Passo di Valles
~ Veneto ~
Passo di Valles
~ Veneto ~
Lengte: 20,8 kilometer
Hoogte: 2.032 meter
Hoogteverschil: 1.016 meter
Gemiddelde stijging: 4,9%
Maximale stijging: 11%
Beoordeling: 3/5
Vanaf de Passo Rolle keer ik mijn fiets in dezelfde richting als waarin de pas heb beklommen. Het is een kleine zes kilometer dalen om vervolgens rechtsaf te slaan en de beklimming van de Valles aan te vangen. De Valles alsmede de Rolle hebben dezelfde noordflank. De eerste hellende meters doen de benen wakker schrikken als een kind in het spookhuis. De eerste 500 meters stijgt de weg met een gemiddelde van acht procent. Daarna gemakkelijk tot voorbij parkeerplaats Pian dei Casoni. Het is dan afgelopen met de pret. Een scherpe bocht naar links en de Strada Provinciale 81 komt behalve het laatste deel niet meer onder de negen procent. Een lang, recht en ontmoedigend stuk zonder schaduw is wat mij ten deel valt. Ik puf onder de warmte en zweetdruppels lopen onder mijn bril en over mijn wangen. De bril wordt smeriger en smeriger. Afdoen is geen optie. De zon schijnt immers te fel. De laatste kilometer valt gelukkig erg mee. Op de Passo di Valles ontvouwt zich een weids uitzicht op vele Dolomieten toppen in de regio Veneto. Ik bevind me namelijk op de grens tussen Trentino en Veneto. In de Rifugio Capanna geniet ik van een op de Oostenrijkse schoei geleeste appeltaart, Cola en uiteraard een dubbele espresso. Legale doping immers. Vlak voor de afdaling naar de voet van de San Pellegrino spreek ik een Nederlander met duidelijke Twentse tongval. Ik duik voor hem de afdaling in, maar laat hem in een bocht - als ik even de bloemen bewater - voorbij komen. Gezien zijn postuur niet het type dat ik wil gaan volgen op de San Pellegrino.
In 2003 krijgt de Vlaamse wielerheld Lucien van Impe een vreemd telefoontje. Zijn oude rivaal José Manuel Fuente is in België en wil met hem afspreken. Op zich geen ongewoon verzoek, maar er is één probleem: wielrenner Fuente is officieel al zeven jaar dood. Toch gaat Lucien op de uitnodiging in…Lucien kijkt hem in de ogen en weet niet wat hij ziet. Heeft zijn oude rivaal werkelijk zijn dood in scène gezet? Of is hier iets anders aan de hand? Eén ding is zeker, iemand liegt. Maar wie? En vooral, waarom?
Luister naar de intrigerende podcast ‘El Tarangu’ en kom achter de waarheid (AudioCollectief SCHIK, VPRO)
José Manuel Fuente Lavandera geboren op 30 september 1945 in Limanes nabij Oviedo in de regio Asturias-Spanje was een uitzonderlijk sterk klimmer in de traditie van zijn landgenoten Loroño, Bahamontes en Jiménez. De excentrieke Spanjaard had bergop een vlijmscherpe demarrage in de benen en volgens generatiegenoot Giovanni Battaglin was Fuente de beste klimmer van zijn tijd. In de Giro won hij vanaf 1971 vier jaar achtereenvolgend het bergklassement en negen etappes.
Zijn beste Tour de France was die van 1973, waar hij niettemin werd overtroffen door Luis Ocaña (bij afwezigheid van Eddy Merckx). In de etappe naar Les Orres, over vijf Alpencols, demarreerde Fuente dertig maal op de Télégraphe en Galibier, maar op de Izoard nam hij niet meer over van Ocaña. Deze kon wegrijden na een lekke band van Fuente en won de rit. Ook verloor hij op het laatste moment de strijd om het bergklassement van Pedro Torres. Bij zijn Tourdebuut in 1971 had Fuente al indruk gemaakt met twee ritzeges. Hij had het geluk aan zijn zijde, want in de etappe naar Marseille werd Fuente met elf andere renners buiten tijd gereden door Eddy Merckx, maar mocht nadien toch weer vertrekken.
Na de Tour van 1975 moest hij stoppen met fietsen als gevolg van een nieraandoening, maar hij keerde in 1976 voor korte tijd terug in het peloton. Begin 1977 kwam hij definitief niet door de medische keuring. Naast de eerder genoemde overwinningen in de Giro d’Italia prijken zijn twee etappes in de Tour, eindoverwinning en bergklassement in de Tour de Suisse én drie etappes en twee eindzeges in de Vuelta op zijn ruim gevulde palmares.
Zeven maal tot in 2023 wordt de Passo di Valles genomen. In 1973 is het uiteraard Fuente die als eerste zijn wiel over de denkbeeldige lijn drukt. Tot dit jaar was de Giro slechts enkele malen buiten de Italiaanse landsgrenzen geweest. Slechts twee keer ervan betrof het een start en of finish in een buitenlandse stad. De meest beruchte uitstap betrof die van 10 juni 1949 als het peloton vanuit de Italiaanse stad Cuneo over de Franse Alpen naar Pinerolo trekt. Onderweg werden onder meer de Col de Vars en de Col d’Izoard aangedaan. Een ontketende Fausto Coppi trok eenzaam en alleen over de toppen om solo in Pinerolo aan te komen. Tot op heden een onovertroffen prestatie die alle fantasie tart en ruimschoots voldoet aan de heroïeke maatstaf die de wielersport mede zo groot maakt.
De Giro van 1973 start in het verre België. Initiator was een caféhouder uit Verviers - Jean Crahay. Hij hoefde Giro directeur Torriani nauwelijks te overtuigen. De financiële injectie met een start in het verre België kwam il dirretore goed uit. Het Italiaanse wielrenner bevond zich in financieel en sportief zwaar weer. De RAI - de nationale Italiaanse televisie - zond deze Giro dagelijks slechts een dertig minuten korte samenvatting uit. De financiële overwegingen waren niet de enige reden voor een start in België. De Giro bezat een oude erfenis - de Tour d’Europe - een etappewedstrijd door Europa, georganiseerd in de jaren ‘50 door de organisatie van Parijs-Nice. Zowel de Tour als Giro zagen deze wedstrijd als concurrent van hun eigen rondes. Derhalve kochten de Gazetta als L’Équipe de aandelen. Vier etappes doet de Giro deels in het buitenland aan: Verviers-Köln; Köln-Luxembourg; Luxembourg-Strasbourg en Geneva-Aosta. Merckx wint naast de eerste etappe nog vijf andere etappes en leidt het algemene klassement van het begin tot het einde en daarmee zijn vierde Giro d’Italia. Hoofdrolspeler van de Valles - Fuente - kan Merckx op de San Carlo en de Passo Lanciano goed tegengas geven aan de ontketende Belg. Het is tijdens de negentiende etappe dat Fuentes een vrijgeleide krijgt. Hij komt op de Valles en de Giau als eerste boven en verzamelt daarmee genoeg punten voor het bergklassement om de Kannibaal ervan af te houden. Bovendien wint hij de etappe met een minuut voorsprong in Auronzo di Cadore op Francesco Moser. Fuente eindigt de Giro in Triest met een achterstand van bijna een half uur op de achtste plaats.
Giro 2003: Fredy González
Giro 1987: Robert Forest
Giro 1978: Giambattista Baronchelli
Giro 1974: Gonzalo Aja
Giro 1973: José Manuel Fuente
Giro 1971: Felice Gimondi
Giro 1963: Vito Taccone