Onderliggend mechanisme

Ons bloed wordt gefilterd door de nieren. De nierfilter bestaat uit miljoenen kleine eenheden (glomeruli) en is zo ontwikkeld dat afvalstoffen en water door de filter gaan en zo in de urine terecht komen, terwijl de stoffen die belangrijk zijn voor het lichaam niet door de filter gaan en in het bloed aanwezig blijven.

Bij het nefrotisch syndroom is dit proces verstoord. Er ontstaat een lek in de nierfiltertjes, waardoor eiwitten die belangrijk zijn voor het lichaam in de urine terecht komen (proteïnurie). Hierdoor blijven er te weinig van deze eiwitten achter in het bloed (hypo-albuminemie).

De nier reageert op het verlies van eiwitten met het vasthouden van vocht en zout. Hierdoor ontstaat zwelling van het lichaam (oedeem).

De lever reageert op dit proces door steeds meer eiwitten aan te maken om het verlies in de urine te compenseren. Maar tegelijk produceert de lever ook meer vetten dan normaal, waardoor ook een te hoog gehalte van vetten in het bloed ontstaat (hyperlipidemie). Verder wordt een afbraak van lipiden in het bloed verstoord door het verlies van specifieke eiwitten.