Search this site
Embedded Files

https://sites.google.com/view/linguarium 

Semiotisch vierkant

De Amerikaanse filosoof Charles Sanders Peirce onderscheidde drie soorten tekens. Icoon: de stier op het doek lijkt op de stier in de wei.

Index: het verkeersbord waarschuwt voor een gevaarlijke stier in een aangrenzende wei. Symbool: men heeft afgesproken dat dit teken het sterrenbeeld stier voorstelt.

Een vierde soort teken is de metafoor: in zadel en stuur van een fiets ziet men onmiddellijk de kop van een stier.

De belangrijkste verandering in de evolutie van de taal is de stap van een indexicaal en iconisch naar een metaforisch en symbolisch taalgebruik (gebruik van tekens)

In een eerder stadium was onze taal iconisch en indexicaal.

In een volgend stadium ontwikkelde zich het denken in metaforen en symbolen.



Anders gezegd: het taalgebruik ontwkkelde zich van synthetisch naar analytisch.


Voordat een mens kon beeldhouwen, schilderen of schrijven, spraken de mensen al een taal, maar deze taal was zuiver indexicaal en week niet sterk af van de taal van dieren.

Spreken dieren ook een taal?

Jazeker. En dat was net zoals de taal van de eerste mensen een indexicale taal.

Kun je daar een voorbeeld van geven?

Een aap plukte een appel, liet 'm aan een andere aap zien, maar de andere aap trok een vies gezicht. Toen zag de eerste aap een luipaard komen en gooide de appel naar het luipaard. Het luipaard liep weg.

En wat betekent dat?

De andere aap trok een vies gezicht, dat wil zeggen de appel was niet vers. Het luipaard liep weg, want hij dacht: o, dat is zijn territorium.

Dat is jouw interpretatie.

Dat is waar. Ik heb ook niet echt verstand van dierentaal, maar je kunt je voorstellen dat in die taal zulke mededelingen mogelijk zijn. Dat ging bij de eerste mensen net zo.

Heb je daar ook een voorbeeld van?

Een mens, voordat hij in staat was woorden uit te spreken of beelden te maken, wees naar een huis en daarna met een groot gebaar naar de hemel. Betekenis: dat is een groot huis.

Dat is geen goed voorbeeld. Het grote gebaar is niet indexicaal. Het verwijst niet naar het huis, maar naar de hemel of liever gezegd de grootte daarvan, en die dient als beeld van de grootte van het huis.

Je hebt helemaal gelijk. Het gebaar in dit voorbeeld is iconisch. Maar laten we eens aannemen dat het in het voorbeeld van de aap en het luipaard om twee mensen ging. Je zou dan kunnen


 zeggen: Adam plukte een appel, liet 'm aan Eva zien, maar Eva trok een vies gezicht. Toen zag Adam een andere man komen en gooide de appel naar die man. De man liep weg.

Dit voorbeeld is wel goed, maar er wordt geen menselijk geluid in gebruikt, en dat zou je wel mogen verwachten.

Misschien zei Eva, toen Adam haar de rotte appel liet zien, bah.

Bah is een woord en niet alleen maar een geluid.

Jij maakt het me knap lastig, maar goed, je hebt gelijk. In een indexicale taal bestaan geen woorden, alleen maar geluiden, maar misschien, zou je kunnen zeggen, was bah in die tijd geen woord, maar een geluid en niet meer dan dat. Vergelijk dit met een kind dat op het potje heeft gepoept en blij naar zijn moeder roept: Mama, ik heb bah gedaan! Bah is dan een geluid met een indexicale betekenis.

We moeten twee dingen niet door elkaar halen, religieuze iconen, en iconen, in semiotische zin. Wat zijn iconen, in semiotische zin?

Een icoon is een teken dat in zijn vorm overeenkomt met zijn betekenis, het ding of de gebeurtenis waar het naar verwijst. Het betekende hoeft niet hier en nu aanwezig te zijn en er is een relatie van gelijkenis, zoals een foto lijkt op de daarop afgebeelde persoon.

Wat bedoel je met gelijkenis?

Iets is naar de natuur gemaakt. De eerste beeldjes die van de menselijke figuur werden gemaakt, zagen er wanstaltig uit, en daarom werd vroeger gedacht dat deze beeldjes niet naar de natuur waren gemaakt. Men dacht dat de vorm van deze beeldjes opzettelijk zo was gemaakt, omdat ze de vruchtbaarheid moesten symboliseren. Ze worden daarom vruchtbaarheidsbeeldjes genoemd. Echter, LeRoy McDermott onderzocht de mogelijkheid dat de eerste beelden van de menselijke figuur werden gemaakt vanuit het perspectief van het zelf en niet dat van anderen. Beeldjes, zoals de Venus van Willendorf, lijken te zijn gemaakt vanuit het perspectief van een vrouw, die omlaag keek naar haar eigen lichaam. Dankzij de schuine hoek van zelfobservatie, werd het beeld verkort, lichaamsdelen die dichtbij de ogen lagen projecteerden een naar verhouding groter beeld op het oog dan die zich verder af bevonden. Als je het zo bekijkt, dan was dat beeldje wel degelijk een poging tot natuurgetrouwe weergave.

Was de Venus van Willendorf geen vruchtbaarheidsbeeldje?

Jawel, toch wel. Dat was zeer waarschijnlijk wel een betekenis die het kon hebben, maar dat hoeft niet te betekenen, dat de vrouw die het maakte, het zo heeft bedoeld. Het is denkbaar dat, als ze zichzelf als model gebruikte, ze geen andere bedoeling had dan een portret van zichzelf als zwangere vrouw te maken. Later kan door anderen aan het beeld van de zwangere vrouw de overdrachtelijke betekenis zijn gegeven van vruchtbaarheid, toepasbaar op allerlei andere dingen die vruchtbaar kunnen zijn, zoals de akker die het koren voortbrengt.

Het tweede gebod: U mag geen beeld of afbeelding maken van wat boven in de hemel of beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is. U mag niet voor dergelijke beelden neerknielen of deze vereren, want ik ben


 een jaloerse God, die de zonden van de vaders toerekent aan de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van hen die mij haten. Maar ik ben liefdevol voor hen die van mij houden en mijn wetten gehoorzamen.

Aan het verbod op de verering van beelden is tot de dag van vandaag vastgehouden door Joden en moslims, maar niet door de christenen.


Dat is waar, maar ook de christenen voerden een beeldenstrijd. Onder de oosterse christenen ontstond een strijd tussen iconoclasten en iconodoulen. Deze strijd speelde zich in het Byzantijnse Rijk af gedurende de 8ste en de eerste helft van de 9de eeuw. De strijd werd uiteindelijk door de iconodoulen gewonnen, maar onder voorwaarden. Keizerin Irene liet de beeldenverering als rechtgelovig erkennen met de uitspraak: de verering geldt niet het beeld, maar degene die door het beeld wordt voorgesteld.


 Is deze ontwikkeling van de christelijke kunst een stap terug?


Ja, dat zou je kunnen zeggen. Je moet dan wel verschil maken tussen de ontwikkeling van de religieuze kunst in Oost-Europa en die in West-Europa. In Oost-Europa waren de religieuze voorstellingen niet-naturalistisch. In West-Europa daarentegen was er een sterke tendens in de richting van naturalistische voorstellingen. Dat dit als een probleem werd gevoeld, is gebleken uit de Beeldenstorm die in 1566 plaatsvond. De Reformatie verwierp de beeldenverering. Het aanbrengen van beelden tot instructie der gelovigen werd door de Heidelbergse catechismus voor ongeoorloofd gehouden, daar de god volgens de hervormers de christenen niet door stomme beelden maar door de levende verkondiging van zijn woord onderwezen wilde hebben.

Tweede gebod

Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde.

Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, Jahweh, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.

Il domino de Michel del Angelo.

Michelangelo’s Schepping van Adam in de Sixtijnse kapel te Rome. Michelangelo beeldt God af als een grijsaard, de oude van dagen zoals die voorkomt in het boek van de profeet Daniël. Er is op die afbeelding echter meer te zien. Adam strekt zijn linkerhand uit om de vinger van God te ontmoeten. of, juist andersom, de uitgestrekte vinger van de rechterhand van God ontmoet bijna de meer passieve vinger van Adams linkerhand. Een interpretatie van de scène is dat Adam niet fysiek wordt geschapen, maar iets ontvangt uit de hand van God. of, als je er toch iets van schepping in wil brengen, door de uitgestrekte handen vloeit de scheppende kracht van God naar een mens.

De Italiaanse meester overtreedt het tweede gebod van Mozes tegen het portretteren van God door God te portretteren als een krachtige maar oudere man met een wapperende grijze baard, als God, de blanke vader, tot wie ik in mijn jeugd geleerd heb dagelijks te bidden. in de jaren 80 begin ik met deze voorstelling te experimenteren. hierbij ga ik uit van een onware veronderstelling. Ik vraag me af: wat is het gevolg als God als een ander wordt voorgesteld dan zoals bij voorbeeld Michelangelo hem voorstelt? Ik draai alles precies om en vervang de blanke vader door een zwart meisje, dat ik niet in de hemel maar in mijn dromen zie, een kind, dat ik mijn dochter noem.

Ik probeer een idee, dat bestaat van kindsbeen af, in verband te brengen met datgene, wat om me heen gebeurt. Volgens mijn kinderlijke verklaring van de wereld moet God een vrouw zijn. Het is een rechtstreeks gevolg van het feit, dat ik een man ben.

Ik zie haar als een dochter van jou, natuurlijk niet het kind zelf, maar het beeld dat ik van haar maak in mezelf.

En dat beeld komt in de plaats van God, tot wie ik vroeger bad.

Ja, zo is het, en ik begin tot deze dochter te bidden, ongeveer zoals ik het vroeger als kind heb leren doen tot de vader.

ik bid tot mijn vader, als ware hij mijn dochter, als had ik haar voortgebracht. ik bid tot mijn dochter, die mij niet heeft geschapen, maar die ik heb voortgebracht. ik bid, dat zij mij geve haar die ik me heb toegewenst, maar niet mijn, haar wil geschiede. ik geloof, dat God opnieuw van de hemel is neergedaald en in het vlees is gekomen. Zij is van overzee gekomen in het zwarte kleed. Haar huid is zachter dan het zachtste fluweel. Mijn lieve dochter, mijn God, ik wil geen nieuwe godsdienst. Je moet een kind blijven. Dit is een andere relatie, die een lange tijd nodig heeft om groot te kunnen worden. Je komt naar mij in dromen, zoals je vroeger hebt gedaan en tot vandaag in Guyana.

Een andere conclusie die ik getrokken heb is dat ik niet een kind van God ben, maar dat God een kind van mij is.

Ik weet wat het verbod op het maken van afgodsbeelden, dat Mozes heeft afgekondigd, betekent, maar je mag deze icoon niet vergelijken met een afgod. Wat zien we? Drie personen rond een tafel. Dit zijn de drie personen die Abraham bezoeken. Hij ontvangt de drie personen die naar hem toe komen met grote gastvrijheid. De drie personen zijn volgens Augustinus metaforen van de Drie-eenheid, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Rublev heeft de drie personen als identiek geschilderd. Vaak wordt aangenomen dat de middelste persoon de Zoon symboliseert. De personen zijn geschilderd alsof ze zich in een cirkel bevinden, die begint bij de voeten van de rechterpersoon, die vaak wordt geïdentificeerd als de Heilige Geest, en door de drie hoofden eindigt bij de voeten van de linkerpersoon, die de Vader vertegenwoordigt.

Door het gebruik van die metaforen lijkt het alsof we niet naar een afbeelding kijken, maar naar een pagina van een boek.

Zeer goed. De afbeeldingen op iconen zijn zo gemaakt dat ze meer het karakter hebben van woorden dan van afbeeldingen.

Het zijn eigenlijk teksten die toevallig de vorm van afbeeldingen hebben. De schilders van iconen slagen erin om afbeeldingen van God te maken, die geen afbeeldingen van God zijn van het soort dat door Mozes wordt verworpen.

https://sites.google.com/view/linguarium 

Google Sites
Report abuse
Page details
Page updated
Google Sites
Report abuse