Tre Cime di Lavaredo
~ Veneto ~
Tre Cime di Lavaredo
~ Veneto ~
Lengte: 22,8 kilometer
Hoogte: 2.357 meter
Hoogteverschil: 1.182 meter
Gemiddelde stijging: 1,9%
Maximale stijging: 16%
Beoordeling: 5/5
De Tre Cime di Lavaredo - de nummer 100 en laatste beklimming - vanuit Nederland rijden! In mei 2025 wordt het plan in Londen geboren (en uiteraard direct in een route omgezet).
Op 7 juli 2026 is het dan zover. Bepakt en bezakt stap ik met mijn zwager in Hoorn op de trein. Gebakken, gestoofd, gekookt en gefrituurd: dat belooft wat voor de komende dagen als de temperatuur verder omhoog kruipt. Als we kort na het middaguur in Heerlen uitstappen, overvalt de warmte ons meteen. Het zorgt voor een lange, zware rit van 100 kilometer, waarna we aan het einde van de middag in Vielsalm aankomen. Even snel boodschappen doen, herstellen en uit eten (vrij matig, maar wel pasta carbonara). Benieuwd hoe de dag van morgen gaat verlopen.
8 juli
In de koelte en onder een bewolkte hemel rijden we België uit, om vervolgens het grootste deel van de dag door het Groothertogdom Luxemburg te fietsen. We pauzeren in Clervaux en Vianden: prachtige stadjes. Het landschap in dit deel, dat ook wel Klein-Zwitserland wordt genoemd, is sowieso adembenemend. Na de stop in Vianden breekt de zon flink door en rijden we langs de Moezel Trier binnen. Na het uitpakken bekijken we de Dom van Trier en de Porta Nigra. We eten Midden-Oosters en sluiten de avond af bij een hippe wijnbar. Deze ligt helaas recht onder ons appartement, waardoor ik tot laat moet meegenieten van de vervelende loungemuziek. Het kan erger, geef ik toe: Duitse schlagers.
9 juli
Met pijn en moeite prop ik een croissant die tot de nok toe gevuld is (je hebt inderdaad croissants met een 'nok') in mijn mond. Mijn maag sputtert tegen. Ik ben misselijk, of zoals de Belgen zeggen: mottig. Na een uur rijden verdwijnt het gevoel enigszins, maar de hele rit krijg ik nauwelijks een hap door mijn keel. Op een derde van de etappe besluiten we het parcours te verleggen door louter de rivier de Saar te volgen tot in Sarreguemines. Tot het begin van de middag zorgen de wind en de rivier voor verkoeling, maar tegen het einde wordt het zwaar en zompig. In ons fantastische appartement kijken we naar de Tour de France. We zien hoe Pogi de boel op een hoop rijdt en eten daarna heerlijk. Niet te zwaar, zodat ik morgen hopelijk minder mottig ben.
10 juli
Eindelijk goed geslapen! In Sarreguemines zoeken we eerst een bakkertje op en gaan dan op weg. Samengevat: een prachtige rit. Afwisselend met bossen, open landschappen vol opgerolde strobalen, wijnranken en kleine, welhaast uitgestorven dorpjes. Uiteindelijk loopt de temperatuur flink op tot een graad of 34. Gek genoeg hebben we er weinig last van. Dat komt ook doordat de vele dorpjes aan de voet van de Vogezen werkelijk prachtig zijn, met Obernai als absolute topattractie. Sélestat is overigens ook meer dan bezienswaardig. In een soort Ierse pub (met airco) drinken we goed Belgisch bier en eten we een matige hamburger. Morgen zien we de meiden weer.
11 juli
Rond half tien laten we het prachtige Sélestat achter ons om de vlakke Elzas te doorkruisen. Het is hier al snel bloedheet, maar gelukkig worden we enkele keren natgesproeid door boeren die hun akkers aan het beregenen zijn. We steken de Rijn over, rijden Duitsland binnen en bereiken al gauw Zwitserland. Via de buitenwijken steken we de Rijn nogmaals over en zetten we nabij Rheinfelden de fietscomputers uit. Hier arriveren de vrouwen, waarna we naar ons huis rijden. 's Avonds is er een barbecue. Morgen een welverdiende rustdag.
13 juli
Zwitserland uit, Liechtenstein in, Liechtenstein weer uit en gearriveerd in Feldkirch, Oostenrijk. Nadat we het huisje hebben achtergelaten, rijden we eerst naar de Decathlon in Zürich om wat spullen in te slaan. Daarna lunchen we aan de Walensee. Een mooi vertrekpunt om door de dalen naar Feldkirch te rijden. Aangezien Samirs schoenplaatjes aan vervanging toe zijn (hij klikt heel moeilijk in zijn pedalen), moeten we de turbo aanzetten. We moeten immers voor sluitingstijd bij een wielerzaak in Feldkirch zijn. De aardige verkoper is enigszins verbaasd dat we helemaal vanuit Nederland zijn komen fietsen. Voor we weggaan, laat hij vol trots een replica van de fiets van Pogačar zien. 's Avonds eten we geweldig, inclusief een kleine wijnproeverij met buitengewone Oostenrijkse wijnen. Uiteraard hebben we een paar flessen besteld. Filosoferend komen we tot de conclusie dat dit is wat vakantie en reizen zo bijzonder maakt: onverwachte ontmoetingen en gebeurtenissen.
14 juli
Vanochtend stappen we op de trein in Feldkirch. We stappen over in Bludenz om de Arlbergspoorlijn te nemen. Na ruim anderhalf uur treinen stappen we uit in Sankt Anton am Arlberg. Vervolgens zoeven we voor een deel naar beneden, maar naarmate het terrein vlakker wordt, begint de tegenwind een rol te spelen. Dat maakt deze rit deels slopend. De mooie stukken bevinden zich in de bospartijen waar we doorheen fietsen. Aan het einde van de middag drinken we wat op het terras, eten we schnitzel en sluiten we gedrieën af met ijs en bier. Niet voor iedereen ijs, en bier overigens ook niet.
15 juli
In de ochtend ga ik op zoek naar een nieuwe fietshelm. Mijn huidige helm klemt en veroorzaakt een vervelende, zeurende hoofdpijn. Gelukkig zijn er veel fietsenzaken in Innsbruck en slaag ik snel. Daarna beklimmen we de Brennerpas (Passo del Brennero). Het eerste deel is steil en zwaar, gevolgd door een vrijwel vlak middendeel en tot slot een druk slotakkoord met een steile strook. Boven op de Brenner maken we foto's, waarna we afdalen naar Vipiteno (Sterzing). Daar pikken de meiden ons op en rijden we door de Dolomieten – over de eerste klim van mijn lijst – naar het Val di Fassa. We checken in bij hotel Rosengarten en eten vlakbij een pizza ter grootte van een karrenwiel. Tot slot nemen we een grappa. Waanzinnig!
16 juli
Rustdag. Deze wordt helaas volledig in beslag genomen door een bezoek aan de tandarts. Het bleek achteraf niet de knellende helm te zijn, maar een ontsteking in mijn kaak waarvan de pijn uitstraalt naar mijn slaap. Voor niets een nieuwe helm gekocht? Welnee. De oude was aan vervanging toe en soms moet je jezelf trakteren op iets nieuws. Minder leuk nieuws is dat de tandarts me met klem adviseert om voorlopig niet te sporten én niet op hoogte te gaan. Daarmee lijkt nummer 100 – de Tre Cime di Lavaredo – een onmogelijke opgave te worden. Hopelijk lukt het aan het einde van de vakantie alsnog.
1 augustus
Bijna twee volle weken later, op de terugreis naar Nederland, rijden we via Auronzo di Cadore naar boven. Waar de weg steil begint te worden, parkeren we de auto. Ik kleed me om en stap op de fiets. De gemaakte route wil niet laden door het gebrek aan internet en de vermogensmeter weigert dienst. Na wat gerommel en opnieuw kalibreren doet hij het gelukkig weer.
Vanaf dit punt is het zo’n veertien kilometer naar de Tre Cime. De eerste vier kilometer leiden naar de Passo Tre Croci; een pittig stuk in een bosrijke omgeving met stijgingspercentages rond de acht procent. Na de Tre Croci vlakt de weg bij het Lago di Misurina af en volgt er zelfs een korte afdaling. Goed nieuws voor de benen, die na de afslag naar Tre Cime vol aan de bak moeten.
Het begint direct met een kilometer aan twaalf procent, waarna het weer even afvlakt voor de slagbomen. Mocht je met de auto omhoog willen: hier kun je online een kaartje aanschaffen. Ik rijd voorbij de slagbomen, daal nog een klein stukje af en daarna is het continu buffelen tussen de tien en zestien procent. Loodzware kilometers, maar eenmaal op de top bij Rifugio Auronzo kunnen de benen en de longen weer ademhalen. Ik heb het gehaald!
Snel wat foto’s maken, want er nadert onweer. Dan zet ik de steile afdaling in, waar de stank van brandend rubber en rokende koppelingen mijn zintuigen tart. Bij de slagbomen wachten mijn meiden met een knuffel, applaus en een cadeautje: een pizzames in de vorm van een wielrenner. Snel de fiets achterop en kleding wisselen voordat het noodweer losbarst.
Een avontuur zit erop. Honderd bergen beklommen! Begonnen in 2007 met de Passo Costalunga, waarna in 2017 de website online ging. In negen jaar tijd heb ik ongeveer 75 bergen bedwongen. Mooie, drukke, lange, korte, steile en verrassende beklimmingen, maar altijd met een glimlach volbracht. Het avontuur zit erop.
De Tre Cime di Lavaredo behoren tot de meest iconische bergformaties van de Dolomieten en zijn opgenomen op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Deze drie markante rotstorens – de Cima Grande, Cima Ovest en Cima Piccola – rijzen spectaculair op uit het ruige berglandschap in het noordoosten van Italië, precies op de grens van Zuid-Tirol en Veneto. Het gebied staat wereldwijd bekend om zijn loodrechte rotswanden, alpenweiden en panoramische uitzichten. Afhankelijk van de stand van de zon kleuren de rotsen roze, oranje en goud: een typisch fenomeen in de Dolomieten dat bekendstaat als enrosadira.
Aan de voet van de Tre Cime ligt Cortina d’Ampezzo, vaak de 'Koningin van de Dolomieten' genoemd. Het is een elegante bergplaats gelegen in de Valle d’Ampezzo. Cortina staat bekend om zijn stijlvolle winkels, gezellige cafés en uitstekende restaurants. De stad heeft een lange traditie als mondaine vakantiebestemming en was gastheer van de Olympische Winterspelen van 1956. In 2026 deelt de stad die eer opnieuw, ditmaal samen met Milaan.
Cortina d’Ampezzo kent een rijke en veelzijdige geschiedenis die teruggaat tot de Romeinse tijd, toen het gebied bekendstond als Amplitium. Door de beschutte ligging in de Dolomieten was Cortina eeuwenlang een afgelegen berggemeenschap waar landbouw en veeteelt centraal stonden. Hierdoor kon de Ladinische cultuur en taal zich sterk ontwikkelen. In de middeleeuwen maakte Cortina deel uit van het graafschap Tirol en later van het Habsburgse Rijk. Gedurende deze periode behield de regio een grote mate van autonomie. De strategische ligging zorgde er echter voor dat het gebied ook militair van belang was, met name tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen er hevig werd gevochten in de omliggende bergen. Na de Eerste Wereldoorlog werd Cortina in 1918 definitief onderdeel van Italië. In de twintigste eeuw groeide het dorp uit tot een internationale toeristische trekpleister, mede dankzij de snelle ontwikkeling van de wintersport. Een belangrijk keerpunt was de organisatie van de Winterspelen in 1956, waarmee Cortina wereldwijd definitief op de kaart werd gezet.
De Giro d’Italia van 1967 kan met recht historisch worden genoemd. Alleen al het deelnemersveld was om duimen en vingers bij af te likken. Renners als titelverdediger Motta, Altig, Balmamion, Anquetil, Bitossi, Van Looy, Adorni, Panizza, Pingeon, Stablinski, Ottenbros, Gimondi en een debuterende Eddy Merckx stonden aan de start in Treviglio. Deze jubileumeditie – de 50ste Giro – was maar liefst 3.572 kilometer lang. Enkele vroege hoogtepunten waren de beklimming van de Etna tijdens de zevende etappe (winst voor Bitossi) en de twaalfde etappe met de legendarische finish boven op de Blockhaus, die prooi werd voor Merckx.
Tot aan de 45 kilometer lange tijdrit van Mantova naar Verona ging de Spanjaard José Pérez Francés aan de leiding. De tijdrit werd verrassend genoeg niet gewonnen door 'Monsieur Chrono' Jacques Anquetil, maar door de Deense neoprof Ole Ritter. De Fransman eindigde weliswaar op zes seconden, maar nam wel de roze trui over.
Etappe 19 zou het peloton van Udine naar de top van de gevreesde Tre Cime di Lavaredo brengen. Het weer was echter beestachtig slecht, met stromende regen, sneeuw en dichte mist. Aan de voet van de klim had Wladimiro Panizza een voorsprong van drie minuten op het peloton; hij leek op weg naar een heroïsche zege. Zijn ploegleider deed er, bang voor een zware boete, alles aan om te voorkomen dat de uitzinnige tifosi de kleine klimmer de berg op duwden. Maar net toen de top in zicht kwam, werd Panizza plotseling ingehaald door een hele stoet renners, van wie de meesten normaal gesproken slechts een fractie van zijn klimvermogen bezaten.
Wat was er gebeurd? Met nog twee kilometer te gaan worstelden de achtervolgers zich door het noodweer op het steilste deel van de klim, waar de stijgingspercentages opliepen tot veertien procent. In een moment van collectief moreel falen grepen de renners massaal de ploegleidersauto's vast om zich omhoog te laten slepen. Felice Gimondi kwam als eerste over de streep omdat hij, zoals sportjournalist René de Latour fijntjes opmerkte, "de snelste auto had". Een woedende koersdirecteur Vincenzo Torriani liet deze frauduleuze uitslag uiteraard niet staan en schrapte de volledige etappe. La Gazzetta-chroniqueur Bruno Raschi sprak schaamteloos van "le montagne del disonore" (de bergen van de schande). Door de annulering mocht de Italiaan Silvano Schiavon de roze trui aantrekken. Hierop besloot Bic, de sponsor van Anquetil, dat zij geen interesse meer hadden in het winnen van deze Giro, hoewel harde bewijzen voor die stelling ontbreken. In de twintigste etappe kreeg de Fransman bovinderdien te kampen met twee lekke banden. Zijn concurrenten weigerden te wachten, waardoor Anquetil diep in zijn reserves moest tasten. Hij redde de meubelen en behield het roze, maar voelde de hete adem van Gimondi en Balmamion in zijn nek.
De daaropvolgende etappe zou het peloton over de Stelvio leiden. Door het aanhoudende slechte weer werd deze pas, evenals vervanger de Gavia, uit het parcours geschrapt. De renners kregen alleen de Passo del Tonale voor de kiezen. De ploeg van Gimondi onderhield daar een moordend tempo, waardoor Anquetil moest lossen. In de afdaling wist de Fransman – met de hulp van zijn ploeggenoot en meesterdaler Lucien Aimar – weer aan te sluiten bij Gimondi. De Italiaan demarreerde echter direct opnieuw en reed de uitgeputte Anquetil definitief uit het wiel. In Bergamo verloor Anquetil bijna vier minuten op zijn rivaal.
Waarom de andere Italiaanse concurrenten destijds niet reageerden op de aanval van Gimondi, blijft voer voor speculatie. Mogelijk was er vooraf onderling afgesproken dat een landgenoot deze jubileumeditie móést winnen (en dat daarvoor betaald was). Voor Anquetil werd het drama compleet toen hij tijdens de gesplitste slotetappes ook Franco Balmamion moest laten gaan. Hierdoor zakte 'Monsieur Chrono' naar de derde plaats op het podium in Milaan en werd Balmamion tweede. Achteraf bleek dit de laatste grote ronde te zijn waarin Anquetil schitterde. Zijn tijdperk was definitief voorbij; de hegemonie van Eddy Merckx stond op het punt te beginnen. De koning is dood, leve de koning.
De Giro van 2013 werd eveneens gekenmerkt door apocalyptische weersomstandigheden, maar kende vooraf een prachtig favorieteam met namen als Nibali, Gesink, Wiggins, Evans en Scarponi. De eerste week verliep al extreem nat. Toen het peloton halverwege mei de Alpen introk, veranderde de regen in zware sneeuwval. De etappe met finish in Sestriere werd ingekort, en het peloton finishte uiteindelijk in de dichte mist boven op de Jafferau. Slechts de laatste 400 meter kon live op televisie in beeld worden gebracht. De ritwinst ging naar de sterk rijdende Mauro Santambrogio, die echter enkele maanden later wegens epo-gebruik uit de einduitslag werd geschrapt.
Ook de volgende etappe met finish op de Galibier werd aanvankelijk ingekort, later toch weer in ere hersteld, al werd de laatste vier kilometer alsnog geschrapt vanwege de kou. Giovanni Visconti kwam in deze epische sneeuwstorm als eerste boven op Franse bodem. De zinsbegoocheling was compleet toen de twee-na-laatste etappe over de Gavia en de Stelvio eerst werd ingekort en uiteindelijk zelfs helemaal werd afgelast.
De laatste bergrit met finish op de Tre Cime di Lavaredo werd eveneens flink gereduceerd; onder andere de Passo Giau sneuvelde. Net als Gimondi in 1967, trotseerde Vincenzo Nibali de zware sneeuwval om de etappe in stijl te winnen. Daarmee stelde 'De Haai van Messina' zijn eindzege in de Giro definitief veilig. Met die overwinning trad Nibali in de voetsporen van zijn illustere voorganger Gimondi: beide Italiaanse wielericonen behoren tot het selecte gezelschap van renners dat alle drie de Grote Rondes op hun naam wist te schrijven.
Giro 2023: Santiago Buitrago
Giro 2013: Vincenzo Nibali
Giro 2007: Riccardo Ricco
Giro 1989: Luis Herrera
Giro 1981: Beat Breu
Giro 1974: José Manuel Fuente
Giro 1968: Eddy Merckx
Giro 1967: Felice Gimondi