https://sites.google.com/view/linguarium
Ik ben Daniel. De naam is goed. Ik hoef geen andere naam. En ik weet niet hoe ik aan die naam gekomen ben. Ik weet dat niet en ik vraag U dat ook in het midden te laten. We hoeven tenslotte niet alles te weten.
Daniel 2. Dat is de plaats. Daar staat de droom. Het is de droom van Nebukadnezar. En laten wij er vanuit gaan dat het de komende tijd ook de droom van Nebukadnezar blijft. Het is een droom en niets anders dan een droom.
De koning vraagt mij: Zeg mij wat mijn vraag is. Wat heb ik gedroomd? Ik vraag dan om een droom, verkrijg deze en vertel mijn droom die precies de droom blijkt te zijn die de koning heeft gehad.
Tijdens uw slaap, majesteit, komen gedachten bij U op over wat er in de toekomst gebeurt, hij die mysteries onthult, laat U weten wat de toekomst brengt. Dit mysterie wordt mij onthuld, niet door enige wijsheid die ik op anderen voor heb, maar opdat ik de uitleg aan de koning overbreng en U begrijpt wat er in uw hart omgaat. U, majesteit, hebt een visioen.U ziet een groot beeld. dat beeld is reusachtig en bezit een prachtige glans. het staat voor U en de aanblik ervan is afschrikwekkend. Het hoofd van het beeld is van zuiver goud, zijn borst en armen zijn van zilver, zijn buik en lendenen van brons, zijn benen van ijzer, zijn voeten deels van ijzer, deels van leem. U ziet hoe een steen losraakt, zonder dat er een mensenhand aan te pas komt, hoe de steen tegen de ijzeren en lemen voeten van het beeld slaat en ze verbrijzelt. Op het zelfde ogenblik verpulveren het ijzer, leem, brons, zilver en goud. Het wordt als kaf op een dorsvloer in de zomer, de wind voert het mee, totdat er geen spoor meer van te vinden is. Maar de steen die tegen het beeld slaat, wordt een hoge berg die de hele aarde bedekt. Dit is uw droom, en nu zeggen wij de koning wat hij betekent: U, majesteit, koning der koningen, U bent dat hoofd van goud! na U komt een ander koninkrijk op, minder machtig dan het uwe, en daarna nog een, van brons, dat heerst over de hele aarde. Een vierde koninkrijk ten slotte is hard als ijzer. IJzer verbrijzelt en vermorzelt alles, en net als ijzer dat verplettert, verbrijzelt en verplettert het al die andere rijken. U ziet dat de voeten en tenen voor een deel uit pottenbakkersleem en voor een deel uit ijzer bestaan, dat betekent dat het koninkrijk verdeeld is. Het heeft iets van de hardheid van ijzer, daarom ziet U ijzer voor U, vermengd met kleiachtige leem. Dat de tenen en voeten deels van ijzer en deels van leem zijn, betekent dat het koninkrijk voor een deel sterk is, voor een deel broos. U ziet ijzer vermengd met kleiachtige leem, dat betekent dat die delen zich vermengen in het nageslacht, maar ze verbinden zich niet, zoals ijzer zich niet met leem laat verbinden. Maar ten tijde van die koninkrijken laat de God van de hemel een rijk opkomen dat nooit te gronde gaat en dat nooit op een ander volk overgaat. Het verbrijzelt en vernietigt al die koninkrijken, maar zelf bestaat het eeuwig precies zoals U ziet dat er een steen van de berg losraakt zonder dat er een mensenhand aan te pas komt, en het ijzer, brons, leem, zilver en goud verbrijzelt. De grote God laat de koning weten wat er in de toekomst gebeurt. De droom is waar, en de uitleg betrouwbaar.
De droom van Nebukadnezar staat in het boek, dat naar mij genoemd is. daar staan ook andere dromen in. Het zijn hertalingen van de droom van Nebukadnezar, die er later in de tijd van de Seleucidische koning Antiochus Epiphanes aan worden toegevoegd.
Hieronymus van Stridon schrijft: in zijn twaalfde boek schrijft Porphyrius over de profeet Daniel. Hij zegt dat het boek van Daniel niet wordt geschreven door de man naar wie het wordt genoemd, maar door iemand die leeft in Judea ten tijde van Antiochus Epiphanes, en zo beschrijft in plaats van Daniel die de toekomst voorspelt deze schrijver wat al gebeurd is. Daarom is alles wat hij vermeldt tot aan de tijd van Antiochus ware geschiedenis, maar alles over de tijd daarna is fictie, omdat de schrijver niet de toekomst kan voorspellen.
De vier koninkrijken worden door de Perzen bedacht. Voor de Perzen zijn de Assyriërs het eerste wereldrijk. Op een bepaald ogenblik worden de Assyriërs verslagen door de gezamenlijke inspanningen van Meden en Babyloniërs, maar volgens de Perzen zijn hun buren, de Meden, verantwoordelijk, daarom worden zij het tweede wereldrijk. Daarna verslaan de Perzen zowel Meden als Babyloniërs en worden daardoor het derde wereldrijk. Alexander de Grote overwint op zijn beurt de Perzen en sticht zo het vierde wereldrijk.
Het koninkrijk dat voorgesteld wordt door de steen verwijst naar de Hasmoneese dynastie die wordt ingesteld door de Makkabeeën, enige tijd na de dood van Antiochus Epiphanes.In 164 voor Christus komen de Joden, onder leiding van de Makkabeeën, in opstand tegen de Grieks Syrische overheersing. Ze heroveren Jeruzalem en reinigen de geschonden tempel. De tempelreiniging wordt nog altijd herdacht in het feest van Chanoeka, herinwijding.
Tacitus schrijft: Velen hebben de sterke overtuiging, dat de oude boeken van de priesters een profetie bevatten, dat op dit moment de macht van het oosten triomfeert en dat uit Judea mensen voortkomen die over alle naties regeren: een raadselachtige profetie, die verwijst naar Vespasianus en Titus.
Hieruit blijkt dat Tacitus, die zelf niet gelooft dat de profetie waar is, bekend is met de toepassing ervan op de verwoesting van de tweede tempel door Titus in het jaar 70, maar de verwoesting van de tempel is niet de vervulling van de profetie, het is pas het begin daarvan.
De christenen interpreteren het rijk van goud als het Babylonische, het rijk van zilver als het Perzische, het rijk van brons als het Macedonische en tenslotte het rijk van ijzer als het Romeinse rijk. Het is een hertaling van de droom van Nebukadnezar, die oorspronkelijk niet zo bedoeld is, maar die ontstaat uit voortgeschreden inzicht, dat verkregen wordt in de Romeinse tijd. Volgens de christenen verwijst het koninkrijk dat wordt voorgesteld door de steen naar het koninkrijk van God, zoals verkondigd door Jezus Christus.
Jezus van Nazareth sticht een school met 12 leerlingen die de wereld in gestuurd worden voordat de ramp van 70 gebeurt. Zijn werk is erop gericht de Joodse cultuur te behouden in het vooruitzicht van het verlies van een eigen Joodse staat.
Door de verwoesting van de tweede tempel in Jeruzalem ontstaat een vluchtelingenstroom die de Joodse diaspora doet groeien. Zo introduceren de Romeinen onbedoeld het Joodse erfgoed in het Romeinse rijk. Het Joodse volk en daarmee de bijbel verspreiden zich door het Romeinse rijk. De Joodse theologie dringt door tot het hof van de keizer in Constantinopel en verdringt de Griekse en Romeinse theologie.
Ik maak een diepe buiging voor Isaac Newton als grondlegger van de moderne natuurkunde, maar kan zijn Beschouwingen over de profetieën van Daniël en de Apocalyps van Johannes niet waarderen. Hij past de profetieën toe op het West Romeinse rijk en in het verlengde daarvan de Germaanse koninkrijken die het vanaf de vijfde eeuw na Christus bezetten. De bisschop van Rome verwerft in de achtste eeuw de Kerkelijke Staat, en zo wordt hij een wereldlijk vorst of koning. in het jaar 800 kroont de paus Karel de Grote, en knielt voor hem, net zoals de vroegere Romeinse keizers werden vereerd. Newton ziet dat jaar als de instelling van wat hij noemt de afvallige kerk. Die kerkgeschiedenis begint, wanneer Karel de Grote door de paus tot keizer wordt gekroond. Deze geschiedenis duurt 1260 jaren en eindigt in 2060 na Christus.
De droom van Nebukadnezar heeft echter betrekking op de geschiedenis tot en met de Romeinen, en niet verder. De kerstening van het hele Romeinse rijk in de late oudheid is de vervulling van de droom van Nebukadnezar over de steen, die een hoge berg wordt en de hele aarde bedekt.
Het Romeinse Rijk ging misschien pas echt helemaal ten onder bij de val van Byzantium in 1453.
Het Romeinse Rijk is in stappen uiteengevallen en de geschiedenis is in stappen opnieuw begonnen (476, 732 en 1453).
Het is zeker dat het christendom uit de vereniging van twee bestanddelen (Jodendom en hellenisme) is voortgekomen, en dat dit zo was bleek hieruit dat ze na een korte periode van politieke eenheid ook weer in twee stukken, Arianisme/Islam en Trinitarisme/Christendom uiteenviel. De geschiedenis houdt van zulke restauraties, waarin latere versmeltingen ongedaan worden gemaakt en vroegere scheidingen weer tevoorschijn komen.
Zo kwam de grenslijn door de Middellandse Zee die ten tijde van Hannibal nog bestond, in de tijd Mohammed weer tevoorschijn.
Er heersten twee grote rijken voor de periode van Mohammed. Het Byzantische rijk en het Sassanidische rijk. Aan het hoofd van het Byzantische rijk stond Justinianus. En aan het hoofd bij het Sassanidische rijk stond koning Khosrow.
De vroege 7de eeuw begon in Arabië met de langste en meest destructieve periode van de Byzantijns-Sassanidische oorlogen. Beide machten werden daardoor kwetsbaar
voor aanvallen van derden, in het bijzonder van nomadische Arabieren verenigd onder een pas gevormde religie. Het onnodig lange conflict tussen Byzantium en Perzië opende de weg voor de Islam.
Henri Pirenne schrijft:
Tegen het einde van de 8ste eeuw van onze jaartelling ontstaat in West-Europa een situatie zonder precedent. Voor het eerst sinds het begin der historische tijden, heeft de kern, niet alleen van de politieke beweging, maar van de algemene beweging van de beschaving, zich verplaatst van de Middellandse Zee naar de Noordzee. De kern van het Romeinse rijk was in Italië; die van het Karolingische rijk wordt gesitueerd in de regio tussen de Rijn en de Seine. De Moren nemen voortaan een centrale positie in, en Rome bevindt zich aan de rand van het nieuwe Europa.
Het Romeinse rijk was een mediterraan rijk. Het verbond Europa met Azië en Afrika, of liever gezegd, men merkte in die tijd de huidige tegenstelling tussen Azië, Europa en Afrika niet op. Het Romeinse Rijk heeft ze onlosmakelijk samengevoegd in de gemeenschap van een zelfde beschaving.
En deze beschaving ontwikkelt zich het verst in de oostelijke regio’s van de Middellandse Zee. Rome was daar alleen maar het politieke centrum van. Dankzij Rome konden Antiochië, Smyrna, Alexandrië en later Constantinopel hun industrieën, filosofieën en religies zoals het christendom verspreiden naar het Westen
Welnu, dat allemaal, dat duizendjarige evenwicht van Europa brak eens en voor altijd toen het Karolingische rijk verscheen. Men zou kunnen zeggen dat een cataclysme de as van de wereld heeft verplaatst van het zuiden naar het noorden van het continent.
Het Oosten en het Westen werden van elkaar gescheiden. De mediterrane zeevaart bereikte niet meer de oevers van Gallië, en bracht de verdwijning van handel en industrie met zich mee. De steden ontvolkten en vervielen tot ruïnes. In plaats van de stedelijke economie kwam een rurale economie.
Het Frankische rijk stelde zich tegenover het Byzantijnse rijk, de Latijnse kerk tegenover de Griekse kerk.
Plotseling doorbrak een onverwachte gebeurtenis de loop van de geschiedenis.
De islamitische invasie waar niemand, in de tijd van Mohammed (571-632), aan had kunnen denken, had niet veel meer dan vijftig jaar nodig om zich uit te breiden van de Chinese Zee tot de Atlantische Oceaan. Niets hield stand tegenover haar. Bij de eerste schok zette ze het Perzische rijk op zijn kop; ze ontrukte aan het Byzantijnse rijk achtereenvolgens Syrië, Egypte, Afrika, Spanje, Corsica, Sardinië, de Balearen, Apulië en Calabrië. De opmars stopte pas in het begin van de 8ste eeuw, toen in 718 de muren van Constantinopel enerzijds, en in 732 de soldaten van Karel Martel anderzijds, het grote offensief braken. Daarna kwam de expansie tot stilstand, maar deze was voldoende om het gezicht van de aarde te veranderen. Het stof van de Islam heeft het antieke Europa vernietigd. De vertrouwde zee waaromheen het Romeinse Rijk zich had gegroepeerd werd plotseling vreemd en vijandig. Eeuwenlang was het sociale bestaan hetzelfde op al zijn oevers; dezelfde religie, dezelfde zeden en ideeën. De invasie van de barbaren van het noorden had daar niet wezenlijk iets aan veranderd. En daar werden ineens de landen waaruit onze beschaving was ontstaan, aan haar ontrukt, de cultus van de profeet kwam in de plaats van het christelijke geloof, het islamitische recht in plaats van het Romeinse, het Arabisch in plaats van het Grieks en het Latijn. De Middellandse Zee was een Romeins meer geweest: zij werd een islamitisch meer. De
Byzantijnse vloot passeerde de kusten van Zuid-Italië niet meer. Geen Syrische schepen meer in de Tyrreense zee.
Zo werd sinds zijn intrede in het Romeinse rijk West-Europa voor de eerste keer geplaatst in totaal nieuwe omstandigheden. De Middelllandse Zee, die het in contact had gebracht met de buitenwereld, was alleen nog maar een barrière die het isoleerde. Afgesneden van zijn contacten met Byzantium werd het gedwongen zich terug te vouwen op zichzelf en met gesloten deuren te leven. En precies op dat moment verplaatste zijn zwaartepunt zich tenslotte van het zuiden naar het noorden en werd de Frankische staat, die tot dan slechts een historische rol van de tweede orde had gespeeld, baas over haar eigen lot. De gelijktijdigheid van de blokkade van de Middellandse Zee door de Islam en het op het toneel verschijnen van de Karolingers was zeker geen toeval. Het Frankische rijk ging de fundamenten leggen voor het Europa van de Middeleeuwen. Maar dat was alleen maar mogelijk dankzij de invasie van de muzelmannen. Zonder de Islam, zou het Frankische rijk zonder twijfel nooit hebben bestaan, en, zonder Mohammed, zou Karel de Grote ondenkbaar zijn.
Ik was op het gymnasium Rolduc, eind jaren 50, al bezig met een idee, dat ik heb gekregen van een leraar, mijnheer Augustus, archivaris van Rolduc. Volgens Augustus was er een analogie tussen de Griekse en de Europese geschiedenis. De geschiedenis van het oude Griekenland herhaalde zich in de geschiedenis van Europa of kon daarmee worden vergeleken. Zo was de strijd tussen de stadstaten Athene, Korinthe en Sparta om de hegemonie over Griekenland te vergelijken met die tussen de natiestaten Frankrijk, Engeland en Duitsland om de hegemonie over Europa.
Het idee van Augustus liet me niet los. Het was een goed idee, maar het had misschien het manco dat het te beperkt was. Griekenland bestond niet alleen uit Korinthe, Sparta en Athene, maar uit een grote hoeveelheid stadstaten, die alle deelnamen aan het spel van de Griekse geschiedenis. Bovendien bevond het gebied zich in een krachtenveld: in het oosten Perzië, in het noorden Macedonië en in het westen Italië. De Griekse geschiedenis was te ingewikkeld, om er zo'n eenvoudige verklaring van te geven. Net zo ingewikkeld was de historische kaart van Europa. Het was een beetje simplistisch dit krachtenveld te reduceren tot een spel tussen Frankrijk, Engeland en Duitsland. Andere landen, zoals Spanje en Oostenrijk, hadden op enig moment een leidende rol in de Europese geschiedenis. Ook Zweden was een tijdlang een kleine grootmacht en zelfs Nederland speelde ten tijde van de Republiek ongeveer een eeuw lang die rol.
Met verbazing verneem ik, dat u mij, Louis Augustus, vermeldt als bron van een idee, dat u al jaren lang bezig houdt. Het gaat om het volgende idee. Er is een analogie tussen de Griekse en de Europese geschiedenis. De geschiedenis van het oude Griekenland herhaalt zich in de geschiedenis van Europa of kan daarmee worden vergeleken. Zo is de strijd tussen de stadstaten Athene, Korinthe en Sparta om de hegemonie over Griekenland te vergelijken met die tussen de natiestaten Frankrijk, Engeland en Duitsland om de hegemonie over Europa. Ik herinner me niets daarvan, maar sluit toch niet uit, dat zo'n gedachte van mij kan komen. Zie het dan maar als een van mijn gedachteslippertjes, die zomaar tijdens een les, eind jaren 50, uit mijn mond kunnen ontsnappen, zonder dat ik er erg in heb. Waarschijnlijk restgedachten die in mijn hoofd blijven waaien na lezing van de Historiën van Polybius. Neem zulke gedachten niet al te ernstig. Als u achteraf met kennis van de Europese geschiedenis naar de Griekse geschiedenis kijkt, is eenvoudig te herkennen dat er een analogie is, dat de geschiedenis zich herhaalt. Dat is veel eenvoudiger dan proberen met kennis van alleen de Griekse geschiedenis de Europese geschiedenis te voorspellen. Postdictie, terug kijken naar wat er gebeurd is, is eenvoudiger dan predictie, vooruit kijken en proberen te zien wat er gaat gebeuren. Een historicus moet ervoor waken zich met het idee van een zich herhalende geschiedenis bezig te houden. Het idee laat u echter niet los. Misschien is het wel niet zo’n slecht idee, als ik denk dat het is, maar dan heeft het toch het manco, dat het te beperkt is. Griekenland bestaat niet alleen uit Korinthe, Sparta en Athene, maar uit een grote hoeveelheid stadstaten, die allemaal deelnemen aan het spel van de Griekse geschiedenis. Bovendien bevindt het gebied zich in een krachtenveld: in het oosten Perzië, in het noorden Macedonië en in het westen Italië. De Griekse geschiedenis is te ingewikkeld, om er een eenvoudige verklaring van te geven. Net zo ingewikkeld is de historische kaart van Europa. Het is te simpel dit krachtenveld te reduceren tot een spel tussen Frankrijk, Engeland en Duitsland. Andere landen, zoals Spanje en Oostenrijk, hebben op enig moment een leidende rol in de Europese geschiedenis. Ook Zweden is een tijdlang een kleine grootmacht en zelfs Nederland speelt ten tijde van de Republiek ongeveer een eeuw lang die rol. Een andere vraag is of het verantwoord is om met relatief weinig kennis van de details van de geschiedenis, of wat nog erger is, zoveel aandacht voor weinig details, een mening te hebben over zich herhalende perioden ervan. Het is nauwelijks een wetenschappelijk verantwoorde hypothese te noemen. Als dat u er niet van weerhoudt om erover te blijven nadenken, moet u dat zelf weten. Ik wil het u echter ernstig ontraden.
Aristoteles schrijft: We kunnen bedenken hoeveel regeringsvormen er zijn, en wat ze zijn, en vooral wat de ware vormen zijn. Wanneer deze eenmaal vastgesteld zijn, zullen de perversies ervan in een keer duidelijk zijn. De regering kan in handen van een, weinigen of velen zijn. De ware regeringen zijn dan die waarin een, weinigen of velen regeren met het oog op het algemeen belang. Regeringen die regeren met het oog op het eigenbelang van een, weinigen of velen, zijn perversies.
Polybius werkt het model van Aristoteles verder uit en stelt een cyclus van goede en slechte regeringen ongeveer als volgt voor: monarchie, tirannie, aristocratie, oligarchie, democratie en ochlocratie.
Dit mondt weer uit in monarchie en daarmee begint de cyclus opnieuw.
Kijk je alleen naar de goede regeringen, dan zijn er drie. Een regering van een, dat is een monarchie. Een regering van weinigen, dat is een aristocratie. Een regering van velen, dat is een democratie. Je verwacht, dat na een regering van een, weinigen en velen er nog een regering van allen komt, een panarchie, maar Aristoteles vermeldt dit niet.
Kennedy roept in Berlijn in langzaam Duits tot een grote menigte: Ich bin ein Berliner. Het slaat in als een bom.
Hij zegt nog meer: Tweeduizend jaar geleden was de meest fiere zin, die een mens kon zeggen: civis Romanus sum. De meeste fiere zin in de vrije wereld is thans: Ich bin ein Berliner. Alle vrije mensen, waar zij ook mogen wonen, zijn burgers van deze stad Berlijn en daarom ben ik er als vrij man trots op te zeggen: Ich bin ein Berliner.
Hij vergelijkt een inwoner van Berlijn met een Romeinse burger. Impliciet is het een zelfbeschrijving: ik, president van Amerika, ben een Romein, in de zin van leider van de wereld.
Zo kan ook wat Polybius in de inleiding op de Historiën schrijft over de Oudheid met de nodige veranderingen worden gezien als een voorafbeelding van de Moderne Tijd.
Wie ter wereld wil immers niet weten op welke manier en met behulp van welke staatsvorm vrijwel de hele bewoonde wereld in vijfenzeventig jaar wordt veroverd en onder een enkel gezag, dat van de Amerikanen, komt?
De Arabieren veroveren gedurende bepaalde perioden grote macht en heerschappij, maar telkens als zij het wagen de grenzen van Azië te overschrijden, brengen zij niet alleen hun macht, maar ook hun bestaan in gevaar.
De Duitsers strijden langdurig om de hegemonie over de Europeanen, maar als ze die eindelijk bemachtigen, weten ze haar nauwelijks twaalf jaar onbetwist te behouden.
De Russen vestigen hun macht over Europa tot aan de rivier de Elbe en dat is toch maar een buitengewoon klein stuk van dat deel van de wereld. Door de heerschappij van de Chinezen te vernietigen verwerven zij daarna de macht over Azië. Daarmee lijken zij wel heer en meester te worden over het merendeel van alle gebieden en staten, maar in feite laten zij het grootste deel van de bewoonde wereld in handen van anderen. Ze proberen zelfs niet een enkele keer om het bezit van Zuid- Amerika, Oceanië en Afrika te strijden, en wat Europa betreft: met de meest strijdlustige van de volkeren in het westen maken zij simpelweg nooit kennis.
De Amerikanen daarentegen onderwerpen niet enkele gedeelten, maar vrijwel de hele bewoonde wereld.
Het begin daarvan ligt chronologisch gezien bij de 75-jarige oorlog, van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 tot het einde van de Koude Oorlog in 1989.
In de daaraan voorafgaande periode spelen de gebeurtenissen in de wereld zich als het ware los van elkaar af, omdat elke onderneming in opzet en verloop op zichzelf staat en lokaal wordt bepaald. Maar van die tijd af is de geschiedenis in zekere zin een organisch geheel. De gebeurtenissen in Amerika en Afrika zijn vervlochten met die in Azië en Europa en alles ontwikkelt zich in onderling verband naar een enkel doel.
De Amerikanen overwinnen immers de Japanners; zij zijn van oordeel dat zij daarmee de belangrijkste en beslissende stap zetten op weg naar de verovering van de wereldheerschappij. Dat is het ogenblik waarop zij voor het eerst de ambitie opvatten hun handen naar de rest van de wereld uit te strekken en met militaire macht over te steken naar Europa en de Aziatische gebieden.
Maar in feite zijn de meeste Europeanen noch van de vroegere macht van de Amerikaanse, noch van die van de Japanse staat op de hoogte en evenmin van hun geschiedenis. Wat zijn de overwegingen, de macht en de middelen waarmee de Amerikanen deze onderneming aanvatten, waarmee zij in onze gebieden te land en ter zee de volledige macht verkrijgen? De uitgangspunten op grond waarvan de Amerikanen de macht en de heerschappij over de wereld ambiëren en verwerkelijken zijn zeer weloverwogen.