Signaalwoorden herkennen is een voorwaarde om goed te kunnen begrijpend lezen. Wat is een signaalwoord nu precies? En hoe kun je een signaalwoord gebruiken bij het begrijpend lezen? In deze blogpost geven we antwoord op die vragen. Ook geven we je voorbeelden van signaalwoorden en helpen we je op weg om signaalwoorden zelf te oefenen. Zo word jij beter in begrijpend lezen.
Signaalwoord. Het woord zelf zegt het eigenlijk al: ik ben een woord dat een signaal geeft. Een signaalwoord is dus een woord dat eigenlijk tegen jou zegt: opletten, er gaat iets gebeuren. Het signaalwoord koppelt zinnen en alinea's aan elkaar. Dat helpt jou om het verband te leggen tussen die woorden en alinea's. Anders gezegd: signaalwoorden helpen bij het leggen van verbanden. Tekstverbanden.
Er zijn heel wat signaalwoorden. Het is niet te doen om alle signaalwoorden op te sommen. Ze verschillen ook nogal eens per context. Signaalwoorden doen in ieder geval één ding: signaalwoorden geven een signaal af dat er iets te gebeuren staat. Wat kan dat zoal zijn? Hieronder sommen we de signalen op die signaalwoorden af kunnen geven:
Voorbeelden
Tegenstellingen
Opsommingen
Samenvoegingen
Vergelijkingen
Uitleg
Samenvatting
Conclusie
Zo meteen vertellen we uitgebreider wat signaalwoorden zijn die bij deze voorbeelden horen. Maar we moeten nog even terugkomen op het belang van een signaalwoord: antwood geven op de vraag "Waarom zijn signaalwoorden zo belangrijk?"
Als je een tekst leest en wil begrijpen, kom je signaalwoorden tegen. Bij een toets wordt er letterlijk naar die signaalwoorden gevraagd. Bijvoorbeeld naar een tegenstelling of opsomming in de tekst. Als jij weet welke woorden horen bij een tegenstelling of opsomming, zal je sneller in staat zijn de antwoorden op die vragen te vinden.
Kort samengevat: een signaalwoord helpt je om een tekst beter te begrijpen en een antwoord sneller te kunnen vinden.
Dat is mooi. Dan gaan we kun kijken hoe je de signaalwoorden kunt herkennen.
Een signaalwoord herkennen kan pas als je weet welke woorden een signaal afgeven. Door dat eigen te maken en goed te oefenen, zal dit steeds beter en sneller gaan. Om je op weg te helpen hebben we een groot aantal signaalwoorden verzameld bij de "gebeurtenissen" die er zijn.
Woorden die een voorbeeld aankondigen zijn: voorbeeld, zoals, zo en bijvoorbeeld.
Bijvoorbeeld:
Wendy heeft veel truien, bijvoorbeeld deze glittertrui.
Jakob houdt van vogels. Een voorbeeld is het schilderij van een adelaar aan de muur.
Ik ben gek op snacks, zoals frikandellen en kroketten.
Opa houdt van biljarten. Zo gaat hij elke week twee keer spelen in de kroeg.
In teksten kom je ook veel tegenstellingen tegen. Je herkent een tegenstelling aan de signaalwoorden: echter, tegenover, tegenstelling en maar.
Bijvoorbeeld:
Fleur heeft echter een hekel aan grote groepen.
Mijn vader stond tegenover het idee van mijn moeder.
Dat kunnen we doen, maar we kunnen het ook laten.
Zoals je misschien leest, staat in de voorbeelden niet gelijk waar het om gaat. Een tegenstelling vindt vaak niet in dezelfde zin plaats. Of de context is nog niet duidelijk. Door het signaalwoord te herkennen, kun je dus bewust terug of verder lezen. Zo krijg je het hele plaatje compleet en alle informatie die je nodig hebt om het signaalwoord goed te gebruiken.
Woorden hebben soms ook een dubbele betekenis of komen bij meerdere soorten woorden voor. Kijk maar naar het woord "tegenover". In de tegenstelling is het figuurlijk bedoeld (ze staan niet echt tegenover elkaar), maar het kan natuurlijk ook zijn dat je tegenover je opa woont of dat tegenover de school de snackbar is. In dat geval is het woord tegenover een voorzetsel.
Opsommingen komen ook veelvuldig voor in teksten. Ze geven je een reeks aan informatie. Signaalwoorden die een opsomming aanduiden zijn: ook, en, ten eerste/ tweede/ derde etc. Er is ook een teken dat een opsomming aan kan geven. De dubbele punt (:). Dat is echter geen signaalwoord (maar je kan het altijd meenemen in je achterhoofd).
Bijvoorbeeld:
Harm heeft drie neven: Jort, Roderick en Bulu.
Ook vind ik tuinieren erg leuk.
Fleur speelde drie spelletjes die avond: Monopoly, Stratego en Weerwolven.
Een samenvoeging is als twee zinnen of alinea's aan elkaar worden verbonden. Signaalwoorden die dat voorspellen zijn: omdat, en, zodat en want.
Bijvoorbeeld:
Ik ga op de fiets naar huis, want de auto staat in de garage.
Thom is sip, omdat hij een onvoldoende kreeg voor taal.
Roef gaat op vakantie met zijn oom en tante en daarna nog met zijn vader vissen in Noorwegen.
In teksten worden heel vaak zaken met elkaar vergeleken. Een vergelijking in een tekst is te herkennen aan de volgende signaalwoorden: net als, evenals, hetzelfde en in vergelijking met.
Bijvoorbeeld:
In vergelijking met mij ben jij een stuk rustiger!
Ik zou willen dat ik net zo goed kon dansen als tante Aty.
Leeuwen jagen op hun prooi. Dat is hetzelfde bij tijgers.
Uitleg of verheldering wordt maar wat vaak gegeven in teksten. Een uitleg herken je dan ook aan de volgende signaalwoorden in de tekst: omdat, daarom, want, dat blijkt uit, namelijk.
Bijvoorbeeld:
Stephanie deed nerveus. Ze was namelijk verliefd op hem.
Opa voelt zich opgelaten. Dat blijkt uit de grapjes die hij maakt.
De vakantie is in het water gevallen, want iedereen is ziek geworden.
Een tekst wordt vaak samengevat. Een samenvatting vat alles nog eens samen. Een samenvatting kan ook aan het begin van een tekst staan. Dan kun je de rest later lezen. Een samenvatting kun je herkennen aan de volgende signaalwoorden: samenvattend, samengevat, kortom, al met al.
Bijvoorbeeld:
Al met al was het een geslaagd uitje.
Samengevat gaan we volgende week opnieuw stemmen.
Kortom, we weten nu waar we aan toe zijn.
Conclusies trek je op basis van stellingen en argumenten. In teksten worden conclusies vaak getrokken. Je kan dat zien aan signaalwoorden als: tot slot, dat betekent, concluderend en dus.
Bijvoorbeeld:
Tot slot kan gezegd worden dat de fontein er goed bij staat.
Concluderend dat we geen wijzigingen willen, wens ik jullie een goed weekend.
Signaalwoorden oefenen? Het zal je helpen ze sneller te herkennen. Download daarom de kaart met signaalwoorden en leer ze uit je hoofd. Schrijf zinnen met signaalwoorden op, onderstreep ze in boeken, nieuwsberichten en kranten en je maakt ze je razendsnel eigen. Oh ja, ook gesproken teksten bevatten veel signaalwoorden. Ga er maar eens op letten!