https://sites.google.com/view/linguarium 


Taalgrenzen


Vertel eens, wat zijn de algemene problemen van de Nederlanden? Gebrek aan eenheid.

En verder?

Godsdienstige verdeeldheid.

Heel goed. Weet je nog meer?

Taal. Er is geen gemeenschappelijke taal. Wat wil je verder nog?

Nationalisme. Het grootste deel van de problemen kan daarop teruggevoerd worden. En op grenzen. Er zijn in de loop van de tijd alleen maar meer grenzen bij gekomen. 

Dat is een verstandige opvatting, die past in mijn staatsopvatting.

Welke opvatting is dat?

De scheiding van land en taal.

Wat betekent dat nu weer?

Nou, taalvrijheid, natuurlijk. Je kent toch wel zulke woorden!

Maar er is toch al taalvrijheid?

Denk je dat? Zoals je weet, is België nu verdeeld in een Waals, Vlaams en Duits deel, en er wordt over gedacht om van Brussel een apart deel te maken. Dat kan nog verder gaan, want de Friezen willen misschien ook wel een apart land gaan vormen, ik zwijg nog maar even over de Limburgers. Het is een heilloze weg. We zouden het idee, dat een volk voor het behoud van een eigen taal of cultuur een eigen land nodig heeft, moeten verlaten. Iedereen zou vrij moeten zijn om zich in de eigen taal uit te drukken, waar deze zich ook in de Nederlanden bevindt.

Hoe wil je dat realiseren?

Door staatshervorming.

Denk je dat dat iets uithaalt? Staatshervorming heeft in de Nederlanden nooit succes gehad. Denk maar eens aan de Belgische staatshervorming. Het einde daarvan was dat België uit elkaar viel in drie gewesten en drie gemeenschappen, met elk hun bevoegdheden.

Weet je, ik ben blij dat je het zegt. Daaruit blijkt alleen maar, dat als iedereen die weg volgt, de boel uit elkaar valt. De Nederlanden vallen uiteen in nog meer landjes dan de drie die er nu zijn. Er zou een politieke regeling moeten zijn, die de taalvrijheid in de Nederlanden regelt. Ook vrijheid moet je regelen. Bijvoorbeeld de vrijheid voor Franstaligen om Frans te spreken in de hele Benelux. Vrijheid voor de Friezen om Fries te spreken in Luik.

Denk je dat de overheid dit kan regelen? Je zou erop kunnen hopen dat het bij de burgers begint, bijvoorbeeld door burgerlijke ongehoorzaamheid. Als burgers eenmaal zo ver zijn dat ze die regelingen, taalgebieden en taalfaciliteiten massaal overtreden, kan men erop komen de zaak door de overheid te laten regelen.


 Je bent het dus toch met me eens. Ook jij wil dat er een staatshervorming komt. Alleen verschil je met mij van mening over het tijdstip waarop dit moet gebeuren. Maar je hebt misschien gelijk. Eerst moeten de burgers in actie komen. Dat moet als eerste gebeuren.

Nu wil je natuurlijk dat ik je scheiding van land en taal ga preken. Dat is toch werkelijk absurd? Wat dacht je? Natuurlijk is de kans niet zo groot. Maar er is een kans. En die moet je aangrijpen. Mijn idee heeft trouwens het voordeel dat grote overheidsuitgaven niet meer nodig zijn. Dat levert een enorme besparing op. Je kunt zelf uitrekenen hoeveel de taalstrijd heeft gekost.

Geloof wat je wilt, maar mij bevalt het duistere idee van burgerlijke vrijheid. We zouden voor een regeling kunnen gaan strijden, maar ons vrijheidsdenken zou altijd aanwezig blijven, ons denken kan zich daar niet van bevrijden.

Geklets! Dit is de voorbereidende fase. De regeling komt aan het einde. Die kun je niet zomaar hals over kop invoeren. Eerst moet je de scheiding van land en taal preken en dan, als het idee zich overal heeft verbreid, kan er een hervorming van de staat komen. Daarom, zou het niet iets zijn voor, jou, om op weg te gaan naar Luik, de stad, die wacht op een vrouw die haar de weg kan wijzen in de wereld van nu. Overtuig de Luikenaren, hun taalstrijd op te geven en zich niet meer te verschansen binnen hun taalgebied. Klinkt het niet geloofwaardig, als je het hun zo vertelt?

Ik weet het echt niet. Ik denk, dat er zelfs niet één inwoner van Luik is die naar die boodschap zal willen luisteren.

Dat is mogelijk, maar als je er tenminste één zou vinden, zou dat alleen al de moeite lonen.


Het beginsel van scheiding van land en taal is niet in de Nederlandse grondwet vastgelegd. Het vloeit voort uit de godsdienstvrijheid en het discriminatieverbod, die zijn vastgelegd in artikelen 1 en 6 van de grondwet.

Artikel 1: Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Artikel 6: Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden

Zo kun je ook de scheiding van land en taal regelen.

Deze houdt in, dat het verbod van discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, begrepen wordt als zijnde ook een verbod van discriminatie wegens taal.

Verder, dat het recht van ieder om zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet, wordt begrepen als zijnde ook het recht van ieder om zich uit te drukken in de eigen taal. Daarbij komt de toevoeging: behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Dat betekent in de praktijk, dat de overheid pas, als principes van gezondheid, verkeer en openbare orde in het geding zijn, kan optreden.


België is een federale staat met tolerantie ten opzichte van verschillende gewesten en gemeenschappen binnen dezelfde staat.

De gemeenschappen (Vlaamse, Franse en Duitstalige Gemeenschap) zijn bevoegd in persoonsgebonden materies (cultuur, onderwijs, welzijn, gezondheid sport en taal.

De gewesten (Vlaams Gewest, Waals Gewest en Brussels Hoofdstedelijk Gewest) zijn bevoegd in grondgebonden materies zoals milieu, ruimtelijke ordening. wonen, mobiliteit, infrastructuur, economie en werkgelegenheid.


 De Belgische gemeenschappen zijn eentalig (Frans, Duits of Nederlands). Alleen het Brusselse Hoofdstelijke Gewest is tweetalig (Frans en Nederlands).

In het tweetalige Brusselse Hoofdstedelijke Gewest worden de gemeenschapsbevoegdheden uitgeoefend door de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie Uit een onderzoek van Rudi Janssens naar taalgebruik in Brussel en talenkennis van de Brusselaars blijkt het volgende:

Een derde van alle volwassenen die eentalig Nederlands zijn opgevoed gaan ook eentalig Nederlandse gezinnen vormen. Ongeveer een derde gaat alleen Frans spreken en een ander derde wordt tweetalig.

Veel respondenten geven aan goed Engels te spreken, maar gebruiken deze taal in de praktijk zelden. In de praktijk is het Frans de meest gebruikte taal.

Vrijwel alle mensen die Nederlands spreken beheersen ook het Frans en vaak ook het Engels. Met Nederlands alleen kom je in Brussel blijkbaar niet ver. Kennis van het Frans daarentegen is voor bijna de helft van de Brusselaars voldoende.

Van de Brusselse bevolking is ongeveer 50% eentalig Frans bij de geboorte, maar Frans is niet alleen de taal van deze Franssprekenden, het is ook de taal die Brusselaars gebruiken als lingua franca. Dat wil zeggen dat ze terugvallen op het Frans in gesprekken met anderstaligen. Frans is ook de taal die het meest in de contacten met de buitenwereld wordt gesproken. Ook de Nederlandstaligen spreken vaak Frans of schakelen over naar het Frans wanneer de gesprekspartner Frans blijkt te spreken.

Hoewel Frans domineert, worden tot 57 verschillende talen of taalcombinaties met de buren gesproken. Leden van bepaalde taalgroepen vormen ook taalgemeenschappen die in dezelfde buurt wonen.

Arbeidsmigratie ligt aan de basis van de linguïstische diversiteit van Brussel. Talenkennis is dan ook heel belangrijk bij de aanwerving. In ongeveer een derde van de banen wordt zowel Nederlands als Frans gevraagd, Engels is nodig voor een vijfde van alle vacatures.

Afhankelijk van de eigenaar en werknemers in het bedrijf, worden er in de interne communicatie ook andere talen gebruikt, zoals Duits, Italiaans, Arabisch, Japans, Russisch, Turks, Spaans, Zweeds, Deens en Grieks.

Bewoners van Brussel kunnen kiezen of ze Nederlands of Frans spreken in hun contact met de gemeente. Engels is geen officiële taal, dus het gebruik daarvan hangt af van de goodwill van de ambtenaar.

In principe moeten alle Brusselse ambtenaren tweetalig zijn, maar in de praktijk is dat niet altijd zo. De gemeentelijke websites zijn dan weer pragmatischer en bieden informatie in drie talen (Nederlands, Frans en Engels) aan. De website van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest biedt zelfs informatie in 5 talen (Nederlands, Frans, Duits, Engels en Spaans).

Het Engels speelt niet zo’n grote rol in het privédomein of in de buurten, maar des te meer in de publieke sfeer. Het is zichtbaar in het straatbeeld (affiches, reclame, opschriften, winkelketens) en ook in de media- en cultuursector kun je niet om het Engels heen. Op de televisie en radio is de voertaal wellicht het Nederlands of het Frans, maar de taal die het meest te horen is in de programma’s en de muziek is toch het Engels.

Het Engels wordt ook vaak gezien als de taal van de internationale gemeenschap, maar dat blijft vooral beperkt tot de Noord-Europeanen, inwoners uit andere Europese lidstaten verkiezen nog steeds het Frans. Ook de Engelstaligen zullen zich in winkels en diensten meestal van het Frans bedienen.

Desalniettemin claimt het Engels de status van lingua franca op wereldgebied en dat heeft uiteraard gevolgen in een wereldstad als Brussel. Hoewel deze taal officieel geen enkel recht heeft, is er toch veel informatie beschikbaar in het Engels en kunnen mensen als ze dat willen ook in het Engels terecht bij verschillende diensten.

Het Engels is het meest zichtbaar in het bedrijfsleven, waar het soms zelfs als een brugtaal functioneert tussen Franstaligen en Nederlandstaligen. Ook in het onderwijs wordt Engels belangrijker, nu meer en meer studenten een Masters in het Engels volgen.

Het is onvermijdelijk in een meertalige stad als Brussel dat er voortdurend verschuivingen optreden in het taalgebruik. Sommige talen verdwijnen, andere worden sterker.

De situatie bij de hoogopgeleide EU inwijkelingen, Amerikanen en Japanners is enigszins anders omdat die vaak niet permanent in het land verblijven en tevens hun kinderen naar internationale scholen sturen, waar onderwijs in de eigen taal aangeboden wordt. Hun talen hebben ook dikwijls een hoge status en verschuiving is bijgevolg bij hen minder.

Wat zegt de taalsituatie in Brussel over de te verwachten taalsituatie zonder taalgrenzen in de Euregio?


 In de Euregio zullen net als in Brussel Franstalige, Duitstalige en Nederlandstalige gemeenschapscommissies ingesteld zijn die in de regio gemeenschapsbevoegdheden uitoefenen, bevoegdheden in persoonsgebonden materies, zoals cultuur, onderwijs, welzijn, gezondheid, sport en taal.

De taalgrenzen zullen zijn afgeschaft, maar het is niet te verwachten dat de driedeling in een Nederlands, Frans en Duits taalgebied zal verdwijnen.

Vermoedelijk zal niet een van de drie talen de meest gebruikte taal worden.

Het gebruik van het Frans als lingua franca zoals in Brussel is niet te verwachten in de Euregio. Nederlandstaligen zullen in hun contact met Franstaligen niet zo vaak als in Brussel overschakelen naar het Frans. Ook zullen Duitstaligen waarschijnlijk niet zo vaak als nu in de Duitstalige Gemeenschap van België gebeurt Frans gaan praten als de gesprekspartner Frans blijkt te spreken.

Veel Euregianen zullen in hun contact met anderstaligen van hun eigen taal overschakelen op Engels. Degenen die het kunnen zullen de taal van de ander gebruiken.

Frans blijft domineren in de regio Luik, Duits in de regio’s Aken en Eupen en Nederlands in Nederlands en Belgisch Limburg. Hoewel deze drie talen domineren in hun regio, zullen meer andere talen of taalcombinaties worden gesproken dan nu het geval is.

Dit geldt vooral voor het bedrijfsleven. Als de arbeidsmigratie tussen de regio’s toeneemt, zal de taaldiversiteit in de bedrijven ook toenemen.

De Euregianen kunnen kiezen of ze Duits, Nederlands of Frans spreken in hun contact met de gemeente. In theorie moeten alle Euregiaanse ambtenaren drietalig zijn, maar in de praktijk zal dat niet altijd zo zijn. Het gebruik van Engels zal toenemen. niet thuis of in de wijk, maar in de publieke sfeer. Het Engels is de internationale brugtaal en dat zal het ook zijn in de Euregio.

VERENGELSING

Het voorstel om Engels de voertaal te maken op de Nederlandse universiteiten kwam voor het eerst in 1989 van toenmalig minister van Onderwijs Jo Ritzen.

Van alle kanten kwam protest.

Ritzen nam zijn woorden snel terug en zei dat hij het „zo niet bedoeld” had. Maar wat die opmerking waard was, weten we als we nu kijken naar de universiteit van Maastricht, waar dezelfde Ritzen sinds 1 februari 2003 voorzitter is van het college van bestuur.

Al in de jaren tachtig is Maastricht uitdrukkelijk in het buitenland studenten gaan werven. ...Zo’n 45 procent van onze studenten komt nu uit het buitenland.

Bron: NRC

Door de ligging van Maastricht nabij de grens van het Franse en Duitse taalgebied, werd tot eind 19e eeuw, met name door de welgestelden, veel gebruik gemaakt van het Frans, en in mindere mate Duits.

Door de toenemende mondialisering (in Maastricht is bijna de helft van de studenten afkomstig uit het buitenland) is de laatste jaren het gebruik van Engels sterk toegenomen. Het onderwijs aan de universiteit is vrijwel geheel Engelstalig.

Daarmee plaatst de stad zich niet in een Europese maar een mondiale omgeving.

In Maastricht bestaat er weer zoiets als de tweeherigheid van Maastricht, maar dan niet de tweeherigheid, maar de tweetaligheid.

De universiteit Maastricht, omgedoopt naar Maastricht University. Ook de gemeente Maastricht richt zich steeds vaker in twee talen (Nederlands en Engels) tot haar burgers.

Maastricht werd officieel tweetalig.

Steenkolen-Engels 'I hate you all very welkom'.

Met het steenkolen-Engels (Dunglish) van de meeste Nederlandse docenten gaan veel nuances verloren.

Het woord Nederengels wordt gebruikt voor het overvloedig gebruik van Engelse woorden in de Nederlandse taal. Het gaat daarbij niet per definitie om taalfouten.

Bron: Ublad.

In de Euregio “Maas Rijn” leven ongeveer vier miljoen mensen die drie verschillende talen, Frans, Duits en Nederlands, spreken en verdeeld zijn in vijf culturen (het Belgische deel van de Euregio is verdeeld in een Duitstalig, Franstalig en Nederlandstalig gebied).


 Het Euregio Certificaat Sociaal Werk (van 31 augustus 2003 tot 30 november 2006) is een 3-talige euregionale differentiatie binnen het Sociaal Werk curriculum, waarin zes hogescholen in de Euregio Maas-Rijn participeren. De hogescholen werken samen om hun studenten beter voor te bereiden op een beroepspraktijk waarin de effecten van die Europese integratie steeds sterker merkbaar zijn.

Binnen het netwerk wordt het principe gehanteerd, dat ieder zijn eigen taal spreekt en door de ander wordt begrepen.

Het beginsel van meertaligheid past goed in de traditie van de Europese Unie. Deze staat haaks op een ontwikkeling die vanaf de Tweede Wereldoorlog is begonnen, waarbij het Engels geleidelijk de verkeerstaal is geworden ook buiten de door de Engelsen gekoloniseerde gebieden.

Het naoorlogse proces van internationalisering is te vergelijken met de hellenisering (vergrieksing) van de landen rond de Middellandse Zee die begon na de veroveringen door Alexander de Grote van het Perzische Rijk, waardoor de Griekse taal daar de gemeenschappelijke taal (koine glootta) werd en bleef tot na de Romeinse verovering van het Midden-Oosten. Alleen in het West- Romeinse Rijk overheerste het Latijn, met name als wetenschappelijke taal en dit is (in West- Europa) tot na de Middeleeuwen zo gebleven. Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw verwierf Internationaal Engels een positie die te vergelijken was met die welke het Grieks of het Latijn vroeger hadden.

De meeste mensen schakelen nu over op Engels, als ze elkaars taal niet kennen en geen tolk hebben. Wie het Engels beheerst, krijgt gemakkelijk toegang tot de internationale wereld. Het is echter de vraag of dit ook opgaat voor grensgebieden.

Taalregime voor grensgebieden.

Een Belgisch systeem (wettelijk vastleggen van taalgebieden en bestuurlijke indeling daaraan aanpassen) lijkt geen goeie oplossing.

Oplossing: een compromis.

We beschouwen de euregio als een moderne kosmopolitische stad. In zo'n stad worden in principe alle talen gesproken. In de praktijk een of twee regionale talen en enkele lokale dialecten. Ook het Engels als internationale taal is ter beschikking.

Kortom: we houden niet strikt vast aan het EU principe van meertaligheid, maar we gaan ook niet allemaal geforceerd Engels met elkaar zitten praten.