https://sites.google.com/view/linguarium
Spraak en schrift
Spraak
Willem, jij gelooft, dat alle talen van de wereld uit het Nederlands zijn voortgekomen. Dit is niet zo gek, als het lijkt. Hoe is het nu? De eerste taal, die ik leer, is mijn moedertaal, in mijn geval een Nederlands dialect. Ik ben als gevolg van mijn scholing in het Algemeen Beschaafd Nederlands geneigd, dit feit te vergeten.
Er is verschil tussen de gesproken en de geschreven taal. De meest levende taal is die, welke ik als eerste spreek, voordat ik naar de lagere school ga. Die taal is voor mij de moeder van alle andere talen, die ik later leer. Het gaat over de manier waarop ik de woorden leer in de kritische ontwikkelingsperiode van de taal. Ik leer alle talen, ingesloten het Nederlands, als geschreven taal, uitgezonderd mijn dialect. Ik kan dan nog niet lezen of schrijven. Bovendien wordt er in die taal bijna niet geschreven. Het is een onderdrukte taal.
Ik wil iets aan jou voorleggen, dat een probleem voor jou zou kunnen zijn. Het probleem: of ik de juiste man voor jou ben. Als iemand zich voorneemt om een collectie van het werk van een ander te maken en over een ander te schrijven, kan het volgende probleem ontstaan. Het kan zijn, dat hij niet met alles wat de ander heeft gemaakt eens is. Dat is bij mij als het gaat over jouw werk het geval.
Bij eerste analyse van jouw werk heb ik twee grote denk beelden gevonden. Het ene is dat het Nederlands (het Diets) de oudste taal ter wereld, de oertaal is.
Het andere is dat er een spraakstelsel, lettergrepentaal, bestaat, waarop deze oertaal berust.
Wat is het probleem?
Volgens mij is het eerste grote denkbeeld over het Diets als oertaal onjuist. Het is niet waarschijnlijk dat de oertaal, als deze er is geweest, nu nog bestaat als een van de talen, die er in de wereld gesproken worden. Ook is het niet waarschijnlijk, dat een van die talen, dichter dan andere talen bij die oertaal zou staan.
Ik denk, dat talen, als ze met elkaar in aanraking komen, elkaar wederzijds beïnvloeden, in meer of mindere mate. Het is niet zo, dat een enkele taal domineert over alle andere talen.
Het tweede grote denkbeeld over de lettergrepen taal vind ik juist. ik denk ook met jou, dat taalkundigen, uitgezonderd misschien de logopedisten, zich onvoldoende bewust zijn van het bestaan van die lettergrepen taal, doordat ze zich te veel laten leiden door de schrijftaal of standaard taal.
Ik noem deze taal, die we nog onvoldoende doorgronden, de klank taal.
Conclusie: er bestaat tussen jou en mij een gedeeltelijke onenigheid.
Een deel van jouw denkbeelden, over de oertaal, volg ik niet, een ander deel, over de klanktaal, volg ik wel.
Mijn vraag aan jou: Kun je met deze onenigheid leven?
Ik zelf denk dat het kan. Ik denk zelfs dat het goed is, dat iemand die schrijft over andermans werk het met die ander op belangrijke punten oneens kan zijn.
Maar nu jij nog. Kun jij leven met iemand, die het op een belangrijk punt niet met jou eens is?
Een taalgeleerde is te vergelijken met iemand die vroeger in de jaren 50 naar het nieuws luisterde via de radio en daarna in de jaren 60 naar het nieuws keek op de tv en tenslotte niet meer zo goed in staat was om het radionieuws te begrijpen. Zo heeft de taalgeleerde oorspronkelijk een gesproken taal geleerd maar door scholing in de geschreven taal is hij of zij niet meer zo goed in staat de gesproken taal te begrijpen. En nou komt daar Berend Willem Hietbrink die als geen ander de oorspronkelijk geleerde gesproken taal heeft behouden tegen die taalgeleerde zeggen dat de geschreven taal het begrip van die oorspronkelijk geleerde gesproken moedertaal in de weg staat. Wat de taalgeleerde daarop zal zeggen, weten we. Ook al heeft Berend Willem Hietbrink gelijk, hij krijgt het niet.
De betekenis van jouw werk zit 'm vooral in wat je hebt gezegd over dialekt diets. Dat is toen je beroemd was niet naar voren gekomen. Dat moet nu alsnog gaan gebeuren, vind ik.
De dichter wordt misschien vergeten maar de woorden die komen uit zijn mond worden nog altijd gegeten en gaan zo de wereld rond.
In het begin was er op de hele aarde maar één taal. Toen de mensen naar het oosten trokken, kwamen ze bij een vlakte in het land Sinear. Daar gingen ze wonen. Ze zeiden tegen elkaar: Laten we van klei bouwstenen bakken. Ze bouwden ermee en metselden ze met asfalt op elkaar. Toen zeiden ze: Laten we een stad bouwen met een toren waarvan de top tot in de hemel komt. Laten we er zo voor zorgen dat iedereen ontzag voor ons heeft. Dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.
Toen kwam Jehoewa vanuit de hemel naar de aarde. Hij wilde de stad en de toren bekijken die de mensen aan het bouwen waren. Hij zei: Ze zijn nu één volk, met één taal. Niets zal onmogelijk voor hen zijn. Dit is nog maar het begin van al hun plannen. Daar zal Ik een eind aan maken. Laten we naar beneden gaan en hun taal in de war maken, zodat ze elkaar niet meer begrijpen. Zo verspreidde Jehoewahen van daar over de hele aarde. Ze stopten met de bouw van de stad. De mensen noemden de stad Babel (verwarring) omdat Jehoewa daar de taal van de mensen verward heeft. Zo verspreidde Jehoewa hen vanuit die stad over de hele aarde.
Schrift
Men vertelde mij dat een van de oude goden van Egypte eens in Naucratis was. Het was de god die Theoeth genoemd wordt en waaraan de ibis is gewijd. Hij was het die voor het eerst het getal en de rekenkunde uitvond, en ook de meetkunde en de astronomie, het dam- en dobbelspel, maar zijn belangrijkste vinding was het schrift. Nu was in die tijd Thamos koning over geheel Egypte. Hij woonde in de grote stad van Opper Egypte, die door de Grieken het Egyptische Thebe genoemd wordt. Het volk vereerde hem als de god Ammon. Theoeth kwam bij deze koning zijn uitvindingen laten zien en hij zei dat deze aan de Egyptenaren doorgegeven zouden moeten worden. Maar koning Thamos vroeg hem naar het nut van iedere vinding en hij knikte goedkeurend of afkeurend al naar gelang hij het met de uitleg eens was of niet. Volgens het verhaal had Thamos veel commentaar op de goede en slechte aspecten van iedere vinding, te veel om op te noemen! Toen zij aan het schrift toekwamen, zei Theoeth: Dit o koning, is de kunst die zal maken dat de Egyptenaren wijzer worden en dat hun geheugen gescherpt wordt, want deze vinding is een tovermiddel voor geheugen en wijsheid. Maar koning Thamos antwoordde: O, zeer vindingrijke Theoeth, de een is in staat uitvindingen te doen, maar door de ander moet beoordeeld worden hoe schadelijk of nuttig deze vindingen zijn voor diegenen die er gebruik van zullen maken. Dat geldt ook voor u als vader van het schrift; uit liefde voor uw vinding schrijft ge er een kwaliteit aan toe die deze niet heeft. Uw vinding zal immers vergetelheid brengen in de geest van hen die er gebruik van zullen maken, omdat zij dan hun geheugen niet meer oefenen. Want door hun vertrouwen in het schrift te stellen, zoeken zij met behulp van vreemde tekens hun geheugen buiten zichzelf en niet, door het oefenen van hun eigen herinnering, binnen zichzelf. Gij hebt dus niet een middel tot herinneren gevonden, maar tot onthouden. Gij verschaft uw leerlingen de schijn van wijsheid, maar niet de waarheid. Want als zij veel hebben gelezen zonder onderricht, zullen zij de indruk maken veel te weten, terwijl zij in feite onwetend zijn en ook lastig in de omgang, omdat zij in plaats van wijs waanwijs zijn geworden.
Het schrift werd, zo’n 5000 jaar geleden, ongeveer gelijktijdig in Mesopotamië (spijkerschrift) en Egypte (hiëroglyphen) uitgevonden.
Uit de periode 3000 v.Chr. dateren de eerste bewijzen dat het schrift fonetisch werd gebruikt (er werden klanken bij de beeldjes geassocieerd).
Het schrijven van de hiërogliefen was niet eenvoudig en werd slechts uitgevoerd door hoog opgeleide ambtenaren en schrijvers.
Doordat het hiërogliefenschrift zo complex was en het tijdrovend was om de tekens uit te beitelen in steen, was het niet geschikt voor dagelijks gebruik maar werd het vooral voor inscripties op monumenten gebruikt.
De oudste geschreven tekens waren figuratief als een klein schilderij. Het waren iconen.
Meer dan 1000 jaar later zouden tekens worden ontwikkeld die volkomen arbitrair gekozen waren. Het waren symbolen, die hun betekenis hadden gekregen door afspraak.
Het alfabet werd waarschijnlijk door Kanaänieten uitgevonden, In het midden van de 19de eeuw voor Christus, waarschijnlijk tijdens de regering van Amenemhet III van de 12de dynastie, in de hoge bergen van de zuidelijke Sinaï, bij Serabit el-Khadem, waar zich turkooismijnen bevonden.
De uitvinding van het alfabet veroorzaakte een mediarevolutie. Oudere schriften, zoals de Egyptische hiërogliefen en het Mesopotamische spijkerschrift vereisten kennis van honderden tekens. Het alfabet gebruikt minder dan 30 tekens en mensen hoefden maar een simpele leesregels te leren om deze tekens te kunnen koppelen aan geluiden.
Men ging de pictogrammen van 22 woorden gebruiken om de eerste medeklinker van dat woord aan te duiden en zo ontwikkelde zich het vroegste alfabet.
De uitvinders van het alfabet hadden veel te danken aan de Egyptische hiërogliefen.In 1916 viel het Sir Alan Gardiner op dat een groep van vier tekens vaak voorkwam in de inscripties, die waren aangetroffen bij Serabit. Hij identificeerde deze als een woord in een Kanaänitische taal: Ba’alat, meesteres. Gardiner stelde voor dat Ba’alat de Kanaänietische aanduiding was voor Hathor, de godin van de turkooismijnen.
Elke letter van het woord Ba’alat is een afbeelding: een huis, een oog, een ossenstok en een kruis.
Gardiner zag dat ieder pictogram niet stond voor het afgebeelde woord, maar alleen voor de eerste klank ervan. Zo stelde het pictogram bêt, huis, getekend als de vier muren van een woning, alleen de eerste medeklinker b voor. Ieder teken in dit schrift stond voor een medeklinker in de taal.
Orly Goldwasser schreef in 2010: How the Alphabet Was Born from Hieroglyphs. Hoe het alfabet werd geboren uit hiërogliefen.
Voorzover bekend, werd het alfabetische schrift als eerste ontwikkeld door Semietische mijnwerkers in de Sinaïwoestijn rond het midden of niet lang na het begin van het 2de millennium voor Christus. Ze schreven op steen waarbij ze letters gebruikten die gedeeltelijke waren afgeleid van Egyptische hiërogliefen.
Waarschijnlijk werd het alfabet niet uitgevonden door Egyptische schriftgeleerden maar door Aziatische arbeiders, die de Egyptische hiërogliefen niet konden lezen. Ze gebruikten de iconische betekenis van de hiërogliefen (wat ze afbeeldden) als hulpmiddel om de betekenis ervan te begrijpen.
Het Proto-Sinaïtische schrift was het eerste consonantenschrift. Het alfabet had niet onmiddellijk succes. Tot een half millennium na de uitvinding ervan werd dit alfabet zelden gebruikt.
Na het Proto-Sinaïtische schrift ontstond het Fenicische alfabet rond 1000 voor Christus.