Search this site
Embedded Files
Mijn naam is Riga

https://sites.google.com/view/linguarium 


Stamreeksen

Het is niet mogelijk om je werkelijke afstamming te vinden.
Dat komt doordat afstamming geen reeks is, maar een netwerk.
Een reeks is een fragment van het netwerk.
Een reeks is meestal gemakkelijk te vinden.

Een vaderreeks is het gemakkelijkst.
Een patrilineaire stamreeks of vaderreeks geeft een overzicht van iemands voorouders in de rechte mannelijke lijn. Bij het maken van een stamreeks ga je terug in de tijd tot de oudst bekende voorvader, dat is de stamvader. Je neemt alleen opeenvolgende mannelijke voorouders van een persoon in de reeks op: de vader, diens vader, enzovoort.
Tot nu toe is het in Europa praktijk, dat kinderen de achternaam van de vader krijgen,  Het blijft door de generaties heen steeds ongeveer dezelfde achternaam. Een vaderreeks wekt de indruk dat het de werkelijke afstamming is.

Iets minder gemakkelijk is een moederreeks.
Een matrilineaire stamreeks of moederreeks gaat terug in de tijd: van iemands moeder, naar haar moeder enzovoort, tot de oudst bekende voorouder, de stammoeder.
De voormoeders hebben in elke nieuwe generatie een andere achternaam, en daardoor lijkt de afstamming minder evident.

Een hybride reeks of vader/moederreeks, waarbij voorvaders en voormoeders onregelmatig op elkaar volgen, opent de weg om elke voorouder die men zich wenst te vinden. Deze methode wordt soms gebruikt om een adellijke afkomst aan te tonen (Willem van Oranje of  Karel de Grote).

Vanwege de tekortkomingen van die stamreeksen wordt de kwartierstaat aanbevolen als de beste methode om de afstamming te vinden.
Een kwartierstaat begint bij de persoon van wie je de kwartierstaat maakt, de kwartierdrager. Vervolgens noteer je de ouders, hun ouders, alle grootouders, betovergrootouders, en zo verder. Bij elke generatie terug in de tijd, verdubbelt het aantal voorouders in het schema. Een kwartierstaat laat echter ook alleen maar een fragment van het werkelijke familienetwerk zien.

Het werkelijke familienetwerk is onbegrensd. Het strekt zich uit tot de mensheid. 

Vaderreeks

Ik ben Lies Riga, dochter van Joseph Riga, zoon van Hendrik Riga, zoon van Gilles Riga, zoon van Jean Riga, zoon van Gilles Riga, zoon van Jean Riga, zoon van Laurent Riga.

LAURENT RIGA & 1714 JEANNE HOUBAR (Glons)

JEAN RIGA & JEANNE LOMBART

GILLES RIGA & ANNE RAESKIN

JEAN RIGA & 1815 MARIE ANNE POISKET (Voerendaal)

GILLES RIGA & 1842 GERTRUID PIETERS (Spaubeek)

JAN HENDRIK RIGA & 1874 ELISETTE CALS (Schinnen)

JOSEPH RIGA & JOSEPHA PETRI

WIL RIGA &  BERTINE JEURISSEN

LOUIS RIGA & HILDE BACKUS

CHRISTIAN RIGA & STEPHANIE JANSSEN

Moederreeks

Ik ben Lies Riga, dochter van Josephine Petri, dochter van Clara Cremers, dochter van Anna Willems, dochter van Catharina Nuchelmans, dochter van Maria Uleners, dochter van Cornelia Deumens, dochter van Maria Sturmans, dochter van Helena Damen.

HELENA DAMEN & JOANNES STURMANS

Maria Damen is getrouwd met Joannes Sturmans. op 13 juli 1679 te Brunssum

MARIA STURMANS & ADAMUS DEUMENS

Maria Sturmans is geboren op 4 mei 1681 in Bingelrade. Zij is overleden op 20 december 1737,
Zij is getrouwd met Adamus Deumens. op 25 november 1699 te Schinveld.

CORNELIA DEUMENS & JOHANNES WILHELMUS ULENERS

Cornelia Deumens is gedoopt op 11 april 1712 in Jabeek. Zij is overleden op 16 juni 1775 in Schinveld.
Zij is getrouwd met Joannes Wilhelmus Uleners. op 30 november 1737 te Schinveld.

Joannes Wilhelmus Uleners is begraven op 16 juni 1775 in Schinveld.

Kinderen: Maria Catharina Uleners  *1739, Adamus Uleners  *1741, Henricus Uleners  *1745, Adamus Uleners  *1748, Maria Cornelia Uleners  1751-1793, Henricus Uleners  *1753, Mechtildis Uleners  1757

Bron: Genealogie Daemen 

MARIA ULENERS & PETRUS NUCHELMANS

Maria Uleners is gedoopt op 21 maart 1751 in Schinveld.

MARIA CATHARINA NUCHELMANS & JAN PIETER WILLEMS 

ANNA ELISABETH WILLEMS & JAN WILLEM CREMERS

CLARA WILHELMINA CREMERS & JAN HENDRIK PETRI

Clara Wilhelmina Cremers *1838, in het eerste huwelijk getrouwd met Hendrik Jozeph Ritzen, in het tweede huwelijk (1874) getrouwd met Jan Hendrik Petri (1839-1927)

Jan Hendrik Petri is geboren op 21 januari 1839 in Nagelbeek en overleden op 24 maart 1927 op Stammenhof. Beroep: Landbouwer te Sweijkhuizen. Hij was raadslid te Schinnen vanaf 1873-1879.

Hun kinderen:

Hendrik Louis Willem Petri 1875-1948

Maria Kaspar Joseph Petri 1877-1877

Maria Josephina Wilhelmina Petri 1879-1961

Bidprentje: Bid voor de ziel van zaliger Jan Hendrik Petri Weduwnaar van zaliger Mejuffrouw Clara Wilhelmina Cremers.

De dierbare overledene werd geboren te Nagelbeek Schinnen den 21 Januari 1839 en overleed, voorzien van de laatste H. Sacramenten godvruchtig en geheel overgegeven aan Gods H. Wil te Stammen, Sweyckhuizen Schinnen, den 24 Maart 1927.

JOSEPHINE PETRI & 1912 JOSEPH RIGA (Stammen)

Joseph Riga was halfwinnaar van Stammen. 

(Bronnen: Genealogie online, Kwartierstaat Petri; Joskes genealogie

LIES RIGA & WIEL VAN HEUGTEN

Hybride reeks

Ik ben Lies Riga, dochter van  Josephine Petri, dochter van Jan Petri, zoon van Jan Petri, zoon van Maria Petri, dochter van Henricus Petri, zoon van Mechtildis Pijls, dochter van Joannes Pijls, zoon van Johannes Pijls.

JOHANNES PIJLS Pijls 1653-1731 & MECHTELD VROEMEN (†1740) (2de huwelijk)

Paschasius *1693; Gertrudis  *1695; Joannes  *1697 (& Maria Lenaerts); Maria  *1700; Catharina Elisabeth  *1702; Sophia  *1704; Henricus  *1707

SOPHIA PIJLS & JAN ADAM SCHELLAERT (Mehove)

Joannes Adamus *1680; Reinerus *1683; Joannes Guilielmus *1686; Maria Ernestina *1689.  Zij werd in 1742 gebiedende Vrouwe van Schinnen; Walramus *1691; Anna Catharina *1693; Joanna Sibilla *1696.

De herbergen waren in deze tijd verplicht hun bier te betrekken uit het “Banale Panhuis”.

In Oirsbeek waren tientallen herbergen. Daar moet men zich niet te veel van voorstellen.

Het waren veelal woonkamers die op bepaalde tijden als gelagkamer dienden. Het panhuis was voorheen eigendom van de familie Schellart van Obbendorf van Schinnen en heer van kasteel Terborg.

Toen een zekere Jan Adam Schellart op 13 december 1680 verklaarde:

“verwacht hebbende een kind bij Sophia Pijls, dochter van Paes Pijls, buiten Heiliken ehestandt maer van goede intentie sijnde om selve te trouwen” schonk hij Sophia het panhuis te Oirsbeek met huis en land.

Via de banden tussen de familie Pijls en Limpens kwam het panhuis uiteindelijk in handen van de familie Limpens. Vanaf 1751 tot 1767 vonden er de bankvergaderingen plaats van de schepenbank Oirsbeek.

Bron: Schutterij Oirsbeek,  Kroniek

"Op de buitengewone vergadering der schepenen op ter Borgh, op 3 Juli 1742, drie dagen na de begrafenis van den gebiedenden Heer, werd diens testament geopend en voorgelezen.

Luidens den inhoud werd Maria Ernestina de Schellardt tot erfgename aangesteld van de roerende en onroerende, alsmede de jurisdictioneele goederen.

Michiel Hoen verklaart plechtig "het heerlick gesagh in haeren naem te accepteren ende versoeckt uyt crachte van het gemeld testament sonder uytstel in de reëele en actuëele possessie te worden gesteld van de Heerlichheyt Schinnen als haere Gebiedende Vrouwe".

Den 19 October daaropvolgende werd de heerlijkheid als Valkenburgsch leen namens haar verheven door Reiner Gorten.

Bij akte van donatie verleden voor de schepenbank te Schinnen op 2 December 1734 stond zij aan haar neef Walram Winand Adam, heer van Schinnen, af hare goederen bestaande in den hof Mehove met de daaraan behoorende gronden gelegen te Puth en te Oirsbeek met den last dat zij gedurende haar leven bij hem op ´t kasteel te Schinnen zou inwonen en volgens haren staat kost en kleeding genieten, of in geval dat zij van daar zou weggaan, hij haar jaarlijks 600 gulden brabantsch zoude uitkeeren; verder dat hij aan hare twee zusters, religieuzen in het adellijk klooster te Nieuwerck jaarlijks aan ieder een uitkeering zoude doen van 30 rijksdaalders, tot verzekering waarvan de acceptant tot onderpand stelde den genoemden hof Mehove, den hof Stammen en den oliemolen te Heisterbrug (Overdrachtregister van Schinnen op het Rijksarchief te Maastricht).

Bron: Bijdrage tot de geschiedenis van de Voormalige heerlijkheid Schinnen, H. Pijls, 1928 (pagina 97)

Maria Ernestina stond in hoog aanzien bij haar volk door haar goedigen en minzamen omgang en hare mildheid jegens de armen. In de pastoreele registers komt zij dikwijls voor als meter. Haar testament van 26 October 1758 levert het beeld van haar leven. Op den dag harer begrafenis moesten 3 Hoogmissen gezongen worden, elke met 3 heeren, die bij het zingen van het officie der overledenen door 24 priesters moesten bijgestaan worden. Haar beste kleedingstukken gaf zij met eene som gelds aan de kerk om er misgewaden van te maken. Gedurende één jaar moesten op ieder der Guatertemperdagen 4 malders roggen (16 vaten) tot brood worden gebakken ten behoeve der armen die den kerkdienst bijwoonden. Hare beide zusters, Johanna Sibilla en Maria Anna, religieuzen in ´t adellijk stift te Nieuwerck legateerde zij gedurende haar leven den Bronsraedter erfpacht, bestaande in 11 malders haver en 11 malders rogge, welke erfrente na den dood harer zusters zou aankomen aan haar neef, Adam Alexander Graaf van Schellardt te Geysteren aan wien zij ook vermaakte alle pretentiën ten laste der heeren Baron van Bongaerdt en van Leroodt, welke zaak nog hangende was bij ´t keizerlijk hof te Wetzlar. Nog vermaakte zij dezen Adam Alexander den hof Mehove met de daarbij behoorende gronden, alsmede de halve heerlijkheid Leeuwen bij Roermond, zijnde Graaf Adam Alexander krachtens ´t testament van Walram van Schellardt van 16 September 1740 benoemd tot universeel erfgenaam van de heerlijkheid en van de familiegoederen te Schinnen. Tot executeurs van haar testament benoemde zij den pastoor en den secretaris der schepenbank Schinnen.

Maria Ernestina overleed op ´t adellijk huis ter Borgh den 31 Mei 1767 in den ouderdom van 78 jaren. Haar lichaam werd bijgezet in den grafkelder harer voorouders te Schinnen den 2 Juni.

Zij had geene beschikking gemaakt van hare mobilaire goederen en het riddergoed Broich. De meubels werden op verzoek van Graaf Adam Alexander 20 Juli 1767 gescheiden van die, welke afkomstig waren van Walram en door het schepengerecht geïnventariseerd. Op 30 October 1767 werd door de erfgenamen, den schepen Paes Limpens, de familie Pijls en Hoen overgegaan tot de deeling harer nagelaten roerende goederen. Den 9 Maart 1774 zagen Joannes Pijls, gehuwd niet Maria Leenaerts, Sophia Pijls, de weduwe Dieteren, Henricus Pijls, Elisabeth en Maria Pijls, erfgenamen van Maria Ernestina van moederszijde, af van hunne rechten op ´t riddergoed Broich in het land van Gulick ten gunste van Baron A. Geyer te Aken (Overdrachtregister van Schinnen op het Rijksarchief te Maastricht)."

Bron: Bijdrage tot de geschiedenis van de Voormalige heerlijkheid Schinnen, H. Pijls, 1928 (pagina 98)

JOANNES PIJLS & 1724 MARIA LENAERTS (Stammen)

Maria Lenaerts 1699-1777 is in 1724 getrouwd met Joannes Pijls 1697-1779

Kinderen:  Henricus 1725, Mechtildis 1726, Henricus 1729, Joannes 1732, Nicolaas 1737, Maria Gertrudis 1741.

Joannes Pijls was halfwinnaar van Stammen.

HENRICUS PETRI & MARIEKE SCHUTGENS

Hij is gedoopt op 29 september 1701 in Ville Du Bois bij Vielsalm. Hij woonde samen met zijn vrouw Marieke Schutgens en kinderen in een boerderij in het Straatje te Puth in de nabijheid van de kerk. In 1750 werd hij overvallen in deze boerderij te Puth door een bende Bokkenrijders.

https://www.genealogieonline.nl/kwartierstaat-petri/I59.php

Corpus Delicti overval op Petri In Puth

Schinnen 4/5 maart 1750 RHCL in Maastricht - LvO 2024

Wij onderschreven Schepenen der Heerlicheijt Schinnen declareeren ende attesteeren, dat wij ons op den 6den martii Leslleeden  hebben getransporteert ten huijse van Henric Petri alwaer wij hebben bevonden in eene' wandt een gebroockene gatt waerdoor de dieven souden ingebrooken sijn aen' een kleen kamerken neffens den nehten aen de straet. Aldus gedeclareert den 26 maij 1750 onderstont Quod attestamur. was geteeckent Daem Gielen, Derck Coumans

Specificatie van gelt ende andersints wegens den diefstal begaen ten huijse van Henric

Petri in de nacht tusschen den vierden ende vijfden martij 1750.

1/mo Voor den eersten heeft den gemelden Henric Petri verclaert dat doens van hem ende uijt sijnen huijse door de dieven en knevelaers gestolen ende Eweghgevoert is sestigh à seventigh ducaten nochtans niet wetende precieselijck ofte het seventigh ducaten souden sijn geweest Evenwel boven de sestigh

2/do Vier Cruijtze Pattacons

3/tio een Croonstuck

4/to  dertigh blaumuser

5/to  een Copstuck Gulix gelt

6/to  een spaensche Ducaton

7/mo ende eenige andere specien van gelt gelijck als boterclaeskens, vettmannekens, Luijxe orden buijsschen etc.

8/vo alnoch veel lijnwant ende van het selve eenigh geteekent

9/no een silveren doosken om slagh ofte Catarre waeter daerinne te doen

10/mo den gouden Trouw Rinck

11/mo eenen bruijnen rock met een swart damaste Camisol als oock sijne andere kleederen welcke hij Daegelijcks was draegende

12/do    de Cleedren van sijne vrouwe gelijck als Cappoutien rocken, voorschoten, treckmutzen kleeren plaggen en andersints,

Aldus gedeclareert voor ons schepenen beneffens den Secretaris heden den 6 martij 1750 (onderstondt) Quod attestamur (was geteekent) Daem Gielen, Derck Koumans ende J.H. Dullens Secretaris.

Concordatiam cum suo Originale

Attestor J.H. Dullens Secretaris in Schinnen

Eedelijcke informatie genomen over den diefstal, knevelerije ende inbreuck begaen aen den huijse ende aen de xxx persoonen van Henric Petri ende sijne huijsvrouwe in de nacht tusschen den vierden en vijfden martij 1750 tot Puth onder dese Heerligheijt

Schinnen. Coram scabinis

Gielen en Coumans beneffens den secretaris heden den  6.martij 1750

Henric Petri oudt ontrent de vijftigh jaeren, inwoonder deser heerligheijt verclaert onder Eede (welcken hij ten sijnen huijse in handen van onsen secretaris gepresteert, ende wij dijeshalven door ordre van den Heere schouteth getransporteert),

Hoe dat hij in de nacht tusschen den vierden en vijfden martij lestleden op sijn bedde in de kamer liggende neffens sijne vrouwe en eenige discoursen met haer houdende, ontrent tusschen ellif à twelf uijren heeft eene deure hooren opgaen in de keucken, meijnende nochtans dat het sijne soone welcken s'morgens moeste uijtvaeren t'selve gedaen soude hebben.

Evenwel noch een weenigh beijdende, zijde hij deponent tot sijne vrouwe "O Heer wat is dat" ende instantelijck daer naer hoorde hij eene  stimme his verbis "Wij sullen digh nu hebben".

Dat doens gelijck eenen kort van persoon, swart bruijn gecrolt haijr, blauw gekleedt op sijne bedde gesprongen sonder naerlaetenop sijne vrouwe met een instrument, sonder te weten wat voor een, nochtans met eenigh ijser ofte koper, daer aen rabbelende geslagen heeft.

Dat ondertusschen vier andere quaedtdoenders hem deponent fellijck aengrijpende en op sijne bedde handen ende beenen gekneveld en gebonden hebbende, eenige der selve hem met de haijren van sijne bedde afgesleept hebben, ter aerden geworpen oock, op hem deponent sonder ophouden met eenen ijseren boom geslagen.

Addeerende in de wijle dat die knevelaers aen hem deponent  te binden waeren eenen der selve drij à viermael naer sijnen hals was stekenede, Edoch in sijne armen getroffen heetf, te weten in den lincken drij steeken ende in sijnen Rechter eenen.

Dat onder dese die hem deponent met sijne haijren ende andersints hem getormenteert hebbende onder andere gekent heeft Anthon Hamers, woonende op de Winterraeck, als oock van aengesight gekent hebbende  den oudsten soon van Martin Latin welcken met eenen kraem over landt gaet ende Jacque de Jardin genaemt den keuckelaer, woonende tot Hommert. Den selve sijne flint gevisiteert hebbende, heeft in den hals gehangen ende mede Ewegh gevoert.

Waer ontrent den deponent sijn hooft onder de bedtstaedt salveerende, veel meer andere in sijne kamer, huijs ende solder hoorde, waervan eenige van tijdt tot tijdt naer ondersoekinge van gelt ende andere Effecten tot hem gereverteert sijnde hem meijnende doodt te wesen.

Als wanneer des deponents vrouwe vraeghde met stille woorden 'Henric leeft gij noch' tot twee à drijmael toe, waer op hij niet en derfde andtwoorden om redenen dat die quaede gesellen noch van hem het leven gehoort hebbende vermoort ofte doodtgeslagen souden hebben.

Alsdoen quaem eenen , wederom hoorende des deponents vrouwe spreecken en heeft deselve wederom sonder ophouden soodaenigh met voeten gestooten dat de selve haer niet meer en koste beweegen, alsdoen naer het uijtblaesen der lighten vertrocken sijn.

Addeerende hij deponent verders dat als hij ter aerde lagh eenen der voors. gesellen tot hem is gekomen met vier ofte light hem aen sijne schaemelheijt gebrandt tot hij sijn laeste gelt moeste designeeren.

Quibus prælectis persitit et scribere nesciens cruce subsignavit (was gehandtmerckt)

Dit is de + merck van Henric Petri, verclaerende niet te konnen schrijven

(onderstondt) Quod attestamur

en was geteekent Daem Gielen, Derck Koumans ende J.H. Dullens Secretarius

Maria Schuttgens oudt ontrent de twee en vijftigh jaeren, geêdt ende geëxamineert deponeert dat sij deponente niemandt der knevelaers of quaedtdoenders gekent heeft.

Om dieswille dat eenige der gesellen haer op haer aengesight met gewelt hebben geworpen ende door de alteratie der continueele slaegen met doodende instrumenten, stooten ende andersints getracteert sijnde eenigen tijdt van haer selve heeft gelegen.

Maer bij haer selfs komende heeft aen haeren man gevraeght of hij noch leefde, heeft geen antwoordt bekomen, als wanneer eenen der gesellen haer deponente wederom heeft aengevat en soodaenigh met voeten gestooten dat sij deponente wederom van haer selven of buijten kennisse was liggende.

Soo dat deselve in't uijtgaen van die voors. quaedtdoenders niets en koste sien, maer eenige woorden hoorde, welcke niet precieselijck weet te nomineeren.

Ende bij haer selven komende heeft haeren man hooren roepen, Marie leeft gij noch, heeft geantwoordt 'jae'.

Als wanneer haeren man de stricken van sijne armen losgemaekt hebbende, heeft oock haer deponente haere armen ende benen ontbonden.

Ende dese haer voorgelesen sijnde  heeft daer bij gepersisteert ende Eijgenhandig onderteeckent (was geteeckent) Maria Scheuttes

(onderstondt) quod attestamur

en was geteeckent, Daem Gielen, Dirck Koumans ende J.H. Dullens Secretarius

Pro Copia Concordante J.H. Dullens  Secretarius

Eedelijcke Recollitie over de Declaratiën bij informatie  gegeven door de naervolgende getuijgen gedaen opt’huijs ter Borgh heden den 30. maij 1750

Henric Petri herdaeght, geEedt ende gerecolleert over sijne Declaratie gegeven den sesden martij lestleden, addeert als volght het welck hij doens door de groote alteratie soo precieselijck niet en heeft konnen seggen:

Dat primo als wanneer hem aen sijne schamelheijt het vier was gesteecken worden, sulx door dese quaedtdoenders geschiet moeste sijn om te bemercken of hij noch leefde. En dat hij Petri sigh daer op still gehouden heeft ende gefingeert of hij doodt was, waer op sij hem deponent dan oock niet meer aengetast en hebben.

Verders addeerende seght dat alswanneer hij in t'beginsel op die woorden die hij deponent seijde "Wer is daer", Anthon Hamers van de Winterraeck met eenen tegens hem deponent seijde "Heb ick dich, ich sal dich desen keer nu hebben". Dat het oock is geweest denselven Anthon welcken hem deponent met de haijren gegreepen ende van sijn bedde afgetrocken heeft.

Ende dese hem voorgelesen sijnde regereert hem wijders bij sijne voorgaende depositie ende verclaert alsnu over al te persisteeren ende ten dijen Eijnde gehandtmerckt (Was gehandtmerckt)

Dit is het merck van + Henric Petri verclaerende niet te konnen schrijven

(Onderstondt) Quod attestamur

was geteeckent Paes Limpens, Nijcolas Campo, Daem Gielen, Henric Pijls, Derck Koumans ende J.H. Dullens  Secretarius

Marie Schutgens herdaeght, geëedt ende gerecolleert over haere gegevene Declaratie bij informatie genoen den 6. martij lestleden, addeert

Dat in t'beginsel alswanneer die quaedtdoenders op haer bedde springende om haeren man met haer te knevelen onder andere eenen der selve gesien heeft met blauw gekleedt en hebbende swarte crouse haijren, middelmaetigh van Postuijr, rondt en bruijn van aengesight.

Wijders verclaert sij deponente dat sij haeren man oock heeft hooren roepen "Wer Daer", waer op instantelijck die quaedtdoenders in haere kamer sijn ingevallen. Dat onder andere eenen der selve doens geseijt heeft, "Hij heb ich dich" gelijck men hier te lande spreekt. Dat volgens haer deponente duncken dese woorden soude gesproocken hebben Anthon Hamers van de Winterraeck.

Dat verders de voors. gesellen in de kamer komende onder hun de spraeck vermaeckden in hooghduijtsch.

Ende finalijck, doens de selve alles bij malkanderen gepackt hadden, hebben op haer deponente alles noch vindtbaer van stoelen, houten en andersints geworpen.

Wijders haer refereerende bij haere voorige depositie, verclaert naer voorgaende prælecture over all alsnu te persisteeren ende ten dijen Eijnde Eijgenhandigh onderteekent

(Onderstondt) en was geteekent Marija Schuttens,

Quod attestamur, en geteekent,

Paes Limpens, Nijcolas Campo, Derck Koumans, Daem Gielen, Henderijck Pijls ende J.H. Dullens  Secretaris

Walraeff Knooren herdaeght geEedt ende gerecolleert over sijnen gegevene Declaratie bij informatie genomen den 14. april lestleden ende de selve aen hem wel duijdelijck voorgelesen sijnde, heeft daer bij gepersisteert ende Eijgenhandigh dese onderteeckent.

Was geteekent Walraff Knooren

(onderstondt) Quod attestamur en was geteekent

Paes Limpens, Nijcolas Campo, Daem Gielen, Henderijck Pijls ende J.H. Dullens  Secretarius

Mevis Paulsen herdaeght geEedt ende gerecolleert sijnde over sijne gegevene Declaratie in dato den 21. martij 1750 verclaert naer voorgaende prælecture over al daer bij te persisteeren ende ten dijen Eijnde Eijgenhandigh dese onderteekent

(was geteekent) Mevis Polssen

(onderstondt) quod attestamur

(was geteekent) Paes Limpens, Derck Koumans, Nijcolas Campo, Daen Gielen, Henderijck Pijls ende J.H. Dullens  Secretaris

Gielis Roox

herdaeght geEedt ende gerecolleert over sijnen gegevene Declaratie de dato den 10. april lestleden ende de selve aen hem wel duijdelijck van woorde tot woorde voorgelesen sijnde, heeft daer bij gepersisteert ende dese Eijgenhandigh gehandtmerckt (was gehandtmerckt)

dit is de merck + van Gielis Roox, verclaerende niet te konnen schrijven

(onderstondt) Quod attestamur en was geteekent Paes Limpens, Nijcolas Campo, Daem Gielen, Henderijck Pijls ende J.H. Dullens  Secretarius


Maria Dederen weduwe wijlen Walraff Trijpels herdaeght geEedt ende gerecolleert sijnde over haere Declaratie bij Informatie gegeven den 18. april lestleden, verclaert naer voorgaende prælecture daer bij te persisteeren ende heeft dese Eijgenhandigh onderteekent

(was geteekent) Maria Dederen

(onderstondt) quod attestamur

en geteekent Paes Limpens, Derck Koumans, Nijcolas Campo, Daen Gielen, Henderijck Pijls ende J.H. Dullens  Secretaris

Alwelcke getuijgen in presentie van beijde gedetineerde separatim den Eede hebben geswooren

(onderstont) Qud Attestamur

en geteekent Paes Limpens, Derck Koumans, Nijcolas Campo, Daen Gielen, Henderijck Pijls ende J.H. Dullens  Secretaris

Pro Copia

J.H. Dullens Scretarius

https://johnve.home.xs4all.nl/docop/proc0/proc_A11.html#312


MECHTILDIS PIJLS & 1754 JOANNES LEONARDUS PIRON (Onderste Puth)

Joannes Leonardus Piron is gedoopt op 16 september 1729 in Schinnen. Hij woonde in Onderste Puth.

Kinderen:  Henricus Mathias 1755, Joannes Petri 1757, Maria Elisabeth 1760, Nicolaas 1764, Maria Gertrudis 1767,, Leonardus 1769.

HENRICUS MATHIAS PETRI & 1777 MARIA ANNA DOEMENS (Nagelbeek)

Henricus Mathias Petri is geboren 1755 in Onderste Puth, gedoopt op 24 februari 1755 in Schinnen en overleden op 8 december 1791 in Nagelbeek

MARIA ELISABETH PETRI & 1808 N N (Nagelbeek)

Maria Elisabeth Petri is geboren 1789, gedoopt op 27 november 1789, overleden op 15 februari 1862 in Nagelbeek. Maria Elisabeth kreeg toen ze ca 18 jaar oud was een onwettige zoon die de achternaam van zijn moeder kreeg Johannes Petri roepnaam Jan.

JAN PETRI & 1837 ANNA MARIA CALS (Nagelbeek)

Jan Petri is geboren op 6 januari 1809 in Nagelbeek en overleden op 10 mei 1869 in Nagelbeek. Op zijn bidprentje staat zijn naam als Johannes Petri. Beroep: Landbouwer te Nagelbeek. Raadslid te Schinnen vanaf 1846-1851.

Bartholomeus 1837,  Jan Hendrik 1839, Jan Mathis 1840, Anna Maria 1842. Maria Agnes 1844,  Jan Bartholomens 1847.

PIETER JOSEPH CALS & CORNELIA HUBERTINA SMEETS (Stammen)

Overlijdensakte: In het jaar achttien honderd zes en tachtig den twee en twintigsten January, zijn voor ons Ambtenaar van de Burgerlijke Stand der gemeente Schinnen, Hertogdom Limburg, verschenen Jan Hendrik Riga, van beroep landbouwer, wonende te Spaubeek, oud negen en dertig jaren, die zich heeft opgegeven te zijn de schoonzoon van den overledene, en Gerard Joseph Bex van beroep veldwachter, wonende te Puth alhier oud veertig jaren, die zich heeft opgegeven te zijn de bekende van den overledene; dewelke ons hebben verklaard dat: Pieter Joseph Cals van beroep landbouwer echtgenoot van Cornelia Hubertina Smeets, zoon van Bartholomeus Cals en van Maria Agnes Peusens, beiden overleden, oud drie en zestig jaren, geboren te Schinnen, laatstelijk gewoond hebbende te Stammen alhier is overleden den een en twintigsten January achttien honderd zes en tachtig, te Schinnen des voormiddags om tien ure. Waarna deze tegenwoordige Dood-Akte is voorgelezen aan de declaranten, hebben wij ze geteekend. J.H. Riga, G.J. Bex. De Ambtenaar van den Burgerlijken Stand, (..) Diederen.

Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.

Memorie van nalatenschap

De ondergetekenden

1° Cornelia Hubertina Smeets te Stammen gemeente Schinnen als langstlevende ouder en wettige (...) voor haren twintigjarigen zoon Theodoor Cals

2° Hendrik Riga te Spaubeek als gehuwd met Elisabeth Cals

3° Hendrik Jongen te Nagelbeek Schinnen als gehuwd met Antonia Cals

4° Hendrik Sommer als gehuwd met Josephina Cals

5° Agnes Cals

6° Hendrik Cals

7° Joseph Cals, de drie laatsten te Stammen gemeente Schinnen, verklaren: dat zij tot het navolgende domicilie kiezen ten kantore (...) te Geleen dat op 21 Januari 1886 te Stammen gemeente Schinnen alwaar hij zijne woonplaats had is overleden Pieter Jozef Cals tot erfgenaam volgens de wet achterlatend zijne zeven kinderen de genoemden sub 5, 6 en 7 de huismannen Riga, Jongen en Sommer genoemd sub 2, 3 en 4 en den minderjarigen genoemd sub 1 voor gelijke aandelen

dat het actief der nalatenschap van dezen erflater bestaat uit:

A De onverdeelde helft van Gemeente Schinnen Sectie D (..) 1 (.....) 43 (..) Waarvan de helft bedraagt fl 16.351

B De onverdeelde helft van allerlei roerende lichamelijke zaken voor de helft geschat (...)

C Constante gelden voor een bedrag van (...).

D Saldo van in te vorderen landpachten over 1885 (...)

E (...)

dat het passief bestaat uit: 1 (....) 24 (..) Waarvan de helft bedraagt 7460,275(...)

dat de overledene bij testament (...) februari 1878 verleden voor den notaris (..) te Geleen aan zijne huisvrouw Cornelia Hubertina Smeets geboren den (..) Mei 1822 had gelegateerd het levenslange recht van vruchtgebruik zijner nalatenschap.

Eindelijk dat de overledene geene goederen als bezwaarde erfgenaam of in vruchtgebruik bezat en dat door zijn overlijden geene periodieke uitkeeringen bij opvolging overgegaan of vervallen zijn.

Gedaan 20 Augustus 1886

C.H. Smeets, J.H. Riga, H. Jongen, H. Sommer, A. Cals, H. Cals, J. Cals.

Bron: Regionaal Historisch Centrum Limburg.

JAN HENDRIK PETRI & 1874 CLARA WILHELMINA CREMERS (Nagelbeek)

Jan Hendrik Petri is geboren op 21 januari 1839 in Nagelbeek en overleden op 24 maart 1927 op Stammenhof. Beroep: Landbouwer te Sweijkhuizen. Hij was raadslid te Schinnen vanaf 1873-1879.

JAN HENDRIK PETRI & CLARA WILHELMINA CREMERS

Clara Wilhelmina Cremers *1838, in het eerste huwelijk getrouwd met Hendrik Jozeph Ritzen, in het tweede huwelijk (1874) getrouwd met Jan Hendrik Petri (1839-1927)


Hun kinderen:

Hendrik Louis Willem Petri 1875-1948

Maria Kaspar Joseph Petri 1877-1877

Maria Josephina Wilhelmina Petri 1879-1961


Bidprentje: Bid voor de ziel van zaliger Jan Hendrik Petri Weduwnaar van zaliger Mejuffrouw Clara Wilhelmina Cremers.

De dierbare overledene werd geboren te Nagelbeek Schinnen den 21 Januari 1839 en overleed, voorzien van de laatste H. Sacramenten godvruchtig en geheel overgegeven aan Gods H. Wil te Stammen, Sweyckhuizen Schinnen, den 24 Maart 1927.

JOHANNES HENRICUS RIGA & 1874 MARIA CATHARINA ELISABETH HUBERTINA CALS (Stammen)

JOSEPHINE PETRI & 1912 JOSEPH RIGA (Stammen)

Joseph Riga was halfwinnaar van Stammen. 

(Bronnen: Genealogie online, Kwartierstaat Petri; Joskes genealogie

LIES RIGA & WIEL VAN HEUGTEN


https://sites.google.com/view/linguarium

Mijn naam is Riga
Google Sites
Report abuse
Page details
Page updated
Google Sites
Report abuse