Search this site
Embedded Files

https://sites.google.com/view/ikbenwieikben 

Romeinse villa

In dit huis waar jij ywoont, heeft in de achttiende eeuw een molenaar gewoond.

O, voor zover ik weet, is dit huis gebouwd in het begin van de vorige eeuw.

Dan zal het het huis hiernaast zijn geweest, waarin die molenaar toen woonde. Zijn naam was Reinier Hagens, hij is degene geweest die het initiatief heeft genomen voor de bouw van de kerk.

Ik heb die naam wel eens gehoord. Ik weet het niet, een straat misschien. Is er niet een straat naar hem genoemd?

Dat zou kunnen. Ik ken de namen van die nieuwe straten niet zo goed. Ik kom vaker met mijn fiets in Sweikhuizen, niet alleen voor de sport, maar ook voor de geschiedenis.

Ja, ja, de geschiedenis.

Interesseert jou dat niet?

Dat wel, maar voor de geschiedenis hoef je hier niet te komen. De geschiedenis, dat is geweest, vroeger, weet je wel, het dorp dat er vroeger was, dat is er niet meer, het is veranderd in een wijk buiten de nieuwe stad Sittard-Geleen, daar beneden in het dal. Er zijn veel nieuwe huizen gebouwd op deze berg, goedkope woningen en dure villa's. De nieuwe bewoners hebben het idee, dat ze terug zijn gegaan in de geschiedenis, terug naar de natuur, maar dat was ooit, dat is er niet meer. Schinnen, de gemeente waar Sweikhuizen onder valt, is een tussenland, ingeklemd tussen Sittard-Geleen en Heerlen. Alleen, als je erdoorheen rijdt, merk je daar niet veel van. Schinnen oogt landelijk. De open ruimte is nog aanzienlijk en deze wordt vooral ingenomen door akkers en weilanden, en, spaarzaam, door bossen. Het land heeft waarde niet zozeer als agrarisch gebied, maar als recreatiegebied voor de bewoners van de steden waar het tussen in ligt. Mensen die vanuit een stad in het dorp zijn komen wonen hebben misschien het idee, dat dit het vroegere landschap was, dat behouden is gebleven. Maar wie een beschrijving leest bijvoorbeeld van Henri Pijls, oud-burgemeester en geschiedschrijver van Schinnen, zal onmiddellijk merken dat er niet zoveel is overgebleven van wat er vroeger was. De open ruimte is sterk versnipperd door een aantal grote verkeerswegen. Zo is het kasteel Terborg van het meest nabijgelegen dorp Hegge afgesloten door een spoorweg en een autosnelweg die door het dal van de Geleen lopen. En daar ligt een basis van het U.S. Army Garrison bij. Dit is een ander beeld dan het idyllische plaatje dat wordt geschilderd door de schrijvers van Natuurmonumenten en andere verenigingen. 

Misschien heb je sinds je in Sweikhuizen woont ook al historisch onderzoek gedaan. Het zou mij, jou kennende, althans niet verbazen.

Ik heb me inderdaad al een beetje verdiept in de geschiedenis van Sweikhuizen, prehistorische en Romeinse vondsten. Bij de bouw van het retraitehuis op de Moorhei in 1923 is een Romeinse begraafplaats blootgelegd. Bij het graven werden gave Romeinse voorwerpen gevonden, potten en pannen maar ook dakpannen. Die voorwerpen zijn in 1942 verloren gegaan. In de nacht van 5 op 6 oktober van dat jaar werd het huis per vergissing gebombardeerd door Engelse vliegtuigen. Bij de herbouw in 1944, zijn weer verschillende belangrijke vondsten gedaan, zoals scherven, een met lauweren gekroond borstbeeld en een munt met de volgende legende: IMP. CAES. NERVA TRAIAN. AUG. Daaruit kon men afleiden, dat die munt geslagen was tijdens de regering van keizer Trajanus, die in 117 na Christus stierf. De gebruiksvoorwerpen, de grafvondsten en de dakpannen wijzen, volgens de historicus Arthur Schrijnemakers, erop, dat er dichtbij Romeinen moeten hebben gewoond. De Romeinen bouwden hun villa's bij voorkeur dichtbij stromend water en tegen de zonnige zuidflank van heuvels. Deze plek voldoet aan die voorwaarden.

Wat moet ik me bij zo'n villa voorstellen?

Een villa op het platteland heette bij de Romeinen een villa rustica. Bij een villa rustica hoorden landerijen, die bewerkt werden door slaven of pachters. De villa bestond uit gebouwen en vertrekken die bestemd waren voor landbouw en nijverheid. Er waren slavenverblijven, stallen, silo's, schuren, maalinrichtingen, wijn- en olijfpersen. Werktuigen en gebruiksvoorwerpen werden op het terrein van de villa vervaardigd. Er was dan bijvoorbeeld een schoenmakerij, een smederij of een pottenbakkerij. De villa leverde producten voor de markt, voornamelijk olie, wijn en fruit. Men hield zich ook bezig met het kweken van vis en het fokken van paarden, gevogelte en vee. De villa was een agrarisch bedrijf, met een hoofdgebouw en een stelsel van gebouwen eromheen.

En zo'n villa stond hier?

Ja, dat wil zeggen, het gebouw dat hier heeft gestaan was waarschijnlijk niet het hoofdgebouw. Ik neem aan dat het hoofdgebouw heeft gestaan waar nu kasteel Ter Borg ligt. Daarnaast waren er andere gebouwen, zoals een kapel waar nu de Oude Kerk van Spaubeek is.

En hier was een begraafplaats?

Ja, tenminste dat wordt meestal aangenomen. Het gebouw dat erop stond zou dan een functie hebben gehad die daarmee in verband stond. Je mag de vraag stellen of het gebouw nog een andere functie kan hebben gehad.

Dan stel ik de vraag: welke andere functie kan het hebben gehad?

Ik denk, dat het gebouw dat hier heeft gestaan een wijnhoeve was.

Een wijnhoeve?

We moeten er rekening mee houden, dat dit al bestond in de tijd van de Romeinen. Ik stel me voor hoe dat hier moet hebben uitgezien. Daarachter, waar nu het asielzoekerscentrum ligt, lag een Romeins gebouw, daar begon de wei, die zich uitstrekte tot de weg die hieronder langs de berg loopt, en misschien stonden er op de berg, waar nu het bos is, wel wijnstokken. Deze weg liep in de eerste en tweede eeuw misschien langs wijnbergen. Het was een aan- en afvoerroute voor alles wat met wijnproductie te maken heeft.

Er wordt aangenomen dat er al sinds de Romeinse tijd druiven verbouwd worden in Nederland, maar ik heb er nooit aan gedacht, dat dit wel eens hier gebeurd zou kunnen zijn.

Ja, dat is te begrijpen, maar denk er eens aan dat het milde klimaat in de tijd van Trajanus zeer gunstig was voor de wijnbouw. De plek met hellingen op het zuiden was zeer geschikt voor druiventeelt. Bovendien was een Romeinse villa zonder druiventeelt vrijwel ondenkbaar. Waarschijnlijk was hier nooit een Romeinse villa gekomen, als de wijncultuur er niet mogelijk was geweest.

Hoe groot moet ik me de villa voorstellen?

In de gebieden die door de Romeinse legioenen werden veroverd, werd de grond die voor landbouw geschikt was, verdeeld in centuriae, stukken van een halve mijl bij een halve mijl, die bij wijze van premie aan veteranen gegeven werden. Om je een idee te geven: het is de grootte van een vierkant waarvan Terborg, Ten Dijcken, het retraitehuis en Stammen de hoekpunten vormen. Waarschijnlijk had het oorspronkelijke gebied van Terborg, dat werd verworven door de veteraan, Pullus, ook ongeveer die grootte.

Pullus?

Ja, zo noem ik hem, het is gemakkelijker om over iemand te praten als hij een naam heeft.

Maar waarom Pullus?

Waarom niet? Het beestje hoeft maar een naam te hebben.

Kip?

Och ja, als latinist begrijp jij dat, maar misschien moet je Hoen zeggen, dan begrijp je het wat beter.

Bedoel je Hoen van Hoensbroek?

Ja, en Hoen van het Hoenshuis in Voerendaal. Ja, dat zou toch kunnen? Achter Stammen ligt een veld, dat het Hoenderbos wordt genoemd. Er is daar geen bos meer te zien, maar het moet er wel ooit zijn geweest. Nou zie je maar weer, die familie is hier in dit landschap nog steeds aanwezig.

Bedoel je, dat die familie hier al vanaf de Romeinse tijd aanwezig is geweest? Sweikhuizenaren staan bekend om hun sterke verhalen, maar ik wist niet dat nieuwe Sweikhuizenaren, zoals jij, deze kunst ook al meester waren.

Ik ben zo'n meester.

Ja, meester, weet je dan ook, hoe het landgoed van Pullus er in de Romeinse tijd uitzag?

Dat weet niemand, maar misschien kunnen we ons er met een beetje fantasie een voorstelling van maken. We kunnen van twee veronderstellingen uitgaan. De eerste is dat de situatie toen totaal anders was dan nu. Dit is aannemelijk, als je denkt dat alles wat er toen gebouwd is een keer helemaal is verwoest. Bij de latere herbouw wist men niet meer hoe de situatie oorspronkelijk was geweest. Dus de herbouw verliep volgens een totaal nieuw plan. De andere veronderstelling is dat de situatie toen meer leek op wat we nu zien, dan we misschien denken. Na de verwoesting bleven waarschijnlijk gedurende enkele eeuwen de oorspronkelijke bouwwerken als ruïnes in het landschap liggen, of in de vorm van sporen, zoals de heuvel waarop de burcht stond, zodat zelfs honderden jaren later nog zichtbaar was, waar deze had gestaan. Het belangrijkste gebouw kan hebben gelegen waar nu het kasteel ligt, met een burcht, in het Latijn een burgus genaamd, waar de naam Terborg van is afgeleid. Bij die burcht was een boerderij. Of misschien was er oorspronkelijk alleen een boerderij en werd de burcht er later, in minder veilige tijden, bij gebouwd. Misschien was er nog een gebouw in Hegge, bijvoorbeeld op de plaats waar nu Ten Dijcken ligt. Het is ook mogelijk dat er een heiligdom was, waar zich nu de Oude Kerk van Spaubeek bevindt. Zowel vanuit Terborg als vanuit Hegge ging er een weg naar de wijnboerderij op de Moorhei. Boven op de berg, vlak achter het Stammenderbos kan er een verzamelplaats voor het vee zijn geweest, waar nu Stammen ligt.

En deze weg, waarop we hier lopen, was die er toen ook al?

Ja, die was er toen ook al.

Ik heb me altijd al afgevraagd waarom deze weg ooit is aangelegd. Er zijn betere alternatieven om een verbinding te maken tussen Terborg en Jansgeleen. De weg is niet vlak. Hij gaat op twee plaatsen, bij de Kasteelderweide en de Moorhei, omhoog en weer omlaag. Het is helemaal geen handige weg, tenminste als je deze moet gebruiken voor vrachtverkeer.

Ja, dat is waar, maar vraag je eens af, heeft de weg er altijd zo bij gelegen als nu het geval is? Zijn die verhogingen bij de Kasteelderweide en de Moorhei er altijd geweest? Neem eens aan, dat deze zich hebben gevormd als gevolg van erosie, die is ontstaan, toen de wijnbergen werden verlaten en aan hun lot overgelaten, de wijngaarden op de helling verwilderden, en wind en water de grond naar beneden voerden naar het dal van de Geleen. De beek moest daardoor een nieuwe bedding zoeken, wat verder van de berg af.

Ja, maar dat is niet gebeurd op de tussenliggende berg.

Dat heb je goed opgemerkt. En als je die berg nader beschouwt, zie je dat hij ook steiler is dan de twee andere bergen. De tussenliggende berg bleef dus voor erosie gespaard. De verklaring daarvan zou kunnen zijn, dat op die berg geen wijncultuur is geweest.

Hoezo niet?

Dat weet ik niet. Het ligt voor de hand, aan te nemen dat ook op die berg druiven werden geteeld. En waarom niet nog meer bergen? In oostelijke richting liggen nog meer bergen, die voor de druiventeelt geschikt zijn.

Draaf je nou niet een beetje door?

Nee, zelfs nu is er in Schinnen druiventeelt. Kijk maar eens bij de weg van Puth naar Schinnen. Daar is tegenwoordig weer een wijngaard aangelegd.

Dat komt, doordat tegenwoordig nieuwe druivenrassen zijn gekweekt, die sneller rijpen, zodat deze ook in koudere klimaten kunnen gedijen. De Romeinen beschikten nog niet over deze nieuwe druivensoorten.

Desondanks slaagden de Romeinen erin de druiventeelt tot ver naar het noorden uit te breiden.

Dat is waar, maar in de oudheid was het een beperkte cultuur, net als nu trouwens.

Ja, dat is misschien wel zo, het valt niet uit te sluiten, dat er een uitgebreidere teelt plaatsvond, maar erg waarschijnlijk acht ik het ook niet.

Wat hield een grootschalige aanpak van de wijnbouw tegen?

De reden is niet de verslechtering van het klimaat geweest, want in de tijd dat het klimaat nog goed was, had de wijncultuur zich kunnen uitbreiden, maar dat is, naar ik aanneem, niet gebeurd. Er moet een andere reden zijn geweest.

Wat zou die reden kunnen zijn geweest?

Een reden kan zijn geweest een calamiteit. Om een voorbeeld te noemen: vanaf de jaren 165 tot 180 werd het Romeinse Rijk geteisterd door De Pest van Antoninus. De ziekte werd meegebracht door soldaten die aan het oostfront gevochten hadden. De importslaven brachten onbekende ziektes met zich mee. Men schat dat een tot tweederde van alle burgers om het leven is gekomen. Ten gevolge van deze epidemie kwam er een gebrek aan arbeidskrachten, slaven, die het werk moesten doen. Een andere reden, die ook wel wordt aangevoerd, kan zijn geweest, dat in de Romeinse Keizertijd, toen er geen nieuwe gebieden meer werden veroverd, de aanvoer van verse slaven uit de oorlogsgebieden begon te stokken. Ik stel me voor, dat dit tekort aan slaven, wat er ook de reden van kan zijn geweest, zich ook hier in het Geleendal heeft voorgedaan.

Was daar niks aan te doen?

Er waren wel oplossingen. De heer van Terborg ging toen bijvoorbeeld bevorderen dat de slaven op zijn plantage een gezin konden stichten, zodat de slavenpopulatie langs natuurlijke weg in stand kon worden gehouden. Of hij probeerde delen van zijn domein onder voorwaarden te verpachten aan lokale boeren.

Wie waren die lokale boeren?

Sunuci, zo genoemd door Tacitus (Historiae 4,66), een stam of misschien een verzameling stammen, in het gebied tussen de Maas en de Roer.

Komt daar de naam Schinnen vandaan?

Ja, naar men zegt.

Was er sprake van wisselwerking tussen de Romeinse familie op de villa en de lokale bevolking?

In het begin was de Romeinse villa waarschijnlijk een vreemd lichaam in de lokale omgeving. De plantage werd gevestigd, zonder veel rekening te houden met de bestaande omgeving. De villa was gebaseerd op slavenarbeid en had de inlanders niet nodig. De villa was gericht op productie voor de markt, die vooral werd bepaald door de behoeften van legerplaatsen, zoals Maastricht en Heerlen. In de nieuwe situatie die ontstond door het tekort aan slaven kwam er een wisselwerking tussen de familie Pullus, die de villa beheerde, en de Sunuci. Daardoor konden een lokale arbeidsmarkt en ruilhandel ontstaan. De villa ging ook meer voor lokale behoeften produceren.

Ontstond er ook zoiets als culturele uitwisseling?

Dat is heel moeilijk vast te stellen. Dat blijkt alleen al uit het feit, dat hierover totaal verschillende theorieën bestaan. Zo werd tot niet zo lang geleden uitgegaan van het concept van romanisering. Het werd daarbij als vanzelfsprekendheid gezien dat de inheemse cultuur elementen overnam van de Romeinse cultuur. Zo zijn de Romeinse resten die zijn gevonden op de Moorhei gezien als cultuur die door de Romeinen was meegebracht naar het gebied van de Sunuci, die daarmee geromaniseerd werden. Een eigen culturele identiteit van de Sunuci was zo goed als niet bestaande. Romanisering was dan een eenzijdig proces dat twee aspecten omvatte: cultuuroverdracht van de Romeinen en cultuurovername door de Sunuci. Maar het proces was tweezijdig. Het was een proces van acculturatie, een politieke, sociale, culturele en economische interactie tussen de Romeinen en de Sunuci.

Wil je daarmee zeggen, dat ze meer als gelijken met elkaar omgingen?

Dat niet. Het was natuurlijk wel een koloniaal systeem, met een duidelijk verschillende rol voor heersers en onderworpenen. Maar er was, gegeven deze ongelijkheid, wel sprake van wederzijdse beïnvloeding.

Kun je daar een voorbeeld van geven?

Nou bijvoorbeeld dit. Op de Moorhei werd een bord gevonden in terra sigillata, gestempeld aardewerk, met het merk ROPPVSFE (Roppus fecit). Wij zouden zeggen: made by Roppus. Dit aardewerk was in alle regio's van het Romeinse Rijk in omloop. Het werd lang beschouwd als een soort van graadmeter voor de romanisering - maar inmiddels is men hier anders over gaan denken. De betekenis die het aardewerk had was zeer variabel per regio en het kon zelfs gezien worden als uitdrukking van de inheemse regionale identiteit. Je kunt je voorstellen, dat mensen de vreemde herkomst van de voorwerpen die ze gebruikten niet herkenden, en ze beschouwden als producten van hun streek, om de eenvoudige reden, dat het voorwerpen waren die ze dagelijks om zich heen zagen.

Bedoel je dat de Romeinen, die hier woonden, dat zelf zo zagen?

Zeker. De familie Pullus, oorspronkelijk Romeinse familie, die de wijnhoeve exploiteerde, kreeg langzaamaan een gemengde Gallo-Romeinse identiteit. Misschien had de familie zelfs een regionale oorsprong, veel militairen in het Romeinse leger hadden immers een regionale afkomst. Zelfs de taal die ze spraken, het Latijn, ontwikkelde zich tot een regionale taal, een Romaanse taal, die als inheems werd ervaren.

Hoe moet ik me dat voorstellen?

Vergelijk het met Afrikaanse boeren, afstammelingen van de Nederlanders. Ze beschouwen zichzelf niet als Nederlanders, maar als autochtone Afrikanen, of Afrikaanders, zoals zij zelf zeggen.

Afrikaanders, ja, maar geen Afrikanen.

Dat is juist, en dat vind ik goed, dat je dat zegt, want dat was in de Romeinse tijd ook zo: dat waren Gallo-Romeinen, dat waren geen Galliërs.

We weten hoe het met de Afrikaanders is gegaan, maar hoe is het met die Gallo-Romeinen afgelopen?

Daar is weinig over bekend. Het tekort aan werkkrachten dat was ontstaan sinds de pest van Antoninus betekende een slag voor de wijnbouw, maar waarschijnlijk nog niet het einde, dat kwam pas in de tweede helft van de derde eeuw.

Wat gebeurde in de derde eeuw?

Verschillende gebeurtenissen. Een gebeurtenis was een klimaatverandering: vanaf 250 werd het klimaat strenger. Zwitserse onderzoekers van boomringen hebben ontdekt dat bomen zeer nauwkeurig de geschiedenis van het Romeinse Rijk vertellen: dikke boomringen van 200 voor Christus tot 250 na Christus, daarna steeds dunnere ringen. Van 250 tot 600 na Christus, toen het West-Romeinse Rijk in verval raakte en ten onder ging en de Grote Volksverhuizing plaatsvond, was het klimaat uiterst grillig. Pas rond het jaar 600 werden de ringen weer iets dikker, een teken dat het weer wat warmer werd in Europa. Een andere gebeurtenis was een nieuwe epidemie in 251: de zogenaamde Pest van Cyprianus, die zeker 20 jaar aanhield. Deze epidemie veroorzaakte overal in het Rijk een tekort aan mankracht in de landbouw en het leger. En dan de belangrijkste gebeurtenis, volgens sommigen als gevolg van de klimaatverandering en de epidemie: vanaf de 3e eeuw begon de macht van het Romeinse Rijk geleidelijk aan af te nemen en voerden groepen Germanen van buiten het Romeinse Rijk plundertochten uit. In die tijd maakten gewapende bendes Franken gebruik van de burgeroorlogen in het rijk om de Rijn over te steken. De grootste plundertocht vond plaats in 275-276. Waarschijnlijk is Terborg en aanhorigheden toen bij een inval van Franken in de as gelegd.

Betekende dat het einde van de Romeinse villa hier in het dal?

Dat is de vraag. In de laatste twee decennia van de derde eeuw werd de rust onder de nieuwe keizer Diocletianus hersteld. Het Rijk zou na 275 nog lange tijd stand houden, totdat het viel in 476. Dat zijn bijna twee eeuwen. In die periode werd op veel plaatsen veel van wat was verwoest weer opgebouwd, maar de vraag is, of dat ook hier in het dal van de Geleen is gebeurd. Ik denk van niet.

Ik heb altijd geleerd, dat na de val van het Romeinse Rijk in 476 er een vacuüm of krijgsherentoestand ontstond, een tijd van gezagsloosheid tot het gezag werd hersteld door de Franken.

Ja, dat is het gebruikelijke beeld, maar in dit gebied en het daaromheen liggende gebied ontstond deze toestand al veel eerder, tegen het einde van de derde eeuw. In de derde eeuw is de bewoning in dit gebied grotendeels verdwenen en dat wordt vaak met de invallen van de Franken in verband gebracht.

Was de ontvolking totaal?

Nee, maar wel aanzienlijk, ik denk dat niet alle gebruik van het land werd gestopt, bewoning en gebruik van een kleiner deel van het land is in die tijd doorgegaan.

Waarom denk je dat?

Ik denk dat, omdat sporen van het cultuurlandschap zoals het was voor dat rampzalige moment in 275 nog te zien zijn. Waar zulke sporen aanwezig zijn, moet er een zekere continuïteit van bewoning en landgebruik zijn geweest.

Aan welke sporen denk je dan?

Dan kun je denken aan: de sweik, een deel van de weilanden in het dal, en vooral de wegen, ze zijn gebleven waar ze waren, ze hebben de periode van chaos in de Late Oudheid overleefd, want al deze sporen kunnen we nu nog in het landschap zien. En dat is zo kunnen gaan, doordat ook gedurende die chaotische periode het land steeds zij het misschien minder intensief door een achterblijvende groep is gebruikt.

Waar is de groep die het land heeft verlaten naar toe getrokken?

De meesten nemen aan, dat tegen het einde van de derde eeuw een migratie van de Gallo-Romeinse bevolking heeft plaatsgevonden naar het zuiden. De vraag is alleen wanneer dat begonnen is: in de vierde of de vijfde eeuw. Ik hou het op de vierde.

Was er niets meer over van de Romeinse villa?

Wat in het Geleendal opgebouwd was door de familie Pullus, de plantage Terborg en aanhorigheden, was vernield, maar toch is na een kortere of langere tijd van chaos, het is onbekend wanneer, daar weer iets opgebouwd, een boerderij die werd versterkt met een fort.

Is er niets over te zeggen, wanneer de wederopbouw heeft plaatsgevonden?

De meest geaccepteerde opvatting is dat dit in de Karolingische tijd is gebeurd. De geschiedenis van Terborg zou beginnen bij Karel de Grote in Aken. Deze keizer beloonde een vertrouweling met een stuk grond in Schinnen, en die begon met de bouw van een burcht op een motte, een kunstmatige, door mensenhanden gemaakte heuvel, omgeven door een gracht. Over die gracht lag een houten brug die bij dreigend gevaar gemakkelijk opgehaald kon worden. Bij Terborg ligt deze motte achter het tegenwoordige gebouw. Van de burcht op de motte is alleen een ruïne over. Het gebouw dat er nu staat was een voorburcht.

Is dat ook jouw opvatting?

Nee, ik denk, dat die burcht veel eerder is opgericht. Als dit pas onder Karel de Grote is gebeurd, dan is er gedurende zo'n vijfhonderd jaar geen sprake geweest van een versterkt gebouw. Dat is een behoorlijk lange tijd. Ik acht dit onwaarschijnlijk. Het was natuurlijk een slechte tijd, het fort werd vaak verwoest, maar het werd telkens weer herbouwd. Vergeet niet, dat het een houten gebouw was. Het was niet zo moeilijk om het na een verwoesting in een paar maanden weer op te bouwen.

Wanneer is dan volgens jou zo'n fort aangelegd?

Ik weet het niet, ik denk in de zesde eeuw. Het is maar een gok. Volgens Frans Theuws worden in de tweede helft van de zesde eeuw in de Maasregio weer belangrijke aristocratische graven aangelegd. Dit wijst erop, dat toen weer een migratie van het zuiden naar het noorden op gang is gekomen.

Dan is er altijd nog een periode van zo'n twee eeuwen tussen de verwoesting van de villa en het moment waarop de burcht werd aangelegd. Dat is nog steeds een tamelijk lange tijd, dat de vallei niet werd gecultiveerd. In die tijd kon het bos het oude cultuurland gemakkelijk heroveren. Niet alleen de wijnbergen, maar ook de weilanden in het beekdal en de akkers eromheen veranderden in een natuurbos, waar niet de mensen, maar de dieren de baas waren. Toen zo'n tweehonderd jaar later mensen uit het zuiden hier naar toe kwamen om het land te ontginnen, troffen ze hier een moerasbos aan, waarin geen spoor meer te vinden was van de gebouwen die er vroeger hadden gestaan. Ze hadden het idee dat ze de eersten waren die hier ooit waren gekomen.

Ja, dat is mogelijk, maar dat beeld moet je misschien wat bijstellen. Er hebben hier altijd mensen gewoond, ook al waren dat er in de Late Oudheid veel minder dan voordien. Later, vooral onder de Karolingers, in de warme middeleeuwen, toen het klimaat verbeterde, begon de bevolking weer toe te nemen, en werd een begin gemaakt met de grote ontginning, eerst van de Kasteelder gewande op de helling en daarna van de Stammender gewande boven op het plateau. Er werd niet meer gedacht aan wijnbouw.

https://sites.google.com/view/ikbenwieikben

Google Sites
Report abuse
Page details
Page updated
Google Sites
Report abuse