Een unieke ervaring in

NEPAL


Cunina inleefreis - november 2017

Via de ontwikkelingsorganisatie Cunina vzw steun ik sinds 2008 een meisje in het arme Nepal zodat ze naar school kan gaan. Sandhya is ondertussen 16 jaar en zit in ‘grade 11´ (hoger middelbaar in België). In november 2017 organiseerde Cunina een inleefreis en ik ging mee.

Tijdens een inleefreis bezoek je het land niet als toerist maar ben je er te gast

Een maand voor vertrek komt de groep samen om kennis te maken. We zijn met 12 waaronder 6 nieuwelingen zoals ik die voor de eerste keer met Cunina op inleefreis gaan. Cunina begeleidster Kathleen en de anciens hebben het over primitieve omstandigheden in de bergen, hobbelige wegen, koude nachten in tentjes, opblaasbare matrassen en thermisch ondergoed. Het is me snel duidelijk dat dit geen luxereis wordt.

Kathleen vraagt me of ik het wel zal aankunnen om in de bergen te stappen. Mijn antwoord komt vliegensvlug: “Ja, ik heb ooit de Dodentocht uitgewandeld”. Dit is dan ook het enige waar ik me zeker over voel; al het overige blijft een groot vraagteken.

Op 12 november is het zover en stappen we in Zaventem op het vliegtuig om ‘s anderendaags op Kathmandu Tribhuvan International Airport te landen. Een busje staat klaar om ons naar het hotel te brengen. Wat een chaos! Autootjes, kleurig versierde vrachtwagens en overal tussendoor bromfietsen — al dan niet beladen met balen rijst — zoeken hun weg in de verkeersjungle. Aan de overkant van de straat zie ik een fietser, met 5 grote waterbidons op en rond zijn bagagedrager vastgesnoerd, die achterover gekipt is. Hij krijgt de zwaar beladen fiets niet meer recht op zijn 2 wielen. Het verkeer lijkt van alle kanten op ons af te komen maar de behendige chauffeur zet ons heelhuids af in de buurt van ons hotel.

We moeten nog een stukje te voet afleggen want Hotel Mandala ligt in de verkeersvrije zone van de Boudhanath stupa, erkend als Unesco werelderfgoed. Aangezien men altijd in wijzerzin rond de stupa moet gaan, zeulen we onze koffers zo’n driekwart rond de stupa alvorens ons hotel te bereiken.

Op het dakterras komen we op adem. We maken kennis met de Nepalese Cunina medewerkers Tashi Sherpa en Ang Babu. Ang Babu zal ons in Kathmandu begeleiden, terwijl Tashi ons de volledige reis zal bijstaan.

De hotelkamer is eenvoudig maar proper. Op de badkamer staat de douche vlakbij het toilet, zonder afscheiding of opvangbak zodat het water gewoon over de badkamervloer loopt. Eerst het toiletpapier in veiligheid brengen en zorgen dat het wc-deksel dicht is, is de boodschap. Niet voor niets staat er een vloeraftrekkertje naast de wasbak en badslippers net buiten de badkamer.

Helemaal opgefrist gaan we naar de enorme Boudhanath stupa, het boeddhistische heiligdom met de ogen die in alle richtingen over alles en iedereen uitkijken. Monniken en pelgrims lopen in wijzerzin om de stupa heen terwijl ze gebedsmolens doen draaien of offeren bij de tempeltjes terwijl ze mantra’s prevelen. Kleurige gebedsvlaggetjes met gebeden en mantra’s voor vrede en evenwicht wapperen aan lange linten. Rondom de stupa zijn er Tibetaanse kloosters, souvenirwinkeltjes, standjes met brandende theelichtjes van yakvet, hoor je gezang, … intense kleuren, geuren en geluiden zorgen voor een gezellige, bijzondere sfeer.

Tijdens het avondeten ontdek ik al snel dat alle medereizigers stuk voor stuk sympathieke mensen zijn. Het was een lange en vermoeiende dag dus ik kruip snel onder de wol en val onmiddellijk in een diepe slaap.

BOIIIINGGhhmmmm

Om klokslag 4 uur ‘s nachts schrik ik wakker. Eigenlijk om gongslag 4 uur. De gongslagen, het weerklinken van de dungchen (tibetaanse hoorn) en gezang luiden de dag in. Heel bijzonder allemaal maar moet dit nu echt op dit vroege uur? Overal worden metalen rolluiken opgetrokken, mensen begroeten elkaar en slaan een babbeltje; het lijkt wel alsof ze naast mijn bed staan. Ik probeer nog wat te slapen wat maar halvelings lukt. Na de eerste shock heeft zo ontwaken toch ook wel zijn charme.

Tijdens het ontbijt komt een jonge kerel aangelopen: Dipendra, het petekind van Stefan. Een blij weerzien voor allebei. Er komen nog 2 petekinderen van mensen uit onze groep aan. Deze oudere petekinderen studeren in Kathmandu en vandaag gaan ze met ons mee op culturele uitstap.

Te voet verlaten we de site van de Boudhanath stupa en wachten aan de overkant van de opgebroken straat op ons busje. Geamuseerd slaan we het verkeer en de dagelijkse bezigheden van de mensen gade. Enorme kluwens van elektriciteitsdraden hangen overal in de straten. Als je hier je draad kwijt bent, heb je wel een probleem lachen we.

Eerst bezoeken we Pashupatinath aan de Bagmati rivier. Het is het belangrijkste Hindoe-tempelcomplex in Nepal en dagelijks gebeuren er in het openbaar lijkverbrandingen. Niet-hindoes mogen niet in de tempel maar mogen wel de openlucht ceremonies en crematies bekijken vanaf de overkant van de rivier. Heel verschillend met het Westen waar de dood eerder verborgen en in besloten kring gehouden wordt.

‘s Namiddags worden we verwacht in de Alpine Valley School, kleuter- en lager onderwijs waarbij zo’n 150 van de 300 leerlingen Cunina petekind zijn. We mogen in alle klasjes een kijkje nemen. Kinderen in uniform zitten op de houten schoolbanken les te volgen. Sommigen kijken ons eerst heel serieus aan — er komt immers een rare bende witte mensen hun klas binnengelopen — maar heel snel krijgen we een Namaste in koor en vaak een mooie of guitige glimlach. In sommige klassen wordt voor ons gezongen, vaak de hele klas samen maar ook eens een meisje alleen die met haar prachtige stem iedereen muisstil krijgt. In een andere klas hebben de kindjes tekeningen gemaakt en krijgen we een bloemetje. Het is vertederend en doet plezier om al die lachende gezichtjes te zien.

Naar de bergen

Op dag 4 nemen we een binnenlandse vlucht naar de bergen. We vliegen evenwijdig aan de Himalaya, de hoogste bergketen ter wereld. Het uitzicht op de besneeuwde bergtoppen is fantastisch. Opeens tikt de stewardess op mijn schouder: “Quick miss, there, take a picture of Mount Everest”.

We landen op het kleine vliegveld van Tumlingtar. Wat is de omgeving hier prachtig: erg groen met besneeuwde bergen op de achtergrond. Een deel van de bagage konden we in Kathmandu achterlaten dus hebben we enkel het noodzakelijke bij voor een primitief verblijf van 5 dagen in de bergen.

Het petekindje van Marc en Erna staat aan de uitgang, samen met haar ouders die allebei in een rolstoel zitten. Geld voor een operatie hebben ze nooit gehad. Dankzij het Cunina peterschap kan hun dochtertje naar school.

3 jeeps met chauffeur, Surendra (de Cunina verantwoordelijke voor deze regio) en “den Everest” (waardevolle hulp), brengen ons naar de CMA-studenten in Khandbari. Studenten met een diploma van middelbaar onderwijs op zak kunnen hier nog 18 maanden lang een opleiding tot assistent verpleegkundige (Community Medical Assistant) volgen. De nood aan medische zorg is groot in de Himalaya, want er zijn bijna geen dokters in de bergen. Om de 18 maanden start een nieuwe groep van 40 studenten. Voor hen zoekt Cunina telkens peetouders. Ontdek hier hoe u een medisch student kan helpen.

Terwijl mijn reisgezellen nog van een kopje koffie of masala thee genieten na de lunch, ga ik eventjes buiten om het alledaagse leven gade te slaan. Alles is zo kleurrijk: de winkeltjes, de vaak prachtige kledij van de vrouwen, de hoedjes van sommige mannen. Een vrouw in traditionele kledij en met goudkleurige neusring draagt een grote, zware zak op haar schouder... een zak met een immense afbeelding van Winnie The Pooh erop.

De lokale kleermaakster zit aan haar naaimachine die aangedreven wordt via een riem die over een klein en een groot wiel gespannen is en die door de op-en-neerwaartse beweging van het voetpedaal de naaimachine laat lopen. Letterlijk een eeuw geleden gebeurde het bij ons ook op deze manier zonder elektriciteit.

Met de jeeps hobbelen we over de stoffige onverharde wegen hoger de bergen in tot we ons einddoel bereiken: het tentenkamp in Sekha dat tijdelijk voor ons opgezet werd.

Tashi sprak al van een verrassing maar Cunina-begeleidster Kathleen en de anciens zijn stomverbaasd als ze onze pleisterplaats zien. Vroeger stonden hier piepkleine tentjes waarin men zich met moeite kon roeren, met een dun matje om op te slapen, er was geen elektriciteit en alleen een teiltje koud water om zich te wassen. Nu staan er 5 grote tenten met dikke matrassen en dekbedden! De lokale Cunina ploeg zorgde zelfs voor drie togen met daarop een kraantjes-emmer met warm water, zeep, een handdoek en een spiegel. Echte outdoor luxe!

Nadat iedereen geïnstalleerd is — ik deel de tent met de toffe dames Lies en Leen — scharen we ons allemaal rond de tuintafel en genieten van een drankje terwijl we napraten over alles wat we al gezien en meegemaakt hebben. We zijn vooral benieuwd naar morgen want de meesten onder ons zullen dan hun petekindje ontmoeten. Ik ook!

Vandaag is de dag

De petekinderen komen één voor één aan. Na een uurtje zijn ze er allemaal behalve Sandhya. Zij woont ver en een oom brengt haar achterop zijn motorfiets. Ongeduldig loop ik rondjes tot ik eindelijk een glimp van haar opvang als ze het pad naar ons kamp naar beneden loopt. Eerst Namaste en dan een hele dikke omhelzing. Wat een emoties! We zijn zo blij om elkaar eindelijk te ontmoeten. We hebben nog even de tijd om cadeautjes uit te wisselen en wat bij te praten alvorens de hele groep naar de Cunina Boarding School wandelt die vlakbij ligt.

Vandaag brengen we een hele dag samen met de 300 leerlingen door. De peetouders worden gevraagd om vooraan plaats te nemen op een stoel terwijl alle leerlingen zich netjes in rijen per klas opstellen. Mooi synchroon doen ze eerst enkele strekoefeningen en zingen vervolgens het Nepalese volkslied. De schooldag begint altijd op deze manier en wordt ook zo afgesloten.

Na de welkomspeech van de schooldirecteur komen hij en alle leerkrachten ons één voor één begroeten en sommigen hangen een sjaaltje om onze nek. Vervolgens komen de rijen leerlingen in beweging. Alle kinderen komen persoonlijk Namaste zeggen en hangen een bloemenkrans van stinkertjes om onze nek. Kleutertjes worden door de juffrouw omhoog gehouden zodat ze toch maar een krans om ons hoofd kunnen leggen. Het is hartverwarmend. Tegen de tijd dat de laatste leerling voorbij gekomen is, zijn we compleet bedolven onder de bloemen. Leerkrachten en Cunina-medewerkers helpen vervolgens om de meeste kransen af te nemen zodat we wat meer bewegingsvrijheid hebben.

Dan beginnen de optredens: mooi opgedirkte jongens en meisjes dansen typisch Nepalese dansen en zingen voor ons. Met een prachtige stem zingt één jongen alleen een Nepalees lied door de micro. Ik krijg er kippevel van. Na de optredens blijkt totaal onverwacht dat er ook van de peetouders een optreden verwacht wordt. Even overleggen en daar gaan we: “Ik heb de zon zien zakken in de zee... jippee ya yo, yippee ya yee!” En de gebaren erbij natuurlijk. De kinderen lachen met ons en vinden het plezant, en eerlijk toegegeven, wij vinden het ook wel leuk.

Na de lunch is het spelletjesnamiddag. Iedereen moedigt zijn favorieten aan bij het zaklopen, tijdens het touwtrekken moeten de peetouders natuurlijk het onderspit delven tegen de sterke petekinderen, we spelen ballon- en balspelletjes, … iedereen amuseert zich kostelijk.

Sandhya zegt niet zoveel uit zichzelf maar plotseling kijkt ze naar me op en vraagt heel serieus “Will you come next time?” Ja schat, ik hoop uit de grond van mijn hart dat ik er de volgende keer opnieuw bij kan zijn.

Het einde van de schooldag nadert. De kinderen stellen zich op en na het zingen van het volkslied verlaten ze ordelijk de school, de meisjes in één lange rij en de jongens in een andere. Bye bye zwaaien ze in het voorbijgaan.

Nu is ook voor Sandhya en mij de tijd gekomen om afscheid te nemen. Nog een dikke knuffel en met tranen in de ogen zie ik haar het schoolterrein verlaten. I love you Sandhya!

Hogerop naar Num

Vandaag verlaten we ons tentenkamp met beperkte bagage want we gaan de volgende nacht in een hoger gelegen dorpje in de bergen doorbrengen. We hebben een hele rit met de jeeps voor de boeg.

Overal zien we kinderen in schooluniform op weg. Velen moeten elke dag kilometers ver te voet stappen naar en van school. Maar zij hebben geluk want het alternatief is de ouders helpen op het land of in het huishouden, geen onderwijs genieten en bijgevolg geen kans hebben op een goed betaalde job en geen mogelijkheid om de vicieuze cirkel van armoede te doorbreken.

Ondanks het feit dat de “hoofdbaan” een stoffige, bochtige weg vol kuilen en stenen is en we met vier op de achterbank samengepropt zitten te schokken, geniet ik ontzettend van de prachtige landschappen, de rijstterrassen, de bergen, de Nepalezen die groeten of net heel bedenkelijk naar ons kijken.

We lassen een pauze in om de ontzagwekkende Makalu, de 5de hoogste berg ter wereld, te aanschouwen.

Na een serieuze zigzag afdaling rijden we een bergflank op en komen aan bij de Arun Valley School in Num.

Als we het schoolterrein oplopen, zien we de kinderen al elk met een bloemenkrans klaarstaan.

In verkorte versie krijgen we hetzelfde verloop als gisteren: welkomstboodschap door de schooldirecteur, we worden overladen met bloemenkransen, er wordt gedanst en gezongen voor ons waarna wij het podium (een blauw zeil op de grond) moeten betreden “... Zon zien zakken… Yippie ya yee”, een paar spelletjes touwtrekken en als afsluiting wordt ons gevraagd om tussen de kinderen te gaan staan tijdens de strekoefeningen en het zingen van het Nepalese volkslied.


We verlaten de school en onder leiding van den Everest dalen we af naar het dorpje Num. De tijd lijkt hier minstens 100 jaar stil te hebben gestaan. Er is nauwelijks elektriciteit, veel huizen zijn opgetrokken uit golfplaten, met een soort bezem zonder steel wordt er geveegd, de kleermaker heeft een grote zware strijkbout in de aanslag, een vrouw zit op de grond en is manueel een mooi stuk textiel met motief aan het weven.

Aan de kant van de weg zit een vrouw één voor één blikjes te smelten in een kommetje dat in een vuurtje staat. De man vult ondertussen een bak met aarde en ook het deksel. Hij duwt een pannetje in de aarde en haalt het er weer uit. Het deksel gaat dicht, bovenaan is een gaatje. Als er voldoende blikjes gesmolten zijn, giet hij het vloeibare metaal in de mal en maakt zo een mooie nieuwe steelpan. Zo ongezond en arbeidsintensief! Niet te geloven dat mensen op deze manier hun kost moeten verdienen. Ik realiseer me meer en meer hoe verwend wij in het rijke Westen zijn.

We logeren in het eenvoudige Sherpa Guest House. De bedden hebben een proper laken en een dekbed maar geen matras. Hier komen mijn zelfopblaasbare matrasje, lakenzak, thermisch ondergoed, dikke pyama, muts en handschoenen goed van pas want ‘s nachts is het flink koud.

Om 4 uur sta ik op want ik moet plassen. Het is stikdonker. Met mijn zaklampje aan ga ik de steile trap naar beneden om buiten naar het toilet te gaan. Vervolgens blijf ik 10 minuten naar die prachtige sterrenhemel kijken. Hier is totaal geen lucht- en lichtvervuiling waardoor er miljoenen sterren aan het firmament te zien zijn. Af en toe zie ik een vallende ster. Waauw!

Terug op weg

In de vroege ochtend maken mijn kamergenoten en ik nog een korte ochtendwandeling om te kijken wat er aan de andere kant van het dorp te beleven valt. Na enkele huizen loopt het dorp al ten einde. We kijken uit over een prachtig landschap.

In het Engels vragen we aan een jonge kerel om een foto van ons drieën te nemen. Heel ernstig antwoordt hij “Yes” maar neemt het fototoestel niet aan. We vragen het nog eens. Opnieuw zegt hij “Yes” en komt vervolgens naast ons staan. We beseffen dat hij ons Engels niet goed begrijpt en denkt dat we samen met hem op de foto willen. Dat kan natuurlijk ook en dus wordt het een selfie met vier.

Na een stevig ontbijt stappen we in de jeeps en verlaten het bijzondere bergdorpje Num.

Eerst zetten we koers naar de Green Village: een Cunina project dat nog in volle ontwikkeling is. Momenteel worden er 8 huisjes met degelijk sanitair voor toeristen gebouwd.

Sekha is een goede uitvalsbasis om de Makalu te beklimmen maar op vandaag hebben de bewoners helemaal geen ervaring of voorzieningen om toeristen te ontvangen. Daarom bouwt Cunina een vakschool waar studenten onder andere opleidingen horeca en landbouw zullen kunnen volgen.

Op termijn moet het project zelfvoorzienend worden. De opbrengsten van de toeristenverblijven en de landbouwopleiding zal Cunina vervolgens investeren in de onderwijskwaliteit van de Cunina Boarding School in Sekha.

Onze volgende stop is het Health Service Center, een medische post waaraan Cunina haar steentje bijgedragen heeft. In een kamer staat een plastic tuinstoel gemonteerd op 2 grote wielen: deze doet dienst als rolstoel.

In het mooie authentieke dorpje Pangma genieten we van een lekkere lunch. Ook hier zijn de mensen bijzonder vriendelijk en gastvrij. De dankbaarheid van de bevolking in de regio is groot.

Vlakbij zijn we uitgenodigd bij de lokale vrouwenbond van de Rai. Veel vrouwen van deze bevolkingsgroep smukken zich op met, vaak opvallende, neus- en oorringen. We worden er verwend met fruitsap, mandarijntjes en natuurlijk mooie bloemenkransen. Ik vraag me af waar al die stinkertjes vandaan komen want nergens zijn er bloemenvelden of zo te bekennen. De bloemen komen gewoon uit de tuintjes van de bewoners of van wat struiken die in het wild groeien. Kinderen op blote voeten laten trots hun danskunsten zien. Er wordt nog een leuke groepsfoto gemaakt en dan nemen we alweer afscheid.

De liefhebbers krijgen de kans om vanaf hier te voet naar het tentenkamp te wandelen. Natuurlijk ben ik van de partij. Met z’n zessen volgen we den Everest op onverharde wegen, langs smalle paadjes tussen de rijstvelden en op steile bergpaden. De hele omgeving baadt in de gloed van het avondlicht. Voorovergebogen staan vrouwen rijst te maaien met een sikkel. Als ze ons zien, gaan ze recht staan, houden de handen (vaak nog met sikkel) tegen elkaar en groeten ons. Plots hoor ik gegiechel en ‘hello’ maar ik weet niet waar het vandaan komt. Tot ik achterom kijk naar een hoger gelegen huisje, verscholen in het groen. Een paar lachende kindergezichtjes komen nauwelijks boven de begroeiing uit. Namaste! Er wordt ons nog een flinke kuitenbijter onder de voeten geschoven en dan komt ons kamp in zicht.

Rustdag?

Vandaag hebben we de optie om luilekker in het kamp te blijven of om een stevige wandeling te maken onder leiding van den Everest. Mijn keuze kunt u wel raden. Vraagt u zich al de hele tijd af waarom de bijnaam “Everest”? Wel, vooreerst is zijn echte naam voor ons te moeilijk om te onthouden maar bovendien heeft hij als sherpa bij Himalaya-expedities maar liefst 7 keer de top van de Mount Everest bereikt!

Den Everest neemt ons dus weer op sleeptouw en laat ons “het Nepalese leven zoals het is in de bergen” zien. Overal zijn kinderen in uniform op pad. Elke school heeft zijn eigen kleuren. Het is schattig om te zien. De deugnieten kan je er vaak zo uithalen. Bij elk huis hangt kledij te drogen op de wasdraad. Hier is geen of nauwelijks elektriciteit dus alles wordt met de hand gewassen en nat opgehangen. Op een draad zie ik tussen de kledingstukken een oranje polootje en een cbs-das hangen: hey, hier woont een Cunina petekindje!

Eigenlijk is er geen vlakke vierkante meter te bespeuren. We lopen altijd omhoog of omlaag op soms zanderige maar meestal rotsachtige ondergrond. De lokale bevolking stapt over de paden, vaak nog met een zware vracht op de rug, alsof het niets is.

We wandelen voorbij het terrein van de Green Village maar zien nu de toekomstige toeristenverblijven in de hoogte liggen met daarvoor de terrassen die in een later stadium zullen bewerkt worden door de studenten landbouw, onder andere om groenten en fruit te kweken die vers zullen geserveerd worden in het restaurant.

Als ik de andere kant opkijk, zie ik een landbouwer moeizaam zijn geoogst rijstveld bewerken. Met een soort ploeg met 1 schaar, getrokken door twee koeien in een juk, maakt hij een groef in de harde ondergrond. Hij heeft alle moeite om de ploeg recht te houden. Het is echt hard labeur.

Onderweg lassen we een rustpauze in bij een familie die er, voor deze regio, wat beter voorzit. Ze kweken pompoenen en tomaten in serres en hebben o.a. geiten en een koe. Trots laten ze ons hun dieren zien. De kippen zitten niet in een kippenhok maar er staat een rieten draagmand over de kippen heen. Na een kopje thee zetten we onze weg verder.

Hier in de bergen hebben de meeste huizen geen stromend water. Ik zie een dame kledingstukken wassen aan een openbaar kraantje terwijl een vrouw naast haar, haar tanden aan het poetsen is. Doorgaans staat er op enkele plaatsen in of nabij een dorp een openbare kraan waar de bevolking zich opfrist, tanden poetst, haar wast, kleren wast, water haalt om te koken: alles waarvoor water nodig is.

Bananenbomen, rijstvelden, bamboestruiken, grote ronde houtstapels, koffieplanten, bomen die ik niet ken, … ik vind het allemaal fantastisch.

Den Everest duikt met ons een bos in en we lopen (stappen voorzichtig) van rotsblok naar rotsblok. Goed uitkijken waar we onze voeten zetten, is hier de boodschap. Nog een steile klim naar boven en we kunnen even uitblazen, genietend van het prachtige landschap, altijd met de bergen op de achtergrond.

Even opfrissen in het kamp en dan gaan we terug naar de vlakbij gelegen Cunina Boarding School. Nu is het een gewone schooldag voor de leerlingen. We steken ons hoofd binnen in de verschillende klassen van de lagere school. Er is engelse les, wiskunde, computerles, les over gezondheid en hygiëne, enz. Overal op en naast de houten schoolbanken liggen Cunina rugzak-boekentassen, leer- en oefenboeken en schriften van Cunina. In de kleuterklasjes zitten en liggen kinderen kris-kras door elkaar met een schriftje voor hun neus en een balpen of potlood in de hand. Nu snap ik waarom naast de deur van elke kleuterklas een rek in bamboe vol met schoentjes staat.

Deze namiddag doen we het wat rustiger aan. Surendra neemt ons mee naar een natuurlijke spa in de buurt van het kamp. Althans, dat is de bedoeling. Als we er aankomen, blijkt er geen water meer in de poel te staan. Pootje baden zit er dus niet in. Via een mooie route gaan we terug.

Schooltijd is net voorbij dus houden we nog even halt om het dagafsluitingsritueel te bekijken. De schooldirecteur krijgt ons in de gaten en vraagt dat elk van ons zou aansluiten bij een verschillende klasrij. We doen de oefeningen mee en luisteren, met de hand op het hart, naar het opgewekte Nepalese volkslied. Ondertussen heb ik het al enkele keren gehoord dus neurie ik stilletjes mee.

Dank aan Leen voor de video

In het kamp maken we ons klaar voor een kookworkshop. Tijdens ons verblijf in de bergen zorgde een 5-koppige kookploeg uitstekend voor ons met stevige ontbijten en lekker middag- en avondeten. De koks zijn allemaal sherpa’s die gewoonlijk met bergexpedities meegaan. Ze kunnen in moeilijke omstandigheden heerlijke maaltijden bereiden. Geen ogenblik heb ik aan de koekjes gedacht die ik in mijn bagage gepropt had.

Onder hun begeleiding is het nu onze beurt om soep te maken en momo’s. Er wordt een grote pot water op de gasbrander gezet. Groenten snijden en koken voor de soep is alvast het makkelijkste. De momo’s maken vraagt meer werk. We maken een stevig deeg, rollen het uit als een pizza en dan worden er met een metalen mok rondjes uitgestanst. Voor de vulling worden allerhande ingrediënten en kruiden gemengd. De kunst is om een rondje deeg te nemen, een lepeltje vulling erop te doen, dit samen te plooien en dan met kleine vouwtjes het deeg samen te drukken op zo’n manier dat er geen vulling naar buiten komt op het ogenblik dat dit gekookt of gefrituurd wordt. Ik geef eerlijk toe dat ik de anderen heb laten zwoegen terwijl ik “fotograaf van dienst” was.

Tijdens het avondeten is onmiddellijk duidelijk welke “onze” momo’s zijn en welke door de handige koks werden bereid. Maar het is wel lekker en we hebben ons goed geamuseerd. Bovendien verrast de kookploeg ons met een lekkere taart omdat het onze laatste avond bij hen in de bergen is. Het is echt een superploeg en we vragen ze dan ook allemaal binnen in de eetzaal om ze welgemeend te bedanken.

Het is eveneens onze laatste avond rond het kampvuur. We vragen aan de kookploeg om erbij te komen, evenals de echtgenote van den Everest want in feite hebben we vijf dagen in haar achtertuin gelogeerd. Enkele vrouwen uit de buurt komen spontaan bij ons zitten. We zijn allemaal “sathi” (vrienden) zonder onderscheid. Iemand zet nepalese muziek op via zijn gsm en we dansen rond het kampvuur. Als ik omhoog kijk zie ik weer die ongelooflijke sterrenhemel met de melkweg. Wat een heerlijke, onvergetelijke avond.

Terug naar de stad

Iets na 6 uur ‘s ochtends zijn Lies en ik al wakker. In onze pyama gaan we het paadje naar de Cunina Boarding School omhoog. Op het schoolterrein staat de ruwbouw van wat binnenkort de middelbare school zal worden. Dit is het hoogste punt om de zonsopgang te zien. Het is flink koud maar toch willen we het moment niet missen wanneer de zon van achter de bergen tevoorschijn komt. Het wachten loont! De rijzende zon, de nevel voor de bergen, de omgeving die steeds meer kleur krijgt in het vroege zonlicht, mensen en dieren die ontwaken… Het is een mooi begin van een nieuwe dag.

We reppen ons naar het kamp om ons voor de laatste keer (provisoir) te wassen, te ontbijten en onze bagage te verzamelen. We nemen afscheid van Leen die nog enkele dagen in de buurt blijft om vrijwilligerswerk te doen. Vanuit de jeep zie ik voor de allerlaatste keer die prachtige landschappen voorbijglijden terwijl overal kinderen te voet op pad zijn en volwassenen hun dagelijkse taken verrichten.

Op het vlieghaventje van Tumlingtar kunnen we wel inchecken maar het vliegtuig is nog niet vertrokken in Kathmandu en dus gaan we maar terug naar buiten om iets te drinken in een lokaal winkeltje met bijhorend zaaltje. Nu is het een goed moment om mijn koekjes boven te halen. Maar een uur later zitten we er nog. Ik ga buiten even kijken naar het dagelijkse reilen en zeilen. Eindelijk krijgen we bericht dat het vliegtuig in aantocht is dus haasten we ons naar de kleine luchthaven en nemen er afscheid van Surendra en den Everest. We vliegen terug het Himalaya gebergte voorbij alvorens te landen in Kathmandu.

Deze keer logeren we in het mooie Hotel Mulberry. Een beetje luxe en een heerlijke warme douche doen toch wel deugd na al die dagen kamperen. Er is goede wifi op de kamer dus ik profiteer ervan om mijn man gratis te bellen via WhatsApp. Het is fijn om zijn stem te horen en we hebben heel wat te vertellen. Toch besef ik dat ik deze ervaring nooit ten volle zal kunnen overbrengen want uiteindelijk heb ik al die tijd in een totaal andere wereld geleefd.

Sightseeing

Vandaag gaan we de sightseeing tour op. Het is een eindje rijden naar Bhaktapur, een dorp in de Kathmandu-vallei met mooie oude tempels en gebouwen. Het is even schrikken want jammer genoeg zijn een aantal gebouwen nog steeds verwoest of in volle renovatie als gevolg van de zware aardbeving van 2015. In 2010 heb ik dit nog in volle glorie kunnen aanschouwen.

We bezoeken een thanka painting school en kijken toe hoe een pottenbakker behendig een vaas uit een klomp klei maakt.

In de namiddag bezoeken we de Swayambhunath tempel, ook wel de Apentempel genoemd. De naam spreekt voor zich: het wemelt hier van de apen. Je moet ze wel goed in de gaten houden zodat ze niets van je stelen. De Apentempel is een mooi boeddhistisch tempelcomplex bovenop een berg. We gaan de lange trap omhoog en worden beloond met een schitterend uitzicht over de stad en de Kathmandu vallei.

De lokale gids is vriendelijk en geeft enthousiast uitleg. Na een kwartiertje vermeldt hij terloops dat we nog aan zijn souvenirkraampje voorbij komen. Vrije vertaling: loop al die souvenirkraampjes maar voorbij en koop verderop bij mij. Het is een goede gids dus gun ik het hem ook. Mits afdingen, de normale manier van zakendoen hier, koop ik een traditionele klankschaal. Na wat oefenen lukt het me om er mooie klanken uit te toveren.

Aapjes kijken ons na als we het tempelcomplex verlaten.

Het einde nadert

Voor de laatste avond betalen we extra en gaan uitgebreid eten in The Old House Restaurant. Als we aankomen krijgen we al onmiddellijk een glaasje prosecco van het huis aangeboden. We toasten op een unieke en onvergetelijke ervaring, nieuwe vriendschappen en de fantastische Nepalese Cunina-ploeg. We zitten met onze groep apart in een zaaltje en genieten van de gezelligheid en het heerlijke diner. Als dessert krijgen we verjaardagstaart want precies deze maand is Cunina 20 jaar actief in Nepal.

Binnenkort keren we allemaal terug naar ons eigen leven maar één ding staat vast: dit avontuur in Nepal heeft een grote indruk op elk van ons gemaakt en we zullen nog vaak met warme gevoelens, met een glimlach op de lippen, zelfs met heimwee, terugdenken aan deze beklijvende belevenis.

Martine