Kledij

Als volkskunstgroep hechten we veel belang aan onze kledij. Het is immers ons belangrijkste en meest herkenbare uithangbord. Daarom proberen we deze zo authentiek mogelijk te houden.

Na veel opzoekwerk kwam Reintje Vos tot twee sets kledij die gebruikt worden door de dansers en de muzikanten: de feestkledij en de werkkledij.

De feestkledij is het zondagse pak van de landelijke bevolking tweede helft 19de eeuw. Het wordt meestal gedragen bij feestelijke gebeurtenissen.

De meisjes dragen een gekleurde rok en jak versierd met een kanten kraag met daarbij horende vleugelmuts, handschoentjes en zwarte kapmantel.

De jongens hebben een zwarte kniebroek op een wit hemd met vest. Daarop komt de traditionele rode halsdoek en zwarte “faas” als hoofddeksel.


Met de werkkledij wordt de alledaagse kledij van de werkende bevolking gesymboliseerd.

De ambachtelijke kledij van de jongens stemt - in mate van het mogelijke - overeen met het beroep van hun grootvader.

Zo hebben wij smeden, klompenmakers, timmerlui, bakkers, brouwers, een rijkswachter en uiteraard een heel stel “keuterboeren”.

De meisjes houden het bij een wollen gestreepte rok, een witte voorschoot en een witte bloes met zwart fluwelen rijglijfje.