Op 1 januari 2018 werd Wim in de kapel van de zusters Karmelieten tot broeder benoemd en legde hij de gelofte af van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid.
In Sweikese geboren
Als zoon van Maria en Misch
De elfde van dertien
Mijn jeugd een gouden tisch
De lagere school een feest
Haantje de voorste, fanatiek,
Misdienaar en vechtersbaas
En ook een beetje katholiek.
Klein seminarie, gymnasium,
Liever sporten dan studeren
Noviciaat en theologie
Tot 22 jaar, krijgt maar de kleren!
Medicijnen bleek te moeilijk,
Maar wel in de roeiboot, potverdorie.
Dan maar fysio, zowaar, dat lukte
Meteen getrouwd met Heugems glorie.
Een eigen praktijk, een eigen huis, drie kinderen,
Tjonge, wat waren wij toen rijk.
We werden beiden ziek …
Dus uit elkaar, en aan de dijk.
Manisch depressief,
Ziek, maar toch verantwoordelijk,
Dat zag ik toen nog niet.
Het spijt me, zeg ik woordelijk.
Toen begon mijn lange zwerftocht,
Soms was ik God vergeten.
Tenslotte dakloos op straat.
Hij vergat me echter niet.
Maar vechtend kwam ik er door.
Nu sta ik voor zijn zaak
Op karakter, tot op de graat.
Ik sta op wacht, en tel tot drie!!!
De tuinman of de boer poot een zaadje
In een kuiltje in de grond.
Hij hoopt, dat het zal ontkiemen
In de schoot van de moeder aard.
De dakloze tuinman, dichter
Mocht in de schoot van Adonai
Tussen een massa boeken over God
Zijn zaadje laten kiemen.
God de Vader, Adonai, en zijn vader Michel
Gaf hem dat zaad cadeau
Om het rijk te laten groeien
Door te geven en te delen.
Hij hoopt, dat dit zaad valt
Op de vruchtbare grond van goede mensen,
Zodat een honderdvoudige oogst
Gemaaid kan worden voor de armen.
Sint Joep 19-03-2009
De kinderjaren en de lagere school
Waren de mooiste dagen van mijn leven
Altijd haantje de voorste
Een echte belhamel, fanatiek
Spelen op de straat, wat een feest
Drijven, belletje trekken vliegeren
Lopen op stelten, vissen, heerlijk toch
En bij de buurman aan de kersen
De lagere school was nog het mooiste
Hoge punten, vechten met mijn klasgenoten
Ik mocht zowaar de bel hanteren
Tjonge, wat was ik trots
Wat een sublieme eer viel me te beurt
Toen de pastoor een jubileum vierde
En ik, met het mooiste meisje van de klas
Een versje op mocht zeggen
Ze was mijn eerste liefde
Ik zal haar nooit vergeten
Bibberend zat ik naast haar
Toen we het versje mochten oefenen
Bewegen is noodzakelijk voor de mens
Kijk maar naar de kinderen
Volwassenen doen dat minder
Door school en werk, de auto en tv
Daarom is sporten zo gezond
Ademhaling, bloedsomloop
Worden flink geactiveerd
En onze geest gaat er in mee
Als ik zelf een hemel mocht bedenken
Was er zeker ook een sportschool
Bergen om te skiën, atletiek
Maar ook een zandduin om te rusten
januari 2013
Maken, zegt de metselaar
Als de maten kloppen
Dan komt een harmonie tot stand
In rechte lijn en in balans
Maken, in de kunst
Gaat nog een stapje verder
Er wordt een vorm geboren
Die nog niet bestond
Figuratief, abstract of er tussen in
Het idee zit in de kunstenaar
Hij heeft de drang tot uiten
Op doek, papier, in woord of steen
Hij wil mededeelzaam zijn
Wat een schilder doet met zijn penseel
Een schrijver met zijn pen
Waar de fotograaf zoekt met zijn camera
Gebruikt de beeldhouwer een ijzeren beitel
In een vormeloze steen
Ziet hij in zijn fantasie een beeld
Zijn linkerhand voert dan de beitel
De rechter, die hanteert de hamer
Links het gevoel en rechts de kracht
Samenwerkend via het brein
Geven handen, hamer en de beitel
De kunst in liefde aan de ander
De vader van Ger, de vrouw van Har
Is doodgegaan, hij was op leeftijd
Ik heb hem niet gekend
Maar wel zijn dochter, wat een meid!
Het kan niet anders, een goed mens
Moet hij zijn geweest met zo een dochter
Aan de vruchten ken je de boom
Geen volle melk, maar pure room
Na zo een leven, is het goed te sterven
En naar het eeuwige geluk terug te gaan
Van liefde en genegenheid
Met dank voor een leven, zonder vergetelheid
Op een blauwe maandagmiddag zit ik
Op een zonovergoten terras
In Nijmegen, warm en winderig
Op weg naar mijn zoon en in mijn sas
Eens studeerde ik hier
Maar medicijnen bleek
Met alpha echt te moeilijk
Liet zelfs mijn gezondheid me in de steek
Gemengde gevoelens, werden zoals zo vaak
Door een pilsje positief verbogen
23 jaar toen, mijn trots gebroken
Naar een andere weg gezogen
Als therapeut kun je ook genezen
Met je handen, zonder pillen
Gebeurt dan alles zoals het is bepaald
Hebben we dan niets te willen
Soms gaan er dingen mis
Bittere smart kan op je hartje drukken
Geen bewijs van goed gedrag
Geen tandemfietsen met je Bob
Geen alternatieve agape
Geen cantor of acoliet
Als therapeut opzij gezet
Elke misser een beperking
Maar tevens een nieuwe opening
Voor een andere mogelijkheid
Die de tijd wel leren zal
Even niets omhanden lag ik op mijn rug
In het gras en wilde mediteren
Ik dacht, wie houdt mij op de grond?
De zwaartekracht, nietwaar, mijn heren
Samen met de aarde,
Ben ik verbonden met de kosmos
Die onvoorstelbaar oneindig is
Daar kom je niet van los
Maar mediteren is: niet denken
En daartoe waagde ik een poging
Voor mij zowat onmogelijk
Mijn ratio in het geding
Toen gebeurde er iets vreemds
Ik viel even weg, was ik nu dood?
Nee, ik zag me zelf, oh wat mooi
Liggen in een moeders schoot
Zoals de Pieta van Michael Angelo
Lag ik, beschermd, in moeders armen
Ik voelde me veilig en gelukkig
Kun je je nog beter warmen
Juni 2011
Mijn dochtertje, zo lief, zo mooi,
Een plaatje … blond lang haar.
Vanaf haar zevende jaar
Zorgde alleen haar moeder voor haar.
Haar vader kreeg het nazien.
Daarna twintig jaren lang, en zocht
Hij in een wereld vol met kinderen
Naar een glimp bij elke bocht
Zegt Joshua niet ergens in zijn heilig boek
Wie meer houdt van zijn kinderen dan van mij
Staat niet volledig aan mijn kant
Maar dat beleef ik als een klem
Zijn liefde voor zijn kinderen
Is minstens zo oneindig groot,
Maar is onze liefde voor onze kroost
Ook niet door hem zelf begroot!!
Gaf hij, vanaf het kruis, zijn eigen moeder geen nieuwe zoon
Stierf hij daarna voor ons allen, een hogere waarde dus
Konden wij ons daaraan spiegelen
Voor mij is toch te groot, die klus.
26-01-2009
Ik ben, die is.
Ik ben, die was.
Ik ben, die er zal zijn.
Jij bent er voor jezelf
Jij bent er voor de ander
Jij mag er zijn voor mij
Hij, jij, wij, jullie en zij
Tore, Hagar, Dagmar
Nora Luka … Fee …
Vader moeder
Kinderen …
Hou je meer van hen?
Dan hoor je niet totaal bij mij
Ik denk, dat ik ben.
Ik denk, dus ik ben.
Alles wat is heeft een oorzaak
Dan ben ik er gelukkig niet voor niets.
Is dan wat er is, ik dus ook,
Er altijd geweest?
Nee, ik ben gebonden aan de tijd.
Ik en de rest, hadden een begin.
Als het uitdijende Universum,
Gestart is met de grote Big Bang,
En daarin materie, ruimte en de tijd,
Was er daarvoor helemaal niets.
Had dat begin dan echt geen oorzaak.
Dat is duidelijk contradictoir.
Geef die dan maar een naam.
Ja, atheïst, doe dat maar.
Je krijgt ’t niet over je lippen.
Het is immers de onuitsprekelijke Jahweh.
Die gaf zichzelf geen naam, maar sprak, ik ben die is.
In alle eeuwigheid Het zij zo amen.
De vlinder, wat een aardig beestje
Soms is hij wit, soms bont van kleuren
Als een dapper vliegtuigje
Steeds op weg naar zoet en geuren
Licht fladderend vliegt hij voort
Hij zwenkt en draait en danst in de lucht
Geeft mij steeds een blij gevoel
Als mijn ogen hem volgen in de lucht
De oude Grieken, die grote denkers
Psyche noemden zij dat beestje
Maar met datzelfde woord
Bedoelden zij ook hun eigen geestje
Ideeën, vruchten van de geest
Fladderen als een vlinder door je hoofd
Soms laat je die naar buiten
En dan ben je ervan beroofd
Gedachten worden woorden
Johannes zei: In het begin was het woord
De uiting van de gedachten van de Vader
De creatie van ons aardse oord
Waarom doen we toch zo moeilijk
Een vlinder denkt helemaal niet na
Maar vertelt ook zonder woorden
Kijk naar mij, want ik besta
Ik lag al maanden in het schap
Werd wel duizend maal betast,
Maar telkens werd ik terug gelegd,
En dus nooit eens blij verrast.
Mijn batterijen bijna leeg,
Mijn energie op het laagste pitje,
Ik voelde het einde naderbij,
Was er niemand, die me kreeg?
Ten einde raad en zonder hoop,
Kwam er een jongetje, dat me pakte,
Zou het wonder toch gebeuren?
Hij legde me niet terug in mijn vakje.
Het jongetje nam me mee naar huis,
En ’s avonds in zijn bedje,
Las hij stiekem met mijn lichtje
Een heel gewoon gedichtje.
Vredig knabbelde een hertenjong
Aan de rand van het bos
Opeens een knal
een pijnscheut in haar schoft
Het hertenjong vloog door het bos
Hoorde de honden hitsig blaffen
In doodsangst bleef het vluchten
Verbeet de pijn diep in zijn lijf
Zo voelde ik mezelf, de laatste maanden
Van het afgelopen jaar
Omdat dienders van de wet
Mij zochten voor het gevang
Ik was door het rode licht gereden
Ik had mijn hand niet uitgestoken
Kon die boetes niet betalen
Daarom zaten ze me achterna
Mijn vrijheid in gevaar
Vluchtte ik zoals het hertje
Ze kregen me lekker niet te pakken
Die wetsgetrouwe jagers
Bankdirecteuren, bol van fraude
Klassenjustitie, diefstal in het elitaire kamp
Dat alles gaat in ons democratisch landje mooi vrijuit
De politie zoekt alleen maar kruimels
Onze maatschappij lijkt op een appelkist
Het overgrote deel is rot
Het gist, het stinkt, het is vies
Nog een paar die goed zijn, voor de appelmoes
Als gast bij Zefke
Inloophuis voor dak en thuislozen
Nam ik vier Roemenen, buiten slapend
Mee naar mijn bescheiden woning
Om hen zo van de straat te halen
Ik heb ze, arme jongeren, goed verwend
Vond zelfs werk voor hen.
Maar wat ik ondeskundig niet bevroedde
Er was geen werkvergunning in de pen.
Na een vijftal zware weken,
was ook mijn geld volledig op
Moest ik mijn dure jongens buiten zetten
Kon zelfs mijn huur niet meer betalen.
Werd dus zelf dakloos, met korte metten.
Twee van de Roemenen wonen nog in Sittard.
De anderen werken ja, in Engeland.
Naar hun vierduizend gulden bij mij
Vis ik toch in het niemandsland.
Zo wordt in deze zo wonen maatschappij
Je goedheid met een straf beloond
maar, zoals mijn moeder zaliger zei,
Het zal wel ergens goed voor zijn.
25-01-2009
Na een jaar zonder dak boven mijn hoofd
Daarna een jaar in een caravan
Ben ik dronken van geluk
Want ik kreeg een caravan cadeau
Het was als een paleis met gouden muren
Er kwam stromend water uit een kraan
Kan ik me douchen en slapen in een bed
Het lijkt een wonder, dank je
Ik voel me echt gezegend
Zie de leliën op het veld
De drang naar bezit heb ik opgegeven
Een overvloed stroomt naar me toe
Nu voel ik me een tevreden mens
Gezond en sterk van lijf en geest
Beleef elk moment in het hier en nu
Het leven is voortaan een feest
14-7-2010
De wei
Iedere donderdag en dinsdag
Is het Dieterendag
Opgetogen stap ik op mijn fiets
Kou of regen, het deert mij niets
Na een kopje koffie bij ons aller Wendy
Vertrek ik als een boertje naar de wei
Naar mijn appelen, peren, kersenbomen
Die oude bomen staan te dromen
Op de ladder in mijn overall
Ondergaan die oude rakkers een verjongingskuur
Zaag ik waterscheuten en de dorren takken
weg, er worden pronkstukken gebakken
Als dan nog het zonnetje wil schijnen
Voel ik me in mijn nopjes
Deze natuur nodigt tot bezinning
In de wei kan ik mijn Hooglied zingen
Op dinsdag 26 november
miste ik een tak om
me aan vast te grijpen
en stortte 4 meter naar beneden
Geen prettige ervaring
Mijn eerste vliegles
zonder vleugels en te zwaar
een harde landing op de grond
Ambulance en ziekenhuis
foto's, scan en onderzoek
vier gebroken ribben en
thoracale negen idem dito
Ik mag een tijdje in het ziekenhuis blijven
word verwend en krijg bezoek
De pijn, bestreden met morfine en nog meer
Tijdje pas op de plaats, jij roekeloze rakker
26-11-2013
Ik hou echt, als boerenzoon van dieren
Geen boerderij, dan maar dieren in mijn woning
Eerst in kooien, dacht ik op eens
laat ze maar vrij
jonge, jonge, wat waren ze toen blij
Nu genieten ze van hun ledematen
Drie gekleurde zebravinken en twee gele kanaries
Maken gevleugeld gebruik
van kamer keuken en balken
Nu weet je ook waarom
Mijn dwergkonijntje heet Sneeuwwitje
Dat is immers haar kleur
Samen met de cavia, haar maatje
Huppelen ze rond, vaak achter elkaar
En ook in een gaatje
Daarom is het fijn om thuis te komen
Als monnik heb je nu eenmaal geen vrouw
Je hoeft niet eens naar hen te luisteren,
Neen, zij luisteren naar jou!!
Even een rozenkrans halen
Maar groot feest op de wei
Het zangkoor uit Schweikese
En de fanfare uit Munstergeleen
Overvloed van vla bij die mooie Poolse
Lekkere vlaaien ten top
Dan de Puther berg op
Kersen kopen, bovenop
Een ijsje bij het krutske
Met bloemen naar het kerkhof
John van Os was al uit het ziekenhuis
Tenslotte dan voldaan naar huis
Door geldgebrek gedwongen
Moest ik naar Maureentje
Om 12.50 euro op te halen
warempel, dat lukte, maar en passant
Was ik mijn sleutels kwijt
Ze wist natuurlijk weer van niks
Dan maar aangifte bij de politie
Zonder veel succes, maakte ik het plan
De wijkagent van der Wijde in te schakelen
Ondanks Gemma, Pater Karel
Ben ik nog altijd zonder sleutels
Het zal zijn weg wel vinden
Misschien is die langs Anthonius de juiste
Met drie man sta je sterker
Als je samen met zijn allen
Aanbelt bij O. L. Heer
En er op vertrouwen, dat hij open doet
Vandaag wil ik tubbetjes verf en klei gaan kopen
Tevens latex en een roller bij de Gamma
Dan kan ik na het weekend aan de slag,
Om de muren wit te laten stralen
De zondag is bestemd
Om hem te heiligen, allereerst de eucharistie
Daarna van de welverdiende rust genieten
En te wandelen tussen de suikerbieten
19 april 2017
Weloverwogen en na rijp beraad
Heb ik drie maanden geleden
Beloofd monnik te zijn
En met God te trouwen in het klein
Na enig vallen en opstaan
Is me dat gelukt
Alle begin is moeilijk, Heer
En u vergaf me keer op keer
Wilt u me van nu af aan blijven helpen
Als mijn hormonen er toch zijn
En tevens bij het arm worden en gehoorzaam
Dan krijgen uw adviezen de ruimste baan
Wat een bedevaart.
Om nooit te vergeten
Ik ben er zeker van
Dat daar de engelen rond me zweefden
Mijn bewaarder wees me de weg
Naar zeker tien diepgelovige mensen
Die er voor zorgden dat alles
Gewoon op zijn pootjes terecht kwam
Zelfs na de zware bergetappe,
Waar ik wel tien keer tegen de rotsige grond ging
Allicht in het donker naar omlaag
Ja zowaar, een degelijk kruis
Eindelijk beneden, werd ik gered door bananen
En zoete limonade, heerlijk
Daarna die goede Monica
En al die andere hulpverleners
Er zouden zeker tien van al die pelgrims gaan vragen
Dat het oblaatschap tot een succes zou leiden
Tjonge, wat een zegeningen
Wat een wonderen, niet te filmen
Omdat ich saoves laat in slaop val
Ben ich om vief oer al klaor wakker
Dan is de daag nog lekker lank
En geit het leave zien gank
’t easchte zet ich klassieke muziek op
Zet mich dan ein lekker tas koffie
Steak mich ei sigearke aan
Gans wiet kreat de easchte haan
Dan gaon ich mich get beaje
Oet dat book, dat ich kreeg van Els
Dao in steat ei prachtig morgegebed
Dao nao leas ich mich ei stok oet de biebel
De verwerming flink omhoag
Eine werme doesch, dao knapste van op
Vandaag mot ich nao de dokter
Want mien rechter heup is wiet kapot
Dan maak ich mich ein schneej wek mit schem
Dat is net zoa lekker wie ein teartje
Zoa mos te van de daag get make
Laot ’t boete mer reagene op de dake
Misschien wordt ’t waal ein nuuj heup
Die mot waal eind december klaor zeen
Want dan is de viering bie de Gemma
En mit Keaschmis gaon ich nao Medjugorje heen
Dan is alweer ein jaor veurbie
Woa geit dea tied toch heen
’t is toch fean te maoge leave
En ein jaor of 70-80 hie te zeen
Een uur in de nacht
Vandaag per fiets naar Mamelis toe
Ik ben nog lang niet moe
Vertellen over mijn bedevaart
Het Pax kruisje als herinnering
Een lange zit van 4000 k-meter
Valt niet mee voor een spagettie-eter
Ik zal Willy maar een zak met energie meebrengen
Dan kan hij zijn gasten en Van der Laan
Wellicht een stuk beter aan
Alle zorgen van de baan
Mijn enige rugzak zijn mijn kinderen
Dat doet af en toe een beetje pijn
Toch bid ik me te pletter
Niet jouw wil maar de mijne zei de vader,
Ich weiss es better!
Jij bent monnik in het klooster
Ik ben nog een vrije vogel
Heel wat makkelijker
Voor de ouwe blijde rakker
30-06-2018
Samen met Edith, deels met de trein
Gaan we eindeljk samen
Naar mijn geboortedorpje te voet
Ik zal haar trots over
Mijn jeugdjaren gaan vertellen
Over dat dorpje, dat als een boezem
Tussen twee heuvels ligt te soezen
Het zal een vakantie dagje worden
Nippen aan het landschap,
Als aan een glaasje wijn
Uitrusten op de vele bankjes
Wat aardige mensen tegenkomen
Ten slotte wil ik graag naar het kerkhof
Daar liggen mijn vader en mijn moeder
En een drietal kinderen uit mijn familie
Die waarschijnlijk het eeuwige geluk
Al reeds te pakken hebben
Maandag in augustus de eerste dag van de werkweek
Allereerst mijn huishoudelijke taken
En wat schrijfwerk naar het tankstation voor wat roukes
Daar mag ik lector zijn,
de harten van de mensen raken ook de stouters
Na bank en Zefke, geen echte plannen
Er zal zich wel iets voordoen
Zo te zien, is de regen nu voorbij
Maar de natuur is reuzeblij
Misschien kan ik mijn licht even gaan opsteken
Bij Albert op de Steenweg
En vragen hoe het zit met Edith, een beetje raar
Ik wil de vrede goed bewaren
het gaat me immers enkel om een sleuteltje
maar ook nieuwsgierig hoe het karretje van Edith
Langs het karretje over de zandweg raast
Maandag 24 september 2018
Broeder Wim
Blijheid en een enorme dankbaarheid
Van een grote som geld afgezien,
en daardoor van een dubieus proces
En schoon en rein is nu mijn veld
Eindelijk begin ik het te begrijpen
Je zwaard terug in de schede
Geen kwaad met kwaad vergelden
Dan schep je rust en vrede in alle kelken
Langzaam op weg naar die 100%
Die Jezus ons heeft voorgedaan
Wij zullen het nooit helemaal bereiken
Maar zo kan het karretje beteugeld veilig
Langs de zandweg rijden
Gebed, armoede, gehoorzaamheid
En een celibatair overtuigd diep in je hart
Door liefde en genegenheid
Verdwijnt tenslotte alle smart