Lidwoord (de, het, een):
Meestal schrijf je voor een zelfstandig naamwoord een lidwoord : de, het of een.
Een is het onbepaald lidwoord, bijvoorbeeld: een man, een vrouw en een kind.
Het is het bepaald lidwoord dat je gebruikt voor onzijdige woorden in het enkelvoud, bijvoorbeeld het kind.
De is het bepaald lidwoord dat je gebruikt voor mannelijke en vrouwelijke woorden in het enkelvoud en voor alle zelfstandige naamwoorden in het meervoud. In het enkelvoud geeft dit bijvoorbeeld: de man en de vrouw. In het meervoud wordt dit: de mannen, de vrouwen en de kinderen.