Search this site
Embedded Files

https://sites.google.com/view/linguarium 

Vrijwilligerswerk 

De civil society (burgermaatschappij) wordt vaak gezien als derde sector naast de sectoren overheid en markt.


Overheid en markt en burgermaatschappij. 

De belangrijkste taak van de overheid is om de wet te handhaven. De burgermaatschappij onderscheidt zich van de overheid door de vrijwilligheid van haar acties. De markt wordt beheerst door het kapitaal. De burgermaatschappij onderscheidt zich van de markt door de belangeloosheid van haar acties. Om het onderscheid te maken worden de belangeloze samenwerkingsverbanden waarvan de burgermaatschappij gebruik maakt ook wel aangeduid als sociaal kapitaal. De burgermaatschappij onderscheidt zich van de individuele levenssfeer door het institutionele raamwerk of het georganiseerde verband waarin zij opereert. Zo'n georganiseerd verband wordt vaak aangeduid als een niet-gouvernementele organisatie (NGO). Dit is een organisatie die onafhankelijk is van de overheid en een politiek doel of een maatschappelijk (niet-commercieel) belang nastreeft. 

Het vrijwilligerswerk wordt gekenmerkt door beide eigenschappen van vrijwilligheid en belangeloosheid. Het manifesteert zich steeds meer in organisatorisch verband, vooral dankzij de ontwikkeling van een institutioneel raamwerk in de vorige eeuw. Het wordt daarom gerekend tot de derde sector en er soms zelfs mee vereenzelvigd. 

Vrijwilligerswerk is een vorm van vrijwillige inzet die in enig georganiseerd verband onverplicht en onbetaald ten behoeve van anderen (andere mensen, een organisatie en/of de samenleving) wordt verricht.

Een andere vorm van vrijwillige inzet is mantelzorg, dit is de zorg die mensen vrijwillig, onbetaald en informeel – dat wil zeggen niet in het kader van beroepsuitoefening of organisatie – aan elkaar geven, is de zorg voor elkaar en voor het huishouden die binnen een huishouden als gangbaar wordt beschouwd, 

Ondersteuning van vrijwilligerswerk is het geheel van materiële en immateriële voorzieningen in de vorm van faciliteiten voor de ondersteuning van het vrijwilligerswerk of persoonlijke ondersteuning van vrijwilligers.
Faciliteiten voor de ondersteuning van het vrijwilligerswerk worden gegeven vanuit de nationale overheid, de provincie en de gemeente of vanuit niet-gouvernementele organisaties op het gebied van het vrijwilligerswerk. Persoonlijke ondersteuning wordt meestal direct gegeven vanuit de organisaties waarvoor de vrijwilligers werken. 

Mantelzorgondersteuning is het geheel van voorzieningen en diensten die specifiek gericht zijn op vermindering van de draaglast en vergroting van de draagkracht van mantelzorgers en die wordt verstrekt door beroepskrachten, instellingen en vrijwilligersorganisaties, inclusief patiëntenorganisaties. 

Een belangrijke component van mantelzorgondersteuning is de zogenaamde respijtzorg. Respijtzorg is het tijdelijk overnemen van de totale zorg ter ontlasting van de mantelzorg door beroepskrachten of vrijwilligers. 


Organisatie van vrijwilligerswerk 

In het kader van het onderzoek zijn gesprekken gevoerd met personen in Brunssum die een belangrijke rol spelen bij de organisatie en ondersteuning van het vrijwilligerswerk, vrijwilligers in Zorg en Welzijn en vertegenwoordigers van de gemeente Brunssum, de Regiegroep Ouderenbeleid, de Seniorenraad, de Gehandicaptenraad, de Centrale van Bonden voor Ouderen, de Stichting Ouderenwelzijn Brunssum, Centrum voor Maatschappelijk Werk en Welzijnswerk, Cicero Zorggroep, kerkgenootschappen en de Vrijwilligerscentrale Parkstad (zie bijlage 3, geïnterviewden). 

De gesprekken waren gericht op de volgende onderwerpen:
- Het bijzondere karakter van het vrijwilligerswerk in Brunssum in verband met omvang en diversiteit van de bevolking.
- De gevolgen van de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning voor het vrijwilligerswerk.
- De rol van gemeente en organisaties bij de ondersteuning van het vrijwilligerswerk in Brunssum.
- De organisatie en vormgeving van de ondersteuning van het vrijwilligerswerk in Brunssum. - De vraag of er een vrijwilligerscentrale moet komen en zo ja in welke vorm. 


Het bijzondere karakter van Brunssum. 

Tot 1918 was Brunssum een rustig kerkdorp, dat niet veel meer dan 1000 inwoners telde. Door de exploitatie van de staatsmijn Hendrik -van 1918 tot 1966- ontwikkelde de Brunssumse bevolking zich naar een internationale en interprovinciale samenstelling. Ze vormt de huidige autochtone bevolking. De diversiteit van de bevolking is niet uit de nationaliteit af te lezen. Bijna alle vrijwilligers (97,9%) die hebben meegedaan aan de vrijwilligersenquête hebben de Nederlandse nationaliteit.De diversiteit kan worden afgelezen uit familienamen die een andere herkomst verraden of bijvoorbeeld de grote variëteit aan kerkgenootschappen die Brunssum telt. 

Alleen al een simpele opsomming van de kerkgenootschappen en levensbeschouwelijke instellingen die er in Brunssum zijn volstaat om ons te doen begrijpen hoe divers de bevolking is: Apostolisch Genootschap, Baptisten Gemeente Brunssum-Treebeek, Jehovah’s Getuigen, Leger des Heils, Nieuw Apostolische Kerk Gemeente Brunssum, Vergadering van Gelovigen, Pelgrimsgemeente, Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Evangelisch-Lutherse Gemeente Zuid-Limburg, Evangelische Gemeente Gods Brunssum. En dan zijn er natuurlijk de Rooms-katholieke kerken: Parochie St. Barbara, Heilige Familie, Langeberg, Heilige Geest, Brunssum Noord, 

Heilige Gregorius, Heilige Jozef, Onbevlekt Hart van Maria Fatima, Parochie H. Vincentius á Paulo, Onze Lieve Vrouw van de Rozenkrans. Ook de volgende levensbeschouwelijke instellingen zijn in Brunssum vertegenwoordigd: Humanistisch V erbond, Stuurgroep Oecumenisch A vondgebed, Lectorium Rosicrucianum, Pastorale School Zuid-Limburg. 

Kerkgenootschappen vormen een belangrijke factor in het vrijwilligerswerk. Uit een SCP- onderzoek blijkt, dat kerkgangers de actiefste vrijwilligers zijn. Maar liefst 58% van hen verricht de een of andere vorm van vrijwilligerswerk 


Het gaat bij het vrijwilligerswerk dat vanuit de kerken wordt gedaan niet alleen om kerkelijke zaken, zoals kerkbestuur, parochieraad, liturgieverzorging en zangkoren, vastenactie of missie, onderhoud kerk, misdienaars en acolieten, parochieblad, maar ook om niet aan een kerk gebonden zaken, zoals het organiseren van een snuffelmarkt, ziekenhuisbezoek, werken bij de Telefonische Hulpdienst of de Voedselbank Limburg-Zuid. 

Met het argument van scheiding van kerk en staat is dit jaar een subsidie aan de kerken daterend uit 1948 afgeschaft. Het is zonder voorafgaande informatie gebeurd, aldus de heer Goulmy, pastoor van de parochies Heilige Geest en Onbevlekt Hart van Maria Fatima. Het gaat om een bedrag van €25.000. Hoewel de subsidie niet direct voor het vrijwilligerswerk was bedoeld, werd deze indirect daarvoor ingezet. Het werk dat door vrijwilligers vanuit de kerken wordt gedaan heeft maatschappelijke relevantie, aldus de pastoor. 

De mijnen brachten voor Brunssum ook een stormachtige bevolkingsgroei met zich mee. Nieuwe woonwijken werden gebouwd en er ontwikkelden zich winkelstraten.
Na de sluiting van de mijnen werd Brunssum geconfronteerd met een groot werkloosheidsprobleem. Er moesten nieuwe banen komen en de regio diende een omslag te maken, van een 'zwarte' naar een 'groene' economie. Die omslag lukte. In 2006 is de regio waarin Brunssum ligt veranderd in een groene, parkachtige omgeving die voldoende ruimte biedt voor industrie en dienstverlening. 

Sinds 1967 is in Brunssum ook een van de NATO-hoofdkwartieren gevestigd: JFC Headquarters Brunssum (voorheen: AFCENT). In de afgelopen tientallen jaren was Brunssum gastheer voor vele duizenden militairen en hun gezinnen uit vele landen.
In de gemeente zijn tal van scholen gevestigd voor basis-, voortgezet, middelbaar, voorbereidend wetenschappelijk, nijverheids- en bijzonder onderwijs, een muziekschool en een internationale scholengemeenschap. 

De gemeente kent verder een bloeiend gemeenschapsleven: vele honderden verenigingen zijn hier actief op het gebied van sport en cultuur.
Brunssum zit met 29.777 inwoners qua omvang tussen een kleine (tot 30.000 inwoners) en een middelgrote (tussen de 30.000 en de 100.000 inwoners) gemeente in. 

Om de gemeente heen ligt een verzorgingsgebied van ruim 60.000 inwoners. Verder maakt Brunssum samen met Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Onderbanken, Simpelveld en Voerendaal deel uit van Parkstad Limburg. Samen hebben deze gemeenten 260.000 inwoners en daarmee behoort Parkstad Limburg tot een van de dichtstbevolkte gebieden van Nederland.
Parkstad Limburg heeft dezelfde kansen, maar ook dezelfde problemen als de grote steden. 

De afstand tussen bestuur en burgers en tussen de burgers onderling wordt bepaald door omvang en diversiteit van de bevolking.
In de traditionele samenleving was de diversiteit van de bevolking en de afstand tussen de burgers klein. Iedereen vond geborgenheid in vastliggende sociale verbanden. Relaties tussen mensen waren direct en diepgaand. 

In de moderne samenleving gaan mensen nog slechts partiële, oppervlakkige en kortdurende relaties aan, enkel en alleen om als individu op een zo efficiënt en rationeel mogelijke wijze een bepaald doel te bereiken.
De omvang van de bevolking van een gemeente heeft ook gevolgen voor de mate waarin burgers deelnemen aan vrijwilligerswerk. Uit SCP-onderzoek blijkt dat de deelname aan vrijwilligerswerk in grotere gemeenten kleiner is dan in kleinere gemeenten. 


Samenwerking tussen gemeente en maatschappelijke organisaties 

Er verandert veel in de relatie tussen overheid en maatschappelijke organisaties. De gemeente wordt geacht zich als regievoerder op te stellen door middel van inkoop en aanbesteding van een samenhangend zorgpakket voor zijn inwoners. De rol van de gemeente verandert van subsidiënt naar opdrachtgever, de gesubsidieerde instelling krijgt de rol van opdrachtnemer. 

De gemeente zal als opdrachtgever helder inzicht willen in het productenaanbod en de prijzen van het productenaanbod van de welzijnsorganisatie. Gemeenten worden geacht een vergelijking op prijs en kwaliteit te maken tussen verschillende aanbieders. Dit betekent dat de plaatselijke welzijnsinstellingen meer op afstand worden geplaatst. “De muziekschool, de bibliotheek, Stichting Ouderenwelzijn en het CMWW zullen voorzieningen moeten aanbieden, uitgaande van de vraag van de burger. De gemeente zal hierbij de activiteiten aangeven, die zij wenst te subsidiëren,“ lezen we in het raadsprogramma (Brunssum.nl/ Raadsprogramma, 2006). 

In moderne subsidierelaties is “beleidsgestuurde contractfinanciering” (soms ook aangeduid als “budgetfinanciering”) een leidend begrip. Het idee van beleidsgestuurde contractfinanciering is dat op voorhand afspraken worden gemaakt over:
1 de gemeentelijke beleidsdoelen die nagestreefd worden, 

2 welke diensten daarvoor bij de maatschappelijke organisaties worden afgenomen,
3 hoe en op basis van welke criteria de prestaties afgerekend worden en hoe de resultaten of effecten worden gemeten (Sluiter et al., 2003). 

In een plan dat beoogt vorm te geven aan de coördinatie van het vrijwilligerswerk en de mantelzorg mogen bovengenoemde drie typen van afspraken niet ontbreken. Concreet betekent dit: 

1 De gemeente legt expliciet en specifiek vrijwilligersbeleid vast.
2 Er wordt een analyse gemaakt van mogelijke opties voor het oprichten van een vrijwilligerscentrale en daaruit wordt een verantwoorde keuze gemaakt voor de beste optie. 3. Er worden contractactiviteiten ontwikkeld tussen gemeente en maatschappelijke organisaties. De gemeente stelt een opdracht op, de organisaties stellen een offerte op. Na beoordeling van de offertes wordt een contract opgesteld; en (na tussentijdse evaluatie en eventuele bijstelling van het contract) subsidie verleend. 

1. De gemeente legt expliciet en specifiek vrijwilligersbeleid vast. 

In een Handreiking (WMO/Invoering, 2005) stelt het Onderzoeks- en Adviesbureau van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten: "In een deel van de gemeenten is geen expliciet vrijwilligersbeleid vastgesteld, omdat het verdeeld is over de verschillende inhoudelijke thema’s (sport, ouderenzorg, etc). De WMO zal dan aanleiding zijn beleid en doelstellingen te formuleren ten aanzien van mantelzorg en vrijwilligers. Dit kan in overleg met andere gemeenten of volledig gezamenlijk worden aangepakt." 

In hoeverre is in Brunssum het vrijwilligersbeleid geëxpliciteerd is als zijnde vrijwilligersbeleid en hoe centraal is de positie van het vrijwilligersbeleid in het gemeentelijke beleid?
In plaats van de term "expliciet vrijwilligersbeleid" wordt soms ook de term "specifiek vrijwilligersbeleid" gebruikt. Met "specifiek vrijwilligersbeleid" wordt dan bedoeld dat het is gericht op vrijwilligerswerk; vrijwilligerswerk is een apart beleidsterrein, niet alleen maar een onderdeel van andere beleidsterreinen. Het valt onder een apart budget dat niet is verdeeld over twee of drie portefeuilles. 

In Brunssum wordt veel gedaan op het gebied van het vrijwilligerswerk, zonder dat het expliciet zo benoemd is. Het overzicht ontbreekt, omdat het beleid is ondergebracht bij verschillende beleidsmakers (zoals het sportbeleid, jeugdbeleid, het wijk- en buurtbeheer; gehandicaptenbeleid, maatschappelijk werk, ouderenzorg, sociale Zaken, volksgezondheid, WMO). In Brunssum gaat het om welgeteld drie wethouders. Er is sprake van verkokering. 

Zeeland heeft onderzoek (Zeeland.nl, 2005) laten verrichten naar het vrijwilligersbeleid in de Zeelandse gemeenten. De onderzoekers onderscheiden drie profielen: de re-actieve gemeente, de actieve gemeente en de pro-actieve gemeente Een re-actieve gemeente onderschrijft het belang van vrijwilligerswerk, maar voert hier geen expliciet beleid op. Dat is ook niet nodig. Het is een kleine gemeente. Het verenigingsleven is er zeer sterk. Er zijn niet veel problemen. En is er wel iets, dan weten de organisaties de gemeente prima te vinden. 

Een actieve gemeente hecht belang aan een goed functionerend lokaal vrijwilligerssegment en dat uit zich in het feit dat ze specifiek beleid, met een apart budget, voert op dit gebied. Zo bestaat er in deze gemeente een steunpunt, waar de organisaties zich tot kunnen richten bij vragen en problemen. Ook een vrijwilligersvacaturebank ontbreekt niet. De gemeente probeert goed zicht te hebben en te houden op het vrijwilligersveld. Dit verkrijgt zij door het verrichten van onderzoek en door vrijwilligers en organisaties te betrekken bij het beleid. 

Een pro-actieve gemeente acht vrijwilligerswerk van groot belang voor de lokale samenleving. Daarom is de gemeente erg actief in dit kader. Ze formuleert heldere doelen die ze nastreeft. De doelen formuleert zij in samenspraak met een vrijwilligersplatform. Hierin zijn vrijwilligersorganisaties, vrijwilligers, scholen en bedrijfsleven vertegenwoordigd. Een vrijwilligersmonitor houdt in de gaten of de doelen worden gehaald. Elke paar jaar wordt het beleid geëvalueerd en worden nieuwe speerpunten geformuleerd.
Zeeland kent re-actieve en actieve gemeenten. Een pro-actieve gemeente komt nog niet voor. Opvallend is dat niet alleen stedelijke gemeenten, zoals Goes, Middelburg en Vlissingen als actief kunnen worden gekarakteriseerd. Ook vier plattelandsgemeenten, Borsele, Reimerswaal, Tholen en Veere, worden tot de actieve gemeenten gerekend. Dit laat zien dat het voor het voeren van een specifiek vrijwilligersbeleid met een steunpunt en een vacaturebank niet noodzakelijk is dat een gemeente een stedelijke structuur heeft. 

Brunssum is, wat het vrijwilligersbeleid betreft, tot nu toe een re-actieve gemeente geweest. De gemeente heeft nog geen expliciet en specifiek vrijwilligersbeleid geformuleerd. Er is nu geen ondersteuning van het vrijwilligerswerk vanuit een vrijwilligerscentrale. Organisaties zoals, bijvoorbeeld Stichting Ouderenwelzijn hebben hun eigen vrijwilligersbestanden. Er zijn, zo blijkt uit het nieuwe raadsprogramma van de gemeente Brunssum voor 2006 - 2010, wel plannen voor het opzetten van een vrijwilligersvacaturebank. Letterlijk staat er in het raadsprogramma: "De gemeente zal de komende periode een vrijwilligersvacaturebank (laten) inrichten.” (Brunssum.nl/ Raadsprogramma, 2006, p.12). De gemeente vindt dit nodig omdat “uit onderzoek gebleken is dat het aantal vrijwilligers al geruime tijd terugloopt en de gemiddelde leeftijd voortdurend stijgt”. Zij vindt daarom dat een actief gemeentelijk beleid in de toekomst steeds noodzakelijker is. 

Een actief gemeentelijk vrijwilligersbeleid voldoet aan de volgende voorwaarden: 

De gemeente Brunssum treedt actief op, is niet afwachtend, neemt initiatief in de 
wisselwerking met maatschappelijke organisaties 


Er is een apart budget voor vrijwilligersbeleid en ondersteuning van het 
vrijwilligerswerk onder de coördinerend wethouder WMO. 


Er is een ambtelijke coördinator voor mantelzorg en vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld 
de huidige ambtelijk projectleider WMO. 


Alle vrijwilligersorganisaties kunnen terecht in een vrijwilligerscentrale. 
2. Een analyse van mogelijke opties voor het oprichten van een vrijwilligerscentrale 
Een vrijwilligerscentrale is een specifieke gesubsidieerde organisatie die als doelstelling heeft om ondersteuning aan vrijwilligers en organisaties te bieden.
Een vrijwilligerscentrale wordt soms eenzijdig gezien als een vacaturebank of uitzendbureau voor vrijwilligers. Vrijwilligers kunnen er een vacature zoeken of hun profiel plaatsen. Organisaties kunnen een vacature aanmelden of een vrijwilliger zoeken. De vacaturebank is echter slechts een onderdeel van de centrale. Een vrijwilligerscentrale of lokaal steunpunt vrijwilligerswerk heeft drie kerntaken: 


1. Ondersteuning van vrijwilligers. 

2. Ondersteuning van organisaties.
 

3. Ondersteuning van de samenleving. 

Elk steunpunt maakt een haalbare mix van deze drie en voert die mix vervolgens door in de praktijk.

Vrijwilligerscentrales onderhouden een vacaturebank, een steunpunt vrijwilligerswerk en in enkele gevallen ook een steunpunt mantelzorg. 

Zo biedt de Vrijwilligerscentrale Zwolle (VCZ) een combinatie van een Vrijwilligersvacaturebank, een Steunpunt Vrijwilligerswerk en een Steunpunt Informele Zorg aan.
Bemiddeling vindt plaats via de Vrijwilligersvacaturebank en de Digitale Vacaturebank, via de consulent Intensieve Bemiddeling en middels speciale projecten. Informatie, advies en deskundigheidsbevordering bestaan uit informatie- en documentatiemateriaal, informatie- en adviesgesprekken met vrijwilligersorganisaties en cursussen of workshops. 

Medewerkers van de VCZ nemen deel aan overleg- en samenwerkingsverbanden. Wekelijks worden vacatures geplaatst in de plaatselijke media. Er zijn gerichte contacten met scholen en trajectbureaus. Op verzoek worden presentaties gegeven voor maatschappelijke organisaties en bedrijven. Ook is er een Open Vrijwilligersdag en (in samenwerking met Gemeente Zwolle) de Zwolse Vrijwilligersprijs. 

Centraal meldpunt Informele zorg (Buurthulp, Vrijwillige Thuiszorg en Mantelzorg) zorgt voor praktische hulp als vervoer en klussen maar ook gezelschap, activiteitenbegeleiding en nachtzorg voor zelfstandig wonende ouderen, gehandicapten of chronisch zieken. Er wordt ondersteuning geboden aan mantelzorg van dementerenden, mensen met een handicap, chronisch zieken en terminale patiënten. Ook is er informatie en advies voor mantelzorgers (VWC Zwolle, g.d.). 

Een vrijwilligerscentrale maakt gebruik van een fysiek, een telefonisch en een virtueel loket. Het onderhouden van een fysiek loket is kostbaar en daarom zijn vrijwilligerscentrales vaak maar een beperkt aantal uren (bijvoorbeeld 3x3 uren per week) geopend. Dit wordt meestal gecompenseerd door een telefonisch loket, dat langer maar meestal niet onbeperkt toegankelijk is. Alleen het virtuele loket is onbeperkt toegankelijk. 

Vaak ziet men dat een vrijwilligerscentrale die merkt, dat het aantal bezoekers van het virtuele loket toeneemt, gaat bezuinigen op het fysieke loket. Bezoekers worden bijvoorbeeld aangemoedigd om zich door het online invullen van een registratieformulier aan te melden voor een vacature. 

Uit effectmetingen blijkt dat organisaties die met vrijwilligers werken hun vrijwilligers nog steeds grotendeels zelf vinden. De vrijwilligerscentrales spelen daarin een beperkte rol. Wel moet gezegd worden, dat de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de centrales groeiende is. 

VWC Parkstad, g.d.) 

Uit onderzoek in Maastricht (Gemeente Maastricht, 2005) blijkt dat organisaties niet in gelijke mate gebruik maken van de vrijwilligersvacaturebank. 

In januari en februari 2006 hielden de Vrijwilligerscentrale Heerlen en de 

Vrijwilligerscentrale Kerkrade gezamenlijk een onderzoek ( 

onder 1526 organisaties die met vrijwilligers werken: in Heerlen waren dit 1001 en in 

Kerkrade 525 organisaties. Het onderzoek is gehouden onder vrijwilligersorganisaties, 

verenigingen en maatschappelijke organisaties die met vrijwilligers werken. Uit het 

onderzoek blijkt, dat zo'n twee vijfde van alle organisaties (43% in Heerlen en 37% in 

Kerkrade) gebruik heeft gemaakt van de dienstverlening van de vrijwilligerscentrale, te 

weten de vacaturebank, deskundigheidsbevordering en organisatieondersteuning. 


Er is een opmerkelijk verschil in mate van gebruik tussen de sector Zorg en Hulpverlening en de sector Sociale activiteiten, Sport en Spel. Anno 2005 maakte 1 op de 10 organisaties (10%) regelmatig gebruik van het Servicepunt Vrijwilligers van Trajekt, en de Vrijwilligersvacaturebank. De sector Zorg en Hulpverlening maakte meer gebruik van het Servicepunt (23% regelmatig) en de vacaturebank (25% regelmatig). De sector Sociale activiteiten, Sport en Spel aanmerkelijk minder (Servicepunt 6%; Vacaturebank 7%). 

HOE KAN EEN CENTRALE DIE HET LOKALE VRIJWILLIGERSNETWERK GAAT COÖRDINEREN HET BESTE GEREALISEERD WORDEN? 

Er zijn verschillende opties voor de realisatie van een vrijwilligerscentrale denkbaar.
De eerste is de centrale aanpak: de vrijwilligerscentrale is het middelpunt van het lokale vrijwilligersnetwerk. Er is geen onderlinge afstemming of duurzame vorm van samenwerking tussen maatschappelijke organisaties die met vrijwilligers werken.
Een tweede optie is de wijkgerichte aanpak: de wijk vormt het middelpunt, waarop de maatschappelijke organisaties (waaronder een vrijwilligerscentrale) zich richten. Er is geen onderlinge afstemming of duurzame vorm van samenwerking tussen maatschappelijke organisaties.
De derde optie is de integrale aanpak. Dit is een tussenvorm tussen de centrale aanpak en de wijkgerichte aanpak. Er is een herkenbaar middelpunt (de vrijwilligerscentrale) en er is een samenwerkingsstructuur van maatschappelijke organisaties. 


CENTRALE AANPAK 

De vrijwilligerscentrale is het middelpunt van het lokale vrijwilligersnetwerk. Er is geen onderlinge afstemming of duurzame vorm van samenwerking tussen maatschappelijke organisaties die met vrijwilligers werken. 

Heel veel bestaande vrijwilligerscentrales hebben een centrale aanpak. De voordelen van een centrale aanpak hebben te maken met een betere beheersbaarheid, schaalvoordelen, een betere kostenbeheersing en het voorkomen van versnippering van specialistische kennis.
Een voordeel van het oprichten van een geheel nieuwe (niet binnen een in Brunssum bestaande structuur geïntegreerde) centrale is, dat het proces goed beheerst kan worden en in een snel tempo tot stand kan worden gebracht. 

Schaalvoordelen zijn te halen door samenwerking met de Vrijwilligerscentrale Parkstad, een samenwerkingsverband van de vrijwilligerscentrales van Kerkrade, Landgraaf en Heerlen. Een vrijwilligerscentrale is een beproefde formule en biedt professionaliteit. De specialistische kennis die nodig is voor het ontwikkelen en onderhouden van een centrale is niet versnipperd. 

Het ontwikkelen van het hele pakket (opzetten centrale plus een formatie-eenheid) ineens zou tot een betere kostenbeheersing kunnen leiden. Het zelf opnieuw ontwikkelen van een centrale kan duurder uitpakken dan deze in te kopen. 

Een alternatief voor het inkopen van het hele pakket zou de inkoop van een goedkoper aangepast pakket kunnen zijn. Een aangepast pakket omvat de levering van het opzetten van de centrale en ondersteuning van (de door de inkopende organisatie geleverde) professional, die de centrale gaat beheren (Kees van Kemenade, interview, 31 augustus 2006). 

Een mogelijk nadeel van een centrale aanpak van de organisatie van het vrijwilligerswerk kan zijn dat de centrale te veel op afstand zou kunnen blijven tot het vrijwilligersnetwerk en tot de maatschappelijke organisaties, die met vrijwilligers werken.
Een vrijwilligerscentrale is goed in het vinden, maar wellicht minder goed in het binden van vrijwilligers. 


WIJKGERICHTE AANPAK 

De wijk vormt het middelpunt, waarop de maatschappelijke organisaties (waaronder de vrijwilligerscentrale) zich richten. Er is geen onderlinge afstemming of duurzame vorm van samenwerking tussen maatschappelijke organisaties. 

In het kader van de WMO zal meer wijkgericht moeten worden gewerkt, zowel bij het vrijwilligerswerk als bij de ondersteuning van mantelzorg.
In het wijkgericht of gebiedsgericht werken wordt uitgegaan van de gedachte dat de buurt stuurt. De wijk wordt gezien als beleidseenheid. De wijkgerichte aanpak heeft als inzet niet alleen om de kloof tussen overheid en burger te verkleinen, maar ook om de dienstverlening aan burgers en de samenwerking met partners in de wijk te verbeteren. De wijkgerichte aanpak moet een impuls geven aan bewonersbetrokkenheid en bewonersinitiatieven. Het in 2005 uitgebrachte advies van De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid “Vertrouwen in de buurt” (WRR, 2005) betekent een steun in de rug voor het wijkgericht werken en onderschrijft de differentiatie in de wijkaanpak. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning biedt eveneens kansen voor het wijkgericht werken van de toekomst. De meerwaarde voor bewoners van deze werkwijze kan zijn: meer geborgenheid en veiligheid in de wijk, gevoel van eigenheid en eigenaarschap en het tegengaan van isolement bij de bewoners. 

Een voorbeeld van wijkgericht werken is de instelling van wijkteams. Brunssum heeft vijf wijkteams, in de wijken Noord, Zuid, Oost, West en Centrum. De wijkteams bestaan grotendeels uit burgers uit de verschillende buurten in de wijk. Zij hebben als opdracht een belangrijke rol te spelen in de informatiestroom tussen de gemeentelijke afdelingen en de wijk. 

Een ander voorbeeld van wijkgericht werken is de Brede Maatschappelijke Voorziening (BMV). Dit is een gebouw waar verschillende maatschappelijke functies in gehuisvest worden, bijvoorbeeld een basisschool, een peuterspeelzaal, kinderopvang, ouderenwelzijn, maatschappelijk werk en welzijnswerk, jongerenwerk, een voetbalvereniging, een gymzaal of een ruimte voor handvaardigheid. Zo is er de BMV Bronsheim aan Den Insel, nabij het Atrium. Deze vormt een centrum voor talloze wijkactiviteiten en een ontmoetingsplaats voor de inwoners van Brunssum-Oost. 

Het Centrum voor Maatschappelijk Werk en Welzijnswerk (CMWW) speelt een rol in het wijkgericht werken in Brunssum en in het mobiliseren van vrijwilligers voor het organiseren van buurtactiviteiten.
Het CMWW past de principes van de outreachende hulpverlening, een naar buiten op het netwerk gerichte, niet afwachtende manier van ambulant werken, toe in de praktijk. Deze werkwijze gaat goed samen met wijkgericht werken. “We werken met zowel fysieke punten als wandelende punten,” zegt Pieter Gielen, directeur van het CMWW ( interview, 28 augustus 2006).
Vrijwilligers zijn vooral actief in het welzijnswerk en de peuterspeelzalen (sinds 1 juli 2006 met het CMWW gefuseerd). 

Zo heeft het Opbouwwerk wijkteams ondersteund. Deze zijn daardoor steeds zelfstandiger gaan functioneren.
Join (staat voor: Jong en Oud Interactief!!) is een intergenerationeel project, waarbij groepen bijeen worden gebracht rondom het thema oud en jong. Het project heeft als doel om opvoedingsproblemen te voorkomen. 

Het CMWW is actief in buurt- en wijknetwerken, zoals Wijkpost Brunssum Noord en Buurt Netwerk Jeugdhulpverlening Oost, maar ook in wijkoverstijgende activiteiten, zoals de Stichting Muziekcollectief Sheltur en de Straatspeeldag
Op drie locaties in Brunssum runt het CMWW samen met vrijwilligers jongerencentra. Verder zijn er zomervakantie-activiteiten, die worden uitgevoerd door vrijwilligers met ondersteuning van opbouwwerk en jongerenwerk. 

Er is een project “Wijkwilligers in Brunssum” geweest dat als doel had het werven van vrijwilligers voor maatschappelijke organisaties in Brunssum-Noord. Het project richtte zich met name op mensen die geen baan hebben, die graag een actieve rol in hun eigen wijk of buurt zouden willen spelen, maar die daarvoor de contacten missen. Het project was een initiatief van de gemeente Brunssum en werd uitgevoerd door Nel Fluit van het CMWW. Het project was een succes. Er kwam bijvoorbeeld binnen korte tijd een vrijwilligersvacaturebank tot stand, waarvan druk gebruik werd gemaakt. Toen het project geen subsidie meer kreeg vanuit de TSV, is het gestopt. 

Het project “Wijkwilligers in Brunssum” was een voorbeeld van een steunpunt voor vrijwilligerswerk dat met een wijkgerichte aanpak werd opgezet. Het succes van het project pleit voor een herhaling ervan, in Noord en andere wijken van Brunssum, eventueel met een centraal gemeentelijk loket als coördinatiepunt. 

De wijkgerichte aanpak heeft als voordelen de grote betrokkenheid van de bewoners, de nabijheid van de wijkpost van waaruit het plaatsvindt en de herkenbaarheid van de activiteiten.
Een nadeel kan zijn dat men zich te veel beperkt tot de problemen van de eigen wijk en geen verbinding heeft met wat daarbuiten plaatsvindt. 

Een ander nadeel kan zijn dat er externe professionele ondersteuning nodig is om de wijkpost operationeel te houden.
Tenslotte heeft de wijkgerichte aanpak als nadeel, dat het een brede aanpak is. Een brede aanpak houdt in dat uiteenlopende maatschappelijke voorzieningen in een gebouw bij elkaar worden gebracht. Er is vooral nagedacht over het gebouw als iets dat functies kan verenigen en niet zozeer over de aard van die functies en hoe ze op elkaar zijn afgestemd. De Brede Maatschappelijke Voorziening is daar een duidelijk voorbeeld van. 


INTEGRALE AANPAK 

Er is een herkenbaar middelpunt (de vrijwilligerscentrale) en er is een samenwerkingsstructuur van maatschappelijke organisaties. 

Een belangrijk kenmerk van vrijwilligerswerk is dat het initiatief vaak onafhankelijk van de gemeente tot stand komt. Hierdoor zijn organisaties die met vrijwilligers werken vaak zelf goed in staat om vrijwilligerswerk toegesneden op de eigen organisatie uit te voeren. Ze doen dat zelf, onafhankelijk van andere organisaties, maar ze kunnen ook onderling samenwerken in een lokaal netwerk.
Samenwerking kan aan de orde zijn, als er sprake is van een gemeenschappelijk doel of belang en van wederzijdse afhankelijkheid om het doel te bereiken. 

De mate van samenwerking kan verschillen. Het kan gaan om onderlinge afstemming van de activiteiten van vrijwilligerscoördinatoren uit verschillende organisaties of om het opzetten van een door directies aangestuurde samenwerkingsstructuur. In een structureel samenwerkingsverband werken organisaties samen als partners (Peters, 2001). 

De uitdaging ligt bij het in leven houden van de samenwerking. Het is zaak niet alleen bijeen te komen als er problemen zijn maar ook als het goed gaat. Continuïteit en sturing zijn essentieel. Het kan belangrijk zijn (vooral in de beginfase wanneer de partners elkaar nog moeten vinden) dat er een derde partij bij komt die de trekkersrol op zich neemt, het proces aanstuurt en het initiatief neemt. Hierbij valt te denken aan een onafhankelijke adviesgroep, die voldoende gezag heeft om gevraagd en ongevraagd advies te kunnen geven over zaken die het vrijwilligerswerk in de gemeente aangaan. 

Een groep met een dergelijke allure is de Regiegroep Ouderenbeleid (werkzaam sinds 2001). De Regiegroep is geworteld in de civil society. De groep vertegenwoordigt lokale samenwerking tussen maatschappelijke organisaties, aanbieders en ontvangers van zorg en welzijn. 

In de Regiegroep zijn de volgende instanties vertegenwoordigd: Woningcorporatie Weller, woningcorporatie Wonen Zuid, Zorggroep Thuis, Centrum voor Maatschappelijk Werk en Welzijnswerk, de Centrale van Ouderenbonden, Huisartsen organisatie, Cicero Zorggroep, Gehandicaptenraad Brunssum, Seniorenraad Brunssum, Ouderenwelzijn Brunssum en de gemeente Brunssum. 

De Regiegroep heeft een reputatie opgebouwd door een centrale rol te spelen in de ontwikkeling van samenhangend en integraal ouderenbeleid in de gemeente Brunssum en in de bewaking van de voortgang daarvan. 

Enkele voorbeelden van projecten, waar de Regiegroep bij betrokken was:
De ontwikkeling van één loket, het WWZ Kompas, waar de ouderen in Brunssum terecht kunnen met alle vragen over wonen, welzijn en zorg
Vaststelling door de gemeenteraad van een Masterplan Wonen, Welzijn en Zorg om te komen tot woonvormen en zorgvoorzieningen die beter aansluiten bij de behoeftes en wensen van ouderen. 

Een minder sterk maar niet doorslaggevend punt, als het gaat om de coördinatie van mantelzorg en vrijwilligerswerk, is het feit dat de Regiegroep maar een deel van het totale vrijwilligerssegment vertegenwoordigt (vooral de sectoren welzijn en zorg, en niet zozeer sport, cultuur en recreatie of andere sectoren van het vrijwilligerswerk). 

De Regiegroep formeert, zodra eenmaal is vastgesteld dat zij de uitgelezen instantie is om het proces aan te sturen, een stuurgroep uit haar midden. De stuurgroep kan vervolgens initiatieven gaan nemen om te komen tot een samenwerkingsverband van maatschappelijke organisaties ter ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligerswerk in Brunssum. 

Het eerste dat zal moeten worden vastgesteld is het antwoord op de vraag over welk samenwerkingsverband het precies zal moeten gaan. 


Gaat het alleen om professionele samenwerking tussen enkele professionals afkomstig uit verschillende sectoren of institutionele samenwerking tussen directies? Moet de samenwerking structureel zijn of op projectbasis?
Verder moet er een antwoord komen op de vraag, welke organisaties aan de samenwerking gaan deelnemen. Het staat niet op voorhand vast welke organisaties gaan meedoen aan het samenwerkingsverband. 

Wel is het mogelijk en ook verstandig om van tevoren te bepalen aan welke minimale voorwaarden mogelijke partners zouden moeten voldoen om te kunnen deelnemen. 


Voorwaarden voor het deelnemen aan het beoogde samenwerkingsverband zouden kunnen zijn:
1. De deelnemende organisaties hebben de ambitie om aan het samenwerkingsverband mee te doen. 

2. De deelnemende organisaties hebben een gemeenschappelijk doel of belang en zijn zich bewust van hun wederzijdse afhankelijkheid om het doel te bereiken
3. De deelnemende organisaties hebben overzicht over het maatschappelijke veld.
4. De deelnemende organisaties hebben professionals in huis die het vrijwilligerswerk kunnen organiseren. 

5. De professionals zijn aantoonbaar gekwalificeerd naar het model van het taak- en competentieprofiel van coördinator vrijwilligerswerk in welzijn. 

De functie vrijwilligerscoördinator wordt in de meeste gevallen uitgeoefend door agogische beroepskrachten of managers in welzijnsorganisaties. In een onderzoek van NIZW(NIZW, 2002) worden de competenties van een coördinator vrijwilligerswerk in welzijn als volgt samengevat: 


De coördinator vrijwilligers is in staat tot het organiseren van betrokkenheid, kan vrijwilligerswerk een plaats in het netwerk geven en vrijwilligerscoördinatie ontwikkelen. De coördinator verbindt behoeften (pikt signalen op, schat behoeften in en vindt gemeenschappelijke doelstellingen) en inspireert vrijwilligers. 

3. Er worden contractactiviteiten ontwikkeld tussen gemeente en maatschappelijke organisaties. 

Het college van B&W adviseert de raad in te stemmen met de opzet van een vrijwilligerscentrale (omvattende een vacaturebank en een steunpunt) in Brunssum conform het door de gemeente ontwikkelde expliciete en specifieke vrijwilligersbeleid en in relatie met de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. In het advies staan afspraken over de oprichting en huisvesting van een vrijwilligerscentrale voor een bepaalde periode. Verder staan er afspraken in over de beschikbaar te stellen subsidiebedragen: per jaar en eenmalig een bedrag voor incidentele kosten. 

Ook bevat het advies afspraken over tussentijdse evaluatie (bijvoorbeeld 2 jaar na de oprichting), op basis waarvan besluitvorming kan plaatsvinden over de voortzetting van de centrale.
In vervolg op de gemeentelijke opdracht stellen maatschappelijke organisaties als potentiële opdrachtnemers een offerte op. Uit de offerte moet blijken dat het aanbod samenhang heeft met de formulering van de opdracht; gegevens moeten zowel in cijfers als in woorden gepresenteerd worden; er moet uniformiteit in de gegevens zijn; het aanbod wordt gedaan in een productenboek; het boek moet zicht geven op prestaties, resultaten en kosten; het moet afrekening en beoordeling mogelijk maken. 

Na beoordeling van de offertes wordt een contract afgesloten met de partij aan wie het contract wordt gegund. Indien gewenst, wordt een afspraak gemaakt over een tussentijdse evaluatie en eventuele bijstelling van het contract. Tenslotte volgt subsidieverlening. 

Conclusies van dit hoofdstuk 

Er is een antwoord gegeven op de vraag hoe vorm te geven aan de organisatie van het vrijwilligerswerk en de mantelzorg in Brunssum in het kader van de invoering van de Wet 

Maatschappelijke Ondersteuning. 

Eerst is een analyse gemaakt van het bijzondere karakter van Brunssum wat betreft omvang 

en diversiteit van bevolking en de implicaties daarvan voor de organisatie van het 

vrijwilligerswerk. 

Vervolgens is een plan ontwikkeld voor de organisatie van het vrijwilligerswerk in 

Brunssum. Het plan gaat uit van een systeem van afspraken tussen gemeente en 

maatschappelijke organisaties naar het model van beleidsgestuurde contractfinanciering en 

omvat in het kort de volgende stappen: 

De gemeente ontwikkelt expliciet en specifiek vrijwilligersbeleid.
De maatschappelijke organisaties ontwikkelen een integrale aanpak met betrekking tot aansturing om te komen tot een samenwerkingsstructuur.
Dit proces resulteert in de oprichting van een vrijwilligerscentrale, waardoor een duurzaam fundament kan worden gelegd voor de organisatie van het vrijwilligerswerk in Brunssum. 


Uit: Albert Riga, Vrijwilligerswerk in Brunssum, Maastricht, 2006. Dit rapport is door kenniskring Comparative European Social Research and Theory (CESRT) van Hogeschool Zuyd geschreven in opdracht van de Centrale van Bonden voor Ouderen (CBO).


https://sites.google.com/view/linguarium  

Google Sites
Report abuse
Page details
Page updated
Google Sites
Report abuse