Vendeliers

Vendelen bij Reintje Vos

Vendelen wordt bij Reintje Vos door de jongens beoefend. Onder begeleiding van een trommel, de landsknecht, of het orkest voeren zij verschillende vendelreeksen op. Zo zijn er de Brechtse reeks en de Nestse reeks onder begeleiding van de trommel of de Klokke Roeland met muzikale begeleiding van het orkest.

Een vendeloptreden is een spektakel om naar te kijken en is bovendien niet zo gemakkelijk. De vendels waar de vendeliers van Reintje Vos mee vendelen, wegen ongeveer 4kg en zijn 2m45 lang. Onze vendeliers kunnen ze zo'n 5 à 10m hoog werpen.

Reintje Vos vendelt voornamelijk met het symbool van de groep, de Vos of met de wapenschilden van Stekene en Kemzeke: de drie Stekense stekelbaarzen, de Kemzeekse kemel en het 'Vlaskapelletje' van Groot-Stekene. Ook de wapenschilden van de Vlaamse provincies en van de Vlaamse gemeenschap zijn te zien op onze vlaggen.


Geschiedenis van het vendelzwaaien

Vendels (of vaandels) - stokken met wapperende vlaggen - zijn van oudsher erg symbolisch. Bij de Romeinen was het vendel symbool van overwinning. De Germanen voerden vendels mee als ze ten strijde trokken.

Vendelen was in Vlaanderen lange tijd iets dat vooral hoorde bij schuttersgilden en rederijkerskamers. Het vendelspel en de vaandeldrager waren sierlijk, feestelijk, krachtig en behendig.

Waar en wanneer het zwaaien met vendels is ontstaan, is onduidelijk. Wel weten we dat het vendelen het meest werd beoefend in het rijk van Keizer Karel zoals dat er rond 1550 uitzag.

De oudste handleidingen over het vendelspel dateren van de 17e eeuw. Uit boeken en stadsrekeningen kunnen we wel afleiden dat er ook in Vlaanderen rond 1550 al aan vendelzwaaien werd gedaan.

Specifiek over het Waasland noteerde een Mevrouw Weyn uit Sint-Pauwels dat haar grootmoeder dikwijls vertelde over een zekere Fideel Volkerik uit Sinaai, die rond 1800 wijd en zijd vermaard was, omdat hij zo schoon en wonderlijk met het vendel draaide.

De Franse Revolutie in 1789 betekende spijtig genoeg het einde van vele verenigingen én hun tradities, waaronder het vendelzwaaien. De stroming van de Romantiek (eind 19e / begin 20e eeuw) vergrootte opnieuw de belangstelling voor het eigen verleden. Vooral de Kempische schuttersgilden deden het vendelspel toen herleven.


Vendelzwaaien deed zijn intrede bij Volksdansgroepen in 1937 toen de voorzitter en de dansleider van het Vlaams Instituut voor Volksdans in contact kwamen met de vendelier van de Sint-Jorisgilde van Brecht.

N.B. In 1952 startte ook de KLJ (toen de Boerenjeugdbond) met vendelzwaaien.


Bron: "Het Vliegende Vendel", een uitgave van het Instituut voor Vlaamse Volkskunst vzw.