Memento Mori

Betreft het eeuwige leven en existentiële wanhoop

Steeds meer komt het tot ons: het eeuwige leven. Ontwikkelingen worden gepresenteerd in mainstream media en het ziet ernaar uit dat het onvermijdelijk is, ooit zullen we duizend jaar worden en misschien onsterfelijk. Is dit een ontwikkeling die we willen maken? Zijn we vergeten dat we zullen sterven? Hoe komt het dat we blijkbaar niet dood willen gaan? In dit artikel neem ik het menselijk leven onder de loep aan de hand van Søren Kierkegaards De ziekte tot de Dood.

In 2015 werd ik voor het eerst geconfronteerd met de mogelijkheid voor de mens om daadwerkelijk eeuwig te leven. Bas Heijne ging in zijn serie De Volmaakte Mens, uitgezonden door de HUMAN-VPRO, de diepte in met wetenschappers en filosofen om stil te staan bij technische ontwikkelingen die het menselijke leven drastisch kunnen beïnvloeden. In zijn aflevering Sleutelen aan de mens gaat Heijne onder andere in gesprek met Aubrey de Grey - bekend van de stelling dat de eerste mens die duizend jaar oud zal worden al geboren is. De Grey is een van de pioniers op het gebied van anti-aging. Hij laat zijn baard à la Methuselach al groeien. Methuselach, voor de niet-Abrahamieten onder ons, is de opa van Noach, bekend van zijn ark en het verhaal van de zondevloed èn volgens het Oude Testament, met zijn respectabele leeftijd van 969 jaar oud, de langst levende mens op aarde die we hebben gehad. De jaren na Bas Heijne zijn serie was het een tijdje stil, maar sinds vorig jaar nam de mainstream media-aandacht enorm toe. In maart 2018 kwam VPRO’s Tegenlicht met een aflevering getiteld De Onsterfelijken, een special over de pioniers op het gebied van het toewerken naar oneindig leven. Hun credo: de dood is een ziekte en het symptoom is veroudering. Een paar maand na De Onsterfelijken kwam Netflix met de geweldige serie Altered Carbon, een mix van sci-fi en Griekse tragedie, waarin hoofdpersonage Kovacs opnieuw tot leven komt om een moordzaak op te lossen. Tijdens zijn klus komt hij erachter wat het is om te leven in een wereld waarin de superrijken, de zogenaamde Meth’s - vernoemd naar Methuselach - het vermogen hebben om eeuwig te leven door digitaal back-ups te maken van het geheugen en zich van tijd tot tijd te voorzien van een nieuw fysiek lichaam door middel van klonen. Iets later in het jaar kwam Netflix met een nieuw seizoen Explained en weidde een aflevering aan het eeuwige leven, getiteld Can We Life Forever? en begin dit jaar presenteerde professor Robbert Dijkgraaf voor De Wereld Draait Door een drietal colleges, waarin het onderwerp duizend jaar worden voorzichtig werd aangestipt in de eerste aflevering.

In de afleveringen van Tegenlicht en Explained wordt overeenkomstig de huidige technieken gepresenteerd en wordt duidelijk gemaakt dat de pioniers inzetten op anti-ageing, omdat zij het ‘oud worden’, zien als de oorzaak van alle ‘andere’ ziektes. Pak je het ouder worden aan, dan pak je alle lichamelijke problemen aan, zo is de gedachte. In tegenstelling tot Tegenlicht laat Explained wel een kritische medisch ethicus en een kritische filosoof aan het woord. Ethicus Ezekiel Emanuel stelt dat het doel zou moeten zijn iedereen vijfenzeventig jaar oud te laten worden, en niet dat mensen die de vijfenzeventig halen uiteindelijke honderdtwintig moeten worden. Studies geven immers aan dat wanneer vergrijzing optreedt, samenlevingen minder productief worden. Filosoof Kwame Anthony Appiah voegt daaraan toe dat wanneer niemand meer sterfelijk is in een samenleving, men alle tijd heeft en helemaal niets productiefs meer zal doen. Uiteraard komen hier allerlei praktische bezwaren bij kijken, bijvoorbeeld de vraag hoe alles draaiende blijft als niemand meer wat doet. Hoe verdienen we geld? Leidt dit tot een nog grotere sociale ongelijkheid? Wellicht tot elitarisme, zoals de Meth’s in Altered Carbon? Deze vragen worden met name door Bas Heijne behandelt en deels in Tegenlicht en Explained. Echter is het zo dat de meeste kritische geluiden die wel benoemd worden, betrekking hebben op de maatschappij of de wereld en niet op wat het betekent voor het individu. De enige geluiden die hier wel betrekking op hebben zijn allemaal laaiend enthousiast. Het verschil in diepgang tussen Bas Heijne in 2015 en het gebrek eraan bij Tegenlicht in 2018 (laat staan Dijkgraaf in 2019) lijkt typisch te zijn. Wanneer nieuwe technologische ontwikkelingen nog niet zozeer publiekelijk bekend zijn lijkt men kritischer dan wanneer de ontwikkelingen zich in een verder stadium bevinden. Om de balans op te maken sta ik stil bij de vragen hoe de mens zichzelf ervaart, hoe wordt er naar de dood gekeken en wat betekent dit voor het individu? Dit zal ik doen aan de hand van Søren Kierkegaards alter ego en auteur van De ziekte tot de dood, Anti-Climacus.


Van Genisis tot Anti-Climacus

Het scheppingsverhaal is terug te vinden in vrijwel alle culturen over de hele wereld. De meesten van ons zijn bekend met het verhaal zoals omschreven in Genesis. Het verhaal van Adam en Eva laat zien hoe de mens in eerste instantie leeft in het paradijs, waar alles chill is, waar geen problemen zijn; zolang de mens zich maar in kan houden om niet te eten van de verboden vruchten des kennis of eeuwig leven. We weten allemaal hoe we omgaan met verboden. Eenmaal gegeten van de vrucht des kennis zijn we vanuit een dierlijke staat van zijn, getransformeerd naar een dier met kennis, met verstand, het vermogen om het verschil tussen goed en kwaad te zien, om voorkeur te hebben, maar ook afkeer te genieten. Het is op dit moment dat de mens uit het paradijs gezet wordt (lees: alles is niet meer chill, menselijk lijden is ontstaan). Kierkegaard las Genesis op soortgelijke wijze. Op het moment dat mens zich onderscheidde van andere dieren en er zelfbewustzijn ontstond, ontstond er ook bewustzijn dat alles wat een begin heeft, ook een einde moet hebben. Deze wetenschap leidt volgens Kierkegaard tot angst, maar de daadwerkelijke angst komt niet direct en enkel voort uit het hebben van dit bewustzijn. Kierkegaard stelt dat de angst het gevolg is van hoe het individu beoordeeld wordt. God had Adam immers al gewaarschuwd: als hij zou eten van de vrucht des kennis zou hij zeker sterven! Het is ongekend binnen het dierenrijk dat een soort vrijwel zijn gehele leven te handelen heeft met deze kennis. De mens is hierin alleen.

In De ziekte tot de dood beschrijft Anti-Climacus hoe de mens in zijn gehele leven te maken heeft met een ziekelijkheid, of wanhoop jegens het zelf. Deels komt dit voort uit de Erfzonde (het niet erkennen van Gods gezag), deels uit fixaties binnen het zelf en/of een tekort aan bewustzijn van het zelf. De meesten hebben hier hun hele leven last van, aldus Anti-Climacus. De notie van het zelf (identiteit) speelt een cruciale rol in de totstandkoming van de verschillende vormen van wanhoop. Samengevat komt het neer op het volgende. Om een leven te leiden zonder wanhoop heb je als individu een adequaat begrip van je zelf nodig. Wat is dan dit zelf? Volgens Anti-Climacus is het een tot zichzelf reflecterend zelf, waarin het zelf zowel subject als object binnen de realisatie is - à la Fichte. Volgens Anti-Climacus bestaat het zelf uit drie dimensies. In de eerste dimensie is het zelf een synthese, gevormd door een drietal koppels van thesis-antithesis: eindigheid-oneindigheid, tijdelijk-eeuwig en noodzakelijkheid-vrijheid - het een presenteert het aardse, de andere het goddelijke. De tweede dimensie wordt gekenmerkt door bewust te zijn en te reflecteren op de verhoudingen binnen deze koppels, of zoals Anti-Climacus omschrijft: ‘een verhouding die zich tot de verhouding verhoudt’. De derde dimensie is de goddelijke dimensie, waarin het zelf zich verhoudt tot God en zich zodoende bewust is dat er een Maker aanwezig is, waardoor het zelf ook bewust wordt dat het niet geheel op eigen kracht kan bestaan. Dit resulteert enerzijds dat het zelf deels maakbaar is, anderzijds dat het deels gegeven is zoals het is.


De mens als synthese en de verhouding daartoe

Kijkend naar de afleveringen van Tegenlicht en Explained zie ik rasend enthousiaste wetenschappers en miljonairs die of investeren, of zichzelf tot casestudy-object hebben gemaakt door de mafste anti-ageing toepassingen te gebruiken. Om momenteel tot deze zelf gekozen studieobjecten te behoren, moet je nog tot de rijksten der Aarde horen. Zo betaal je voor het krachtige anti-ageing middel FOXO4-DRI een slordige vijfhonderd dollar per milligram (maar door groot in te kopen, krijg je uiteraard korting). Darren Moore is een van deze rijke DIY-levensverlengers. Hij stelt dat hij zeer zelfzuchtig is en zodoende iets wil vinden om zo lang mogelijk te blijven leven. Anti-Climacus zou hem een schouderklop geven betreft zijn bewustzijn, maar hem wijzen op zijn fixatie op vrijheid. Gezien zijn vermogen is Moore in staat om te investeren in de duurste technieken om veroudering tegen te gaan. Een van de enthousiastelingen onder de wetenschappers is medeoprichtster van Alcor Life Extension Linda Chamberlain. Bij Alcor houden ze zich bezig met cryopreservatie, dat wil zeggen dat een mens of dier, met behulp van vloeibare stikstof vlak na overlijden ingevroren wordt, in de hoop dat ze de doden in de toekomst weer tot leven kunnen laten komen. Chamberlain vertelt dat ze niet bang is voor de dood, gezien het gebrek aan waarnemingsvermogen, maar dat juist daarom de dood wel heel saai moet zijn. Ze rebelleert tegen de dood of, om met Anti-Climacus te spreken, ze is gefixeerd op het oneindige, waardoor het aspect van eindigheid binnen het zelf uit oog verloren wordt. De sprekers bij Tegenlicht en Explained komen allemaal erg bewust over als het aankomt op de notie van eindigheid-oneindigheid, tijdelijk-eeuwig en noodzaak-vrijheid, dit zal ook de reden zijn dat ze gevraagd zijn als sprekers voor de programma’s. Echter geeft Liz Parrish, oprichtster en CEO van BioViva, dat zich specialiseert in genmutaties om zieke lichaamscellen te herstellen, een opmerkelijke argumentatie voor het eeuwige leven. In haar argument lijkt wel een vorm van tekort aan reflectie naar voren te komen. Ze stelt dat we niet in de waan kunnen blijven verkeren dat we eeuwig zullen leven, omdat we nu niet dood zijn, en daarom moeten we daadwerkelijk toewerken naar het eeuwige leven. Laten we haar gebruik van logicaregels binnen haar argumentatie even parkeren voor een ander moment en kijken naar haar eerste stelling: we leven in de waan dat we eeuwig zullen leven, of in andere woorden: we zijn ons niet bewust dat we zullen sterven. Dit was in de Middeleeuwen wel anders. Ik kan mijn verwondering tijdens de betreffende geschiedenisles nog herinneren: ‘Wat? Hadden ze gewoon een doodshoofd op de kast staan? Sick!’, ‘Om eraan herinnerd te worden dat het leven eindig is’, luidde de reactie van mijn docent, ‘Memento Mori’. Maar ik moet Parrish gelijk geven wat betreft haar stelling, we zijn doorgaans niet bezig het gegeven dat we doodgaan. Crematoria worden tegenwoordig gebouwd aan de randen van steden, de doden worden niet meer opgebaard in de kerk in het centrum en de dood is ook niet bepaald een populair gespreksonderwerp in onze cultuur. Daartegenover worden reclameblokken gevuld met anti-ageing producten. Als je immers eeuwig denkt te leven, zo is de stelling, dan beter wel alsof je twintig à dertig bent. Liz Parrish doet er nog een schepje bovenop: jonger uitzien is aantrekkelijker, omdat je dan in een minder zieke conditie verkeert, ouderdom is immers ziekte. Ik zie Anti-Climacus al bidden omwille haar onwetendheid in de hoop dat ze zal inzien dat de ziekte niet gekenmerkt wordt door ouderdom, maar door een gebrek aan zelfinzicht.


De mens in verhouding tot de Maker

Voor Anti-Climacus is geloof niet een kwestie van het naleven van kerkelijk dogma. Het is een subjectieve relatie met God. Hij stelt dat geloof de belangrijkste taak is die een mens moet bereiken, omdat je alleen op basis van geloof in een Maker de kans hebt om je zelf zonder wanhoop te realiseren. Het zelf is immers het levenswerk dat God voor de eeuwigheid oordeelt. Je hebt als individu dus nogal wat te verantwoorden. Anti-Climacus gelooft in transcendentie, in een hemel. Het is de vraag hoe de meesten hier vandaag de dag over denken. Mijn ervaring is dat de meeste mensen niet geloven dat het finito is nadat je de pijp uit bent gegaan, maar ook vanuit een volledig niet-transcendentale gedachtegang zou je de waarde van de religieuze dimensie in stand kunnen houden. Ernest Becker, auteur van The Denial of Death, een boek dat de vermelding waard is, citeert filosoof Norman O. Brown: ’Western society since Newton, no matter how scientific or secular it claims to be, is still as religious as any other’. Becker duidt gedachtegang hierachter als volgt. Samenlevingen worden ingericht om orde en overzicht te bewerkstelligen, om daartoe te komen hanteert de samenleving als het ware een script. Dit script, weliswaar verschillend per cultuur, maar toch in vrijwel alle culturen aanwezig, heeft als doel helden tot wasdom te brengen. Deze helden zijn een afspiegeling van een ideaalbeeld, vaak vanuit een specifiek rolmodel. Becker stelt dat elk individu een inherente drive heeft om zich tot held te excelleren. Religies bieden van oudsher een script voor deze totstandkoming van helden. Helden zijn gebaseerd op rolmodellen, zoals Jezus dat is binnen de christelijke kerk, maar tegenwoordig verschillen de rolmodellen per subcultuur en zodoende is Jezus misschien vervangen door de ijverige arbeider, Obama of Ronnie Flex. Sinds God dood is verklaard, en wij zijn plek hebben ingenomen, bepalen wij wat een goed leven is. Wat belangrijk is wordt nu bepaald door je medemens en niet meer door God. Het is telkens, net als Anti-Climacus omschrijft, je relatie tot je Maker die jouw zelf definieert. Dezelfde spanningen blijven dus bestaan. God is nu je medemens, in andere woorden: naast het zelf maakbare deel van je zelf, wordt je zelf voor een aanzienlijk deel gevormd door je medemens. En net als tegenover God, hebben we ons te verantwoorden aan de medemens, aan onze vrienden, familie, werkgever. Al deze mensen bepalen voor een deel hoe je bent of hoe je zelf is, je verhoudt je zelf immers tot hen. Misschien heb je helemaal niet het idee dat een deel van je zelf wordt gemaakt door de medemens en geldt dit allemaal helemaal niet voor jouw zelf. Dat is nou precies waar het fout gaat volgens Anti-Climacus, door een tekort aan bewustzijn van je goddelijke dimensie ontstaat wederom wanhoop.


De wanhoop ten einde

Elke vorm van wanhoop heeft zijn oorzaak in een van de drie dimensies, binnen de synthese, de bewuste verhouding daartoe of de verhouding tot de goddelijke dimensie. Zo kan bijvoorbeeld iemand op een moment in zijn leven de neiging hebben om gefixeerd te raken op het oneindige. Verbeelding maakt het proces van oneindigheid mogelijk. Er kan een fantastisch gevoel, kennis en verlangen ontstaan en deze persoon lijkt een 'normaal' persoon te zijn die zich kan mengen in de samenleving, maar de oneindige persoon mist een gefundeerd zelf. Hierdoor zal hij volgens Anti-Climacus wanhopig zijn, vanwege het gebrek aan geaardheid, waardoor fixatie en gehechtheid aan deze fixatie zal doorschieten, met als gevolg een verdere verwijdering van je werkelijke zelf.

‘Het fantastische is überhaupt wat een mens zodanig meevoert in het oneindige dat het hem alleen maar van zichzelf wegvoert en hem er daardoor van weerhoudt tot zichzelf terug te keren. Als het gevoel op die manier fantastisch wordt, vervluchtigt het zelf alleen maar meer en meer. (…) Zoals de jichtleider geen meester meer is over wat hij zintuiglijk voelt, maar dat gevoel in de macht is van weer en wind zodat hij onwillekeurig aan zichzelf merkt wanneer er verandering in de lucht hangt, etc. zo vergaat het ook diegene van wie het gevoel fantastisch is geworden: hij wordt in zekere zin oneindig gemaakt, maar niet zo dat hij steeds meer zichzelf wordt, want hij verliest juist steeds meer zichzelf’.

Anti-Climacus

In de tweede dimensie van het zelf - hoe de relaties eindigheid-oneindigheid, tijdelijk-eeuwig en noodzaak-vrijheid in de synthese zelf wordt ervaren door het zelf - speelt bewustzijn de essentiële rol. Misschien ben je uit balans, maar heb je het niet in de gaten en ervaar je je leven als probleemloos. Ook hiervan zegt Anti-Climacus dat je op basis van een tekort aan bewustzijn wanhopig bent. De persoon die stelt dat hij helemaal niet wanhopig, is wellicht de wanhopigste.

Als we uitgaan van Anti-Climacus zijn diagnoses, stel ik dat de meesten van ons lijden aan wanhoop met betrekking tot iemand willen zijn. Zeker zij die gefixeerd zijn op het langer willen leven of het verouderingsproces willen stoppen. Om tot deze vorm van wanhoop te komen, volgens Anti-Climacus, moet het zelf gefixeerd zijn op het oneindige en zichzelf losmaken van de relatie met de Maker. We houden ons voor dat het zelf maakbaar is door het zelf. Maar zoals Anti-Climacus treffend omschrijft: ‘Het zelf is dan zijn eigen heer en meester, zogezegd, zijn eigen meester in absolute zin, en precies dit is wanhoop, maar het is ook dat wat het aanziet als genot en plezier. Echter, door middel van fijner onderzoek kan men vaststellen dat deze heerser is als een koning zonder land’. Het zelf wordt illusionair, leeg. Het zelfbeeld wordt verstoord, omdat de theses-antitheses eindigheid-oneindigheid, tijdelijk-eeuwig en noodzaak-vrijheid verstoord is en er geen besef meer is hoe het zelf niet zonder een externe Maker kan, waardoor wanhoop zich zal voortzetten.

Is de wanhoop dan onvermijdelijk? Zijn we allemaal verdoemd? In de meest letterlijk zin wel, volgens Anti-Climacus althans. De uitzondering daargelaten voor de waarlijk Christenen. De waarlijk Christen is, volgens Anti-Climacus, zich zeer bewust van alle dimensies binnen het zelf en heeft een goed gebalanceerde synthese. Ik denk dat dit wel mee zal vallen, in de zin dat je geen waarlijk Christen hoeft te zijn. Wel denk ik dat we de symptomen van de diagnose in acht mogen nemen. Kierkegaard wordt niet voor niets de vader van het existentialisme genoemd. Hij beschrijft zeer treffend hoe bepaalde fixaties binnen het zelfbeeld problemen veroorzaken. Problemen die wellicht niet bewust worden ervaren, maar uiteindelijk wel tot grote problemen kunnen leiden, waarvan de waan dat we onsterfelijk zijn een zeer treffend voorbeeld is. Natuurlijk wordt er gechargeerd en zullen er vrij weinig mensen zijn die stellen dat we onsterfelijk zijn, maar de essentie van de gedachte is wel degelijk aan de orde: er is sprake van een fixatie waardoor we in zo’n mate gehecht raken aan het leven, dat we niet dood willen en de gedachte hieraan zoveel mogelijk verdringen. Daarnaast is er ook een fixatie op het maakbare gedeelte van het zelf. Er zijn rolmodellen die dit verkondigen enerzijds, anderzijds zijn er hele industrieën die deze zelfmaakbaarheid aan ons opdringen. De ironie zit hem erin dat juist deze zelfmaakbaarheid dus helemaal niet uit zichzelf tot stand komt. Door deze rolmodellen en industrieën ontstaat het idee dat het zelf volledig zelf vorm te geven is, terwijl juist het tegenovergestelde waar is, het wordt immers aangepraat door je medemens - door de Maker, om met Anti-Climacus te spreken. Door een verlies aan dit bewustzijn, ontstaat wederom wanhoop.

Waar men in de Middeleeuwen leefde bij het thema memento mori, zijn we via carpe diem overgegaan naar ad infinitum. Is dit een ontwikkeling die we maar blind moeten ondergaan? Worden de existentiële problemen opgelost door dan maar te zorgen dat je daadwerkelijk niet meer dood gaat? Of ligt de oplossing in het aandacht geven aan deze gehechtheden, zorgen dat de fixaties opgeheven worden en het weer realiseren dat het zelf deels bestaat uit een niet-zelf maakbare gedeelte? Als je immers niet instaat bent om zonder wanhoop met je zelf te leven, zou je dat dan tot in de eeuwigheid moeten willen?

Verschenen in Qualia, 15e jaargang 2e nummer.

Foto door Henrik Sundholm