We verwachten dat iedereen op school de afspraken en leefregels naleeft. Als dat niet het geval is, kunnen we gebruik maken van ons herstel- en sanctioneringsbeleid.
Wanneer het gedrag van de leerling de goede werking van de school hindert, kunnen we in overleg met hem/haar en de ouders een begeleidende maatregel bepalen. Begeleidende maatregelen kunnen bv. zijn:
In de agenda van de leerling wordt een nota geschreven. Een rode nota is een terechtwijzing en meldt aan de leerling wat er moet veranderen.
Een zinvol strafwerk moet de leerling helpen om over bepaalde zaken na te denken.
Als de vorige begeleidende maatregelen niet leiden tot een verbetering van de schoolhouding, dan kan de leerling tijdelijk uit de les worden verwijderd. De leerling moet zich onmiddellijk melden aan het leerlingeneiland.
De betrokken leerkracht maakt verslag van het incident.
De klassenraad kan beslissen om voor een bepaalde tijd een aandachtskaart/volgblad in de schoolagenda te kleven. Hierop worden een aantal aandachtspunten genoteerd, waarop de leerling extra getraind wordt. De evolutie wordt besproken met de leerling en toegewezen “peter of meter” en indien gewenst, ook met de ouders.
Vanuit een cultuur van verbondenheid willen we bij een conflict op de eerste plaats inzetten op herstel. We nodigen de betrokkenen steeds uit om na te denken over wat er is gebeurd en om hierover met elkaar in gesprek te gaan.
4.4.3.1 Wanneer kan de leerling een ordemaatregel krijgen?
Wanneer uw kind de leefregels van de school schendt, kan elke persoon die daartoe gemachtigd is door het schoolbestuur en op dat moment toezicht uitoefent, het een ordemaatregel opleggen.
Tijdens een ordemaatregel blijft het op school aanwezig. Een ordemaatregel raakt niet aan zijn/haar recht op studiebekrachtiging.
4.4.3.2 Welke ordemaatregelen zijn er?
een verwittiging;
strafwerk;
de tijdelijke verwijdering uit de les; de leerling meldt zich dan onmiddellijk op het leerlingeneiland;
een aparte verplichte opdracht i.p.v. de gebruikelijke les (of gelijkgestelde activiteit) tijdens maximaal één lesdag;
De school kan beroep doen op verschillende vormen van time-out, nl:
Een naadloos flexibel traject onderwijs-welzijn (NAFT). Tijdens dit traject wordt er aan het gedrag van de leerling gewerkt. Dit kan tijdens de lessen gebeuren.
ETO (Extra Time-Out) en ETO-PLUS: de school organiseert met eigen middelen een mogelijkheid om leerlingen buiten de school en voor minimum 10 lesdagen op te vangen. Het kan gebeuren dat de school tot deze maatregel overgaat, omdat de leerling door zijn houding het onmogelijk heeft gemaakt om het gewone lesprogramma te volgen. In ETO krijgt de leerling een individuele en gepersonaliseerde onderdompeling in het aanleren van sociale vaardigheden en werkattitudes. De ouders worden steeds betrokken bij de ETO van hun kind.
De school werkt bij al deze vormen van time-out nauw samen met het CLB en de ouders.
· …
Tegen een ordemaatregel is geen beroep mogelijk.
Preventieve schorsing
Een preventieve schorsing houdt in dat de leerling in afwachting van een eventuele tuchtmaatregel niet in de lessen of op school wordt toegelaten. Die bewarende maatregel kan in heel uitzonderlijke situaties in het kader van een tuchtprocedure gebeuren:
bij zware gedragsmoeilijkheden die kunnen leiden tot de definitieve uitsluiting van de leerling;
wanneer zijn/haar aanwezigheid op school een gevaar of ernstige belemmering vormt voor zichzelf, voor medeleerlingen of voor personeelsleden van de school.
De preventieve schorsing gaat onmiddellijk in en duurt in principe niet langer dan tien lesdagen. Uitzonderlijk kan de preventieve schorsing eenmaal verlengd worden.
Alleen de directeur of zijn afgevaardigde kan de leerling preventief schorsen. Hij motiveert deze beslissing in de brief waarmee de tuchtprocedure wordt opgestart. Een preventieve schorsing uit de school wordt daarnaast ook vooraf afzonderlijk schriftelijk gemotiveerd meegedeeld aan je ouders.
Alle onkosten die bij de uitvoering van orde- en tuchtmaatregelen door de school gemaakt worden, zullen aangerekend worden aan de ouders.
Let op: wanneer we in dit punt spreken over dagen* bedoelen we telkens alle dagen (zaterdagen, zondagen, wettelijke feestdagen en 11 juli niet meegerekend).
4.4.4.1 Wanneer kan de leerling een tuchtmaatregel krijgen?
We kunnen beslissen om een tuchtmaatregel op te leggen wanneer de leerling de leefregels van de school in die mate schendt dat zijn/haar gedrag een gevaar of ernstige belemmering vormt voor de goede werking van de school of voor de fysieke of psychische veiligheid en integriteit van medeleerlingen, personeelsleden of anderen. Dat zal bv. het geval zijn:
als de leerling ook na begeleidende en ordemaatregelen de afspraken op school niet nakomt;
als de leerling ernstige of wettelijk strafbare feiten pleegt;
als de leerling het pedagogisch project van onze school in gevaar brengt.
4.4.4.2 Welke tuchtmaatregelen zijn er?
de leerling kan tijdelijk uitgesloten worden uit de lessen voor één, meer of alle vakken voor maximaal 15 schooldagen;
de leerling kan definitief uitgesloten worden uit de school.
4.4.4.3 Wie kan een tuchtmaatregel opleggen?
Alleen de directeur of zijn afgevaardigde kan een tuchtmaatregel opleggen. Als hij een definitieve uitsluiting overweegt, vraagt hij vooraf het advies van de begeleidende klassenraad. Iemand van het begeleidende CLB zal ook in die klassenraad zetelen. Het advies van de klassenraad maakt deel uit van het tuchtdossier.
4.4.4.4 Hoe verloopt een tuchtprocedure?
Een tuchtprocedure verloopt als volgt:
De directeur of zijn afgevaardigde nodigt de leerling en de ouders met een aangetekende brief uit op een gesprek waar zij gehoord zullen worden.
Vóór dat gesprek kunnen zij op school het tuchtdossier komen inkijken.
Het gesprek zelf vindt ten vroegste plaats op de vierde dag* na verzending van de brief. De poststempel geldt als bewijs van de datum van verzending. De leerling en de ouders kunnen zich tijdens dit gesprek laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. Een personeelslid van de school of van het CLB kan bij een tuchtprocedure niet optreden als vertrouwenspersoon van de leerling en zijn ouders. Het gesprek vindt fysiek plaats op school tenzij dit wegens veiligheidsredenen niet mogelijk is. Over de wijze waarop het gesprek plaatsvindt (fysiek dan wel via elektronische weg) ligt de beslissing bij de directeur of zijn afgevaardigde na afweging van de concrete omstandigheden of vraag.
Na het gesprek brengt de directeur of zijn afgevaardigde de ouders binnen een termijn van vijf dagen* met een aangetekende brief op de hoogte van zijn beslissing. In die brief staat ook een motivering van de beslissing en de ingangsdatum van de tuchtmaatregel. Bij een definitieve uitsluiting vermeldt de brief ook hoe de ouders in beroep kunnen gaan tegen die beslissing.
In uitzonderlijke situaties kan de leerling preventief geschorst worden.
4.4.4.5 Kan men in beroep gaan tegen een tuchtmaatregel?
Enkel tegen een definitieve uitsluiting kunnen de ouders of de leerling zelf (zodra hij/zij 18 is) beroep aantekenen. Ook tijdens de beroepsprocedure blijft de tuchtmaatregel van kracht.
De beroepsprocedure gaat als volgt:
De ouders dienen met een aangetekende brief beroep in bij het schoolbestuur:
Schoolbestuur Vrije Technische Scholen van Sint-Niklaas (beroepscommissie)
Breedstraat 104
9100 Sint-Niklaas
De aangetekende brief moet ten laatste verstuurd worden op de vijfde dag* nadat de beslissing van de definitieve uitsluiting werd ontvangen. Er is dus een termijn van vijf dagen*. De aangetekende brief met het bericht van de definitieve uitsluiting wordt geacht de derde dag* na verzending te zijn ontvangen. De poststempel geldt als bewijs, zowel voor de verzending als voor de ontvangst.
Let op: als het beroep te laat wordt verstuurd of afgegeven, zal de beroepscommissie het beroep onontvankelijk moeten verklaren. Dat betekent dat ze het beroep niet inhoudelijk zal kunnen behandelen.
Het beroep bij het schoolbestuur moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
het beroep is per aangetekende brief verstuurd.
het beroep is gedateerd en ondertekend.
Let op: als het beroep niet aan de voorwaarden voldoet, zal de beroepscommissie het beroep onontvankelijk moeten verklaren. Dat betekent dat ze het beroep niet inhoudelijk zal kunnen behandelen.
We verwachten daarnaast ook dat het beroep de redenen aangeeft waarom de ouders de definitieve uitsluiting betwisten.
Wanneer het schoolbestuur een beroep ontvangt, zal het schoolbestuur of zijn afgevaardigde een beroepscommissie samenstellen. In die beroepscommissie zitten zowel mensen die aan de school of het schoolbestuur zijn verbonden als mensen die dat niet zijn. Het gaat om een onafhankelijke commissie die de klacht grondig zal onderzoeken. De persoon die de definitieve uitsluiting heeft uitgesproken, zal nooit deel uitmaken van de beroepscommissie, maar zal wel gehoord worden. De beroepscommissie zal ook altijd de leerling en de ouders voor een gesprek uitnodigen. Zij kunnen zich daarbij laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. In de brief met de uitnodiging zal staan wie de leden van de beroepscommissie zijn. Deze samenstelling blijft ongewijzigd tijdens de verdere procedure, tenzij het door ziekte, overmacht of onverenigbaarheid noodzakelijk zou zijn om een plaatsvervanger aan te duiden.
Vóór de zitting kunnen de leerling en de ouders het tuchtdossier opnieuw inkijken.
Het gesprek gebeurt ten laatste vijftien dagen* nadat het schoolbestuur het beroep heeft ontvangen. Als het beroep is ingediend met een aangetekende brief, dan wordt die geacht de derde* dag na verzending te zijn ontvangen. De poststempel geldt als bewijs, zowel voor de verzending als voor de ontvangst. Het is enkel mogelijk om een gesprek te verzetten bij gewettigde reden of overmacht. Het louter laattijdig consulteren van een advocaat is geen overmacht. Die termijn van vijftien dagen* wordt opgeschort tijdens schoolvakanties. Dat betekent enkel dat schoolvakanties niet meetellen bij het berekenen van de termijn. De zitting van de beroepscommissie kan wel tijdens een schoolvakantie plaatsvinden.
De beroepscommissie streeft naar een consensus. Wanneer het toch tot een stemming komt, heeft de groep van mensen die aan de school of het schoolbestuur verbonden zijn evenveel stemmen als de groep van mensen die dat niet zijn. De voorzitter is niet verbonden aan de school of het schoolbestuur. Wanneer er bij een stemming evenveel stemmen voor als tegen zijn, geeft zijn stem de doorslag.
De beroepscommissie zal de definitieve uitsluiting ofwel bevestigen, ofwel vernietigen. De voorzitter van de beroepscommissie zal de gemotiveerde beslissing binnen een termijn van zeven dagen* met een aangetekende brief aan de ouders meedelen. De beslissing is bindend voor alle partijen.
4.4.4.6 Andere belangrijke informatie over de tuchtprocedure:
We zorgen ervoor dat de ouders vóór het tuchtverhoor op de hoogte zijn van alle gegevens die mogelijk een rol zullen spelen bij de beslissing over een tuchtmaatregel. Andere gegevens kunnen niet gebruikt worden.
Buitenstaanders mogen het tuchtdossier niet inzien, behalve wanneer de ouders schriftelijk toestemming geven.
Het tuchtdossier kan niet doorgegeven worden aan een andere school.
Als de leerling definitief wordt uitgesloten vóór het einde van het schooljaar (d.i. afhankelijk van de situatie kan dat in een 7de leerjaar op 31 augustus of 31 januari ), blijft hij/zij bij ons administratief ingeschreven tot zijn/haar inschrijving in een andere school. We zullen de leerling samen met het CLB helpen bij het zoeken naar een andere school.
Wanneer de leerling en de ouders weigeren om in te gaan op ons aanbod voor een andere school, kunnen we de leerling administratief uitschrijven.
Wanneer de leerling 18 is, kunnen we hem/haar vanaf de 10de lesdag na zijn/haar definitieve uitsluiting administratief uitschrijven.
Als de leerling na een tuchtprocedure definitief werd uitgesloten, kunnen we een nieuwe inschrijving van hem/haar weigeren tijdens hetzelfde schooljaar en tijdens de twee volgende schooljaren.
4.4.4.7 Opvang op school tijdens een tuchtmaatregel
Wanneer de leerling preventief geschorst wordt tijdens de tuchtprocedure of na de tuchtprocedure tijdelijk wordt uitgesloten, zullen we hem/haar steeds meedelen of hij/zij tijdens die periode wel of niet op school aanwezig moet zijn. Zowel bij een preventieve schorsing als een tijdelijke of een definitieve uitsluiting kunnen de ouders ook zelf vragen om hun kind op school op te vangen. We vragen dat ze dat schriftelijk doen, samen met de redenen van hun vraag. Als we niet ingaan op hun vraag, zullen wij op onze beurt ook schriftelijk aangeven waarom we dat niet doen. Als we wel op de vraag ingaan, zullen we vooraf enkele praktische afspraken maken met de leerling en de ouders.
Wanneer de leerling of de ouders ontevreden zijn met beslissingen, handelingen of gedragingen van ons schoolbestuur of zijn personeelsleden, of met het ontbreken van bepaalde beslissingen of handelingen, dan kunnen jullie contact opnemen met de directeur of voorzitter van het schoolbestuur.
Samen met de ouders zoeken we dan naar een afdoende oplossing. Als dat wenselijk is, kunnen we in onderling overleg een beroep doen op een professionele conflictbemiddelaar om tot een oplossing te komen.
Als deze informele behandeling niet tot een oplossing leidt die voor de leerling en de ouders volstaat, dan kunnen zij in een volgende fase klacht voorleggen aan de Klachtencommissie. Deze commissie is door Katholiek Onderwijs Vlaanderen aangesteld om klachten van leerlingen en ouders over gedragingen en beslissingen dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen van/door hun schoolbestuur, formeel te behandelen. Voor het indienen van een klacht moet u een brief sturen naar het secretariaat van de Klachtencommissie. Het correspondentieadres is:
Klachtencommissie
t.a.v. de voorzitter van de Klachtencommissie
Guimardstraat 1
1040 Brussel
Uw klacht kan tevens worden ingediend per e-mail via klachten@katholiekonderwijs.vlaanderen of via het daartoe voorziene contactformulier op de website van de Klachtencommissie http://klachten.katholiekonderwijs.vlaanderen.
De commissie zal de klacht enkel inhoudelijk behandelen als ze ontvankelijk is, dat wil zeggen als ze aan de volgende voorwaarden voldoet:
· De klacht moet betrekking hebben op feiten die niet langer dan zes maanden geleden hebben plaatsgevonden. We rekenen vanaf de laatste gebeurtenis waarop de klacht betrekking heeft.
· De klacht mag niet anoniem zijn. Omdat de klachtencommissie een klacht steeds onbevooroordeeld en objectief behandelt, betrekt ze alle partijen, dus ook het schoolbestuur.
· De klacht mag niet gaan over een feit of feiten die de klachtencommissie al heeft behandeld.
· De klacht moet eerst aan het schoolbestuur zijn voorgelegd. De ouders moeten hun klacht ten minste hebben besproken met de contactpersoon die hierboven staat vermeld én het schoolbestuur de kans hebben gegeven om zelf op de klacht in te gaan.
· De klacht moet binnen de bevoegdheid van de Klachtencommissie vallen. De volgende zaken vallen niet onder haar bevoegdheid:
o klachten over feiten die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke procedure (bv. die betrekking hebben over een misdrijf);
o klachten die betrekking hebben op het algemeen beleid van de overheid of op de geldende decreten, besluiten, ministeriële omzendbrieven of reglementen;
o klachten die uitsluitend betrekking hebben op de door het schoolbestuur al dan niet genomen maatregelen in het kader van zijn ontslag-, evaluatie-, of tuchtbevoegdheid t.a.v. personeelsleden;
o klachten waarvoor al een specifieke regeling en/of behandelende instantie bestaat (bv. over inschrijvingen, de bijdrageregeling, de definitieve uitsluiting, een evaluatiebeslissing …).
Het verloop van de procedure bij de Klachtencommissie is vastgelegd in het huishoudelijk reglement dat beschikbaar is via https://pro.katholiekonderwijs.vlaanderen/klachtenregeling.
De Klachtencommissie kan een klacht enkel beoordelen. Zij kan het schoolbestuur een advies bezorgen, maar geen bindende beslissingen nemen. De uitkomst van deze klachtenregeling heeft dan ook geen juridisch effect. De eindverantwoordelijkheid ligt steeds bij het schoolbestuur. Tegen een advies van de Klachtencommissie kan niet in beroep gaan.
Bij een klacht verwachten we van alle betrokkenen steeds de nodige discretie en sereniteit.