In de elektriciteit gebruiken we om een lamp aan te steken een schakelaar. Het is ook normaal dat we in de pneumatica "iets" gaan gebruiken om onze cilinders te schakelen. In de pneumatica zijn dat ventielen.
Zoals er in de elektriciteit verschillende soorten schakelaars zijn, afhankelijk van de toepassing, zo zullen er ook in de pneumatica verschillende soorten ventielen zijn. Deze kunnen verschillen van opbouw van het ventiel tot de soort bediening.
Op deze site staat telkens de principetekening en het overeenkomstig symbool van de ventielen.
We kunnen hier enkele algemene regels meegeven:
Deze figuur is de basis van een ventiel. Enkel de verbindingslijnen - pijlen en de bediening moet nog getekend worden. Wat kunnen we hier al afleiden ?
We hebben hier te maken met een ventiel met 2 schakelstanden.
Dit ventiel heeft 5 aansluitingen.
5 aansluitingen en 2 schakelstanden ==> een 5/2-ventiel
Het rechtervakje van het ventiel is de rusttoestand.
Opmerking figuur: een 2/2-ventiel heeft geen ontluchting. Hierdoor kan de lucht die door het ventiel is gegaan niet terugkeren en zal dus elders moeten ontluchten.
Een 2/2-ventiel heeft 2 aansluitingen en 2 schakelstanden.
Een aansluiting is een verbinding met de persluchttoevoer, met de ontluchting, met een verbruiker (vb cilinder) of met de stuurpoort van een ander ventiel.
Voor elke schakelstand wordt er een rechthoek getekend. In elke rechthoek wordt het schakelbeeld getekend.
In de rechthoek worden de verbindingen tussen de aansluitingen van het ventiel weergegeven.
Een 3/2-ventiel heeft 3 aansluitingen en 2 schakelstanden.
Een aansluiting is een verbinding met de persluchttoevoer, met de ontluchting, met een verbruiker (vb cilinder) of met de stuurpoort van een ander ventiel.
Voor elke schakelstand wordt er een rechthoek getekend. In elke rechthoek wordt het schakelbeeld getekend.
In de rechthoek worden de verbindingen tussen de aansluitingen van het ventiel weergegeven.
Een 5/2-ventiel heeft 5 aansluitingen en 2 schakelstanden.
Een aansluiting is een verbinding met de persluchttoevoer, met de ontluchting, met een verbruiker (vb cilinder) of met de stuurpoort van een ander ventiel.
Voor elke schakelstand wordt er een rechthoek getekend. In elke rechthoek wordt het schakelbeeld getekend.
In de rechthoek worden de verbindingen tussen de aansluitingen van het ventiel weergegeven.
Monostabiel: dit is een ventiel waarbij het ventiel een voorkeurstand heeft. Als het commando-signaal (in dit geval perslucht) wegvalt, dan gaat het ventiel terug in de voorkeurstand. (in dit geval stand 1) Het ventiel heeft dus 1 stabiele stand.
Bistabiel: Dit ventiel heeft geen voorkeurstand. Als het signaal wegvalt, dan blijft het in de laatst geschakelde stand staan tot er een tegengesteld signaal het ventiel terug doet omschakelen. Het ventiel heeft dus 2 stabiele standen.
Normaal gesloten: een normaal gesloten ventiel gaat in zijn niet-bediende-toestand de perslucht niet laten doorstromen. Als we het ventiel vervolgens wel gaan bedienen, dan zal de perslucht wel doorstromen.
Normaal open: een normaal open ventiel baat in zijn niet-bediende-toestand de perslucht laten doorstromen. Als we het ventiel vervolgens wel gaan bedienen, dan zal de perslucht niet meer doorstromen.
Opmerking: Ook in de elektriciteit wordt er gebruik gemaakt van de benaming normaal-open en normaal-gesloten. Normaal-open (maakcontact) bij elektriciteit wil zeggen dat het contact open staat, en er dus geen stroom kan vloeien. Dit is dus omgekeerd aan de betekenis van normaal open in de pneumatica ! Dit kan dus voor verwarring zorgen !
Een enkelwerkende cilinder kan een kracht uitoefenen in één richting. Ofwel is dat uitgaande slag, ofwel is dat de ingaande slag. Het terugkeren van de cilinder zal gebeuren door een veer of door een externe kracht. De veer heeft enkel de bedoeling om de zuiger met stang terug naar de beginsituatie te brengen.
Een enkelwerkende cilinder wordt normaal gezien gestuurd met een 3/2-ventiel
Een dubbelwerkende cilinder kan zowel een drukkracht als een trekkracht uitoefenen. Als de perslucht aan de kant van de zuiger toekomt, dan zal de cilinder uitschuiven en een drukkracht uitoefenen. Als de perslucht aan de kant van de zuigerstang toekomt, dan zal de cilinder inschuiven.
Het cilinderlichaam bestaat uit een cilinderbuis. De cilinderbuis wordt tussen bodem en deksel van de cilinder geklemd door middel van 4 trekstangen. Bodem en deksel zijn voorzien van een aansluitpoort, een bufferschroef ( eventueel ) en een uitsparing voor de buffertap. De zuiger beweegt tussen bodem en deksel heen en weer. Het deksel is voorzien van een lagerbus waarin zich de zuigerstang verplaatst. Deze lagerbus bevat de stanggeleiding uit kunststof of speciaal behandeld brons. De stangpakking dient als afdichting, de schraapring dient om de stofdeeltjes tegen te houden die tegen de zuigerstang kleven. De snelheid van de cilinder wordt op het einde van de slag afgeremd door pneumatische buffers.
Een dubbelwerkende cilinder wordt normaal gezien gestuurd met een 5/2-ventiel