Patrick Ramont

°1960 – Gent

Selfmade kunstschilder

Een blik in zijn kunstenaarsziel

Drie jaar was Ramont toen zijn ouders naar Oostende verhuisden. Die nabijheid van de zee zou zijn leven en later zijn werk voorgoed bepalen.

De zee, de staketsels, het strand en de duinen werden zijn speelbiotoop. Ravotten, vissen, roekeloos zwemmen tussen Oost- en Weststaketsel vulden de dagen van zijn gelukkige jongensjaren. En tekenen, ook toen al. Die drang om met papier en potlood natuurimpressies vast te leggen, is niet uit Ramonts geheugen te wissen.

In het middelbaar onderwijs kreeg hij les van beeldhouwer Hubert Minnebo. Als leraar plastische opvoeding leerde Minnebo hem vooral ‘kijken’. Een absolute voorwaarde om een kunstschilder te worden.

Met de volle zee werd hij vertrouwd als matroos bij de Belgische Zeemacht. Hij vaarde langs de kusten van Europa, door de Straat van Gibraltar. Nieuwe beelden op het netvlies, nieuwe bronnen van inspiratie. Vooral de Normandische en Bretoense kust zullen hem blijven boeien.

Ramont schildert echter niet zomaar knappe haven- en zeezichten. Zijn doeken laten achter de natuurtaferelen méér vermoeden. Vaak wijzen de weergave van het licht en het kleurenpalet op een vreemde magie achter de werkelijkheid. Ramont is ook gebiologeerd door mysteries uit oeroude tijden. Zijn vuilgroene bemoste strandkeien roepen de megalieten van Stonehenge op of de menhirs uit Bretagne. Zijn lichtpartijen op het canvas zuigen je mee naar een andere dimensie.

Ook de mysterieuze diepten van de submarine wereld hebben Ramont geïnspireerd. In zijn duikersverleden trok hij naar verre exotische plekken om de fauna en de flora deep down te exploreren.

De menselijke figuur is meestal afwezig in Ramonts werk. In zijn visie tast de mens de natuur aan: hij bezoedelt en breekt af. Zijn eigen natuurbeleving is een solitaire ervaring.

Zijn grote meesters zijn Rembrandt en Vermeer. In hun werk bewondert hij de magistrale weergave van het licht. Ook de kleurenpracht van Van Gogh vindt hij onevenaarbaar.

Ramont is een kunstenaar die van binnenuit gedreven wordt, vanuit zijn ziel.

Gerda Bulens, 2009


Een impressie door Anne-Marie POLLET (†), kunsthistorica

Ramont maakt kennis met de schilderkunst als hij 12 is.

R. Antheunis, een achterkleinzoon van niemand minder dan Hendrik Conscience, laat hem een werkje maken dat het strand (van Oostende) afbeeldt. Volgens Ramont geen groot succes, maar de kiemen van zijn talent zijn al duidelijk zichtbaar. Hij heeft oog voor de structuur en de materie van de dingen.

Deze rake observatiezin voor de verscheidenheid in de wereld rondom ons is merkbaar in de diversiteit in zijn werk.

Zijn luchten zijn zonder weerga: transparant met een delicaat dégradé stralen ze rust en bezinning uit. De verglijding van de vele tinten blauw - al dan niet in combinatie met paars, mauve, lila, roze, rood, oranje - zijn een streling voor het oog. Ook zijn onheilspellende marines in donkere tinten zijn aanlokkelijk.

Zijn zeezichten doen je wegdromen. Wat is er aantrekkelijker dan turen naar de zee en de lucht? De stranden stralen warmte uit en zijn veel meer dan zand of verf.

Niet alleen de Noordzee inspireert hem. Fantastische geheime werelden onder water met mysterieuze ruïnes, scheepwrakken en antieke beelden worden op canvas gezet door de kunstenaar.

Op sommige van deze onderwaterwerken staan bloedkoralen met een zichtbare, zelfbedachte, aanlokkelijke verfhuid, die in drie dimensies op het doek zichtbaar is. Met je ogen kun je de dieprode structuur niet alleen zien, maar ook voelen.

Ook vreemde kusten intrigeren hem. Op deze uitheemse kusten breekt de branding eerst op de rotsen en spat dan als het ware in ons gezicht. Zijn marines geuren naar strand, golfbrekers, schelpen, zeewier. Kortom naar de zee zoals we haar kennen. Rustig, wispelturig, vernietigend, dreigend, stormachtig, onvoorspelbaar. Er bestaan ontelbare adjectieven om de sfeer van de zee weer te geven en Ramont kan al deze aspecten vertalen in zijn schilderijen.

Patrick Ramont is een fenomeen, een enthousiaste kunstenaar, een gedreven schilder die erin slaagt om in een domein waar zowat alles lijkt uitgebeeld te zijn, herhaald en op hautaine wijze gekopieerd, toch een eigen stem te laten horen en een persoonlijke beeldtaal te ontwikkelen die zowel vormelijk als inhoudelijk aan niemand schatplichtig is.

Hij hanteert een evenzeer voor de hand liggende als merkwaardige figuratie die enerzijds realistisch overkomt en dan weer door symboliek geladen is, met vleugjes magie wordt getooid, meteen zichtbaar is en die zich toch bij nader toezien in diverse golven van herkenbaarheid ontvouwt.

Hij schildert wat hij ziet en wat hij achter het zichtbare vermoedt en aanvoelt, wat deel uitmaakt van zijn innerlijkheid en van zijn dagdromen die fundamenteel deel uitmaken van zijn bestaan.

Zo groeien reeksen grote doeken waarin hij bijvoorbeeld pijn uitbeeldt in een verrassende abstracte beeldtaal die sierlijk is en suggestief tegelijk, of een vrouwelijk naakt in een ongewoon coloriet en in een onbevangen en directe toonzetting van bewonderend en op beeldend vlak gedurfd benaderen van een concrete en natuurgetrouwe werkelijkheid .

Veel van wat hij schildert bezit een bevreemdende uitstraling die men niet meteen kan duiden omdat zowel de allure als de betekenissen van zijn taferelen nauwelijks of helemaal niet eerder gezien zijn, en getuigen van een verrassende diepzinnigheid en een eigenzinnige visie op wat verder reikt dan het alledaagse vertoon.

Niet dat hij een beeldtaal zou ontwikkelen die ontoegankelijk is maar in veel van zijn doeken en stellig in de hier tentoongestelde werken is inderdaad meer dan alleen maar vorm en kleur aanwezig.

Hij heeft hier duidelijk geopteerd om een aantal werken te tonen die een belangrijke onderstroom in zijn gehele oeuvre reveleren, die allen te maken hebben met ruimte en ruimtelijkheid, met de drie of de vijf elementen, met cirkels en diepte, met licht dat drager is van veel geheimenissen, met tastbaar mysterie, en een overvloed van keien en stenen in bevreemdende kleuren die veel kunstenaars vermijden omdat zij zo moeilijk hanteerbaar zijn.

Paars en blauwgroen dragen hier echter bij tot het creëren van een bijna magische sfeer die door de opbouw van zijn werken nog beklemtoond wordt, door de aanwezigheid van meteen zichtbare en ook ietwat verborgen cirkels, door donkerte en licht die met elkaar een boeiende dialoog voeren.

‘Ik ben een maankind, bij volle maan geboren’ zegt Patrick Ramont met een ongekunstelde en argeloze overtuiging die blijk geeft van een rustige en veelzeggende zelfzekerheid.

Die uitspraak kan gelden als een verklaring voor de alomtegenwoordigheid van een lichtend en veelal drievoudig cirkelvormig motief in doeken van donkerte en licht, van schaduwen en schimmen, van werkelijkheid en symboliek en van wat men wel eens omschrijft als de muziek der sferen.

De natuur is een belangrijk motief in zijn creativiteit. Hij integreert haar op een persoonlijke en zelden geziene wijze in alles wat hij schildert. In die mate zelfs dat zij samenvalt met zijn kijk op wezens en dingen, dat zij spontaan verschijnt wanneer hij zich door zijn verbeelding laat leiden.

Dat geldt evenzeer voor concrete structuren als voor etherische beelden zoals maan en wolken, hemellichamen, een persoonlijke kijk op lichamelijkheid en eveneens op veel dat refereert aan de zee in het algemeen en aan golfbrekers en staketsel van Oostende in het bijzonder.

Hij beeldt een zwijgende wereld uit, een veel gelaagd universum waarin licht een wandelend gegeven is dat uit tal van bronnen geboren wordt, waarin drakeneieren openbreken en een guitig wezentje verschijnt, waarin een middeleeuws duiveltje grinnikt, een wereld waarin de mens nog niet aanwezig is en even verder een andere wereld waarin die mens al voorbij gekomen is en zijn kenmerkende vernielingen heeft aangebracht wat door een gebroken staketsel wordt gesuggereerd.

Patrick Ramont schildert vervreemding en tevens een werkelijkheid die deel uitmaakt van zijn ervaringen en zijn door fantastiek gevoede kijk op de wereld die hem omringt en die deel uitmaakt van zijn artistiek gemoed. Dat zijn, zoals reeds gezegd, naakten met een bijzondere uitstraling maar vooral wolken en luchten, diepte en rust, stenen die naar een ellipsvorm neigen en met een vreemde luminositeit zijn bezield en soms ook iets van menhirs hebben, referenties aan de zee waarbij wolken een voorname rol spelen, hemellichamen die de drie eenheid van water, vuur en aarde oproepen, cirkels die aantonen hoe nauwgezet hij kleuren plaatst en transparanties creëert, een gevoelige en onmetelijke achtergrond die door subtiele verwijzingen en aanwezigheden is bevolkt.

Hij schept dialogen en legt verbanden tussen fantastiek en werkelijkheid, tussen vorm en inhoud, tussen het pure en authentieke schilderen en een persoonlijk gedachtegoed.

Wat bij een eerste aanblik wellicht bevreemdend overkomt blijkt naderhand de reflectie te zijn van een reële en ongekunstelde picturale gedrevenheid.

Hugo Brutin (a.i.c.a.)