Spraakverwarring
Spraakverwarring
In het begin was er op de hele aarde maar één taal. Toen de mensen naar het oosten trokken, kwamen ze bij een vlakte in het land Sinear. Daar gingen ze wonen. Ze zeiden tegen elkaar: Laten we van klei bouwstenen bakken. Ze bouwden ermee en metselden ze met asfalt op elkaar. Toen zeiden ze: Laten we een stad bouwen met een toren waarvan de top tot in de hemel komt. Laten we er zo voor zorgen dat iedereen ontzag voor ons heeft. Dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.
Toen kwam het wezen vanuit de hemel naar de aarde. Hij wilde de stad en de toren bekijken die de mensen aan het bouwen waren. Hij zei: Ze zijn nu één volk, met één taal. Niets zal onmogelijk voor hen zijn. Dit is nog maar het begin van al hun plannen. Daar zal Ik een eind aan maken. Laten we naar beneden gaan en hun taal in de war maken, zodat ze elkaar niet meer begrijpen. Zo verspreidde het wezen hen van daar over de hele aarde. Ze stopten met de bouw van de stad. De mensen noemden de stad Babel (verwarring) omdat het wezen daar de taal van de mensen verward heeft. Zo verspreidde het wezen hen vanuit die stad over de hele aarde.
Etiologische mythe, verhaal dat verklaart waarom de mensen elkaars talen niet verstaan.
Misschien is de Babylonische spraakverwarring ontstaan met de uitvinding van het schrift.
Het schrift werd, zo’n 5000 jaar geleden, ongeveer gelijktijdig in Mesopotamië (spijkerschrift) en Egypte (hiëroglyphen) uitgevonden.
Uit de periode 3000 v.Chr. dateren de eerste bewijzen dat het schrift fonetisch werd gebruikt (er werden klanken bij de beeldjes geassocieerd).
Het schrijven van de hiërogliefen was niet eenvoudig en werd slechts uitgevoerd door hoog opgeleide ambtenaren en schrijvers.
Doordat het hiërogliefenschrift zo complex was en het tijdrovend was om de tekens uit te beitelen in steen, was het niet geschikt voor dagelijks gebruik maar werd het vooral voor inscripties op monumenten gebruikt.
De oudste geschreven tekens waren figuratief als een klein schilderij. Het waren iconen.
Meer dan 1000 jaar later zouden tekens worden ontwikkeld die volkomen arbitrair gekozen waren. Het waren symbolen, die hun betekenis hadden gekregen door afspraak.
Het alfabet werd waarschijnlijk door Kanaänieten uitgevonden, In het midden van de 19de eeuw voor Christus, waarschijnlijk tijdens de regering van Amenemhet III van de 12de dynastie, in de hoge bergen van de zuidelijke Sinaï, bij Serabit el-Khadem, waar zich turkooismijnen bevonden.
De uitvinding van het alfabet veroorzaakte een mediarevolutie. Oudere schriften, zoals de Egyptische hiërogliefen en het Mesopotamische spijkerschrift vereisten kennis van honderden tekens. Het alfabet gebruikt minder dan 30 tekens en mensen hoefden maar een simpele leesregels te leren om deze tekens te kunnen koppelen aan geluiden.
Men ging de pictogrammen van 22 woorden gebruiken om de eerste medeklinker van dat woord aan te duiden en zo ontwikkelde zich het vroegste alfabet.
De uitvinders van het alfabet hadden veel te danken aan de Egyptische hiërogliefen.In 1916 viel het Sir Alan Gardiner op dat een groep van vier tekens vaak voorkwam in de inscripties, die waren aangetroffen bij Serabit. Hij identificeerde deze als een woord in een Kanaänitische taal: Ba’alat, meesteres. Gardiner stelde voor dat Ba’alat de Kanaänietische aanduiding was voor Hathor, de godin van de turkooismijnen.
Elke letter van het woord Ba’alat is een afbeelding: een huis, een oog, een ossenstok en een kruis.
Gardiner zag dat ieder pictogram niet stond voor het afgebeelde woord, maar alleen voor de eerste klank ervan. Zo stelde het pictogram bêt, huis, getekend als de vier muren van een woning, alleen de eerste medeklinker b voor. Ieder teken in dit schrift stond voor een medeklinker in de taal.
Orly Goldwasser schreef in 2010: How the Alphabet Was Born from Hieroglyphs. Hoe het alfabet werd geboren uit hiërogliefen.
Voorzover bekend, werd het alfabetische schrift als eerste ontwikkeld door Semietische mijnwerkers in de Sinaïwoestijn rond het midden of niet lang na het begin van het 2de millennium voor Christus. Ze schreven op steen waarbij ze letters gebruikten die gedeeltelijke waren afgeleid van Egyptische hiërogliefen.
Waarschijnlijk werd het alfabet niet uitgevonden door Egyptische schriftgeleerden maar door Aziatische arbeiders, die de Egyptische hiërogliefen niet konden lezen. Ze gebruikten de iconische betekenis van de hiërogliefen (wat ze afbeeldden) als hulpmiddel om de betekenis ervan te begrijpen.
Het Proto-Sinaïtische schrift was het eerste consonantenschrift. Het alfabet had niet onmiddellijk succes. Tot een half millennium na de uitvinding ervan werd dit alfabet zelden gebruikt.
Na het Proto-Sinaïtische schrift ontstond het Fenicische alfabet rond 1000 voor Christus.