Ida Jans Suyrhof

(? - 1679)

hierboven: 't Collegie aan de Nieuwe Markt rond 1880 (dan Hotel Pays - Bas 1851 - 1888),

In 1627 werden Aperus Herweijer, koopman in zijden laken uit Amsterdam, en drie zonen burger van Kampen. Ida Jans (Itien) Suyrhof was de vrouw van zoon Cornelis Herweijer, houthandelaar. Cornelis woonde met zijn gezin aan de Burgwal, bij de Zwanenbrug. Erg best ging het niet met zijn houthandel. Toen Cornelis rond 1661 overleed liet hij zijn vrouw en kinderen alleen schulden na.

Itien Suyrhof, weduwe Herweijer

Al in 1661 is Itien werkzaam in 't Collegie, de vergader- en verblijfsruimten voor de Staten van Overijssel aan de zuidkant van de Nieuwe Markt. Toch vraagt zij pas in 1675 om een betaalde aanstelling voor haar werkzaamheden in 't Collegie. Hoe zij in de tussenliggende periode in haar onderhoud voorzag is niet duidelijk. Het stadsbestuur begunstigde haar met de aanstelling op een traktement van 130 C. gulden per jaar. Daarnaast kreeg het gezin (Itien, zoon Jan en dochters Maria en Sara) vrij wonen in 't Collegie. Itien hield haar aanstelling vol tot eind 1679.

Tot de taken van de beheerster van 't Collegie behoorde het koken van uitgebreide maaltijden tijdens de zittingen van de Staten. Ook de leden van de magistraat en de Gezworen Gemeente, die bijeen kwamen in 't Collegie, moesten van drank en spijs worden voorzien. Daarnaast moesten de leden van het stadsbestuur tijdens hun vele tochten van proviand worden voorzien. In 1676 betaalde de stad Itien 200 C. gulden voor ''portieën op uyttochten'' en 340 C. gulden voor verteringen in 't Collegie zelf.

Dochters Maria en Sara Herweijer

In november 1679 werd Itien als beheerder van 't Collegie opgevolgd door haar dochters Maria en Sara onder dezelfde voorwaarden als hun moeder. Dit betekende dat de magistraat nu twee jonge vrouwen voor één jaarsalaris in dienst had. Een maand na de opvolging was Itien overleden. Ook nu bleek de erfenis van Itien alleen uit schulden te bestaan. De kinderen verwierpen de erfenis en in 1681 werden de bezittingen en persoonlijke inboedel van Itien getaxeerd om ten behoeve van de schuldeisers te worden verkocht.

Maria en Sara werkten door als beheerders in 't Collegie. In 1690 betaalde de stad 1.452 C.gulden voor genoten drank en spijs. In 1695 regelde Maria de inkoop van nieuw stadstafellinnen. In het zelfde jaar verzorgden Maria en Sara de Schepenmaaltijden.

bronnen:

  • Lies van Vliet, De stad van Avercamp, deel 6: Over edele ehrentrijcke joffers, ehrlievende borgersvrouwen en onkuysche vrouluyden, Kampen 1991
  • cultuurZIEN, Van Bedelnap tot cultuurpaleis, Kampen, 2004
  • Lies van Vliet, De Nieuwe Markt en het ‘Collegie’, K.A. 2015