Een aanloopinrichting zorgt ervoor dat aanloopstroom van een elektrische motor wordt beperkt, zodat geen ontoelaatbare spanningsdaling in het net wordt veroorzaakt, en dat geen grote stroompieken worden geïnduceerd, hierdoor wordt de netvervuiling verminderd.
Tijdens het aanlopen worden drie gelijke weerstanden in serie gezet met de statorwikkeling. Doordat de impedantie toeneemt zal de aanloopstroom afnemen. Als de motor eenmaal is aangelopen worden de weerstanden overbrugd met een contactor. Nadeel van deze methode is het extra vermogensverlies dat ontstaat in de weerstanden.
Voor de komst van de thyristor-regelingen werden aanzetweerstanden ook veel toegepast om zware gelijkstroommotoren aan te laten lopen.
Gebruik van een driefasen-spaartransformator in serie met de statorwikkeling. Het koppelverloop van spoelen is gunstiger dan van weerstanden, maar een transformator is duurder.
Hierbij wordt de statorwikkeling eerst in ster geschakeld en vervolgens, nadat de motor is aangelopen, in driehoek. De aanloopstroom is dan gemiddeld 2,5 keer de Inom (nominaalstroom). Wanneer de motor aan zou lopen in driehoek, zal deze tot 8 à 12 keer Inom zijn. De ster-driehoekschakeling wordt veel toegepast om (grote) kooiankermotoren zoals de kortsluitankermotor (K.A.) en de speciaalkortsluitankermotor (S.K.A.) te laten aanlopen.
STER
De meeste draaistroommotoren worden vanaf 0,09 kW tot 4 kW standaard uitgevoerd met een wikkeling 230/400 Volt. De laagste spanning - 230 V - geeft de spanning aan waarvoor de wikkeling (spoel) is gemaakt.Hoe sluiten we nu een 230/400 V elektromotor aan op een netspanning van 400 V? De spoelspanning van deze motor is dus 230 V en dat betekent dus dat we deze motor in ster moeten aansluiten. Dit aansluiten in ster doen we door de metalen plaatjes in de klemmenkast van de motor op de juiste manier aan te sluiten (fig. 2). Dus W2 verbinden met U2 en U2 weer verbinden met V2.Driehoek
De meeste draaistroommotoren vanaf 4 kW worden standaard uitgevoerd met een wikkeling van 400/690 V. Hoe sluiten we deze aan op een netspanning van 3 x 400 V? De spoelspanning van deze motor is 400 V en dat houdt in dat we deze motor in driehoek gaan aansluiten (fig. 3).Deze methode is alleen toepasbaar bij sleepringankermotoren en niet bij kooiankermotoren. Door de aanloopweerstanden in serie met de rotorwikkeling te zetten zal de motor aanlopen met een hoog koppel bij een lage aanloopstroom. Tijdens het aanlopen worden de weerstanden in stappen uitgeschakeld totdat ze de rotorwikkeling kortsluiten. Ook bij deze methode is het grote vermogensverlies in de weerstanden nadelig.
Met behulp van vermogenselektronica wordt de uitgangsspanning in een softstarter geleidelijk door faseaansnijding opgeregeld. Voordelen van een softstarter zijn het soepel aan- en uitlopen en het begrenzen van de aanloopstroom. Door de verlaagde uitgangsspanning is het aanloopkoppel ook laag.
Met de frequentie van de uitgangsspanning is de snelheid van de motor te regelen. Door ook de uitgangsspanning te regelen kunnen met een frequentieregelaar ook zwaar belaste motoren aanlopen. Echter is een frequentieregelaar alleen interessant bij een frequentie boven de 20Hz, omdat de koelvinnen van een draaistroommotor gemonteerd zijn aan de as bieden deze bij een frequentie van 20Hz, en/of lager, geen ideale omstandigheid. De frequentieregelaar zorgt voor lagere aanloopstromen, in tegenstelling tot direct inschakelen van 8-12 x I nominaal heeft de frequentieregelaar aanloopstromen van 1,5-2 x I nominaal. Het is dan ook vanzelfsprekend dat een installatie met een frequentieregelaar ook energiezuiniger is dan een installatie met een direct inschakelen component.