de zolder volgde, kwam je op zolder een werk van Martin Walde tegen.
Vandaag exposeert men in dit huis vooral hoe het anders kan.
Je wordt er warm van.
Van de aanwezigheid wanneer je thuiskomt.
Van de geur van vers geroosterde hazelnoten.
Van een spontaan babbeltje tussen komen en gaan.
Van dat plekje aan de eettafel in de eerste lentestralen of onder dé gele kornoelje.
Van een onverwachtse koffie wanneer iemand teveel heeft gezet.
Van het allegaartje aan stoelen en spullen.
Van de sporen van gezelligheid en het zorgen voor elkaar.
Mi case es su casa.
Su casa es mi casa.