It's the society, subject!

Betreft het overpathologiseren van somberheid

Inleiding

Vrij Nederland presenteerde in de editie van januari 2019 een globale stand van zaken met betrekking tot onderzoeken naar depressie. Sinds de ontdekkingen van toevallige effecten van bepaalde farmaceutica en de komst van de MRI-scan vond er een omwenteling plaats in onderzoek naar psychiatrische aandoeningen zoals depressie en psychose-verwante stoornissen. Pillen zouden therapieën kunnen vervangen en sinds de MRI kan men de levende hersenen bestuderen van patiënten in plaats van dode materie. Sindsdien zijn er grofweg twee kampen binnen het onderzoek naar psychiatrische aandoeningen: enerzijds zij die positief staan tegenover de biomedische aanpak zoals het bestuderen van hersenscans en genen, anderzijds zij die daar sceptisch tegenover staan en voorkeur geven aan sociaal georiënteerd onderzoek (Buijs, 2019).

In dit essay neem ik de bril van Foucault om het discours omtrent het depressieve subject nader te onderzoeken, om vervolgens aan te tonen dat zowel de biomedische benadering, als de sociale leidt tot objectificatie van burgers.


Objectificatie

Foucault (1982) schrijft over objectificatie van individuen tot subjecten; individuen bezien als subjecten binnen een bepaalde dispositief, dat wordt bepaald door de manier van spreken, kennis en macht dat gemoeid is binnen deze structuur. Macht wordt hier minder nauw genomen dan de klassieke notie van macht. Voor Foucault wordt macht niet centraal gestuurd, maar wordt macht gedragen en uitgeoefend door verschillende formele en informele (communicatie)structuren binnen de samenleving. Hij beschrijft drie methoden van objectificatie: 1) onderzoeksobjectificatie; een methode van (wetenschappelijk) onderzoek waarmee een onderzoeksgebied met diens subjecten in het leven wordt geroepen, 2) diagrammatica; het scheidend spreken en schrijven, waarmee er intra- of intersubjectief onderscheid gemaakt kan worden (bijvoorbeeld spreken in termen van normaal-abnormaal, gezond-ziek) en 3) auto-objectificatie: het individu dat zichzelf tot subject maakt, bijvoorbeeld door in het kader van de sociale norm, zich als depressief te bestempelen. Deze drie vormen worden per paragraaf behandeld, waarin de laatste wordt aangetoond hoe onderzoeksobjectificatie en diagrammatica samen zorgen voor auto-objectificatie.


Decade of the Brain

Het biomedische kamp heeft in de jaren negentig een financiële injectie gekregen van 1,5 miljard dollar per jaar, geïnitieerd door president G.H.W Bush met zijn Decade of the Brain. Het doel: gedragsstoornissen en geestesziekten voorkomen dan wel kunnen behandelen (Buijs, 2019). Dit is opmerkelijk, want indien men neurologisch onderzoek doet, dan is het vrijwel onmogelijk om preventief te kunnen werken. Wanneer er immers symptomen in de hersenen waargenomen kunnen worden, dan zijn ze er al. En wat anders is een syndroom dan een bundeling van symptomen? Maar niet getreurd, indien er niet preventief gewerkt kan worden, dan kan er altijd nog een behandeling plaatsvinden. Behandeling op neurologisch gebied staat gelijk aan farmaceutica (antidepressiva, -psychotica, et cetera). Dit betekent meer vraag voor de farmaceutische industrie en meer economische progressie.


Biomedisch onderzoek, of onderzoeksobjectificatie

Het onderzoeksgebied omtrent depressie kan niet zonder depressieve subjecten en een farmaceutische industrie kan niet zonder haar patiënten. In de jaren tachtig, een decennium voor de Decade of the Brain, werd de DSM III[1] gepubliceerd waarin een nieuw systeem van diagnostiek op basis van symptomen werd omschreven. Dit leidde tot een fixatie op het signaleren van symptomen, waardoor de context veel minder aandacht kreeg. Dit resulteerde in een stijging in diagnoses door pathologisering van wat in wezen normaal verdriet is (Horwitz & Wakefield, 2007). In de jaren hierna ontstond er een enorme lobby voor meer biomedisch onderzoek naar depressiviteit in plaats van sociaal onderzoek (Horwitz, 2010).


Sociaal onderzoek, of diagrammatica

Momenteel lijkt er een omslag te zijn omtrent onderzoekmethoden. Steeds meer biomedische onderzoeken krijgen een sociale inslag of worden erdoor vervangen. Dit resulteert in meer onderzoek naar relationele oorzaken en naar de manifestatie van symptomen in termen van gedragingen (Buijs, 2019). Toch sluit ook hier een methode van objectificatie volgens Foucault (1982) bij aan: door enerzijds het intrasubjectieve spreken over gezonde en ongezonde aspecten van het individu en anderzijds het intersubjectieve spreken, ofwel het vergelijken van gemoedstoestand tussen verschillende (gezonde en depressieve) individuen, wordt het individu tot depressief subject gemaakt.


Discussie, of auto-objectificatie

Onderzoek naar depressiviteit, biomedisch of sociaal georiënteerd, leidt hoe dan ook tot objectificatie van het individu. Respectievelijk via het creëren van subjecten als onderzoekspopulatie enerzijds en anderzijds via diagrammatica binnen sociaal onderzoek.

Zoals aangetoond door Horwitz en Wakefield (2007) leidde de fixatie op symptomen aan het einde van de vorige eeuw tot een overpathologisering van somberheid, wat resulteerde in een depressie epidemie. Echter kan men wanneer de context uit het oog wordt verloren, vraagtekens zetten bij deze epidemie. Wanneer er vervolgens wordt overgegaan naar sociaal georiënteerd onderzoek, maakt dit qua objectificatie niets uit, de methode van objectificatie verschuift enkel. De toename van diagnostisering zorgt ervoor dat deze epidemie onderwerp van gesprek wordt - dit is terug te zien in hedendaagse media (zie bijvoorbeeld: Fortuijn, 2018; Korteweg & Blokhuizen, 2019) - wat vervolgens tot auto-objectificatie leidt.

Figuur 1 - Consequenties van depressie bezien vanuit subject

In figuur 1 is te zien dat hoe depressie ook benaderd wordt, het altijd leidt tot het abnormaal maken van het individu, een depressief subject. In biomedisch onderzoek ligt het aan het brein of de genen, in sociaal onderzoek ligt het aan inter- en intrasubjectieve ervaringen. Hoe het ook wordt benaderd, het subject wijkt af van de norm, de samenleving of de markt achter deze subjecten wordt op deze manier niet tot verantwoording geroepen. Wanneer dit de stand van zaken is, profiteren hier verschillende partijen bij. Enerzijds hoeft de overheid zich niet af te vragen of de organisatie van de staat aan herorganisatie toe is, anderzijds komt dit ten goede voor de welzijnsmarkt en kan deze doorgaan met groeien. De vraag blijft echter of iedere depressieve subject wel echt klinisch depressief is en of het aan het subject ligt, of aan de structuur waar zij deel van uitmaakt?


Noten

  1. Classificatiesysteem en diagnostisch handboek van de American Psychiatry Association.


Bronnen

  • Buijs, M. (2019). Op zoek naar oorzaken en remedies. Waarom we nog steeds geen betere behandelingen hebben voor depressie. Vrij Nederland, 80(1), 58-71
  • Fortuin, A. (2018, 12 april). Goede gesprekken over depressie [nieuwsbericht]. NRC. Opgevraagd op www.nrc.nl
  • Foucault, M. (1982). The Subject and Power. Critical Inquiry, 8. 777-790
  • Horwitz, A.V. (2010). How an age of anxiety became an age of depression. The Milbank Quarterly. A multidisciplinary journal of population health and health policy, 88(1). 112-138.
  • Horwitz, A.V. & Wakefield, J.C. (2007). The loss of sadness: How psychiatry transformed normal sorrow into depressive disorder. Opgevraagd van ebookcentral.proquest.com.
  • Korteweg, N. & Blokhuizen, R. (2019, 2 maart). Depressie in je buik. Heeft darmflora zelfs invloed op je stemming? [nieuwsbericht]. NRC-NEXT Wetenschap, p.1.

Essay voor het vak Sociale & Politieke Filosofie (2019)

Foto door John St John