Zorgcursus

Zorgcursus door Klaar Aerts en Inneke Van Esbroeck

  • maandag en dinsdag: constitutietypes en waarnemen van kinderen door Klaar
  • woensdag: schoolrijpheid

In de Steinerscholen kiezen we er voor om de schoolrijpheid van de kinderen goed te onderzoeken voor ze naar de eerste klas gaan. Daarom kijken we niet enkel naar de kalenderleeftijd, maar ook naar de ontwikkelingsleeftijd van een kind.

Ons onderwijs is doordrongen van denken, voelen en willen. Een kind moet in zijn uitrijping dan ook denkrijp, gevoelsrijp en wilsrijp zijn voordat hij volledig schoolrijp is. Of een kind klaar is om naar de eerste klas te gaan, hangt dus van meer af dan enkel van zijn intellectuele vermogens.

Tijdens de cursus zullen we samen kijken naar de algemene ontwikkeling van het jonge kind en hoe het hierbinnen naar schoolrijpheid toe groeit. De ontwikkeling verloopt in fases en niet altijd even gelijkmatig op alle gebieden. We koppelen de ontwikkeling ook aan de onderste vier zintuigen of ook wel de fysieke zintuigen genoemd die bij de eerste zeven levensjaren horen : de tastzin, levenszin, bewegingszin en evenwichtszin.

Verder zal er ruimte zijn om samen uit te wisselen hoe we hier op onze scholen mee om gaan. Hoe we leren de schoolrijpheid waar te nemen en wat de functie van ons kleuter observatie instrument (KOI) hierbij kan betekenen.

Volgende zaken komen tijdens de cursus dus aan bod :

· Algemene ontwikkeling van het kind van 0 tot 7 jaar

· Denkontwikkeling tot denkrijpheid

· Wilsontwikkeling tot wilsrijpheid

· Gevoelsontwikkeling tot gevoelsrijpheid

· De vier onderste zintuigen

· Schoolpraktijk en KOI

  • donderdag en vrijdag: seksuele en relationele vorming

SO is een echte oudertaak. Als leerkrachten of anderen dit geven nemen ze dus een oudertaak op zich en daar moeten ze zich ook heel erg bewust van zijn. Seksuele opvoeding geven brengt waardevolle en intieme ontmoetingen met zich mee tussen opvoeder en kind.

We kunnen SO niet waarachtig geven als we dit enkel vanuit onze “grote mensen”- taal doen. Zeker bij het jonge kind moeten we mee gaan in hun beeldende taal. Maar ook bij oudere kinderen blijft het telkens zoeken naar een taal die bij de leeftijd en de ontwikkelingsfase van het kind past en aansluit. Zo kunnen ze vanuit dit beeldende “mooie” weten toegroeien naar het verstandelijke en meer anatomische weten.

SO is ook relationele opvoeding, we moeten kinderen leren om vanuit hun unieke zelf met de ander om te gaan. En dit vanuit een respect voor het eigen ik en het ik van de ander. Het is belangrijk dat kinderen mogen voelen dat we blij zijn dat ze er zijn en dat ze allemaal recht hebben op een individuele integriteit.

Het is de kunst om een gesprek aan te gaan met een kind over zo’n gevoelige en soms wat gênante zaken als seksualiteit. We gaan dus op zoek naar de juiste toon, het juiste moment en de juiste sfeer om met een kind te praten. Wat het niet eenvoudig maakt is dat wij als leerkrachten vaak met een hele groep werken en niet één op één. Het zal dus altijd wat zoeken zijn naar de grenzen waarbinnen je werkt.

Indien we dit vanuit een mooi bewustzijn en met een mooie verbinding doen, zullen we door het geven van relationele en seksuele opvoeding niet enkel aan de seksuele ontwikkeling van de kinderen bijdragen, maar ook aan hun volledige mensontwikkeling.

Tijdens de twee cursusdagen zullen we enerzijds ingaan op de lichamelijke en seksuele ontwikkeling van het kind van baby tot 21 jaar. Dit doen we vanuit een antroposofisch mensbeeld enerzijds, maar we bekijken ook de normatieve lijst hieromtrent die Sensoa heeft gemaakt.

Verder gaan we op zoek naar hoe we onze seksuele en relationele vorming kunnen aanpassen aan deze ontwikkeling en hoe we dit in klasverband kunnen doen. We zullen zien dat bij het jongere kind de SO meer is ingebed in het dagdagelijkse leven, maar dat vanaf een bepaalde leeftijd daarnaast ook lessen SO op hun plaats zijn.

Indien gewenst zullen er ook voorbeeldlesjes ter beschikking zijn en gaan we dieper in op werkvormen en didactisch materiaal.

De volgende onderwerpen zullen dus aan bod komen :

· De seksuele ontwikkeling van 0 tot ongeveer 21 jaar en de taak van de opvoeder hierin

· Sociaal emotionele ontwikkeling bij het jonge kind

· Vlaggensysteem sensoa

· SO lessen vorm geven (inhoud, vorm, vanuit het kind, de ouders,…)

Tot slot wil ik ook voldoende ruimte laten om tijdens de cursusdagen met elkaar van gedachten te wisselen over SO en in te gaan op eventuele vragen en casussen.