Mulier serreptena
Verkoop je boel en begin opnieuw. Wat je niet durft uit te spreken is waar. Ik zit te denken aan een mogelijkheid, maar dan moet ik dit allemaal achterlaten. Met dat werk verdien ik het kapitaal, hoe klein ook, van dat huis. Ik heb me nog nooit zo gehecht als aan dit huisje. Nee, dat is niet waar. Die andere mogelijkheid, de onzekerheid daarvan, daarvoor schrik ik terug.
Maar waarom eigenlijk? Ik heb gevraagd om een signaal, maar ik krijg al een hele tijd geen antwoord. Of is dit het signaal? Dit isolement. Het idee dat ik als leraar niet op mijn plaats ben. Niet zo’n leraar.
Waarom zou ik mijn huis verkopen, als ik niet weet wat ervoor in de plaats komt? Misschien ben ik iets anders dan ik nu ben. Een identiteit die niet naar voren komt. Zoals de intelligentie van iemand die zich door een hersenbloeding niet meer kan bewegen niet naar voren komt. Zijn bewegingloosheid is een gevangenis voor zijn geest. Is er met mij ook zoiets aan de hand? Een bepaalde toestand in mijn lichaam houdt de geest die zich wil uiten tegen. In plaats daarvan uit zich een ander, die voor mij aangezien wordt of die ik voor mij aanzie. Hoe kan het dat ik mezelf zo binnenhoud?
Vroeger ging ik plotseling verhuizen, van Nijmegen naar Amsterdam, zonder dat ik er een goeie reden voor kon geven. Waarom zou ik nu een reden moeten hebben? Ik voel me hier vastgezet, maar niemand heeft het gedaan behalve ikzelf.
Het is niet zo raar dat een beeld van mezelf, waarin ik nauwelijks geloof, faalt. Ik heb vandaag gefaald. Waarom zou ik niet eens een keer doen, wat al een hele tijd in mijn hoofd zit? Deze plek verlaten, evenals de omstandigheden die ertoe hebben geleid. Dit hier is de riviermonding waar alles bezinkt wat ik onderweg meegenomen heb. Stilstand.
Ik heb gefaald, omdat ik verandering wilde. Ik wilde iets nieuws doen. Taalfilosofie. Dit zit nog niet echt in me. Het kwam daardoor op een verkeerde manier naar buiten, maar dat zegt toch iets. Ik wil verandering. Eigenlijk is er al zoveel verandering geweest. Nee, dat is het niet. Er is iets dat nooit veranderd is. Een vraagstuk, een raadsel is het. Van de dingen die er zijn geweest is nog maar heel weinig over. Het verleden is heel broos geworden. Ik bedoel: de noodzaak om zo door te gaan die is er nauwelijks meer.
En nu voel ik voor het eerst die gehechtheid. In dit huisje ben ik zelf aanwezig aan de muren en in veel wat erin staat. Ik voel me hier geborgen. Voor het eerst voel ik zoiets. Is het waar? Ook nu wil ik weer weg, net als vroeger. Altijd wilde ik weg. Dit hier is het niet. Dit hier is het niet. Het is altijd hetzelfde liedje. Maar nu voel ik heel reëel die drang om hier te blijven, me niet bij een nieuw iemand aan te sluiten en niet een nieuwe plek te zoeken. En toch voel ik dat dit hier mijn rol niet is. Ik ben absoluut geen intellectueel en daarom kan ik niet zo goed verdragen dat anderen me zo zien.
Misschien moet ik aan die drang geen gevolg geven. De sprong wagen. Iets nieuws beginnen. Iets dat er eigenlijk al is, maar bedekt wordt door wat ik nu schijn te zijn.
Het is moeilijk te verdedigen dat een ander mij in deze rol heeft gezet. En als dit toch zo zou zijn, dan zou ik er toch gemakkelijk een eind aan kunnen maken. Waarom heb ik het niet gedaan? Het is niet echt een rol, als je die zelf creëert. Al die studies alleen maar om een hoop woorden te verzamelen.
Ik zag in de boekwinkel een boek met de titel: Een monnik verkoopt zijn.... Ik ben het merk van de auto vergeten. Het omschrijft ongeveer wat ik nu voel. Ik voel dat al een hele tijd, misschien al mijn leven lang, maar tot voor kort had ik niet het gevoel dat ik iets te verkopen had. Die monnik was een rijke advocaat. Wat ben ik?
Een kleine beurs kan groter zijn dan een grote beurs, dacht ik onderweg. Dat dacht ik dus echt. Het is dus echt waar dat ik de mammon vereer. Die beurs is niet echt zo klein. Hij is groot genoeg om me van een bepaalde stap te weerhouden. Nog steeds durf ik dit niet heel duidelijk te zeggen.
Je kunt alleen houden van iemand die zelfloos is. Dat is de realiteit waarvan je het idee hebt dat je die niet kunt bereiken. Uiteindelijk ben je toch zelfloos doordat je er straks niet meer bent. Ik denk dat het inderdaad zo is dat je je de wereld moet voorstellen zoals die is als je er niet bent. In die wereld mis je die ene draad die hem tot jouw wereld maakt en waardoor je de werkelijke wereld niet ziet. Dat is dus heel lastig. Jezelf onzichtbaar maken.
Niet dat het niet zou kunnen. Het is niet wat je wilt. Ik wil de werkelijkheid zien, maar wel ik, nietwaar? Dat gaat dus niet.
Zou het niet beter zijn de tekens waarmee je jezelf zichtbaar maakt te verwijderen? Alles waarvan niemand behalve jij kan zeggen dat het van jou is. Dat allemaal vertroebelt je blik. Hierdoor kom je niet tot de werkelijkheid. Ik heb dit allang zo gezien en toch heb ik er niet de consequentie uit getrokken.
Een mens moet wonen, heb ik gezegd. En wat je daarvoor allemaal doet, daarmee kun je een hele lange rij maken. Het is de wereld van de noodzaak, die je zinnen doet vormen die beginnen met: ik moet ..., en die rij is even lang als de vorige.
Het is zo beschamend dat ik deze situatie zelf veroorzaakt heb. Dit is op mijn leeftijd niet meer als een jeugddwaasheid te beschouwen. Als ik deze gedachten niet had, zou er niks aan de hand zijn, maar het is nu eenmaal zo, dat ik deze gedachten heb. Daarom is dit niet te verontschuldigen.
Liefde, liefde, liefde, hoe vaak heb ik je naam uitgesproken? Het is net alsof de wereld verloren gaat, maar welke wereld is dat? Mijn wereld. Die gaat echt verloren. Besef je dit wel? Hoe ziet de wereld eruit zonder jou? Je kunt je dat nauwelijks voorstellen of misschien toch wel een beetje. De wereld is nu al bijna zonder jou. Die twee ogen van jou die deze wereld zien dat is niet zo’n groot verschil. Er zijn enkele miljarden van zulke ogen, allemaal hevig verlangend hun wereld te zien. Denk je dat het veel uitmaakt dat jij daar ook bij bent? Het kan de anderen in elk geval weinig schelen.
Onverschilligheid veroorzaakt een soort niet bestaan van iemand. Het betekent: ik ben niet op jou gericht. Ik houd geen rekening met jouw aanwezigheid. Als je zo onverschillig zou kunnen zijn voor jezelf. Wat voor een ander heel gemakkelijk is, is voor jou moeilijk. Niemand zal opkijken van welk besluit jij ook neemt. Het betekent in de wereld vrijwel niets. Ja, je zou nog eens zoiets willen doen, een dwaasheid die volgens anderen bij de jeugd thuishoort. Een verandering zonder reden. Het is gewoon absurd. Waarom zou je opgeven wat je zo op prijs stelt? Maar nee, zo is het niet. Er moet een daad gesteld worden. Er moet iets gebeuren.
De ware liefhebber bezit zelf niks. Heb je het in dat leven (dat leven is voor mij het belangrijkste leven geweest) niet vaak genoeg gezegd: verzamel geen schatten op aarde. Mijn schatten? Mijn, dat is het probleem. Bezitloosheid is de oplossing.
Als uw oog u hindert, ruk het uit en werp het weg. Hoe lang heb ik deze hindernis laten bestaan? Natuurlijk moet een mens wonen en moet het geld rollen. Daar wil ik geen woorden aan verspillen. Het gaat om de rol die ik speel, hoe ik rol in de wereld.
Wat je nu hebt meegemaakt, heeft je geschokt. Het houdt je wakker uit de slaap. Is er dan zoveel reden om geschokt te zijn? Een hoog zelfbeeld is geschokt, meer niet. Ik ken genoeg mensen voor wie dat beetje onbegrip dat jij ervaren hebt hun dagelijkse kost is. Dat onbegrip, dat is een medicijn. Je hebt een taart opgediend, maar er zijn er een stel die geen taart lusten. Is dat erg? Soms kun je geen groter begrip krijgen dan onbegrip.
Ja, dat begrijp ik ook wel, dat het allemaal niet zo erg is. Als ik morgen wakker word, zal het er allemaal anders uitzien. Ik weet nu al wat ik zal denken. Dat besluit, dat was gisteren. Het is nu vandaag. Dat geldt nu niet meer.
En och: dit voortdurende gedraai in mezelf dat begin ik zat te worden.
Wie gaat weg, als hij niet weet waar hij heen moet? Dat is bij mij het geval. Als er nou een reden was. Er is wel een reden, in mezelf, maar niet een reden die ergens anders vandaan komt. Vuurtorenwachter of schaapsherder of een ander nutteloos beroep, dat zou een reden zijn. Ik voel me vooral zo nutteloos. Ook dat heb ik aan mezelf te danken.
Hotel Atlanta Valkenburg
Profetie van toekomstige vrouw.
Vervulling van de profetie.
De vrouw in kwestie is precies de voorspelde vrouw.
Uitvoering van de profetie.
Ik schenk deze vrouw alles wat van mij is.
De profeet Elijahoe wordt door God naar Sarfat gestuurd, waar een weduwe zou zijn die voor hem zou zorgen. Bij de stad aangekomen treft hij inderdaad de hout sprokkelende weduwe. Zij zorgt voor hem. Wanneer haar zoon ziek wordt en sterft, wekt Elijahoe hem weer tot leven door God aan te roepen.
(Lukas 4,26) Er waren veel weduwen in Israël en tot geen van haar werd Elijahoe gezonden, dan naar Sarfat, tot een vrouw, die weduwe was.
https://www.petervantriet.nl/article.php?articleID=447 In de rabbijnse overlevering geldt de door Elia opgewekte zoon van de weduwe van Sarfat als de latere profeet Jonas.
Ik heb de auto bij mijn 75ste verjaardag weggegeven en mijn rijbewijs niet verlengd. Het autoloze tijdperk is begonnen. 14 januari 2020.
Het autoloze tijdperk is aangebroken.
Ook het begin van het autoloze tijdperk. En dat kun je op twee manieren begrijpen.
Op zich hou ik wel van puzzeltjes om op te lossen. Hier kom ik niet helemaal uit.... Opties voor de betekenis van autoloos tijdperk:1) Je hebt je auto van de hand gedaan 2) Je bent gestopt met autorijden (bezorgd om het milieu??) 3) Je hebt een medische keuring nodig om je rijbewijs te behouden v.a. je 75-ste 4) Je hebt je auto total-loss gereden 5) Je voelt je niet meer safe in het verkeer 6) Je kunt niet meer chaufferen door fysieke ongemakken 7)Je bent aan een nieuwe auto toe, maar wilt er niet meer in investeren....Misschien vallen de puzzelstukjes nog eens in elkaar....Hoe dan ook: nog vele jaren erbij, zullen we zeggen minstens 30?!!
Autoloos is zelfloos.
Het verleden is overleden. Jij zelf zoals je vroeger
De nieren. Dat is de oorspronkelijke oorzaak. Dat veroorzaakt een heleboel.
Mevrouw, Als u dit serpent vervoert.Riga, doe jij dat? Niet zo ver, denk ik. Minder vergaand. Die kent mij door en door he. Die weet wie u bent. Maakt niks uit aan wie. De Orient Express. De trein naar het oosten. Indonesië is niet ver weg.
Anderen op weg helpen in de richting van de dood. Albert! Speel niet met je leven.
Geachte mevrouw de voorzitster,
U doet veel voor me. Dat is absoluut waar. Daarvoor ben ik u veel dank verschuldigd. Ik zie alleen, of liever, ik vrees dat de last die u op u neemt door dit alles voor mij te doen, te zwaar kan worden en uw gezondheid kan schaden. Ik wil absoluut niet dat dit gebeurt. Daarom wil ik u vanaf nu sparen. Ik wil de last verlichten en het liefst helemaal wegnemen.
Ik ben gisteravond rond 22.00 uur gaan slapen. Daarom heb ik de e-mails die u me gisteravond in de vroege uurtjes stuurde niet gelezen. Zal het zover komen dat u mijn belangen moet behartigen tot na middernacht? Dit gaat echt te ver.
Natuurlijk, ik zal die e-mails nog eens lezen en ze een voor een beantwoorden. Maar ik realiseer me dat ik u nog meer werk zal bezorgen. Ik wil dat niet. Ik wil u hiervoor sparen. Nu wil ik u de rust geven die u verdient. Daarom zal ik u in die e-mails niet de antwoorden sturen die ik op uw vragen zal geven. Ik zal ze bewaren en voor mezelf houden tot u goed bent uitgeslapen. Ik wil uw last niet vergroten. Ik wil de last van uw schouders nemen.
Ik waardeer het werk dat u voor mij doet enorm. U doet het geweldig, en ik heb het ook nodig. Ik werd echter gewaarschuwd door een telefoon van iemand die ik niet ken. Misschien had ik die telefoon niet
moeten pakken. Ik weet het niet. Wat hij tegen me zei, gaf me het gevoel dat de last van al het werk dat u voor me doet te zwaar is geworden. Daar maakte ik me zorgen over. Met mijn bericht wilde ik de last verlichten.
Begrijp ik u goed, dat u het niet als een te zware last voelt? Moet ik me daar geen zorgen over maken?
Nogmaals, ik waardeer uw werk enorm. Ik ben niet zo goed in juridische en financiële zaken. Daarom komt naar me toe als een geschenk uit de hemel. Ik zou graag zien dat u doorgaat met uw werk. Ik wil gewoon niet dat de last te zwaar wordt.
Ik heb geen afspraak gemaakt met een notaris. Misschien is het goed als u een notaris zoekt en benoemt, want daar weet ik niet zo veel van.
Ik kan niet beoordelen of het eenvoudig is om het linguarium via een notaris aan de stichting over te dragen. Ik weet ook niet of het de juiste manier is.
Er kunnen andere opties zijn. Ik noem er twee.
De stichting koopt het account dat nu mijn eigendom is tegen een raison van 1 euro. Ik denk dat dit mogelijk is. Hoe dat moet, moet nog worden onderzocht. Het voordeel van de verkoop van het account is dat een stichting meer internetdiensten
van Google kan krijgen dan ik als particulier kan krijgen.
Een andere mogelijkheid is dat ik bestuurslid word van de stichting (en dat openbaar maak) terwijl ik het account in eigen beheer houd.
Dit zijn enkele mogelijkheden. Denk er over na. We zullen erover praten.
Ik ben een onderzoeker en kunstenaar, met heel weinig begrip van deze dingen. Ik wil u hier graag de leiding over geven.
Eerlijk gezegd ben ik niet erg geschikt voor een bestuursfunctie.
Daarom hieronder in volgorde van geschiktheid de volgende functies
Penningmeester: Meest ongeschikt
Voorzitter: Meer ongeschikt
Secretaris: Minst ongeschikt
Ik heb al een plan gemaakt. Ik begrijp het nog niet helemaal, maar de volgende begrippen komen naar voren: IT-notaris, databankenrecht, intellectueel eigendom, auteursrecht, domeinnaam verhuizen. Moet dit nog leren.
In mijn regeling is geen loon of onkostenvergoeding opgenomen.
De link tussen linguarium en stichting zie ik als een samenwerkingsovereenkomst tussen u en mij of onze opvolgers in de zin van Made by 2, dus gratis.
Ik denk dat u te maken hebt met drie soorten recht: projectenrecht, databankenrecht en auteursrecht.
Ik vind dat een stichting gewoon een project kan initiëren. Zo wordt bij de eerstvolgende bestuursvergadering het project Linguarium geïnitieerd door de stichting. Dit gedenkwaardige feit wordt vastgelegd. Tegelijkertijd stelt de stichting twee beheerders van de database (Google Drive) aan. Ten slotte worden op dezelfde dag de auteurs of makers vermeld van wie werken in de databank zijn opgenomen.
Zo stel ik het me voor.
Het lijkt mij dat buiten het bestuur om de aanwezigheid van die 2 databeheerders (u en ik, denk ik) voldoende is. Auteur kan daar op eigen verzoek aanwezig zijn. Hotel hoeft niet. Paspoorten ook niet. Identificatie gebeurt op de website. Hou het simpel. Zoals ik het zie, is het linguarium slechts een project van de stichting. Daar heb je geen notaris voor nodig. Met andere woorden: het linguarium heeft geen aparte rechtsgrondslag nodig, want die heeft de stichting al.
Laat me het zo zeggen. Ik zal u een ongewoon voorstel doen. En dat is dit. Vergeet even dat ik al meer dan tien jaar aan dat linguarium werk. Het linguarium wordt binnenkort niet door mij maar door
de stichting geïnitieerd. Dan is het gewoon een werk van de stichting.
En dan is het natuurlijk ook eigendom van de stichting. De stichting is daarmee de eerste eigenaar. Begrijpt u dat?
Het linguarium is geen gebouw of iets anders fysieks. Het is een activiteit van mensen, mogelijk gemaakt door de stichting.
Wijziging van de oprichtingsakte is naar mijn bescheiden mening niet nodig. Als het aan mij ligt, krijgen we dit project in tien minuten operationeel tijdens die eerste vergadering.
De notaris die u sprak, kende mijn plan niet. Verder bedoel ik met tien minuten dat het niet veel tijd hoeft te kosten. Alleen u en ik moeten daar zijn. Misschien wordt er nog iemand van het bestuur gezocht.
Het linguarium is zo opgebouwd dat er nauwelijks administratie bij komt kijken. Het zorgt voor zichzelf. Het databankenrecht is door Google al geregeld in de gebruiksvoorwaarden van Google Drive.
Bij Google is het zo geregeld dat de accounthouder (mijn persoon in dit geval) mede-eigenaars van de database (Google Drive) kan aanwijzen. Ik ben nu de enige eigenaar. Dat wil zeggen, ik ben de enige die wijzigingen kan aanbrengen in de bestanden die op Google Drive staan. In feite kunt u oneindig veel mede-eigenaars aanstellen, maar ik heb besloten om dit te beperken tot twee of hooguit drie personen die de database kunnen beheren.
Ik zou graag willen weten of het nodig is om dit vast te leggen bij een notaris. Het is niet strikt noodzakelijk. Het recht op toegang tot de Google Drive-database wordt streng gecontroleerd door Google. Een onbevoegde kan daar niet zomaar naar binnen.
Denk nu allereerst aan uw gezondheid. Neem de nodige rust voor herstel. Maakt u geen zorgen over dat linguarium. Daar zal ik voor zorgen.
Ik wist niet dat u me in een testament wilde benoemen. Nu ik het weet raad ik u aan om dat niet te doen. Een man van vijfenzeventig, weet u wel? Bespreek dit met uw natuurlijke erfgenamen.
Over experimenteren met het menu. Ik was aan het denken over brood zonder beleg, las vervolgens blogs over dit onderwerp en daar bleek dat brood zonder beleg wordt gekoppeld aan armoede. Ik las onder andere een verhaal van een vrouw die in armoedebestrijding werkt en als experiment brood zonder beleg ging eten om te ervaren hoe het is om met niet genoeg geld je kostje bij elkaar te schrapen. Interessant. Het viel me op dat ik bij brood zonder beleg aan iets heel anders dacht, namelijk wat je bijvoorbeeld in de Franse keuken ziet, dat stokbrood zonder beleg wordt gegeten, het beleg ligt dan niet op het brood maar ernaast op het bordje. Zo had ik het zelf ook gedacht. Ik doe dat nu ook vaker zo. Daarbij valt me wel op dat het me moeite kost om afscheid te nemen van het beleg dat ik meestal gebruik, namelijk meestal stroop, soms honing, vroeger veelal kaas en soms groente. Ik denk dat het beter is om wat je bij het brood eet apart op een bordje te leggen. Bijvoorbeeld een lepeltje van de Maestrichter stroop die ik gebruik gemaakt van appels peren en druiven, geen toegevoegde suiker. Die Maestrichter stroop is niet zo mierenzoet als honing. Honing moet ik niet te veel gebruiken, die ligt me bij te veel gebruik daarna op de maag. Ik heb ook wel gedacht om helemaal van de stroop en de honing af te stappen, en alleen groente te gebruiken. Maar ik weet nog niet of ik dat ga doen. Ik kom op mijn dagelijkse wandeling soms in Meerssen daar kom ik langs Lidl en dan ga ik daar naar binnen. Lidl heeft de naam van een winkel te zijn voor mensen met een kleine beurs, maar dat is niet helemaal waar. Niet alles is er goedkoop, sommige artikelen zijn er zelfs duurder dan in zogenaamd duurdere supermarkten. Tot mijn verrassing vond ik er plantaardige kaas, die eruit ziet als Griekse feta, witte kaas met dezelfde smaak als de kaas gemaakt van Griekse koeien. Ook kun je er plantaardige geraspte kaas krijgen, de smaak is goed, maar ik ben toch niet zo enthousiast, omdat ik vind dat de smaak van gesmolten kaas op het eten te veel domineert over het andere voedsel.
Ken je het verhaal over de profeet Jonas? Jonas kreeg de opdracht om te gaan preken voor de bewoners van Ninive. Een onmogelijke opdracht. Hij probeerde de opdracht te ontvluchten door op een schip naar Spanje te reizen. Hij werd op zee tijdens een storm door een walvis verzwolgen en uitgespuugd op het strand. Uiteindelijk preekte hij dan toch te Ninive.
Dat is eigenlijk ook mijn verhaal. Ik werd geroepen om religie te gaan studeren, met een moeilijke opdracht (vernieuwing van de godsdienst). Mijn keuze voor het huwelijk en een opleiding als vrije theoloog was een manier om de opdracht te ontvluchten, maar bracht me tenslotte toch weer daarbij terug. De periode nadat ik het Filosoficum verlaten had, is voor mij een belangrijke leertijd geworden, die ik nodig had om de opdracht, die in mijn hoofd zat, te kunnen volbrengen. En daar ben ik nu hier in Valkenburg volop mee bezig.
Misschien wil je weten hoe ik nu woon. Ik woon nu, zoals Gerlach, een ridder, die een lichtzinnig leven leidde, tot inkeer kwam en in een holle eik ging wonen, niet ver van waar ik nu woon. Ik ben er niet mee bezig hoe ik woon. Het is een kleine woning. Ik heb geen gastenkamer. En ik woon hier zonder auto.
Ik wil je nog laten weten hoe het leven hier nu is. Het leven voelt alsof ik een jaar of zeventien ben. Nog niets bereikt en alles is in verwachtng. Ja ik voel me als een vrouw in verwachting, niet van een kind in mijn buik, maar van een huis om me heen, ik ben zelf het kind .en het huis is zwanger van mij. Een taalwoning begint vorm te krijgen. Heerlijk
Komt uit het zonlicht, dat ik hier heb gezien. Het Ei van Sint Gerlach.
Misschien wil je weten hoe ik nu woon. Ik woon nu, zoals Gerlach, een ridder, die een lichtzinnig leven leidde, tot inkeer kwam en in een holle eik ging wonen, niet ver van waar ik nu woon. Ik ben er niet mee bezig hoe ik woon. Het is een kleine woning. Ik heb geen gastenkamer. En ik woon hier zonder auto. Ik heb de auto bij mijn 75ste verjaardag weggegeven en mijn rijbewijs niet verlengd. Het autoloze tijdperk is begonnen. Gelukkig!
Het linguarium is een nieuwe soort kerk. Een woonkerk. Een taalhuis. Of een taalwoning. Juist! Dan zal het waarschijnliujk niet gaan passen. Het stuk moest ik opnieuw doen. De woning is een gebaar. Een bijpassend gebaar. U hoort het niet. Het hoort erbij. Het geboortehuis van de taal. Als er zoiets een keer zou ontstaan. Daar heb ik een iets andere route voor gevonden. Zeg het dan! Zeg het gewoon. Ja, je zegt het gewoon. Daar woont de taal. De ontdekking van de taal.