Aan dierenartsen die met sportpaarden werken kan gevraagd worden of een bepaald kruid of product als doping wordt gezien. Dierenartsen en therapeuten kunnen er verantwoordelijk voor worden gehouden als een dier positief test wanneer zij een kruid hebben voorgeschreven of goedgekeurd om te gebruiken. Ze moeten dus voorzichtig zijn.
Er zijn helaas geen kant en klare antwoorden op de vraag welke kruiden voor de dopingwet legaal zijn om toe te passen. Dit heeft verschillende redenen:
De Groene Os is er natuurlijk van overtuigd dat kruiden en supplementen een positieve bijdrage kunnen geven aan een goede gezondheid. Als dergelijke producten gebruikt worden, is het verstandig om ruim voor de wedstrijd te stoppen. Het is ook onze overtuiging dat als een paard niet kan stoppen omdat het anders klachten krijgt, dit paard niet thuishoort in de sport.
Het kruidenpeparaat Shambala dat Haarlemmer en radiopresentator Giel Beelen te koop aanbood op zijn eigen webshop, wordt per direct verboden door de Nederlandse Voedsel-en Warenautoriteit (NVWA). Het middel is gevaarlijk voor de gezondheid, werkt hallucinerend en kan verlammingen veroorzaken.
Afgelopen najaar werd duidelijk dat het middel niet bij iedereen een positieve uitwerking had. De NVWA begon met een onderzoek naar Shambala, nadat er een melding over vergiftiging van een gebruiker was binnengekomen. Ook het kruidenpepraat Open up, dat dezelfde samenstelling heeft, werd onderzocht en is nu verboden.
Beelen prees het kruidenmengsel aan op zijn spiritueel platform Kukuru en verkocht het via zijn webshop. Volgens hem zou het de gebruiker helpen om zijn \"innerlijke zelf te vinden.\"
Montalin is een kruidenpreparaat uit Indonesià dat volgens het etiket 100 procent natuurlijk is: het bevat vijf verschillende kruiden. In Nederland is het middel te koop via webshops. Het wordt gebruikt bij onder meer spierpijn, jicht, stress, migraine, reuma en koorts. Uit meldingen die Meldingencentrum Lareb eerder dit jaar ontving bleek dat gebruikers opvallend snel pijnvermindering ervoeren na gebruik van het kruidenpreparaat.
Onderzoek van Lareb wees uit dat Montalin ook meloxicam (ontstekingsremmende pijnstiller, NSAID) en paracetamol bevatte. Het is verboden om deze farmacologisch actieve stoffen toe te voegen aan kruidenpreparaten. Mensen die Montalin gebruiken kunnen zonder dat ze het weten hoge doseringen pijnstillers binnenkrijgen.
Het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten stelt ter bescherming van de volksgezondheid eisen aan kruidenpreparaten. Op basis van risicobeoordelingen van planten wordt het besluit aangevuld met een verbod op enkele planten. Verder is ervoor gekozen om ook een verbod op de aanwezigheid van schadelijke stoffen uit planten en schimmels in kruidenpreparaten in het besluit op te nemen (artikel I, onderdeel A, onder 1). Dit verhoogt de handhaafbaarheid van het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten. Hierdoor wordt de consument beter beschermd tegen producten die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten wordt voorts gewijzigd in verband met een aankomende wijziging van verordening (EG) 1881/20061, in verband met nieuwe eisen inzake de maximale hoeveelheid pyrrolizidine alkaoÃden in voedingssupplementen. De wijzigingen worden in de artikelsgewijze toelichting nader toegelicht.
In artikel 13d van de Warenwet is een clausule van wederzijdse erkenning opgenomen. Het beginsel van wederzijdse erkenning houdt in dat een Europese lidstaat de verkoop van waren die in een andere Europese lidstaat rechtmatig in de handel zijn gebracht niet mag verbieden op zijn grondgebied, omdat deze waren niet voldoen aan de eigen nationale voorschriften. Daarbij is wel van belang dat de waren uit een andere Europese lidstaat tenminste een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden. Het verhandelen van waren met een gelijkwaardig beschermingsniveau afkomstig uit andere Europese lidstaten die vallen onder de werkingssfeer van dit besluit wordt dan ook niet verboden op grond van eisen gesteld in het besluit.
Het ontwerp van dit besluit is voorgelegd aan de deelnemers aan het Regulier Overleg Warenwet (ROW)2. Uit dit overleg is gebleken dat een verbod op de aanwezigheid van synefrine in kruidenpreparaten niet mogelijk was, aangezien deze stof van nature ook in voeding (o.a. sinaasappelmarmelade) aanwezig is. Om ervoor te zorgen dat consumenten niet worden blootgesteld aan voor de gezondheid schadelijke hoeveelheden synefrine, is aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (verder: RIVM) en Bureau Risicobeoordeling & onderzoek (verder: BuRO) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (verder: NVWA) gevraagd een advies uit te brengen over de maximale hoeveelheid synefrine in kruidenpreparaten. Op basis van het rapport van het RIVM3 adviseert BuRO4 de maximale hoeveelheid synefrine in kruidenpreparaten te beperken tot een inname van ten hoogste 27 mg p-synefrine per dag bij gebruik volgens de gebruiksaanwijzing. Daarnaast zijn het gebruik van m- en o-synefrine in kruidenpreparaten niet toegestaan.
Artikel 4, tweede lid, van het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten noemt een aantal stoffen die ter bescherming van de volksgezondheid niet aanwezig mogen zijn in kruidenpreparaten. Op basis van onderzoek6 heeft het RIVM aanbevolen die opsomming uit te breiden met een aantal andere stoffen, aangezien die (acuut) toxische eigenschappen blijken te hebben. Deze aanbevelingen zijn overgenomen. De desbetreffende stoffen zijn daarom toegevoegd aan artikel 4, tweede lid, van het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten. De oude onderdelen a en b (aristolochiazuren en yohimbe-alkaloÃden of derivaten hiervan) zijn vervolgens op alfabetische wijze ingevoegd in de nieuwe opsomming.
Het nieuwe onderdeel g heeft betrekking op olie uit Artemisia absinthium. In dat onderdeel is tot uitdrukking gebracht dat het verbod op de aanwezigheid van deze olie in kruidenpreparaten niet geldt voor de aanwezigheid van thujon in dranken van Artemisia-soorten, voor zover die aanwezigheid is toegelaten bij artikel 6, tweede lid, en bijlage III, deel B, van verordening (EG) 1334/20087.
Op basis van het eerdergenoemde RIVM-rapport en het hierop gebaseerde BuRO-advies over synefrine is besloten tot een verbod op het toevoegen van m- en o-synefrine aan kruidenpreparaten. Op basis van het BuRO-advies is een maximale dagelijkse hoeveelheid van 27 mg p-synefrine op basis van de inname hiervan uit de voeding afgeleid. Dit maximum is opgenomen in het nieuwe vierde lid van artikel 4.
Ricinus communis is opgenomen in deel II van de bijlage bij het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten. Het huidige artikel 4, derde lid, bepaalt dat kruidenpreparaten geen materiaal mogen bevatten dat geheel of ten dele afkomstig is van Ricinus communis. Uit onderzoek van het RIVM8 blijkt evenwel dat de inname van ten hoogste 0,4 g per dag van uit de zaden van Ricinus communis gewonnen olie, niet schadelijk is voor de volksgezondheid. Om die reden is aan artikel 4 van het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten een nieuw vijfde lid toegevoegd, waarin het voorgaande mogelijk is gemaakt.
De eisen inzake de maximale hoeveelheid pyrrolizidine alkaoÃden in voedingssupplementen en kruidenpreparaten worden in verordening (EG) 1881/2006 opgenomen. Zodra die wijziging voltrokken is, is artikel 4, eerste lid, van het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten overbodig. De toezichthouder kan vanaf dat moment immers handhavend optreden tegen pyrrolizidine alkaoÃden in voedingssupplementen en kruidenpreparaten op basis van voornoemde verordening, aangezien de bepalingen uit de verordening rechtstreekse werking hebben. Artikel 4, eerste lid, kan pas komen te vervallen op het moment dat verordening (EG) 1881/2006 op dit punt is gewijzigd. Om die reden treedt dit artikel in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, zodat aangesloten kan worden bij de datum dat de wijziging van de verordening in werking is getreden. Op dat moment kan onderdeel C-22.4.2 van de bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten weer komen te vervallen. Verordening (EG) 1881/2006 is bij besluit van 11 juni 2007 (stb. 2007, 223) uitgevoerd in het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen (hierna: Bbl). Het is op grond van artikel 2, negende lid, Bbl onder meer verboden te handelen in strijd met verordening (EG) 1881/2006. Onderdeel C-20.32 van de bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten biedt derhalve reeds een grondslag om een bestuurlijke boete op te kunnen leggen ter handhaving van verordening (EG) 1881/2006.
38c6e68cf9