Er wordt van je verwacht dat je veel voorkomende hoofdletterregels spontaan toepast, zoals:
- Je gebruikt een hoofdletter in de volgende gevallen:
- Begin een zin met een hoofdletter.
- Schrijf eigennamen, zoals jouw naam en familienaam, met een hoofdletter.
- Schrijf aardrijkskundige namen, hun afleidingen en samenstelling met een hoofdletter.
- Je schrijft dus: België, Belg, Belgisch weer, ...
- Schrijf historische gebeurtenissen met een hoofdletter, bv. de Tweede Wereldoorlog.
- Je schrijft een kleine letter in de volgende gevallen:
- Schrijf historische periodes met een kleine letter, bv. de middeleeuwen.
- Schrijf de namen van maanden met een kleine letter, dus: januari, februari,...
- Als een zin met een getal begint, begin je het woord achter het getal met een kleine letter. Vermijd deze zinnen.
- Bv.
10 dagen later vond ze haar boek. Tien dagen later vond ze haar boek.
- Ken de regels die voor jou belangrijk zijn, zoals:
- bejaardenzorg: hij heeft de ziekte van Alzheimer !, maar hij heeft alzheimer.
- Vanzelfsprekend zorg je door een duidelijk handschrift voor een onderscheid tussen een hoofdletter en een kleine letter, bv. R en r.
- De volledige theorie ! over het gebruik van hoofdletters beslaat meerdere pagina's.
- Oefeningen:
- Eenvoudige oefeningen op de basisregels:
- Oefeningen met extra regels