Vermoedelijk verband tussen arianisme en islam. In Cultuurgeschiedenis van de kruistochten beweerde Prutz, dat islam en christendom aan elkaar verwant zijn en gemakkelijk naast elkaar hadden kunnen bestaan, als niet de strijd om het Heilige Land ze tegenover elkaar had gezet. De islam was niets anders dan een christelijke heresie. Deze heresie is volgens Prutz identiek met het uit de kerkgeschiedenis bekende arianisme, dat zich later tot islam zou ontwikkelen. Prutz vond zelfs, dat de islam in reactie op het byzantijnse christendom was ontstaan, en vatte haar op als protest tegen de kerkpolitiek van Justinianus.
Om de moslims gewoon gelijk te stellen met de Arianen, is problematisch om verschillende redenen. Een historische verbinding tussen het Arianisme en de islam ligt echter zo voor de hand (het zou de snelle islamisering van het voormalige Ariaanse Noord-Afrika en Spanje begrijpelijk maken) dat men moet zich moet afvragen waarom historici daar niet eerder aan gedacht hebben. Het beste kan men de Islam zien als een transformatie van voorgaande bewegingen.
De naam Shi'isme is afgeleid van shi'at ’Ali, wat letterlijk betekent de aanhangers van de partij van 'Ali.
Bijzonder talrijk en opvallend zijn de ontleningen uit het christendom. Daarom hebben sommigen de Islam als een christelijke heresie en de moslims als christelijke sectariërs willen aanduiden. Heeft men daarbij het arianisme op het oog, dan zal daar niet veel tegen in te brengen zijn. Net zoals het arianisme benadrukt de Islam de absolute eenheid van de god, waaraan alle overige dogmatische elementen ondergeschikt zijn. Verder komen beide overeen wat betreft de besliste ontkenning van iedere vorm van incarnatie.
Want in kern was het arianisme niets anders dan een protest van het gezonde verstand tegen het onbegrijpelijke mysterie van de christelijke kerk, zoals dat in de leer van de goddelijkheid van Christus tot uitdrukking kwam, wat ten koste van de verlossingsleer tot middelpunt van het hele dogma was gemaakt. het is bekend, hoe verbitterd beide stromingen om de heerschappij hebben gevochten, hoe lang dat heeft geduurd en hoeveel gebruik van geweld het heeft gekost het aanvankelijk oprukkende arianisme tegen te houden, dan te verslaan en tenslotte uit te roeien. Maar ondergeschikt is het arianisme alleen in het avondland; in het Morgenland is het onder de vlag van Mohammed in verjongde gedaante weer opgestaan en heeft het in een reeks van overwinningen zonder weerga de halve wereld veroverd.
Mohammed ging altijd naar een afgelegen plek in de bergen rond Mekka, voornamelijk naar een grot in de berg Hira. Daar bracht hij lange periodes door in spirituele afzondering, ongestoord door menselijk gezelschap, en ging op in gebed en meditatie. Op een zekere nacht aan het einde van Ramadan, omstreeks het jaar 610, toen hij 40 jaar was, kwam de Engel Djibriel naar hem en commandeerde hem: Lees ! Hij zei: Ik ben geen lezer, waarop, zoals Hijzelf het vertelde, Djibriel me vastpakte en onderdompelde in zijn omhelzing tot hij mijn uiterste uithoudingsvermogen had bereikt. Dan liet hij mij los en zei: Lees! Ik zei: Ik ben geen lezer. Opnieuw nam hij me vast en omhelsde me tot het uiterste van mijn uithoudingsvermogen en liet me weer los en zei: Lees! Opnieuw zei ik, Ik ben geen lezer. Een derde keer omhelsde hij me als tevoren, liet me los en zei: Lees: in naam van uw geest die schiep, die de mens schiep van een druppel bloed, hangend (aan de wand van de baarmoeder van de moeder). Lees, en Uw Heer is de Allermildste, die leerde middels de pen, die de mens leerde wat hij niet wist. (Koran, 96:1-5).
Het bevel om de boodschap van de islam uit te dragen begint met het verheven gebod Iqra. Dit woord (wat in relatie staat tot het woord Koran) wordt meestal vertaald met reciteer!, maar het betekent ook hardop opzeggen of lezen.
Deze afbeelding, uit een handgeschreven werk waarschijnlijk van Sultan Murad III, nu in het Museum van Islamitische Kunst in het Pergamon Museum in Berlijn, toont de profeten Mozes en Mohammed en de aartsengel Gabriel die in de hemel converseren. Engelen liggen op vijf wolken te luisteren. De scène geeft de visionaire hemelvaart van Mohammed weer. Mohammed staat aan de rechterkant in een lange groene mantel en tulband, en Mozes, met een lange donkerrode mantel, staat links voor zijn troon, die wordt aangeduid met een Arabische inscriptie. Mozes maakt gebaren terwijl hij spreekt. Mohammed, met wie hij praat, staat aan de andere kant. Een witte sluier verbergt zijn gezicht, terwijl zijn handen in de lange mouwen van zijn toga verborgen zijn. De hoofden van beide profeten worden gekroond met halo's, waarbinnen hun namen zijn geschreven. Gabriel staat tussen Mohammed en Mozes, terwijl hij zich naar Mohammed keert, met twee paar meerkleurige vleugels en een kroon op zijn hoofd.
De Nestoriaanse monnik Bahira (of Sergius) ontmoette de jonge Mohammed in Bosra in Syrië en herkende in hem het teken van een profeet.
Het verhaal van Mohammeds ontmoeting met Bahira.
Toen Mohammed negen of twaalf jaar oud was, ontmoette hij Bahira in de stad Bosra in Syrië tijdens zijn reis met een Mekkaanse karavaan. Toen de karavaan langs zijn cel kwam nodigde de monnik de kooplieden uit voor een feest. Ze accepteerden de uitnodiging en lieten de jongen achter om de kameel te bewaken. Bahira echter drong erop aan dat iedereen in de karavaan naar hem toe zou komen. Toen bracht een wonderlijk voorval de monnik op de gedachte dat Mohammed een profeet zou worden. Het was een wonderbaarlijke beweging van een wolk die Mohammed schaduw bleef geven op ongeacht welk tijdstip van de dag. De monnik onthulde zijn visioen van de toekomst van Mohammed aan de oom van de jongen (Abu Talib), hem waarschuwend om het kind ver van de Joden te houden (in Ibn Sa'd's versie) of van de Byzantijnen (in al-Tabari's versie). Zowel Ibn Sa'd als al-Tabari schrijven dat Bahira de aankondiging van de komst van Mohammed vond in de originele, onvervalste evangelies, die hij bezat; de standaard Islamitische opvatting is dat christenen de evangelies vervalsten, ten dele door elke verwijzing naar Mohammed eruit te schrappen.
In de christelijke traditie werd Bahira een ketterse monnik, wiens dwalingen de Koran inspireerden. De Apocalyps van Bahira wil aantonen dat de Koran (gedeeltelijk) is gebaseerd op christelijke apocriefen.
Abd-al-Masih al-Kindi noemt hem Sergius en schrijft dat hij zich later Nestorius noemde. De vroege christelijke polemische biografieën van Mohammed willen alle laten zien, dat de veronderstelde ongeletterdheid van Mohammed niet inhield dat hij zijn religieuze opleiding niet enkel kreeg van de engel Gabriël, en stelden Bahira vaak voor als een geheime, godsdienstleraar van Mohammed.